Moderator
In mijn vorige blogpost schreef ik over de voorbereidingen voor de videoconferentie die Paola en ik op poten zetten om onze ouders -de toekomstige grootouders van onze eerste spruit- te laten kennismaken. Toen het zo ver was, ging het ongeveer zo…
Eerst belde ik onze moeders op. Die hadden zich allebei opgemaakt, kwestie van een goede eerste indruk te maken. Nadat we hen beiden een aantal keer verzekerd hadden dat wij hen goed konden zien, begonnen ze een beleefde maar vriendelijke conversatie. Over dat het toch geweldig was om zo met elkaar te kunnen converseren, en dat zij van elkaar vonden dat ze er goed uitzagen.
Dan was het de beurt aan mijn vader. Hij belde met een vaste telefoon, en was dus niet te zien. Zelf zag hij ook niemand. Mijn vader begroette mijn moeder redelijk joviaal, en mijn schoonmoeder beleefd. Tot zover iedereen in zijn nopjes.
Ten slotte werd de meest internetvertrouwde, Paola’s vader, gecontacteerd. Hij begon, als goede Mexicaan, meteen een formele algemene groet te brengen. Hij stelde ook zijn nieuwe echtgenote uitgebreid voor die een beetje onverwachts -voor mij althans- plots ook in het videobeeld schoof. Toen hoorden we ergens iets dat leek op gesnuif, en iets later viel het beeld van Paola’s moeder uit. Maar we konden haar wel nog horen. Duidelijk zelfs. Ze had meteen in de gaten dat de anderen haar niet meer konden zien, en trok het gesprek naar zich toe. Dat iemand dat ‘mankement’ zo snel mogelijk moest oplossen, want dat het niet mogelijk was dat zij niet zichtbaar was -en de nieuwe echtgenote wel.
Mijn moeder, totaal niet vertrouwd met computertoestanden, leidde hieruit af dat zij misschien ook niet meer zichtbaar was. Ze vroeg verschrikt meermaals bevestiging aan de anderen of ze haar nog zagen. Intussen was Paola’s vaders voorstelling afgerond, en was mijn vader aan mijn moeder aan het vertellen dat hij haar niet zag. Ik greep in door te zeggen dat dat heel normaal was omdat hij een gewone telefoon in zijn hand had. En dat dat zeker niet betekende dat ook de anderen mijn moeder niet zagen. Ja, zelfs als Paola’s moeder niet zichtbaar was. Waarop Paola’s vader aan mijn moeder bevestigde dat hij haar wel zag, maar zijn ex-vrouw niet.
Paola begon aan te voelen dat haar moeder zich onderhand buitengesloten voelde, en begon rechtstreeks op haar in te praten en instructies te geven over waar ze op haar Ipad moest duwen om zichzelf weer in beeld te krijgen.
Op dát moment voelde ik de noodzaak om over alles heen te brullen dat ik moderator ging spelen en zou bepalen wie met wie sprak, want dat we heel onprofessioneel bezig waren.…
Om een einde te stellen aan de technische problemen en de daaruit voortvloeiende verwarring, stelde ik voor om een technische pauze in te lassen. Ik zou alles eerst nog eens testen en vervolgens iedereen weer opbellen. Paola kalmeerde intussen haar moeder via een gewone telefoonlijn, en ik probeerde mijn vader nog een laatste keer duidelijk te maken welke zaken te zien waren, en welke niet. Zo gezegd, zo gedaan. Ik verbrak de verbinding.
Dan belde ik iedereen eerst afzonderlijk op met een gewone en dure telefoonverbinding. In het geval van mijn moeder belde ik naar de welwillige buurman. Nadat ik alles technisch op punt stelde, verbond ik iedereen weer met elkaar. Maar van zodra Paola’s vader verbonden werd, viel het beeld van haar moeder opnieuw uit! Weer werden alle verbindingen verbroken en moest Paola’s moeder afzonderlijk overtuigd worden dat er geen complot tegen haar bezig was.
Na wat internetspeurwerk vermoedde ik dat de Skype-versie op de Ipad van Paola’s moeder conflicteerde met de Skype-versie op de pc van haar vader. Opnieuw belde ik iedereen op, schakelde het videobeeld uit zodat iedereen elkaar enkel kon horen, en zei dat we het later nog eens zouden proberen mét beeld, maar dat iedereen elkaar wellicht al een beetje had leren kennen. Iedereen was akkoord. Er werden nog wat ‘saludos’ uitgewisseld, en toen zegen wij uitgeput neer in onze zetel.
Toen ik mijn moeder de volgende dag belde om te zeggen dat we voor de bevalling geen nieuwe poging tot videoconferentie gingen ondernemen, zei ze dat ze het wel leuk had gevonden. Maar dat die nieuwe dingen eigenlijk toch niet zo goed marcheerden, en dat ik bovendien niet iedereen moest commanderen over wat en wanneer ze iets mochten zeggen.
Dan heb je jaren ervaring opgebouwd met videoconferenties op onmogelijke uren om Zuid-Amerikanen en Australiërs overeenstemming te laten vinden over gewichtige congresprogramma’s, en met één simpele groepsvideo met je (schoon)ouders besef je dat niets zo relatief is als communicatiecompetenties.

Terwijl Paola en ik enkele maanden geleden ver weg van familie in ons besneeuwd huis in Canada overwinterden, groeide het idee om onze ouders met elkaar kennis te laten maken. Op afstand, en in gecontroleerde omstandigheden weliswaar. Er was immers één onderwerp dat hen allemaal bijzonder interesseerde: de naderende geboorte van een Canadees kleinkind.
De eerste kerst- en nieuwjaarsperiode in mijn nieuw thuisland verliep enigszins anders dan de voorgaande jaren. Uiteraard was er deze keer geen bezoek aan familie. Die zat ver weg in andere temperatuursomstandigheden feest te vieren. Voor het eerst was er tijd -want voorlopig heb ik ook nog altijd geen werkvergunning- om aandacht te schenken aan hoe ik de kerstperiode voor mezelf en mijn gezin-in-wording bewust kon invullen. Afstand creëert mogelijkheid tot reflectie.
Ons huis staat in het midden van een straat, in een groene voorstadswijk van de hoofdstad. Aan de ene kant staan de rijhuizen wat van de straatkant af. Tussen de voorgevels en de straatkant is er een licht hellend grasveld, dwars onderbroken door geasfalteerde opritten die leiden naar de garages van de rijhuizen. Aan de overkant staan vrijstaande huizen en is er geen voetpad. Maar zowat elk huis, vrijstaand of niet, heeft een trap of opstap naar de voordeur. Voor elk huis staat een typisch Canadese boom: een esdoorn. Voor ons huis staat dus ook een esdoorn, op ‘ons’ grasperkje. Als ik de straat inrijd, zie ik al van ver op welke oprit ik moet indraaien om voor onze garage te belanden. Niet door onze boom, want die lijkt op alle andere bomen voor de andere huizen, maar door het verkeersbord dat wijst op schoolgaande jeugd. De school ligt aan het einde van de straat, maar er moet al ter hoogte van ons huis -in het midden van de straat- gewaarschuwd worden voor de overstekende scholieren. Dat is duidelijk.
In mijn vorig blogpost schreef ik over onze lokale buurtschoonmaak waar ik als vrijwilliger aan meewerkte. Wel, die schoonmaak werd gesponsord door de koffieketen Tim Hortons. Een goed voorbeeld van hoe buurtwerking hier actief gesponsord wordt door het bedrijfsleven. Vandaag vertel ik graag iets meer over Tim Hortons, een emblematisch Canadees verschijnsel.
Sinds mijn aankomst in Ottawa, ben ik fan en actieve gebruiker van de ‘community centres’. In die talrijke, zeer actieve centra -best te vertalen als gemeenschapscentra of buurtcentra-, komen leden van een buurt, wijk of gemeenschap samen om allerlei activiteiten te organiseren. Kenmerkend voor die centra is dat ze heel sterk lokaal verankerd zijn. Ze worden van onderuit opgebouwd en aangestuurd. ‘Grassroots’-ontwikkeling en ‘grassroots’-democratie, zeggen ze hier. ‘Grassroots’ staat voor ‘de basis’ of ‘de gewone mensen’. Op vijf minuten wandelen heb ik hier in de buurt maar liefst drie van die centra.
Een op het eerste gezicht wat eigenaardige tip voor je volgende afspraak in Canada: breng een -al dan niet gevulde- koffiebeker mee naar je sollicitatiegesprek, vergadering of afspraak. Je kan ermee aantonen dat je je hebt aangepast aan de Canadese gewoonten, en klaar bent om erin te vliegen. Of gewoon dat je je lichaamstemperatuur op peil weet te houden.
Het is een zonnige zondagnamiddag. Ik zit op de 22ste verdieping van een glanzend overheidsgebouw ergens downtown Ottawa, te wennen aan het qwertyklavier van de computer waarop ik dit stukje intik. Het zijn drukke weken op Paola’s werk. Een aantal zaken moeten volgende week af zijn, en daarom ben ik -na een extralange zondagwandeling met de hond en zondagsbrunch met vrienden-, meegegaan naar Paola’s kantoor. Ik ben nieuwsgierig om de zondagse werksfeer in een Canadese overheidsdienst op te snuiven. Kwestie van de gelijkenissen en verschillen met België te ervaren. Werken op kantoor op zondag is hier alvast anders dan wat ik gewend was. Of dat goed of slecht is, valt nog te bezien.
Kreeg jij ooit spontaan een e-mail door een 25-jarige eenzame, ongetrouwde Afrikaanse die in Canada woont om contact te onderhouden en ‘cultuuruitwisselingen’ te hebben? En die je (ter)loops informeerde dat al haar verblijfspapieren in orde waren? Of kreeg je ooit ongevraagd een officieel uitziende uitnodiging voor een conferentie in Canada over “Le 21ème siècle et les questions de l’environnement” van een schimmige organisatie voor internationale samenwerking en ontwikkeling -neen, niet de OESO. Met daarin alle transport- en verblijfskosten vergoed, en bovenop nog een forfaitaire onkostenvergoeding van 200 dollar per dag? Ik in elk geval wel. God weet op welke website ik heb rondgehangen om dat te verdienen. Maar wat ik zeker weet: het zijn niet de beste manieren om naar Canada te trekken.
Het glossy magazine dat ik in het vliegtuig op weg naar Canada doorbladerde, zette de toon. Na de coverpagina geen glossy reclame voor een of ander duur uurwerk of automerk, maar een foto van een kayakster omgeven door de Canadese Rocky Mountains. Daaronder de mededeling:
Enige tijd geleden stelden Paola en ik vast dat het centrale meubelstuk van de keuken -enfin, van het hele huis en dus van het gehele familieleven- kapot was: de ijskast deed het niet meer. Onherstelbaar. Iets met compressoren en zo. Er moest dus een nieuwe gekocht worden. En gauw. Zeker met dat warme, drukkende weer hier. Sorry, Belgische vrienden. :-)
Eergisteren was het Labor Day in Canada. De Dag van de Arbeid wordt er, net als in de Verenigde Staten, elk jaar officieel gevierd op de eerste maandag van september. Wij maakten tijdens het verlengde Labor Dayweekend een citytrip naar Toronto.
“En hebde gij meubelen, en hebde gij huisgerief, dan kunde gij trouwen met uw lief, gij oude zot”, zingt de Vlaemsche cantusklassieker.
Vorig jaar in september was ik een paar dagen in Washington DC voor het werk. Ik had met mijn -toen nog- vriendin Paola uit Canada afgesproken om het weekend samen door te brengen. Zij kwam vrijdagavond aan vanuit Ottawa, en de volgende dag bezochten we de stad. We tuurden van op afstand naar het Witte Huis -dichtbij komen was niet mogelijk, want op een 11 september lopen ze daar nog altijd wat nerveus en achterdochtig rond. Dan maar de ‘hop-on, hop-off’-bus genomen om een overzicht te krijgen van de andere bezienswaardigheden in de stad. Er werd ons nadrukkelijk gevraagd om geen foto’s te nemen van het Pentagon. Maar dat vragen ze blijkbaar altijd. Terroristen die gebruik maken van een ‘hop-on, hop-off’-bus, ’t zou iets nieuws zijn.
XPat (42): "Vorige maand heb ik afscheid genomen van mijn internationale job. Ik heb mijn appartement opgezegd, heb een mooi uitzwaaifeest gekregen van vrienden en familie, en ben met 110 kg bagage aangekomen in Canada."






