Ga direct naar de inhoud (Access Key S)
VDAB
Algemene links
  • Home
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • FAQ
  • Contact
  • Sitemap
Rubrieken van de VDAB website
  • Jobs
  • Opleidingen
  • Begeleiding en oriëntatie
  • Nieuws
  • Mijn loopbaan
  • Partners
  • Werkgevers
  • Agenda
  • Cijfers
  • Magezine
  • Blogs
  • Persinfo
Pagina spoor
  • Home
  • Nieuws
  • Blogs

Werkzoekende XPat vertelt ...

Moderator

tekstballonIn mijn vorige blogpost schreef ik over de voorbereidingen voor de videoconferentie die Paola en ik op poten zetten om onze ouders -de toekomstige grootouders van onze eerste spruit- te laten kennismaken. Toen het zo ver was, ging het ongeveer zo…

Eerst belde ik onze moeders op. Die hadden zich allebei opgemaakt, kwestie van een goede eerste indruk te maken. Nadat we hen beiden een aantal keer verzekerd hadden dat wij hen goed konden zien, begonnen ze een beleefde maar vriendelijke conversatie. Over dat het toch geweldig was om zo met elkaar te kunnen converseren, en dat zij van elkaar vonden dat ze er goed uitzagen.

Dan was het de beurt aan mijn vader. Hij belde met een vaste telefoon, en was dus niet te zien. Zelf zag hij ook niemand. Mijn vader begroette mijn moeder redelijk joviaal, en mijn schoonmoeder beleefd. Tot zover iedereen in zijn nopjes.

Ten slotte werd de meest internetvertrouwde, Paola’s vader, gecontacteerd. Hij begon, als goede Mexicaan, meteen een formele algemene groet te brengen. Hij stelde ook zijn nieuwe echtgenote uitgebreid voor die een beetje onverwachts -voor mij althans- plots ook in het videobeeld schoof. Toen hoorden we ergens iets dat leek op gesnuif, en iets later viel het beeld van Paola’s moeder uit. Maar we konden haar wel nog horen. Duidelijk zelfs. Ze had meteen in de gaten dat de anderen haar niet meer konden zien, en trok het gesprek naar zich toe. Dat iemand dat ‘mankement’ zo snel mogelijk moest oplossen, want dat het niet mogelijk was dat zij niet zichtbaar was -en de nieuwe echtgenote wel.

Mijn moeder, totaal niet vertrouwd met computertoestanden, leidde hieruit af dat zij misschien ook niet meer zichtbaar was. Ze vroeg verschrikt meermaals bevestiging aan de anderen of ze haar nog zagen. Intussen was Paola’s vaders voorstelling afgerond, en was mijn vader aan mijn moeder aan het vertellen dat hij haar niet zag. Ik greep in door te zeggen dat dat heel normaal was omdat hij een gewone telefoon in zijn hand had. En dat dat zeker niet betekende dat ook de anderen mijn moeder niet zagen. Ja, zelfs als Paola’s moeder niet zichtbaar was. Waarop Paola’s vader aan mijn moeder bevestigde dat hij haar wel zag, maar zijn ex-vrouw niet.

Paola begon aan te voelen dat haar moeder zich onderhand buitengesloten voelde, en begon rechtstreeks op haar in te praten en instructies te geven over waar ze op haar Ipad moest duwen om zichzelf weer in beeld te krijgen.

Op dát moment voelde ik de noodzaak om over alles heen te brullen dat ik moderator ging spelen en zou bepalen wie met wie sprak, want dat we heel onprofessioneel bezig waren.…

Om een einde te stellen aan de technische problemen en de daaruit voortvloeiende verwarring, stelde ik voor om een technische pauze in te lassen. Ik zou alles eerst nog eens testen en vervolgens iedereen weer opbellen. Paola kalmeerde intussen haar moeder via een gewone telefoonlijn, en ik probeerde mijn vader nog een laatste keer duidelijk te maken welke zaken te zien waren, en welke niet. Zo gezegd, zo gedaan. Ik verbrak de verbinding.

Dan belde ik iedereen eerst afzonderlijk op met een gewone en dure telefoonverbinding. In het geval van mijn moeder belde ik naar de welwillige buurman. Nadat ik alles technisch op punt stelde, verbond ik iedereen weer met elkaar. Maar van zodra Paola’s vader verbonden werd, viel het beeld van haar moeder opnieuw uit! Weer werden alle verbindingen verbroken en moest Paola’s moeder afzonderlijk overtuigd worden dat er geen complot tegen haar bezig was.

Na wat internetspeurwerk vermoedde ik dat de Skype-versie op de Ipad van Paola’s moeder conflicteerde met de Skype-versie op de pc van haar vader. Opnieuw belde ik iedereen op, schakelde het videobeeld uit zodat iedereen elkaar enkel kon horen, en zei dat we het later nog eens zouden proberen mét beeld, maar dat iedereen elkaar wellicht al een beetje had leren kennen. Iedereen was akkoord. Er werden nog wat ‘saludos’ uitgewisseld, en toen zegen wij uitgeput neer in onze zetel.

Toen ik mijn moeder de volgende dag belde om te zeggen dat we voor de bevalling geen nieuwe poging tot videoconferentie gingen ondernemen, zei ze dat ze het wel leuk had gevonden. Maar dat die nieuwe dingen eigenlijk toch niet zo goed marcheerden, en dat ik bovendien niet iedereen moest commanderen over wat en wanneer ze iets mochten zeggen.

Dan heb je jaren ervaring opgebouwd met videoconferenties op onmogelijke uren om Zuid-Amerikanen en Australiërs overeenstemming te laten vinden over gewichtige congresprogramma’s, en met één simpele groepsvideo met je (schoon)ouders besef je dat niets zo relatief is als communicatiecompetenties.

Gepost op 22 mei 2012 # | Reacties: 1 | Reageer

Een familiale videoconferentie

roze telefoonTerwijl Paola en ik enkele maanden geleden ver weg van familie in ons besneeuwd huis in Canada overwinterden, groeide het idee om onze ouders met elkaar kennis te laten maken. Op afstand, en in gecontroleerde omstandigheden weliswaar. Er was immers één onderwerp dat hen allemaal bijzonder interesseerde: de naderende geboorte van een Canadees kleinkind.

Onze ouders zijn allemaal gelukkig gescheiden. Paola’s ouders wonen in Mexico, mijn moeder woont in België en mijn vader in Argentinië. Gelukkig zijn die afstanden tegenwoordig met programma’s zoals Skype gemakkelijk en gratis, met geluid en beeld te overbruggen.

Tien jaar geleden was het ingewikkeld en duur om een videoconferentie te organiseren, maar ondertussen is het medium een vertrouwd overlegkanaal. Zelf bereidde ik via videoconferentie verschillende congressen voor, met organisatoren uit alle windstreken. En op Paola’s werk, de Canadese overheid die in zes tijdzones werkt, is het heel gewoon om in een vergaderruimte een installatie voor videoconferenties te zien. Het leek ons dus een kleine stap om die beproefde werkwijze ook eens in familiesfeer te gebruiken. We vergaten daarbij één belangrijke les: zorg ervoor dat alle deelnemers, zowel technisch als naar omgangsvormen, vertrouwd zijn met het medium.

Het familiale videoconferentie-idee moest eerst bij iedere ouder afzonderlijk aan de man gebracht worden. Eigenlijk was maar één van hen min of meer vertrouwd met computers: Paola’s vader. Paola’s moeder was, sinds ze een iPad had gekregen, de laatste maanden een beetje bijgebeend. Aan mijn kant van de familie was het slechter gesteld met de pc-kunde. Mijn ascetische vader heeft een scheerapparaat, een tv en een ijskast. En dan zijn we ongeveer rond met het aantal elektrische apparaten in zijn huis. Hij geeft als 76-jarige wel deeltijds les aan de unief, maar e-mails laat hij liever door iemand anders behandelen. Mijn moeder weigert, als hartstochtelijke fan van de vaste telefoonlijn, om zelfs maar een computer aan te raken -elektrosmog, weet je wel. Gelukkig heeft ze een gewillige buurman wiens pc ze voor deze gelegenheid mocht gebruiken, en die op het gepaste moment de videoverbinding kon openen.

Na veel vijven en zessen kwamen we een dag en uur overeen die voor iedereen haalbaar waren. Niet eenvoudig met deelnemers uit vier verschillende tijdzones. Gelukkig was er wel snel consensus over de taal. Dat werd het Spaans. Paola was duidelijk zenuwachtig toen we eraan begonnen, en ik onze ouders een voor een begon op te bellen. Ik wist toen nog niet waarom…

Gepost op 14 mei 2012 # | Reageer

Kerstversiering op de politieke agenda

Mijn eerste Kerst in Canada -mijn nieuwe thuisland- is heel goed verlopen. Ik blik er nog even op terug, omdat me een en ander is opgevallen. Bijvoorbeeld dat kerstversiering op het werk niet overal vanzelfsprekend is.

Wie denkt dat kerstversiering niet belangrijk is in voorstedelijk Canada, vergist zich deerlijk. Hele wijken gloeien hier op door lichtgevende versieringen aan, bovenop en rond huizen. Het recentelijk uitstappen van Canada uit het Kyoto-protocol is volgens mij rechtstreeks te linken aan de mentale onoverkomelijkheid om het in de toekomst met wat minder buitenlichtjes te doen. ;-)

Kerstversiering is hier bij momenten zelfs een politiek ‘issue’ dat tot discussies leidt in het federale parlement. Begin december ontstond er controverse toen bleek dat in de provincie Québec werd beslist -in een vlaag van overmatig politiek correct denken- dat in de plaatselijke tegenhangers van de VDAB-kantoren voortaan geen kerstversiering meer mocht worden aangebracht. De redenering? Men vond het niet kies om werklozen die hun werkloosheidsbewijs kwamen ophalen, te confronteren met feestelijke versieringen. Of men dacht dat kerstversiering van weinig respect getuigde ten aanzien van niet-christelijk geïnspireerde, religieuze minderheidsgroepen. Of dat atheïsten zich onderdrukt zouden voelen. Zoiets.

Nog diezelfde dag kreeg de regering een aanval in het parlement te verwerken als zou ze het overheidspersoneel willen onthouden van de ‘betovering van de kerstsfeer’. De bevoegde minister herriep de richtlijn later met de mededeling dat werknemers hun kerstgevoelens vrijelijk mochten uiten op hun werkplek door kerstslingers en kerstmannen aan te brengen. Niemand die het hier nog waagt om de vrijheid van kerstversiering in vraag te stellen! Zou zo'n discussie in België ook mogelijk zijn?

Gepost op 23 januari 2012 # | Reageer

Omdat het kon

kerstboomDe eerste kerst- en nieuwjaarsperiode in mijn nieuw thuisland verliep enigszins anders dan de voorgaande jaren. Uiteraard was er deze keer geen bezoek aan familie. Die zat ver weg in andere temperatuursomstandigheden feest te vieren. Voor het eerst was er tijd -want voorlopig heb ik ook nog altijd geen werkvergunning- om aandacht te schenken aan hoe ik de kerstperiode voor mezelf en mijn gezin-in-wording bewust kon invullen. Afstand creëert mogelijkheid tot reflectie.

Aanvankelijk merkte ik dat een typische ‘uitwijkelingneiging’ me besloop: de drang om de feestdagen met meer nadruk te beleven dan ik ooit in mijn land van herkomst heb gedaan. Even overwoog ik dus dat het iets had om kerstmannen op ladders aan gevels te hangen, uitgekookte glühwijn te drinken op druilerige kerstmarkten en pomme duchesse aardappelen bij de vleet te eten. In een tweede overweging bedacht ik, de eerste weer verwerpend, dat er alleszins wat sfeer mocht gecreëerd worden. Met bijhorende gezonde buitenluchtactiviteiten vooraf, en traditionele gerechten uit de oven nadien.

Waarom? Eerst en vooral omdat het nu ineens kon. In de voorgaande jaren was ik in december meestal druk bezig om voor de 25ste al het werk verstouwd te krijgen om van de vrije week tussen kerst en nieuw te kunnen genieten. Van voorbereidende sfeerschepping kwam meestal niet veel in huis. En ten tweede omdat het nieuwe land me via die typische versieringen, activiteiten en gerechten weer een stukje van haar eigenheid kenbaar maakte. Dat dacht ik zo. Dus moesten er hoge kerstbomen in huis worden gehaald, kalkoenen gevuld en sneeuwwandelingen uitgestippeld. En het liefst in het bijzijn van veel anderen.

Waar te beginnen? De kerstboom. Paola had nog een plastieken ‘opplooigeval’ in de kelder staan, maar die werd door mij als totaal ongeschikt bevonden. We zijn per slot van rekening in Canada, het land van de uitgestrekte naaldboomwouden. Dus werd er een mooie, geurende, grote spar gekocht. Hier geen sentimenteel gedoe over kerstbomen met wortels die je, als je ze in je tuin plant, het volgende jaar kan hergebruiken. De verkoper raadde me net aan om de boom onderaan mooi af te zagen. Iets wat voor de gemiddelde Canadees in houthakkersvest vermoedelijk een fluitje van een cent is. Maar in een vlaag van koppige zuinigheid wou ik me geen zaag aanschaffen die me meer zou kosten dan de boom zelf, en kreeg ik een totaal ongeschikt handzaagje van de buurman uitgeleend. Daarmee pleurde ik me in de voortuin door de plakkerige hars. Het zaagblad zat op een bepaald moment zo vast dat ik er bijna geen beweging meer in kreeg. Even bedacht ik dat onze voortuinversiering, die zich tot dan beperkte tot een beeldige krans aan de voordeur met één buitenlichtje, noodgedwongen zou moeten uitbreiden met een half afgekloven spar. Maar het kwam in orde. En was het echt alleen in mijn verbeelding dat de hele straat ginnegappend zat te loeren hoe die joviale buurman mij een handje kwam helpen? ;-)

Gepost op 17 januari 2012 # | Reacties: 1 | Reageer

Verwondering samenharken

bomenOns huis staat in het midden van een straat, in een groene voorstadswijk van de hoofdstad. Aan de ene kant staan de rijhuizen wat van de straatkant af. Tussen de voorgevels en de straatkant is er een licht hellend grasveld, dwars onderbroken door geasfalteerde opritten die leiden naar de garages van de rijhuizen. Aan de overkant staan vrijstaande huizen en is er geen voetpad. Maar zowat elk huis, vrijstaand of niet, heeft een trap of opstap naar de voordeur. Voor elk huis staat een typisch Canadese boom: een esdoorn. Voor ons huis staat dus ook een esdoorn, op ‘ons’ grasperkje. Als ik de straat inrijd, zie ik al van ver op welke oprit ik moet indraaien om voor onze garage te belanden. Niet door onze boom, want die lijkt op alle andere bomen voor de andere huizen, maar door het verkeersbord dat wijst op schoolgaande jeugd. De school ligt aan het einde van de straat, maar er moet al ter hoogte van ons huis -in het midden van de straat- gewaarschuwd worden voor de overstekende scholieren. Dat is duidelijk.

Wat ook duidelijk is, zijn de seizoenswisselingen. De zomer verliep warm en zonnig, en op 21 september zakte de temperatuur plots onder de 20°C, begon onze boom te verkleuren naar geel, bruin en rood en begon hij in groten getale zijn bladeren te laten vallen op het grasveldje. Mijn buren harken geregeld de bladeren op, verzamelen ze in grote papieren zakken en zetten die eenmaal in de week op straat. Voor als de groenophaling komt. En dus doe ik dat, uit goed nabuurschap, ook: een beetje windvlaag waait anders alle onverzamelde bladeren op de ‘pelouse’ van de ijverige buur, die me straks gaat helpen om de sneeuwblazer aan de praat te krijgen.

Ik hark nu geregeld een beetje rond die ene boom die maar bladeren blijft lossen. En terwijl ik dat doe, bedenk ik hoe mijn leven hier toch heel anders is dan in België: Ik doe allerlei dingen waar ik voordien -als ‘stadsappartementmens’- geen besef van had.

Zoals voor de meeste migranten brengt verhuizen heel wat veranderingen met zich mee in leefgewoonten en het denken over ogenschijnlijk vanzelfsprekende zaken. Zowat iedereen gaat door een fase waarin je voortdurend vergelijkingen maakt tussen wat nieuw is en wat je tot dan toe vertrouwd was. À la: in België is het zus, in Canada is het zo. Soms is het wat lastig, want je aanpassen vergt energie. Maar aan de andere kant scherpt het je verwondering en kan je er veel zaken beter door situeren, en dus relativeren. De kunst is, denk ik, dat voortdurend vergelijken na een tijdje achter je te laten. Dat betekent niet dat je de verschillen niet meer opmerkt, maar je bent er niet meer zo op gefocust.

Een paar voorbeelden -voor de vuist weg- van bedenkingen, vergelijkingen en verwonderingen tijdens mijn gehark vandaag:

•    Er zat vanmorgen Nutella in de brievenbus. Geen kwajongensstreek, maar een promotiecampagne. Wanneer kreeg ik in België nog ongevraagd iets eetbaars in mijn brievenbus?

•    Er zijn hier veel minder verkeersborden te zien dan in België. Wel veel meer stoptekens, maar amper voorrangsborden.

•    De mensen hier drukken de afstand tussen twee bestemmingen meestal uit in het aantal uren rijden. Montreal-Ottawa: 2 uur, Ottawa-Québec City: 5 uur. In België doen ze dat eerder in het aantal kilometer.

•    Hier in de provincie Ontario is het dragen van een fietshelm verplicht als je jonger bent dan 18, maar fietsverlichting is dan weer niet verplicht. Wat zou daar de logica van zijn? Een provincie verder is de fietshelm ook verplicht voor meerderjarigen.
 
•    Deze week zijn het provinciale verkiezingen, en de kiesbrief -ik kreeg er als immigrant nog geen- is volledig tweetalig opgesteld. Hoewel het grootste deel van de bevolking in de provincie Ontario Engelstalig is en er maar 4% Franstaligen zijn, maakt geen mens hier een probleem van tweetalige kiesbrieven. Spaans sprekenden kunnen zelfs bijkomende hulp krijgen. In sommige delen van België, of hier een provincie verder, zouden er daar wel een paar onvoorstelbare problemen mee hebben.

Enfin, je merkt het: mijn gehark leidt me voorlopig niet tot een transcendente spirituele toestand, maar ik blijf mij ondertussen wel lustig bezighouden. Mijn maandje bloggen op deze website is hiermee afgelopen maar ik zal, als het interessant genoeg is voor jullie, af en toe komen vertellen over mijn dagelijkse verwonderingen hier in dit grote nieuwe land.

Gepost op 5 oktober 2011 # | Reacties: 1 | Reageer

Tim Hortons

koffiebekerIn mijn vorig blogpost schreef ik over onze lokale buurtschoonmaak waar ik als vrijwilliger aan meewerkte. Wel, die schoonmaak werd gesponsord door de koffieketen Tim Hortons. Een goed voorbeeld van hoe buurtwerking hier actief gesponsord wordt door het bedrijfsleven. Vandaag vertel ik graag iets meer over Tim Hortons, een emblematisch Canadees verschijnsel.

Ooit begon een Canadese, professionele ijshockeyspeler tijdens zijn sportcarrière met een koffie- en donutzaak. 40 jaar later zijn er meer dan 3000 vestigingen van Tim Hortons, werken er 100.000 mensen en is het een icoon in Canada. Een beetje zoals McDonald’s voor de Verenigde Staten, maar dan met iets betere connotaties. Hoewel. Veel pas aangekomen immigranten hebben er vandaag hun eerste werkervaring, maar zeker niet omdat de werkvoorwaarden er zo grandioos zijn. Al grappend zeg ik soms dat als het me niet lukt om een job te vinden, ik bij hen wel aan de bak zal geraken. De dichtst gelegen ‘drive-in’ is slechts op twee minuten rijden.

Er heerst hier een niet uit te roeien kwakkel dat Tim Hortons nicotine in zijn koffie doet. Dat zou verklaren waarom zoveel Canadezen zowat verslaafd zijn aan hun koffie, en ’s morgens gedwee in een labyrint van linten en volgpaaltjes, of ‘drive-ins’ staan aan te schuiven. Als ik ’s ochtends ga wandelen met de hond -ha ja, hoe denkt ge dat een werkzoekende zijn dag doorkomt?-, zie ik overal mensen in hun portiek de krant lezen, met een bruine Tim Hortonskoffiebeker in de hand. En ’s avonds in de cinemazaal zie ik toeschouwers met net zo’n megabeker koffie en koekjes plaatsnemen…

Net zoals McDonald’s, heeft Tim Hortons een stichting voor goede doelen. Dat gaat van kinderen aan een vakantie helpen, tot het op nationaal vlak sponsoren van de lokale buurtschoonmaakcampagnes. En misschien is daar een goeie reden voor. Ik las ergens dat de bruingekleurde Tim Hortons papieren koffiecup –‘the No. 1 recognizable item of litter in the country’-, met voorsprong het herkenbaarste afvalobject is.

Tot slot: laatst was er een kleine controverse omdat de broer van de burgemeester van Toronto vond dat het spuigaten uitliep met het vele gemeentegeld dat naar de socio-culturele gemeenschapscentra ging. Hij verklaarde dat er in zijn buurt godbetert meer openbare bibliotheken waren dan Tim Hortonskoffieshops! Die mens heeft nogal wat protest over zich heen gekregen. En dan niet enkel omdat zijn bewering zelfs niet eens juist was. Zijn broer wordt waarschijnlijk niet meer herkozen. Ach, als alles tegenvalt, kan hij nog altijd bij de grootste horecazaak van het land beginnen. Tim Hortons heeft trouwens van de gelegenheid gebruik gemaakt om duidelijk te maken dat ze hier en daar de boekenaankopen van die bibliotheken sponsoren. ‘Grassroots’-economie heet dat hier…

Gepost op 30 september 2011 # | Reageer

Grassroots

grasSinds mijn aankomst in Ottawa, ben ik fan en actieve gebruiker van de ‘community centres’. In die talrijke, zeer actieve centra -best te vertalen als gemeenschapscentra of buurtcentra-, komen leden van een buurt, wijk of gemeenschap samen om allerlei activiteiten te organiseren. Kenmerkend voor die centra is dat ze heel sterk lokaal verankerd zijn. Ze worden van onderuit opgebouwd en aangestuurd. ‘Grassroots’-ontwikkeling en ‘grassroots’-democratie, zeggen ze hier. ‘Grassroots’ staat voor ‘de basis’ of ‘de gewone mensen’. Op vijf minuten wandelen heb ik hier in de buurt maar liefst drie van die centra.

Om de hoek is er het plaatselijke wijkcentrum waar het tijdens de voorbije zomervakantie vooral rond het ‘kinderplonsbad’ te doen was. Er wordt ook onder meer kinderopvang voor de buurt voorzien. Nu de vakantie voorbij is, worden er allerlei activiteiten georganiseerd. Zo ga ik er op maandagavond badmintonnen. Er zijn ook allerlei ‘grassroots’-verenigingen die gebruik maken van de vergader- en werkruimtes. Ik heb me opgegeven voor het wijkcomité. Meerbepaald voor het subcomité voor verkeer en veiligheid. Maar er is ook de plaatselijke welsprekendheidsclub, of de lokale ‘deaf golden age club’ -de club voor dove senioren- die er een lokaal delen.

Een straat verder ligt het gemeenschapcentrum van de Christelijke Libanezen, met daarnaast hun Maronitische kerk. Midden augustus was hier een groot, vijf dagen durend gemeenschapsfeest: een Canadese ‘fancy fair’ met draaimolentjes en kraampjes, gecombineerd met Libanese eetstalletjes en optredens van Libanese dans- en muziekgroepen. ’s Avonds werd er afgesloten met vuurwerk. Op 50 meter van die Maronitische kerk staat dan weer een moskee die verbonden is aan een moslimcentrum waar je Arabisch kan leren. Daar kan de Arabische gemeenschap gebruik maken van allerlei integratiedienstverlening.

Op tien minuten fietsen is er een groter wijkcentrum, met een openbare bibliotheek waar ik lid van ben. Er is ook een 25-meter zwembad waar Paola éénmaal per week aan prenatale aquafitness doet. Verder zijn er onder meer een ijshockeypiste, een basketzaal, een fitnessruimte en een koffiezaak -geen Tim Hortons deze keer. Heel dat aanbod drijft op de inzet van betrokken medewerkers en vrijwilligers en geeft me, in afwachting van werk, de mogelijkheid om me nuttig in te zetten. En het helpt om de mensen hier beter te leren kennen.

Deze zomer heb ik me bij de heropening van het vernieuwde ‘community centre’ om de hoek opgegeven als vrijwilliger voor de buurtschoonmaakactie. Die buurtschoonmaak gebeurt twee keer per jaar. De voorjaarsschoonmaak vindt plaats rond 1 april, nadat de sneeuw is gesmolten en het zwerfafval weer zichtbaar wordt. In het najaar -deze keer op 1 oktober- gebeurt de schoonmaak vóór het zwerfvuil ondergesneeuwd raakt. Wie na de kwakkelzomer in België afgunstig is omdat ik sinds mijn aankomst van warm en zonnig weer kon genieten -en zowat constant in korte broek kon rondhossen-, raad ik aan om even de klimatologische consequenties van deze twee data te laten bezinken. Juist. Het zal hier snel gedaan zijn met het mooie weer. Trouwens, die korte broek is ook een kwestie van weloverwogen, integratiebevorderend vestimentair gedrag. ;-)

Gepost op 29 september 2011 # | Reageer

Koffiemokcultuur

Tim Horton KoffieEen op het eerste gezicht wat eigenaardige tip voor je volgende afspraak in Canada: breng een -al dan niet gevulde- koffiebeker mee naar je sollicitatiegesprek, vergadering of afspraak. Je kan ermee aantonen dat je je hebt aangepast aan de Canadese gewoonten, en klaar bent om erin te vliegen. Of gewoon dat je je lichaamstemperatuur op peil weet te houden.

Het is verbazend hoeveel koffie er gedronken wordt in Canada. Of nee, eerder: hoe zichtbaar dat is in het openbare leven. Canadian Coffee Culture alom. Of beter nog, koffiebekercultuur. Er wordt hier geen auto verkocht zonder dubbele koffiekophouder, en het belangrijkste attribuut van kinderwagens lijkt wel de bekerhouder. En dat is dan niet voor het papflesje, maar om al kuierend van je koffie te kunnen lurken. Zelfs de bankinstelling biedt je, bij de opening van je bankrekening, een handige mok aan die je daarna mag meenemen.

Ook in België was ik de laatste jaren vertrouwd geraakt met het beeld van pendelaars in een ochtend-rush met een bekertje koffie in de hand. Maar dat is niks vergeleken met wat je hier te zien krijgt.

Meestal zie je de gewone, papieren bekers van de koffieketen op de hoek. Dat laatste is in het centrum van Ottawa -overwegend bevolkt door overheidspersoneel- letterlijk te nemen. Er is geen kruispunt of ‘mall’ te vinden waar geen koffieketen is gevestigd. Er wordt dan ook heel wat over kruispunten gehold met die papieren bekers in de hand. Maar dikwijls ook met een eigen koffiemok, dubbelwandig geïsoleerd met afsluitdeksel. Soms zelfs met van die dikke, verchroomde gevallen waarmee je in de winter, bij -40°C voorovergebogen tegen de sneeuwstorm, nog van een warme koffie -euh- geniet.

Een eigen koffiemok geeft je de mogelijkheid om je persoonlijkheid te positioneren. Een stoer, verchroomd geval van de sneeuwbandencentrale; een elegant, hoog geval in de zenkleuren van het yogacentrum; een Zwitsers designgeval uit metaal om bergen mee te beklimmen; een ecologisch verantwoorde phtalaatvrije beker uit gereclyceerd plastiek met vrij te kiezen goed-doel-logo; een met een dekseltje met ingebouwd rietje dat verschillende openinggroottes -nippen of zwelgen- aankan... Het kan allemaal.

Wie het niet zo voor koffie heeft, kan zich een theemok aanschaffen. Duidelijk te onderscheiden van een koffiemok door zijn apart theereservoir waarin de gezonde anti-oxidanten, voor iedereen zichtbaar, vrij kunnen rondzweven. En een paar jaar geleden, zo liet ik me vertellen, dook in het straatbeeld de laatste nieuwe evolutie op: de waterbeker. Niet zomaar een plastic flesje voor in je tas. Neen. Een geheel verantwoord recipiënt, als toonbeeld van je gezonde, koffie-afzwerende levensstijl. Nu, zelfs in Canada zijn dat nieuwerwetse stadsfenomenen en het land is, zoals je weet, bijzonder groot.

Nog voor ik enig ander -meer officieel- document in mijn bezit kreeg, had ik al snel na mijn aankomst het bewijs van bereidheid tot integratie in mijn portefeuille zitten: een klantenkaart bij een lokale koffieketen. En zo kom ik bij mijn tweede tip voor Canadalustigen: hou die klantenkaart goed bij, en oefen je in vlotte koffietooggesprekken. Het zal je acceptatie gevoelig verhogen.

Doe vooral niet zoals ik bij mijn eerste bezoek aan Tim Hortons. Dat is dé koffie- en donutketen van het land, die bijna vereenzelvigd wordt met de eigenheid van Canada zelf. Als je aankomt in de luchthaven van Montreal, is de eerste Tim Hortons meteen links, vlak na de immigratie- en douanecontrole. Mijn eerste bezoek ging ongeveer zo:

Bediende Tim Hortons: “Bonjour monsieur, good day sir.”

Tweetalig, jawel.

Ik, terwijl ik tijdens het aanschuiven al besliste dat ik het veilig -en dus simpel- ging houden, kwestie van me niet als pas gelande immigrant te laten kennen: “Bonjour, a medium-sized regular-brewed coffee please!”

Tim: “And how do you want your coffee, sir?”

Ik, bevreesd voor een opsomming van te veel keuzemogelijkheden: “Strong?”

Het juiste Canadezen-onder-elkaar-antwoord is ‘double double’. Twee suikers en twee ‘melkskes’. Veel te zoet naar mijn zin, maar je moet eerst wel de codewoorden kennen. Vervolgens probeer ik nog een paar vragen te ontwijken -of ik een ‘swiss method decaf’ of eerder een ‘today’s specialty sumatra’ of ‘java-blend’ wil?

Tim: “Sir, is that coffee to stay or to go?”

Ik, verwonderd: “To go where?”

Zou er een of andere liefdadigheidsactie aan de gang zijn waarbij de opbrengst van je koffie wordt geschonken aan een of ander ver land? Niet dus. ‘To go’ betekent hier ‘om mee te nemen’. Ja. Ik ga niet op de luchthaven blijven slapen.

Tim: “Would you like some donuts or timbits with your coffee, sir?”

Timbits zijn de brokjes deeg die ze uitsparen uit de ronde gaatjes in het midden van hun donuts of bagels. Maar dat wist ik toen nog niet.

Ik, me niet laten kennend: “Euh, well what do you have?”

Waarna het Tim Hortonsmens me een beetje hulpeloos het gamma van 65 mogelijkheden begint op te sommen. Zo, dat brengt wat evenwicht in onze conversatie. Aan beide kanten van de toog proberen we nu enigszins hulpeloos deze simpele koop rond te krijgen.

Even later. Timmie: “How would you like to pay, sir?”

Ik, met gepaste trots: “Ha, with my special Maestro-debit-card-for-which-I-asked-my-homebank-in-Europe-explicitly-to-unblock-the-payment-restriction-for-outside Europe.”

Na vijf minuten verbeten kaartschuiven en pincodes tikken -dat moet lukken!-, venijnige geluidsbiepen,‘transaction refused’-beeldschermen, en een rij achter mij die ongeduldig wordt, uiteindelijk toch een met hockeyspelers versierd Canadees vijfdollarbiljet geleend bij Paola, die een beetje verderop haar mails was beginnen checken op haar Blackberry. Wie durft nog te zeggen dat liefdevolle ondersteuning niet de beste garantie tot integratie is?

Gepost op 26 september 2011 # | Reageer

Overheidsdienst op zondag

Canadese vlagHet is een zonnige zondagnamiddag. Ik zit op de 22ste verdieping van een glanzend overheidsgebouw ergens downtown Ottawa, te wennen aan het qwertyklavier van de computer waarop ik dit stukje intik. Het zijn drukke weken op Paola’s werk. Een aantal zaken moeten volgende week af zijn, en daarom ben ik -na een extralange zondagwandeling met de hond en zondagsbrunch met vrienden-, meegegaan naar Paola’s kantoor. Ik ben nieuwsgierig om de zondagse werksfeer in een Canadese overheidsdienst op te snuiven. Kwestie van de gelijkenissen en verschillen met België te ervaren. Werken op kantoor op zondag is hier alvast anders dan wat ik gewend was. Of dat goed of slecht is, valt nog te bezien.

Paola werkt op het secretariaat van de commissie voor administratieve vereenvoudiging. ‘Red tape reduction’, heet dat hier. Dat wordt me aan de ingang van het secretariaat duidelijk gemaakt door Reg, de met rode plakband omwikkelde bordpapieren mascotte van de commissie. Een vijftal collega’s van Paola, waaronder haar baas, lopen hier deze namiddag ook rond. Vandaag -anders dan tijdens de werkweek- in jeans en T-shirts.

Ondanks de officiële 37,5-urige werkweek wordt er vanaf een zekere rang verwacht dat je een tandje bijsteekt als de baas vindt dat het nodig is. Thuiswerk kan, als de baas ermee akkoord is. Op Paola’s kantoor kan je op eender welk moment van de week komen werken. Maar zomaar in en uit lopen kan niet. Er is -ook tijdens het weekend- veiligheidspersoneel aanwezig waarbij ik me als bezoeker dien aan te melden. Eenmaal uit de lift wordt het cliché van de Dilbertcartoons bewaarheid: de kantoorruimte is opgedeeld in individuele ‘cubicles’, die met ongeveer 1,70 meter hoge beige wanden van elkaar afgescheiden zijn. De vierkante werkruimtes -onderbroken door gangpaden met printers en ‘waterdispensers’-, vormen een soort labyrint. Wie een beetje lang van postuur is, heeft een overzicht. Wie kleiner is, denkt dat hij alleen is in het kantoor, want het is er stil.

De ruimte valt goed mee. Het is er licht met hoge plafonds, overal ligt tapijt dat de geluiden dempt, en de meeste werkruimtes zijn gepersonaliseerd met foto’s, planten, cartoons, kleurrijke schema’s en zo meer. Er zit een impliciete rangorde achter de verdeling van de werkruimtes: de afstand van je ‘cubicle’ tot het raam is afhankelijk van je positie en anciënniteit. De ‘executives’ (leidinggevenden) hebben recht op een afgesloten werkruimte, maar niet op een raam. Tenzij ze ‘senior executive’ zijn. Dan kunnen ze én een raam én een afgesloten ruimte krijgen.

Terwijl ik wat door de gangen dwaal, hier en daar een vriendelijke klap doe, en mij presenteer als de ‘husband’ van… vallen mij een aantal dingen op.

  • Niemand schijnt zich erover te verwonderen dat ik hier rondloop. Misschien omdat ik een ‘visitor badge’ rond mijn nek heb hangen? Ik krijg geïnteresseerde vragen over hoe het meevalt om in Canada te komen wonen. Met Paola’s baas bespreek ik kort mijn werkperspectieven. Niet dat ik niet geïnteresseerd ben in werken bij de overheid, maar zolang ik mijn papieren niet heb, kan ik nergens officieel beginnen.
  • In het mannentoilet is er een opklapbare tafel om baby’s te verversen. Goed zo, denk ik. Een roldoorbrekende inrichting die ik België nog niet veel gezien heb. Toch niet in overheidskantoren.
  • Er zijn veel drukknoppen met rolstoelicoon te vinden om deuren automatisch te openen. Behalve de deur van het rolstoelvriendelijk toilet. Gelukkig maar. De spleet tussen de toiletdeur en de wand laat al genoeg inkijk toe.
  • In de koelkast van het vensterloze, en daarom nogal onaantrekkelijke eetkamertje: yoghurtjes over datum, met dwingende ‘Neem mij mee’-post-its overplakt. Niks nieuws onder de zon dus in vergelijking met de Belgische koelkasten op kantoor.
  • Een berichtenbord voor officiële berichten waarop duidelijk is dat alles in het Frans én het Engels aangekondigd wordt. Aangezien de federale overheidsdiensten tweetalig zijn, hebben de Franstalige Canadezen -die over het algemeen beter de andere landstaal beheersen-, een relatief voordeel in promotiekansen. Een van de voorwaarden om te kunnen promoveren naar het hogere ‘executive’-niveau is namelijk de kennis van beide landstalen. Daarvoor moet je slagen in taalexamens. Hm, herkenbaar. Franstaligen zijn relatief oververtegenwoordigd in de topposities én in het uitvoerende niveau, dat direct contact heeft met de burgers en waarbij je beide landstalen dient te kennen. Het middenkader is meer Engelstalig. Je kan wel een jaar betaald verlof krijgen om via intensieve taalcursussen de andere landstaal aan te leren.
  • Op het vrije berichtenbord worden allerlei activiteiten aangekondigd. De speech-club die geregeld samenkomt en waar je kan oefenen in het in het openbaar spreken, een bingo-avond, een ontbijt-op-het-werk-dag, een ‘Macaroni met Tony’ (dat is een eetfestijn met de politiek verantwoordelijke van de afdeling), een tweedehandse boeken, cd en dvd-dag en Halloweenboodschappen (spook-o-grams).
  • In de vergaderruimtes hangt er steeds ergens een Canadese vlag, aan een met esdoornblad versierde vlaggenstok. Er is een strikt protocol over hoe de vlaggen van andere provincies of territoria ernaast geplaatst kunnen worden.
  • Overheidswerknemers hebben vier weken verlof per jaar. Dat lijkt op het eerste zicht minder dan in België, maar ze kunnen kiezen om eventuele overuren uitbetaald te krijgen of te laten omzetten in verlofdagen. Zo geraken ze toch gemakkelijk aan een vergelijkbaar aantal werkvrije dagen als bij ons.
  • De werkcultuur hangt af van afdeling tot afdeling. Soms is die vrij Angelsaksisch, soms eerder Franstalig. Op Paola’s werk gaat het er redelijk Angelsaksisch aan toe. De sfeer is er zeer vriendelijk en ogenschijnlijk informeel en relaxed, maar daarom niet minder gericht op performantie. Er heerst ook een -voor mij- vrij conservatieve dresscode. Je bent -net als elders in Canada trouwens- best op de hoogte van de ongeschreven, maar toch heel aanwezige gedragsregels. En wat in het begin als een beetje overdreven overkomt, is hun hoffelijkheid en de neiging om zich te excuseren voor het minste. Maar er zijn ergere dingen dan dat.

Gepost op 19 september 2011 # | Reageer

Emigreren naar Canada voor dummies, stap 1

Immigratie fraudeKreeg jij ooit spontaan een e-mail door een 25-jarige eenzame, ongetrouwde Afrikaanse die in Canada woont om contact te onderhouden en ‘cultuuruitwisselingen’ te hebben? En die je (ter)loops informeerde dat al haar verblijfspapieren in orde waren? Of kreeg je ooit ongevraagd een officieel uitziende uitnodiging voor een conferentie in Canada over “Le 21ème siècle et les questions de l’environnement” van een schimmige organisatie voor internationale samenwerking en ontwikkeling -neen, niet de OESO. Met daarin alle transport- en verblijfskosten vergoed, en bovenop nog een forfaitaire onkostenvergoeding van 200 dollar per dag? Ik in elk geval wel. God weet op welke website ik heb rondgehangen om dat te verdienen. Maar wat ik zeker weet: het zijn niet de beste manieren om naar Canada te trekken.

Misschien heb je, iets minder spannend, lukraak de woorden ‘immigration Canada permanent resident’ gegoogled, om vervolgens op de eerst aangeboden betaalde links te klikken? Ook daar vooral vakkundig in elkaar gestoken ‘bedriegt-den-boel’. Laat je niet misleiden door de talrijke, met nep-erkenningslabels versierde websites, die je beloven je immigratiedossier voor je in orde te brengen, mét ingangsgarantie. Net zoals voor de gegeerde ‘Green Card’ in de Verenigde Staten, bestaat er ook voor Canadese verblijfsvergunningen een hele markt van bedrieglijke immigratieconsulenten die teren op mensen die dromen van een nieuw leven. Ze zijn er enkel op uit om geld uit je zakken te kloppen. De Canadese overheid bestrijdt actief die wanpraktijken, en waarschuwt elke kandidaat-emigrant nadrukkelijk op hun enige, echte, officiële immigratiewebsite.

En of er een markt is. Canada staat volgens de Wereldbank op de vijfde plaats op de ranglijst van immigratielanden. Ik schreef het in mijn vorig blogstukje al, meer dan 20% van de Canadezen is in het buitenland geboren. Daarmee is Canada, samen met Australië, het immigratie-intensiefste land in de wereld. De Canadese autoriteiten verstrekken elk jaar al met al meer dan 200.000 verblijfsvergunningen.

Nu, ik begrijp wel dat mensen hulp zoeken om zich door de procedure heen te slaan. Hoe gedetailleerd de handleidingen op de officiële immigratiewebsite ook zijn, er staan dingen in die zonder persoonlijk advies soms moeilijk te plaatsen zijn. In mijn geval telden de drie handleidingen die ons hielpen om het aanvraagdossier voor mijn verblijfsvergunning samen te stellen 99 bladzijden. Mijn dossier, en ik ben een relatief simpel geval, bevat 19 verschillende documenten en is 94 pagina’s dik. Het huwelijkscertifikaat -weet je nog-, is er één van. Een medisch onderzoek, een bewijs van goed gedrag en zeden en een envelop met 8 identieke pasfoto’s -wat gaan die daar allemaal mee doen?- zit er ook tussen. Voor wat hoort wat, hoor ik je denken.

Een groot deel van mijn dossier bestaat uit bijkomende gegevens die moeten bewijzen dat Paola en ik een echte en blijvende relatie hebben. Hoe doe je dat? Ik leverde 22 pagina’s logfiles van al onze Skype-contacten van de afgelopen vijf jaar, en 14 pagina’s foto’s -inclusief echografie-, die moeten bewijzen dat we geregeld tijd samen hebben doorgebracht. Al dan niet in het bijzijn van andere mensen die kunnen getuigen over onze relatie.

In de vragenlijsten over onze relatie komen begrijpelijke, en maar toch ook ietwat wonderlijke vragen voor. Of ik door iemand geïntroduceerd werd tijdens de eerste ontmoeting met mijn partner? En of ik toen van haar geschenken heb gekregen? Of het huwelijk misschien gearrangeerd was. Indien ja, vul in door wie, wanneer en waar. En voor hoeveel? Die laatst vraag staat er niet bij; ze weten dan waarschijnlijk al genoeg.

Denk je dat Canada ook voor jou het beloofde land is? Dan raad ik je aan je te informeren op Destination Canada. Dat is een jobbeurs die de Canadese ambassade samen met VDAB, Bijob (Actiris) en Le Forem organiseert in Brussel, op zaterdag 17 november 2011. Samen met Canadese bedrijven zetten de verschillende Canadese provincies en territoria er hun beste beentje voor. Let wel, er is een preselectie waardoor enkel de 700 interessantste kandidaten worden uitgenodigd. Als je zolang niet wilt wachten, kan je je ook inschrijven voor een infosessie bij Bijob (Actiris) op 4 oktober. Of je kan verder kijken op deze site, of aankloppen bij een consulent van VDAB die meer weet over jobs in het buitenland.

Gepost op 16 september 2011 # | Reacties: 1 | Reageer

Skieën, kayakken én het verschil maken in het leven van een patiënt

dame in berglandschapHet glossy magazine dat ik in het vliegtuig op weg naar Canada doorbladerde, zette de toon. Na de coverpagina geen glossy reclame voor een of ander duur uurwerk of automerk, maar een foto van een kayakster omgeven door de Canadese Rocky Mountains. Daaronder de mededeling:

“Ik kan skieën, wandelen, fietsen én het verschil maken in het leven van een patiënt. Allemaal in dezelfde week”. Het onderschrift: “What’s your reason? Quelle est votre raison?”

Dat Canada een tweetalig land is met voor Belgen niet onbekende taalgevoeligheden, houd ik voor een andere keer. Verder lezend bleek het een wervende reclame te zijn voor de gezondheidsdiensten van de provincie Alberta. Het begon, lees even mee, met het volgende statement:

“We hebben meer dan 90.000 toegewijde en energieke medewerkers die samenwerken met 7.000 artsen. We zouden graag hebben dat je ons meehelpt in het opbouwen van het sterkste gezondheidszorgsysteem in Canada. Heb je al van ons gehoord? Alberta Health Services heeft een internationale reputatie als leider op het gebied van onderzoek, innovatie en zorg. We zouden blij zijn als je in ons team komt!”

Even verder stond dat ze vooral ervaren en erkende verpleegsters zochten in verschillende deelspecialiteiten. De advertentie eindigde met:

“Als u in uw immigratieproces naar Canada zit, of u bent van plan om uw leven een nieuwe wending te geven, dan zijn wij jouw werkgever.”

Nu ik ben niet van plan om me er in deze blog vanaf te maken door wervende publiciteitsfolders te bespreken, maar uit die folder zijn toch een aantal typische zaken over Canada af te leiden. Handig om weten, zeker als je op zoek bent naar werk.

  • Canadezen zijn hartelijk én vrij direct. Ze nemen iedere gelegenheid te baat om een goede eerste indruk te maken door op een vriendelijke manier de aandacht te trekken en meteen ter zake te komen.
  • In een groot land als Canada wordt het verschil tussen een Canadees en een buitenlander als klein ervaren. Per slot van rekening kan iemand die uit een andere provincie komt, ook pakweg 3000 km gereisd hebben. Bovendien is 1 op 5 Canadezen niet in Canada geboren! Hun tolerantie is vrij groot als je je niet direct in het perfectste Engels verstaanbaar kan maken. Per slot van rekening is die Newfoundlander of die Québecois in dat raar soort Frans dat ook niet altijd. Onder ons: zeg tegen een Québecois nooit, maar dan ook nooit, dat hij een grappig soort Frans praat. Die jongens zijn heel gevoelig op hun taal. En dan zeggen het grappig klinkt, dat vinden ze niet amusant.
  • Laat je niet misleiden door de uitnodigende aard van de Canadese aanpak. Daarna moet je je soms door geweldig tijdrovende papperassenwinkels, zoals langdurige immigratieprocedures en accreditatiesystemen, worstelen. Iedereen weet dat hier. Maar hey, ondertussen ben je hier en kan je ervaring opdoen, of word je verliefd op het land of een van zijn ingezetenen.
  • Op hun publiek gezondheidssysteem zijn ze redelijk trots. Niet te vergelijken met hun onderbuur, de USA. Maar ik heb toch al ervaren dat het niet zo overdadig gemakkelijk is als in België. Het is een serieuze zoektocht om een huisdokter te vinden die je wil aannemen als patiënt. Canadezen doen er soms jaren over om een vaste huisarts te vinden. En dat is dan niet omdat je ergens in een verre uithoek woont waar de dokter, à la de Flying Doctors, naartoe moet vliegen. Zelfs hier in de hoofdstad las ik een artikel over de jarenlange zoektocht van een journalist naar een huisdokter. Hij weende tranen toen hij eindelijk aanvaard werd bij een nieuw opgerichte huisartsenpraktijk, waar zich op de inschrijvingsdag wachtrijen van 5 uur lang vormden. Ik heb geluk dat de huisdokter van Paola bereid was de zwangermaker van haar patiënt ook onder haar hoede te nemen. Niet dat ik haar al gezien heb, en ik ben dat ook niet meteen van plan.

Gepost op 14 september 2011 # | Reageer

Een ‘sales promotion’ met ‘rain check’ en ‘no lemon policy’

verhuizerEnige tijd geleden stelden Paola en ik vast dat het centrale meubelstuk van de keuken -enfin, van het hele huis en dus van het gehele familieleven- kapot was: de ijskast deed het niet meer. Onherstelbaar. Iets met compressoren en zo. Er moest dus een nieuwe gekocht worden. En gauw. Zeker met dat warme, drukkende weer hier. Sorry, Belgische vrienden. :-)

Ik droomde van een blinkende Amerikaanse frigo met twee deuren en inrijpoort, symbool van het nieuwe leven dat ik hier ga maken. Geen Vanden Borres of Krëfels hier, dus even rondrijden, dacht ik. Maar een ijskast kopen, blijkt hier toch weer anders te gaan dan in België.

Eerst naar de provincie Québec rijden. Want daar zouden die dingen -omwille van verschillende provinciale btw-stelsels- goedkoper zijn. De eerste dag bezochten we drie soortement van ‘shopping malls’. Met hopen promofolders en gedetailleerde papieren kwamen we buiten, nog minder wetend wat we gingen kopen. De dienstverlening hier is geweldig! Maar geweldig vermoeiend ook. Tegen dat je door hebt wat je wilt kopen, zijn de voorwaarden alweer veranderd. Om de drie dagen zijn er folders met aanbiedingen, die drie dagen geldig zijn. Sommige ‘sales’ duren maar één dag. Liefst een zondag, want die ijskastzaken zijn alle dagen -sommigen de klok rond- open. Gelukkig heb je in dat geval altijd recht op een ‘rain check’: als ze een bepaald toestel niet in huis hebben op een promotiedag, heb je het recht om het later -tegen dezelfde voorwaarden- te kopen.

Dan de showrooms. Daar staan zeker honderd ijskasten. Om ter grootst. De ijskasten die ik in België had, worden hier een beetje smalend als ‘de perfecte campingijskast’ aangeprijst. Groottes worden uitgedrukt in kubieke voet. Na een tijdje heb je door dat het ook hier een en al productplacement is: Amana, Whirlpool, Kitchen Aid, Kenmore, Maytag… ze komen bijna allemaal uit dezelfde fabriek, maar de ene is wat duurder ‘gebrand’ dan de andere.

En dan de vele verkopers die op commissie werken. Soms zijn ze in maatpak, soms zien ze eruit als ijskasttechniekers die na de werkuren nog wat ‘van de camion gevallen’-exemplaren verkopen. Door hen worden we op de hoogte gebracht van allerlei opties waarvan we niet wisten dat we er behoefte aan hadden. Maar nu we ze kennen, willen we ze wel hebben. Verstelbare en uitschuifbare plateau’s met speciale diepte zodat wanneer er iets lekt de hele ijskast niet onderloopt, rubberen matjes, ijsmachines van gefilterd water, extra brede ‘crisp lades’, franse deuren, kantelbare diepvriesbakjes… Ik weet niet wat het allemaal is, maar ik wil het bijna zeker.

Pas na nog een paar dagen de plaatselijke consumentengids geraadpleegd te hebben, en nog een paar keer naar dezelfde zaak terug gereden te zijn met een boekje om de verschillende prijsevoluties op te schrijven, hebben we toegeslagen. Op een zondag. De aangeleerde onderhandelingstechnieken uit de soek in Marrakech of de vismarkt in Tokyo indachtig. Een ijskast met diepvries onderaan, één deur, 18,5 kubieke voet, energiezuinig en een rubberen matje voor als de fruitsapfles lekt. Meer moest dat niet zijn. Ha! Neen dus. Eerst moesten we uitvoerig onderhandelen over de leveringsvoorwaarden en de garanties: 1 jaar, 3 jaar of 5 jaar met bijbetalen. Maar als je er geen gebruik van maakt, krijg je de waarde van het ‘servicepack’ terug in aankoopbonnen.

We speelden het onderhandelingsspel van begerige vrouw en stuurse echtgenoot. We drentelden tweemaal terug alsof we toch niet zo zeker waren. We vroegen nog eens drie keer alle opties na, en of het niet in een ander kleur of afwerking beschikbaar was -en dan goedkoper. Of er echt geen extra korting meer mogelijk was, en of de leveringskosten dan niet kon worden afgetrokken? De verkoper speelde het spel mee en prees ons de modaliteiten van de ‘no lemon policy’ van zijn firma aan. Ik knikte begrijpend, want ik had hierop gestudeerd. Een ‘lemon’ is een toestel dat op een blauwe maandag van de band is gerold, en waar allerlei verborgen mankementen aan zijn. Die toestellen kan je zonder beperking inruilen voor een nieuw exemplaar. De kapotte ijskast werd door zijn persoonlijke interventie ‘maar-hou-het-stil-tegen-de-andere-verkopers-want-het-mag-eigenlijk-niet’, gratis teruggenomen. Op het einde schoof hij ons als allerlaatste inspanning nog een extra kortingsbon van 10 dollar onder de toog. Deal!

Een paar dagen later werd de ijskast geleverd (zie foto). Ik onderzocht kritisch of er echt geen krasje op was, waardoor ik mijn ‘no lemon policy’ kon inroepen. Niet dus. ’s Avonds keek ik tevreden naar de glimmende kast waarrond mijn (toekomstig) gezin zich vanaf nu zou scharen, en die ons het plezier van eindeloze voorraden drank en eten zou verschaffen. In koude winters en zwoele zomers. En terwijl de metalen doos zachtjes ronkte, bedacht ik dat ik in mijn ingangexamen in de Noord-Amerikaanse service- en consumptie-economie was geslaagd. Of niet? Wacht eens, was dat geronk wel normaal? Even de handleiding nakijken…

Gepost op 12 september 2011 # | Reageer

Oranje, wit en de Dag van de Arbeid

brandblusapparaatEergisteren was het Labor Day in Canada. De Dag van de Arbeid wordt er, net als in de Verenigde Staten, elk jaar officieel gevierd op de eerste maandag van september. Wij maakten tijdens het verlengde Labor Dayweekend een citytrip naar Toronto.

Daar las ik in de plaatselijke kwaliteitskrant The Globe and Mail, dat zij aan de basis lagen van Labor Day in Canada. De vakbonden van drukkers en letterzetters van de voorloper van deze krant, betoogden al in 1874 voor de 58-urige (!!) werkweek. USA-vakbondsleiders pikten na een bezoek aan Toronto het idee op, en beslisten in 1884 om jaarlijks -begin september- een optocht te organiseren voor een 54-urige werkweek. Vijf jaar later besliste de Tweede Internationale -de ‘Socialistische Arbeiders-Internationale’- in Parijs om de Dag van de Arbeid op één mei te organiseren. Ze pleitten voor de 8-urige werkdag, of de 48-urige werkweek. Maar pogingen in de 20ste eeuw om de Dag van de Arbeid ook in Noord-Amerika naar 1 mei te verschuiven mislukten, omdat men zich daar ver van communistische invloeden wou houden.

Officieel worden op Labor Day de realisaties van de arbeiders gevierd. Maar voor de doorsnee Canadees heeft deze dag niet zoveel politieke betekenis meer. Er worden wel nog optochten en speeches gehouden, maar voor de meesten betekent het Labor Dayweekend vooral dat de zomervakantie zijn einde nadert. Het is het signaal om nog een laatste maal te genieten van het zomerse buitenleven, vooraleer het koudere en serieuzere seizoen weer begint. De vakantiehuisjes zijn nog een laatste keer druk bezet door families met schoolgaande jeugd, want de meeste scholen in Canada starten het schooljaar pas op de dinsdag na Labour Daymaandag. Mij lijkt het dat dat alleen maar voordelen heeft: je hebt iets meer tijd om de terugkeer naar school voor te bereiden, en de eerste schoolweek duurt maar vier dagen. Kwestie van geleidelijker te acclimatiseren aan het nieuwe studeer- en werkritme.

Een voor mij totaal onbekend -maar hier alom gekend- kledingadvies in deze periode is: draag geen wit (meer) na de Dag van de Arbeid. Er zijn verschillende verklaringen, maar deze lijkt me historisch gezien de juiste: wit is een zomerkleur die lang geassocieerd werd met de rijkere klasse. Die kon het zich begin vorige eeuw al veroorloven om op vakantie te gaan, en witte linnen kostuums en jurken te dragen. Op het einde van de zomer, als ze terugkeerden naar de stad, maten ze zich opnieuw hun formele en donkere kledij aan. Voor de gevestigde bovenklasse was dit een manier om zich te distantiëren van de nieuwe rijken. In de loop van de 20ste eeuw werd deze kledijregel geadopteerd door de lagere klassen, totdat die uiteindelijk gemeengoed werd.

Hoe weet ik dat allemaal? Daarvoor moet ik even terug gaan naar dit weekend, zondagnacht. Toen ging om twee uur ’s morgens het brandalarm af in onze hotelkamer. Nadat ik eerst slaapdronken nakeek of ik iets verkeerd had gedaan met de microgolfoven of de waterkoker, zei de intercom dat het alarm gold voor het gehele 52-verdiepingen tellende hotelgebouw. We moesten wachten op instructies.

Ik had de hotelkamer een paar dagen eerder geboekt voor een wel héél lage ‘last minute’ prijs. Nadien bleek dat eerder die week een ex-hockeyspeler zelfmoord had gepleegd in datzelfde hotel. De media hadden het uitvoerig becommentarieerd -was het al dan niet de verantwoordelijkheid van de Canadese samenleving om ex-ijshockeyprofessionals na hun carrière te begeleiden?- en Canadese vrienden suggereerden dat die ‘last minute’ prijs er misschien wel een gevolg van was. Paola kon het maar matig appreciëren dat ik, toen we wachtten in onze hotelkamer op de 32ste verdieping, voor wat afleiding probeerde te zorgen door te wijzen op de ‘sound and light show’ van kleurig verlichte wolkenkrabbers, gecombineerd met het geluid van loeiende brandweerwagens. De hele 9/11-revival hier zal er wel mee te maken hebben zeker?

Enfin, we besloten uiteindelijk om niet als lamme schapen te blijven wachten, en stapten de 32 verdiepingen naar beneden via de noodtrappen. ’t Is gek hoe het geluid van versnellende voetstappen versterkend werkt voor alle trapgangers, en je op den duur de neiging hebt om collectief naar beneden te spurten. Op straat aangekomen zagen we nogal wat witgeklede hotelgasten rondlopen. Ze waren nog in hun slaapkleren, of hadden snel de witte hotelbadjas aangetrokken. Ik denk niet dat iemand op dat moment dacht aan de kledingvoorschriften op Labor Day. Na een uitvoerige brandweerinspectie, mochten we allemaal weer naar boven. Gelukkig met de lift deze keer. Terug collectief in bed kon ik niet inslapen en begon ik de plaatselijke krant te lezen. Vandaar mijn kennis…

Toen de volgende dag oranje -en niet rood- de meest voorkomende kleur was tijdens de Labor Dayoptochten, keek ik al lang niet meer op. Als je naar een ander land verhuist, is een ander kleurtje dan datgene wat je gewoon bent toch het minste om je over te verwonderen, nietwaar? Of was het de vermoeidheid die meespeelde?

Gepost op 8 september 2011 # | Reageer

Meubelen, huisgerief, trouwen

infobord Canada“En hebde gij meubelen, en hebde gij huisgerief, dan kunde gij trouwen met uw lief, gij oude zot”, zingt de Vlaemsche cantusklassieker.

Eerst meubelen en dan trouwen dus. Dat kon bij ons wegens de immigratieprocedure in principe niet in die volgorde. Om mijn papieren in orde te brengen, had ik namelijk eerst een huwelijkscertificaat nodig. Maar door de Canadese administratie, is de volgorde uiteindelijk toch gerespecteerd.

Trouwen is erg simpel in Canada. Je gaat naar het gemeentehuis, zoekt -tussen de loketten voor vis- en jachtvergunningen- aan welk loket je moet zijn, en krijgt vervolgens een trouwvergunning. Het enige wat je daarvoor nodig hebt, is een Belgisch paspoort en een Belgische identiteitskaart. Naast het Engels en het Frans, de twee officiële talen in Canada, is er duidelijk advies beschikbaar in het Arabisch, Chinees, Hindi, Punjabi en zelfs in het Talagog. Een heel contrast met de achterdocht en onduidelijkheid toen ik in België inlichtingen vroeg over welke paperassen ik in orde moest brengen om te trouwen met een buitenlandse. Ik kreeg uiteindelijk iets onduidelijks en tegenstrijdigs op papier, waarop geen verwijzing stond dat dit van het Bureau Huwelijken van de Stad Gent kwam. Het gevoel dat ik een halve mensenhandelaar was, kreeg ik er bovenop.

Een trouwvergunning had ik, maar om mijn immigratie te regelen, had ik ook nog een huwelijkscertificaat nodig. En toen begon het. Ik was al vertrouwd met de alom geprezen efficiënte en moderne Canadese overheidsdienstverlening uit werkpresentaties en ja hoor, het certificaat kon gewoon online aangevraagd worden. Verwerkingstijd 15 werkdagen, inclusief verzendtijd. Dat was nog eens een service, dacht ik. ‘Premium online service’ was ook mogelijk: een verwerktijd van amper vijf werkdagen, mits het betalen van 30 dollar ‘premium surcharge’. Waarom niet? Een overheidsmodel dat net als in de private ondernemingswereld extra dienstverlening aanbood tegen een competitieve meerprijs, dat kon de werking van die overheidsservices alleen maar ten goede komen.

Toen ik na een maand de online verwerkingsstatus ging nakijken, nog altijd behoorlijk tevreden over deze mogelijkheid, begon mijn geloof in de online dienstverlening al wat te wankelen. Het huwelijk was blijkbaar nog niet geregistreerd, wat een voorwaarde was om een certificaat te verkrijgen. Bleek dat de gemeentelijke overheid de huwelijkspapieren naar de provinciale overheid moest sturen, en dat het tot 10 weken kon duren vooraleer de provincie het registreerde. Ik dacht: eigen schuld. Canada is een groot land, en ik had de kleine lettertjes maar moeten lezen, in plaats van me te vergapen aan die 15 dagen verwerkingstijd. Ondertussen lag mijn immigratieprocedure stil.

Na 12 weken was er nog steeds niks veranderd in de online ‘status inquiry’ van de aanvraag van mijn huwelijkscertificaat. Toen begon Paola rond te bellen. Telkens kwam ze uit bij een gecentraliseerd callcenter dat alleen info mocht doorgeven aan de aanvrager, niet aan de partner van de aanvrager, ook al ging het om een huwelijkscertificaat. Oké dan. Even later kreeg ik te horen dat de gemeentelijke documenten niet aangekomen waren, maar dat dit niks onrustwekkend was. De Canadese post had in die voorbije maand namelijk twee weken gestaakt. Canada is waarlijk een groot land, en ik kreeg stilaan visioenen van postkoetsen met postzakken waarin onze huwelijkspapieren zaten, die ergens in de sneeuw van het hoge Noorden vastgeraakt waren. Ik had vooraf niet kunnen bedenken dat dit allemaal achter die ogenschijnlijke simpele onlinedienstverlening zat.

Na 16 weken wachttijd, en een immigratieprocedure ‘on hold’, was ik ondertussen zelf in Canada aanbeland. Als toerist. Met alle tijd van de wereld om dagelijks aan het loket te gaan vragen hoe het nu zat, en wanneer ze dan wel gingen toegeven dat ze mijn aanvraag in dat grote land waren kwijtgeraakt. Ik had in mijn hoofd al een vlammende speech klaar. Dat ik verreweg de dienstverlening van eender welk onderontwikkeld Sahelland verkoos. Daar zou ik misschien wel een paar uur moeten aandringen aan een bestoft loket, maar daar zou ik aan het einde van de dag wél met mijn papieren in de hand naar buiten komen. Alles was beter dan deze geavanceerde onduidelijke toestand.

Aan het gemeenteloket zeiden ze dat ze de aanvraag verstuurd hadden, en de verantwoordelijke die het verstuurde net op vakantie was. Het provincieloket zei dat we het certificaat volgende week gingen krijgen. Na nog een week wachten, gingen we over naar de laatste interventiestap: een mail schrijven naar het ‘most honourable provincial parliament member’ van de ‘voting constituency’ waar we verblijven, en naar de ‘city council representative’ die onze wijk vertegenwoordigt.

En toen ging het plots snel. Net voor de medewerkers van beide politieke vertegenwoordigers ons opbelden, kregen we een telefoon van de man die ons getrouwd had. Dat hij persoonlijk bij de provincie liet nakijken waar onze huwelijkspapieren zaten die hij, zo verzekerde hij ons, 24 uur na ons huwelijk al had opgestuurd. Heel beleefd, zeer dienstvaardig en begripvol dat wij een beetje misnoegd waren, en met een concrete oplossingspiste en de belofte om de volgende dag terug te bellen. Ik begon terug te geloven dat Canada een groot land was. Niet in de zin van postkoetsen die gemakkelijk vermist raakten, maar dat er ‘dedicated’ publieke dienstverleners waren die het persoonlijk op zich namen om alles te doen om een goede service aan te bieden.

De volgende dag belde hij terug, en kwam het in orde. De ‘online status inquiry’ meldde plots ‘verwerkt’, en een week later zat er een bruine envelop in de brievenbus, met een mooi certificaat als bewijs dat we getrouwd waren. We konden de politieke medewerkers zeggen dat hun interventie niet meer nodig was, en dat ze ons bij de volgende verkiezingen zeker niet moesten bellen om een bordje in onze voortuin te mogen planten.

De nieuwe ijskast was ondertussen ook gekocht, waardoor de Vlaemsche cantusklassieker uiteindelijk toch is uitgekomen: eerst de ijskast (en het lief natuurlijk) en dan trouwen.

Moraal van het herkenbare verhaal: online overheidsdienstverlening schept verwachtingen, maar dikwijls zijn de diensten die er achter liggen nog niet voldoende op elkaar afgestemd. Als doorsnee burger heb ik er niks aan dat de gemeente of de provincie naar elkaar doorverwijzen. Ik wil een oplossing voor iets wat me in eerste instantie beloofd was als iets ogenschijnlijk heel simpels.

Wat ook frustrerend is, is dat je soms moeilijk een persoon in lijf en leden te pakken krijgt voor een specifiek probleem, zonder standaardaanpak. Enkel wanneer je je door alle goed bedoelde alternatieve administratieve of technische ‘opvang’-services hebt gewerkt, die bij complicaties geen extra oplossingspistes aanbieden, raak je aan de mensen die het verschil kunnen maken.

O ja, de echo gisteren was ontroerend goed. De baby waarvan Paola in verwachting is, is volgens de echo 18 weken en 5 dagen. Dat is even lang als de termijn dat het wettelijke bewijs van ons huwelijk onderweg was.

Gepost op 2 september 2011 # | Reageer

110 kg goede intenties

vliegrouteVorig jaar in september was ik een paar dagen in Washington DC voor het werk. Ik had met mijn -toen nog- vriendin Paola uit Canada afgesproken om het weekend samen door te brengen. Zij kwam vrijdagavond aan vanuit Ottawa, en de volgende dag bezochten we de stad. We tuurden van op afstand naar het Witte Huis -dichtbij komen was niet mogelijk, want op een 11 september lopen ze daar nog altijd wat nerveus en achterdochtig rond. Dan maar de ‘hop-on, hop-off’-bus genomen om een overzicht te krijgen van de andere bezienswaardigheden in de stad. Er werd ons nadrukkelijk gevraagd om geen foto’s te nemen van het Pentagon. Maar dat vragen ze blijkbaar altijd. Terroristen die gebruik maken van een ‘hop-on, hop-off’-bus, ’t zou iets nieuws zijn.

’s Avonds gingen we eten in Nora, hetzelfde restaurant dat de Obama’s hadden uitgekozen voor hun valentijnsuitje. Ik verraste mijn vriendin tussen het ‘organic’ hoofdgerecht en het dessert, door een ‘Good Intentions’-ring op te diepen. Samen met het voorstel om samen ons leven te delen. Ik hou niet zo van het oubollige idee van een verlovingsring. Ze heeft ‘ja’ gezegd. Gelukkig. En uiteraard.

Dat in Ingmar Bergmanfilms goede intenties de aankondiging van grote mislukkingen bevatten, heb ik er toen niet bij verteld. Paola’s moeder informeerde haar naderhand wel over Mexicaanse spreekwoorden die iets zeggen in de zin van dat je met schone intenties niet veel koopt. De spreekwoorden van schoonmoeders hebben -niet verrassend- overal min of meer dezelfde lading. Maar je moet van je eigen overtuiging uitgaan, nietwaar.

Sindsdien heeft het nog heel wat voorbereidingen gevergd om die goede intenties effectief om te zetten in werkelijkheid. Maar sinds begin vorige maand zijn we samen, hier in Ottawa, de hoofdstad van Canada. Enfin, we wonen nog niet officieel samen. Maar daarover een van de volgende keren meer.

Eerst even iets over mijzelf:

Ik heb meer dan 7 jaar gewerkt als Executive Secretary van WAPES (www.wapes.org), de wereldvereniging van de openbare arbeidsbemiddelingsorganisaties, zeg maar club van VDAB’s aller landen, die kennis en kunde over hun activiteiten uitwisselen en promoten. Voordien werkte ik iets meer dan 7 jaar bij VDAB. Eerst op de studiedienst, daarna bij de stafdiensten beleidsassistentie en strategische planning, waarbij ik onder andere verslaggever was van verschillende beslissingraden zoals het directiecomité, de directeursvergadering en het -toen nog- beheerscomité. Zo kreeg ik een breed zicht op het reilen en zeilen van een publieke dienstverleningsorganisatie als VDAB.

Ik zal jullie de komende maand regelmatig iets vertellen over hoe het is om een nieuw leven op te starten in Canada, en wat daar allemaal bij komt kijken. Vorige maand heb ik immers afscheid genomen van mijn internationale job, en van mijn collega’s op het WAPES-secretariaat in Brussel. Ik heb mijn appartement opgeruimd en opgezegd, een mooi uitzwaaifeest gekregen van vrienden en familie, en ben met 110 kg bagage aangekomen in Canada. Dat betekent onvermijdelijk heel wat achterlaten: een superboeiende job met internationale contacten, een rijk gevuld sociaal leven met vrienden en kennissen, een zonnig appartement met uitzicht op het ‘schuunste Citadelpark dat er bestoat’ (Gent dus)...

Maar het is ook een mogelijkheid om te gaan voor iets anders. Samen hebben we ervoor gekozen om hier in Canada een gezinsleven op poten te zetten. Uiteraard is het plan om hier ook een sociaal leven op te bouwen en nieuwe werkervaringen op te doen. Of en hoe me dat gaat lukken, zal gaandeweg blijken.

Volgende keer vertel ik iets meer over mijn eerste ervaringen met de Canadese dienstverlening. Bij het kopen van een ijskast bijvoorbeeld, of het aanvragen van een huwelijkscertificaat. Want sinds de Goeie Intenties-ring in Washington zijn we niet alleen (niet-officieel) samenwonend, maar ook getrouwd. En morgen gaan we naar de echo kijken van de baby die we verwachten. Tot dan!

Gepost op 1 september 2011 # | Reacties: 1 | Reageer

Blogs

Werkzoekende XPat

Werkzoekende XPatXPat (42): "Vorige maand heb ik afscheid genomen van mijn internationale job. Ik heb mijn appartement opgezegd, heb een mooi uitzwaaifeest gekregen van vrienden en familie, en ben met 110 kg bagage aangekomen in Canada."

Alle berichten
  • Moderator
  • Een familiale videoconferentie
  • Kerstversiering op de politieke agenda
  • Omdat het kon
  • Verwondering samenharken
  • Tim Hortons
  • Grassroots
  • Koffiemokcultuur
  • Overheidsdienst op zondag
  • Emigreren naar Canada voor dummies, stap 1
  • Skieën, kayakken én het verschil maken in het leven van een patiënt
  • Een ‘sales promotion’ met ‘rain check’ en ‘no lemon policy’
  • Oranje, wit en de Dag van de Arbeid
  • Meubelen, huisgerief, trouwen
  • 110 kg goede intenties

De andere blogs

Bediende SaraJoblog JoblesSara

Manager StevenJoblog Steven

sociaal hulpverlener sariJoblog Sari

Vertaler AnJoblog An

VDAB-medewerkster LiesbethJoblog Liesbeth

RedactieRedactieblog

Fons LeroyFonsblog

WeblerenWebleerblog

Zelf bloggen?

Wil jij ook bloggen over je job? Contacteer ons op moderator@vdab.be.

RSS (Wat is dit?)

© 2012 VDAB - Disclaimer - Hulp nodig? Lees de veelgestelde vragen of mail naar info@vdab.be