Sport of avondschool?
Ik ben toe aan een hobby. Vroeger deed ik vanalles: badminton, aerobics, kooklessen, een cursus binnenhuisdecoratie, een cursus webdesign… Echt te veel om op te noemen. Ik was graag onder de mensen en wilde altijd nieuwe dingen leren. De laatste tijd is dit allemaal stilgevallen. Vooral omdat ook de kinderen nu hun hobby’s hebben, en dit veel geregel met zich meebrengt. Gemakshalve heb ik de mijne dan maar laten vallen, zodat dat toch al wat meer ruimte bracht in het vrije-tijdschema.
Nu ik een job heb waarbij ik ongeveer acht uur per dag aan mijn stoel gekluisterd ben zonder nieuwe mensen te ontmoeten, voel ik meer en meer de behoefte om dit te compenseren met een activiteit waar wat actie in zit en waarbij ik toch wat sociaal contact heb. Ik had nooit gedacht dat ik echt de behoefte zou voelen om wat meer te bewegen, want ik ben niet meteen de meest sportieve persoon die er rondloopt, moet ik eerlijk toegeven. Ik ben er nog niet uit wat ik wil gaan doen. Zoals ik al zei laat mijn conditie te wensen over. Dus ik zou een sport moeten kiezen waarbij ik langzaamaan kan beginnen. Of zou ik dan toch liever gaan voor een hobbycursus of een avondschool? Ik ben er nog niet uit. Iemand suggesties? Laat maar horen!

Gisteren werd er een collega bij de bazen op het bureau geroepen. Niemand mocht storen, en ik hoorde dat er luid gediscussieerd werd. Even later kwam de collega stilletjes en lijkbleek buiten. Zonder iets te zeggen ging hij weer achter zijn computer zitten. Na een uur of twee moet het hem allemaal te veel geworden zijn, want hij ging naar huis en kwam niet meer terug. Niemand weet wat er is gebeurd, niemand vroeg iets. Dit voorval bleef hangen voor de rest van de dag. Dit voelt niet goed, helemaal niet.
Ha, weekend! Daar heb ik nu eens enorm van genoten! Niet dat er iets bijzonders op het programma stond hoor. Door de voorbije carnavalsdagen was het huishouden blijven liggen. Ik zal maar niet tellen hoeveel wasmachines ik dit weekend gedraaid heb. En de bovenverdieping was dringend aan een poetsbeurt toe.
Intussen ben ik al bijna drie weken aan het werk. Ik heb geluk gehad dat ik tijdens een kalmere periode ben ingestapt, want nu begint het werk echt toe te stromen. Bijna 8 uur aan één stuk -het half uurtje pauze dat altijd veel te snel voorbij is niet meegerekend-, zit ik op mijn computerscherm te turen.
Gisteren was het de laatste dag van het carnaval in Aalst. Dit is de dag waarop de mannen zich eens volledig laten gaan. Al weken op voorhand werden de kleren gekozen en de hoeden versierd. Misschien is het wel een keer interessant om uit te leggen hoe de ‘Voil Jeannettenstoet’ in Aalst is ontstaan.
Wat hebben we een leuk weekend gehad! Hier in Aalst draaide alles rond het carnaval. Ik was al van ‘s morgens op pad om als jurylid de wagens nog een keer te bekijken vóór ze door de straten van de stad trokken. Wat hadden de zeventig groepen weer hun best gedaan! De kostuums waren heel kleurrijk en de wagens bijzonder mooi. Ik heb wel meer dan zes uur langs het parcours moeten staan, want ik mocht natuurlijk geen groep missen. Gelukkig konden we bij oma, die in het centrum van de stad woont, achteraf terecht voor de traditionele ajuinsoep en Aalsterse vlaaien. Nadien wandelden we zoals gewoonlijk nog een keer langs de kermis, en dan gauw naar bed. De hele dag in open lucht had me gezond moe gemaakt.
Dag iedereen! Intussen is het weer donderdag. De kinderen zijn in vakantiestemming. Morgen is er geen les wegens bijscholing van de leerkrachten. Ik ben blij voor hen, ze hebben het verdiend. Eén keer de lagere school voorbij, hebben ze ’s avonds toch veel huistaken hoor. Nu kunnen ze eens genieten van een huiswerkvrije dag, en dat vinden ze uiteraard enorm tof.
Deze blog wordt een snelle groet uit Aalst. Toegegeven, de deadline voor dit verhaal is morgenvroeg, en dat was ik rats vergeten! Dus zit ik hier met slaapoogjes en in pyjama mijn verhaal te schrijven. Maar ik heb een goed excuus.
Mijn eerste werkweek zit er op. Zelden was ik zo blij dat het vrijdagavond was. Ik heb genoten dit weekend! Er stond niets bijzonders op de kalender hoor. Gewoon genieten van mijn gezin, ons huisje, de warmte van de sofa en een lekker warm deken over me heen. De verschrikkelijke koude buiten mag eindelijk eens wegtrekken. Ik ben al geen wintermens, en deze vriestemperaturen maken het ‘winterellendegevoel’ nog erger. Ik hou zo van warmte: een kersenpitje, een warme chocomelk, het warme lijfje van mijn hondje dat op mijn schoot komt liggen, een zalig warm bad…
Intussen ben ik al enkele dagen aan het werk bij mijn nieuwe werkgever, maar ik vertelde nog niet welke functie ik daar doe. Wel, ik ben administratief bediende op de aankoopafdeling en maak fiches aan voor nieuw aangekochte producten. Die worden door de computer verwerkt tot prijskaartjes en affiches voor in de winkel. De info wordt ook rechtstreeks gepubliceerd op de website. Zo kunnen klanten de producten online bekijken. Ik moet in een speciaal daarvoor ontwikkeld computerprogramma allerlei rubrieken invullen. Dat gaat van een gestandaardiseerde beschrijving van het artikel, tot de tekst voor op de website en allerlei nummers van leveranciers, reeksen en bestellingen. Het is een echt precisiewerkje, want ik kan me natuurlijk niet permitteren dat er foute informatie op de prijsetiketten komt.
Vandaag is de eerste werkdag op mijn nieuwe job. Ik krijg een ‘warm’ onthaal moet ik zeggen! De lokalen waarin moet gewerkt worden, zijn door en door koud. Blijkbaar is de mazout op en niemand heeft eraan gedacht nieuwe te bestellen. Net nu de temperatuur buiten een pak onder de nul is gezakt. Met onze sjaal om gaan we aan het werk. Mijn collega vertelt me welke mijn taken allemaal zijn.
Donderdag heb ik een hele avond gewacht op een telefoontje van het bedrijf waar ik maandag solliciteerde. Mensen, nerveus dat ik daarvan werd! Eén keer voorbij achten begreep ik dat er geen bericht meer zou komen. Weer een gemiste kans, dacht ik. Na een tijdje gaat het wennen, de ‘njet’ na een sollicitatie. Of in ieder geval ga je er op den duur van uit dat je al véél geluk moet hebben om uit de vele kandidaten gekozen te worden. Soms vroeg ik aan de interviewer hoeveel mensen er waren ingeschreven voor de job waarvoor ik solliciteerde. Dat waren er eens 76, dan 84, of 91. Ooit waren er zelfs 135 kandidaten voor één job als onthaalbediende! Om al te veel teleurstellingen te vermijden, ga je dus niet te hard meer hopen.
Vandaag loop ik rond als een kieken zonder kop. Hoe dat komt? Wel, maandag mocht ik op interview gaan bij een bedrijf in de buurt. Het gesprek verliep vlot en ik was, zoals altijd, mijn enthousiaste zelf. De baas van het bedrijf gaf zelfs aan dat hij me als werknemer zag zitten. Eén domper op de vreugde: hij zou twee kandidaten aanwerven. Diegene die het best presteerde, mocht na de proefperiode van 6 maanden blijven. Ik bleef kalm, maar vroeg toch vriendelijk of dat wel bevorderlijk was voor de werksfeer. Ik weet immers uit ervaring heel goed wat zo’n ongezonde competitie met mensen doet. De hele volgende dag bleef ik nadenken over dit gegeven en ik stelde me al Robinsonachtige toestanden voor met samenzweringen, achterklap, sabotage en leugens. Een grote stapel werk zal me niet snel op stang jagen. Maar van een slechte werksfeer word ik echt wel ongelukkig.
Met blozende konen schrijf ik dit eerste bericht voor de joblog. Niets zo leuk als uren buiten in de kou lopen, en je nadien zalig verwarmen aan een warme drank en iets lekkers.





