Herboren in Montreal
Vandaag is mijn laatste werkdag bij de klant in Brussel. Morgenvroeg vertrek ik op vakantie.
Ik heb een aantal vrienden die in het buitenland wonen en werken, en mijn vakanties gaan meestal naar het bezoeken van die vrienden. Het grote voordeel is dat je een gids hebt die de streek goed kent, en dat je je vlugger thuis voelt.
Dit keer ga ik een vriend opzoeken in Montreal, Canada. Het is alweer geleden van ... vorig jaar oktober. Toen beviel het me enorm. Ik kwam net van New York en in tegenstelling tot de grote drukte en paranoïde beveiliging daar, voelde Montreal veel vrijer en Europeser aan. De naam Montreal komt trouwens van de heuvel die midden in de stad ligt: de Mont Royal. De stad heeft een vrij jong karakter door de vele hogescholen en universiteiten, en is perfect tweetalig. De overheid van Quebec mag dan wel verkregen hebben dat alle officiële borden enkel nog in het Frans bestaan, je kan net zo goed in het Engels als in het Frans je weg vinden. Montreal blijft natuurlijk wel nog een grote stad naar Amerikaans model, maar iets overzichtelijker.
Ik kijk echt uit naar het bruisende leven van een grootstad, en de energie die ik daar kan opdoen. Ik kom waarschijnlijk weer helemaal herboren terug ...

In een reactie op een
Sommige dagen heb je het ene idee na het andere, sommige dagen heb je er geen. Vandaag is een van die dagen dat er weinig creatiefs gebeurt in mijn brein.
Het bedrijf waar ik voor werk heeft geen echte website. Alleen een tijdelijke éénpaginasite. Voor een bedrijf in de sector webdesign en webontwikkeling is dat bijna ironisch. Maar 't is wel begrijpelijk omdat het nog heel jong is en de meeste klanten via andere kanalen gevonden worden.
Netwerken zijn in mijn vak (in meer dan een betekenis) heel belangrijk. Enerzijds ben ik het zo gewend (verwend?) een snelle internetverbinding te hebben dat ik snel geïrriteerd ben wanneer ik enkele seconden moet wachten bij een upload of openen van een pagina. Ik zit minstens 8 uur per dag aan de computer én op het internet. Websites aanpassen, files up- en downloaden, allerhande online tools gebruiken, een blog bijhouden, info opzoeken... ik zou gewoon niet kunnen werken zonder internetconnectie.
Sommige mensen weten al heel vroeg wat ze willen bereiken in het leven en hoe en wanneer ze daar willen staan. Anderen zullen dit nooit weten. Ik leun eerder bij die laatste groep aan.
's Middags ga ik graag buiten eten, weg van het kantoor. Nu de broodjeszaak op de hoek wegens vakantie dicht is ga ik vaker "uit eten". Vooral het Aziatische restaurantje, een paar straten verder, is een populaire bestemming, hoofdzakelijk vanwege de lage prijzen en de ruime porties.
Ik kreeg onlangs van onze secretaris –of hoe noem je een mannelijke secretaresse?– de vraag om mijn vakantieplanning door te geven. Ik wil begin augustus twee weken naar Montreal om een oude vriend op te zoeken, en gaf dus tien dagen door. Zijn antwoord was dat dit niet kan omdat ik nog maar zeven dagen heb voor de rest van het jaar …
Na mijn opleiding webontwikkelaar, gevolgd door een stage in Gent, besloot ik in Antwerpen werk te zoeken en er ook te gaan wonen. Ik wou in een grote maar leefbare stad wonen en werken, en zag mezelf al met de fiets naar het werk rijden. Via via kwam ik bij een leuk bedrijfje terecht: allemaal jonge mensen, in jeans and T-shirt, een losse sfeer, en gepassioneerd door wat ze doen.
Het regende verschrikkelijk vanmorgen. Daarom besloot ik de auto en niet de fiets te nemen naar het station. Toen ik wilde starten merkte ik dat de autoradio verdwenen was. De autopapieren in het handschoenenkastje, de cd's in het zijvakje en alle andere dingen leken er nog te zijn. "Wel, dat hebben ze mooi gedaan" en "niet het einde van de wereld", dacht ik, "de auto was zelfs nog op slot toen ik instapte". Ik zette mijn tas op de passagierszetel en voelde dat die vochtig was. Pas toen zag ik dat het portier aan de passagierszijde geforceerd was en dat het bovenaan een centimeter of 7 openstond. De auto had de hele nacht buiten gestaan in de gietende regen.
Volgens ooms en tantes doe ik "iets met computers". Volgens vrienden doe ik iets met websites. Zelf zeg ik graag dat ik websites verbeter voor blinden. Toegegeven, het is slechts een heel klein deel van mijn takenpakket, maar het lokt wel leuke reacties uit. Van "Hoezo, websites voor blinden?", "Blinden kunnen toch helemaal niet - ahum – zien?" tot "Hé, interessant!".
Toen ik ging studeren kreeg ik van mijn ouders twee opties: economie of informatica. Kwestie van toekomstperspectief en kans op werk, weet je wel. Computers interesseerden me toen totaal niet, dus werd het handelswetenschappen in Brussel.