Levend woordenboek?
Sommige mensen denken dat ik een levend woordenboek ben. Dat klopt niet. De helft van mijn werk bestaat uit opzoeken. Hiervoor gebruik ik vaak het internet, al moet je sites en zoekmachines benaderen met een gezonde achterdocht.
Je gaat best af op betrouwbare sites, bijvoorbeeld:
- die van de Taalunie (http://taalunieversum.org), waar je ook het elektronische groene boekje kunt vinden (http://woordenlijst.org/),
- de taalsite van de VRT (http://vrttaal.net/) of
- de Europese zoekmachine IATE (http://iate.europa.eu/iatediff/SearchByQueryEdit.do).
Ook het aantal hits dat je krijgt, vertelt je al veel. Vindt Google een woord of een uitdrukking maar op één enkele site, dan klopt er iets niet. Misschien wordt het woord wel anders gespeld, of misschien hoort bij de uitdrukking een ander voorzetsel.
Nattevingerwerk, zeg je? Ja, dat is het soms wel. Aan de gewone vertaalwoordenboeken heb je vaak niets als het gaat om een typisch Belgische uitdrukking of een specifieke context of een nieuw woord. Dan ben je aangewezen op het internet of op het indrukwekkende bestand vertalingen die er op ons intranet terug te vinden zijn.
En vind je de juiste formulering dan nog niet, dan kun je nog altijd bij je collega’s terecht. Het team waarin ik werk is klein en heel hecht en iedereen helpt elkaar. Het is handig dat ik ook Franstalige collega’s heb: als ik worstel met een bepaalde zin, helpen ze me die anders te formuleren, zodat ik hem beter versta en makkelijker kan vertalen.
Vorige post: Het prille begin
Volgende post: Altijd een beetje reizen...

An (27): "Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine vertaalteam wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk."





