VDAB
Algemene links
Ga direct naar de inhoud
  • Agenda
  • Cijfers
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • Contact
  • Sitemap
Rubrieken van de VDAB website
Ga direct naar de inhoud
  • Home
  • Werk zoeken
  • Werk aanbieden
  • Opleidingen
  • Carrière
  • Mijn VDAB
  • Begeleiding
  • Beroepeninfo
  • Test jezelf
  • MagEzine
  • Blogs
  • Carrièrelectuur
Pagina spoor
  • Home
  • Carrière
  • Blogs

Vertaler An vertelt ...

Baby aan boord

tuttersIn mijn omgeving is iedereen volop kindjes aan het krijgen. Veel van mijn vriendinnen en voormalige klasgenoten zijn ofwel zwanger of hebben baby’s, peuters of kleuters. Ook bij de familie en schoonfamilie en bij de collega’s zijn er geboortes alom. Mijn salontafel staat vol geboortekaartjes met originele namen. Leuk hoor, absoluut. En de kindjes zijn superschattig.

Maar elke keer dat ik op kraambezoek ga en de baby even mag vasthouden, komt de onvermijdelijke vraag: “En voel jij het nog niet kriebelen?” Dat vragen de kersverse ouders dan vol enthousiasme en met een gelukzalige glimlach om de lippen. En dan kijk ik naar dat kleine wonder dat in mijn armen ligt te wriemelen, slik even moeilijk, en weet nooit precies wat ik moet antwoorden.

Ben ik daar klaar voor? Ik ben zo onhandig, en zo’n kindje is zo klein en broos en kwetsbaar … Ik ben zo verstrooid, en kinderen moet je elk moment in de gaten houden, en hen weghouden bij alles wat gevaarlijk kan zijn. Ik kan zo slecht mijn tijd indelen, en kinderen hebben regelmaat nodig, en nemen behoorlijk wat tijd in beslag.

Ik bewonder vrouwen die met zekerheid kunnen zeggen: ik wil een kind. Die er echt klaar voor zijn, op alle vlakken. Dat is bij mij wel even anders.

Misschien maak ik me ook wel te veel zorgen. Als ik denk aan kinderen hebben, schiet mij vooral te binnen wat er allemaal verkeerd kan lopen. En dan heb ik het niet enkel over de bevalling. Wat doe je als je kind gepest wordt op school bijvoorbeeld? Hoe reageer je als je kind begint te krijsen in de supermarkt als het geen snoep krijgt? Ik stel me al verhitte discussies voor over zakgeld en uitgaan, slechte vrienden, helpen in het huishouden, en vraag me af hoe ik me moet opstellen. En natuurlijk ga je je niet minder zorgen maken over je kind zodra het achttien wordt, je hebt er alleen minder controle over.

Dus als ik het al voel kriebelen, is dat niet op een goede manier. Eerder jeuk op een plekje waar je niet aan kunt om te krabben. Ik weet dat ik best niet te lang meer wacht om mama te worden, maar ik ben bang voor het onbekende. Ik weet niet zeker of ik het wel aankan. Het enige waar ik niet aan twijfel, is dat mijn man een superpapa wordt. Dat weet ik nu al.

Gepost op 2 september 2010 # | Reageer

Zomer!

IJsNu is het officieel: ’t is zomer. We hebben lang moeten wachten op mooi weer, en hebben veel geklaagd dat het te koud was voor de tijd van het jaar. Daar reageert Moeder Natuur nu op met tropische temperaturen. Leuk als je met vakantie bent! Maar als je moet werken…

Ik slaap niet goed als het zo warm is. Gisterennacht lag ik de ganse nacht te woelen en mezelf te vervloeken dat ik niet snel genoeg indutte om aan m’n acht uur slaap te geraken om overdag goed te functioneren. Toen ik eindelijk in dromenland was, kwam er een mug om m’n hoofd zoemen. Aaargh! Dat die beesten je bloed drinken, tot daaraan toe. Maar dat gezoem, dat is om horendol van te worden!

Uiteindelijk dommelde ik toch in. Maar drie kwartier voor de wekker ging, werd ik met een schok wakker van de buurman die al buiten zat met de radio keihard om het nieuws van zes uur te horen. Met de ramen dicht zou ik daar niet wakker van geworden zijn, maar ze stonden open om wat koelte binnen te krijgen. Zucht…

Even later stond ik aan de tramhalte te wachten, tot het me daagde dat de bussen en trams nu volgens de vakantieregeling rijden. Ik miste zowel de tram als de bus. Als ik wachtte op de volgende, haalde ik de trein niet meer. Dus ging ik te voet. In het station ontdekte ik dat mijn trein vertraging had. Het perron stond vol en het was drummen. De eerste trein die ik nemen kon, had geen airco en zat al goed vol. Veel passagiers die met vakantie gingen, hadden enorme koffers mee die ze in de gang lieten staan. Zelfs slanke reizigers konden er moeilijk langs. Maar er waren toch geen zitplaatsen meer, dus ik bleef rechtstaan.

De trein schokte, en een koffiedrinker morste de helft van zijn beker over zich heen. Au, dat moest pijn doen! Nog een schok, en een van de oversized koffers viel om. Ik kon hem nog net tegenhouden voor hij op mijn voet terechtkwam, maar verloor daardoor mijn evenwicht en viel tegen een andere passagier. Sorry!

Ook op kantoor was het warm. Veel te warm. Het gebouw is een en al ramen, en de dunne zonnewering houdt noch het felle licht, noch de warmte tegen. Water drinken was de boodschap. En dat deed ik, de hele dag. Het werk vorderde niet zo goed als anders. Last van de warmte of gewoon moe? Geen idee, maar het was zwoegen.

Na de werkdag nam ik de trein terug naar huis. Weer vertraging? Vooruit dan maar… Na een hele dag in de warmte kwam ik in een trein mét airco terecht, en kreeg zowaar een niesbui. Thuis gingen meteen alle ramen open. Ik nestelde me in de zetel met een ijsje. Zalig, die zomer!

Gepost op 9 juli 2010 # | Reageer

De vakantie komt eraan

eend in het waterWe beginnen het serieus te voelen: de vakantie komt eraan! De laatste yogales tijdens de middagpauze zit erop, de eerste collega is al vertrokken naar verre oorden en… we krijgen een absolute lawine aanvragen voor vertalingen binnen. Iedereen wil vóór de zomer nog vlug even schoon schip maken, en alles is dringend. Mijn baas kan het allemaal even niet meer bijhouden. Nog voor hij een nieuwe aanvraag op onze todolijst heeft gezet, vallen er alweer vijf in zijn elektronische brievenbus én hebben er al drie klanten gebeld. ‘Kan dit even tussendoor?’ of ‘Waar blijft mijn vertaling?’ Om gek van te worden!

Soms is het echt dringend. Maar even vaak hebben de aanvragers gewoon te lang gewacht voor ze ons hun tekst bezorgden. Ze hebben bijvoorbeeld drie maanden om een tekst te schrijven en te laten vertalen. Wat gebeurt er? Ze spenderen die drie maanden aan het schrijven ervan en pas de laatste dag sturen ze hun tekst door. En dan verwachten ze diezelfde dag nog de vertaling!

Sommigen lijken niet te beseffen dat we naast hún tekst nog heel wat andere opdrachten krijgen. Als je durft zeggen dat je meer tijd nodig hebt, reageren ze gepikeerd. Ze verwachten dat je op stel en sprong opzij schuift waar je mee bezig was. Sorry, maar dat kan niet! Het is goed mogelijk dat de vertaling gisteren al af moest zijn, maar ze ‘even tussendoor’ nemen gaat niet. De andere aanvragen zijn even dringend en iedereen moet wachten op zijn beurt. En nee, tien keer bellen zal niet helpen. Integendeel. Als we telkens gestoord worden, raakt niets nog af!

Eigenlijk zouden we moeten werken zoals bij de slager. ‘Neem een ticketje en ga in de rij staan. Er zijn nog tien wachtenden voor u…’

Gepost op 18 juni 2010 # | Reacties: 1 | Reageer

En nu ikke?

geld aan de waslijnGeld is een hot topic tegenwoordig. Maakt het gelukkig of juist niet? Hoe beheer je je spaargeld als je dat hebt? Hoe blijf je uit de schulden? Je leest erover in de krant, je ziet er programma’s over op tv, en zelfs hier op de site van VDAB wordt de vraag gesteld of je nog zou werken als je de Lotto won. Hmm, interessant.

Voor veel mensen is het een wekelijkse gewoonte: je lievelingscijfers kiezen, valideren en dan vol spanning zitten kijken of de juiste balletjes uit de trommel rollen tijdens de trekking. Ik heb het ook een tijd gedaan, zonder resultaat. Puur verlies was het, dus heb ik er maar de brui aan gegeven. Liever één ijsje in de hand dan een miljoen euro in de lucht.

En toch… Ik snap wel waarom kansspelen zo populair blijven. Je koopt zoveel meer dan een kans. Je koopt een droom. Wie heeft er nog nooit nagedacht over wat hij zou doen als hij zoveel geld won? Een wereldreis, een huis met een grote tuin en een zwembad, een dure auto, een flatscreen… Maar stoppen met werken, daarvoor moet je toch al een enorm bedrag winnen. En dan nog. Ik heb een leuke baan en toffe collega’s, en die zou ik voor geen geld ter wereld willen missen. Ik kan me voorstellen dat iemand die zijn job haat er snel mee zou stoppen. Maar zou hij dan de rest van zijn leven thuis in de zetel blijven zitten? Ik denk eerder dat hij dan van zijn hobby zijn beroep zou maken.

Om eerlijk te zijn zou ik liever elke maand een vast bedrag krijgen, dan ineens een miljoen of tien. Te weinig geld baart je kopzorgen, maar te veel evenzeer. Ten eerste moet je het gaan beleggen. Warren Buffet zou er wel weg mee weten. Maar jij en ik? Nee, dat zou niets voor mij zijn. Ten tweede maakt het je bang. Lottowinnaars willen altijd anoniem blijven, en dat begrijp ik heel goed. Als iedereen weet dat je rijk bent, komen ze bij je aankloppen voor hun deel van de koek. En ze vragen het niet altijd vriendelijk. Denk maar aan Anthony De Clerck, die ontvoerd werd, en aan die gijzeling van een Indische diamantair en zijn familie. Brr, mij niet gezien! Dan liever wat minder luxe en wat beter slapen ’s nachts!

Conclusie: ik droom wel graag van Lottowinst, maar daar blijft het dan ook bij. Ik laat die formulieren voor wat ze zijn. Geef mij maar een krasbiljetje, met zo nu en dan vijf euro winst. Daar kun je al twee ijsjes mee kopen…

Gepost op 8 juni 2010 # | Reageer

Bommelding

rode telefoonZucht… De trein nemen en op tijd aankomen op mijn bestemming, dat lukt me de laatste tijd bijna nooit. Maar zelden is het zo’n chaos geweest als vorige week woensdag, door die bommelding in Schaarbeek.

Ik kom aan in het station, waar ik me door hordes mensen moet wringen om op mijn perron te geraken. Daar staat het ook bomvol -no pun intended- met mensen die elke treinbegeleider die ze zien, aanklampen om te vragen hoe ze het vlugst thuis raken. Maar de begeleiders weten zelf van niets en moeten geduldig wachten tot ze het sein krijgen dat ze verder mogen rijden.

Dan maar naar de aankondigingsborden gaan kijken -weer ellebogenwerk om door de mensenmassa te raken. Op de borden staan enkel een hoop ‘oude’ treinen die al minstens een uur te laat zijn. Je moet al een rekenmachientje bij de hand nemen om erachter te komen wanneer ze verwacht worden.

Luisteren naar wat afgeroepen wordt dan maar? Ook geen oplossing, zo blijkt. De omroepers weten zelf niet welke trein op welk perron aankomt en om de vijf minuten is er wel een spoorwijziging. Beneden op het perron blijven staan, blijkt het veiligst. Maar daar blijken zelfs de treinbegeleiders niet meer te weten waar hun trein naartoe gaat. Een trein naar Antwerpen wordt plots een trein naar Charleroi. Dat wordt in de trein afgeroepen, maar het bord op het perron wordt niet gewijzigd. Alle reizigers die naar Antwerpen willen, blijven dus instappen!

Toch erg, dat een bommelding het hele treinverkeer volledig in de war kan sturen. Da’s zoals een tak die in de spaken van je fiets terecht komt. Je zou denken dat ze bij de NMBS beter voorbereid zijn op zo'n situaties. Toen er brand ontstond in het seinhuis van Brussel-Noord, kregen we ook al zulke toestanden. Hebben ze daar dan niets uit geleerd? Blijkbaar niet, want de reizigers moeten het nog altijd zelf uitzoeken.

Uiteindelijk klokte ik af op een uur en tien minuten vertraging. En dat valt dan nog mee. Een collega van me vertrok om vier uur en was pas om vijf voor acht thuis. Hij was door slechte communicatie in een verkeerde trein gestapt, die nog drie kwartier bleef staan. Toen vertrok hij aan een slakkengangetje, maar reed niet door tot aan het eindstation waardoor mijn collega zijn aansluiting met een andere trein miste. Dat is pas balen! En hij was extra vroeg vertrokken omdat hij naar een optreden zou gaan. Dat begon om zeven uur, en is dus mooi in het water gevallen. Resultaat: de hele avond naar de knoppen, scheel van de honger en dure tickets voor de vuilbak. Leuk is anders!

Gepost op 4 juni 2010 # | Reageer

Minder gepalaver, meer actie

tekstbalonnenAlweer naar de stembus? Vooruit dan maar… Al weet ik momenteel echt niet voor wie ik zou stemmen. Van radicale partijen lust ik de boodschap niet. Voor een kleine partij stemmen heeft weinig zin, want die haalt toch nooit genoeg stemmen om het verschil te maken. En voor de grote partijen voel ik niets dan plaatsvervangende schaamte. Het zijn kibbelende kleuters in een zandbak. Aan regeren komen ze niet meer toe. Hoeveel regeringen hebben we de laatste jaren al gehad? Ik ben de tel kwijt…

Je zult me niet horen beweren dat BHV in vijf minuten opgelost kan worden. Ik snap gewoonweg niets van het hele probleem. Maar ik vind het bijzaak. Het is al die heisa niet waard. Waarom kunnen we niet over het hele land dezelfde kieslijst hebben? Tweetalig, en met alle partijen en politici erop. Daar zou ik geen probleem mee hebben. Dan kan een Vlaming die in Namen woont bijvoorbeeld stemmen voor Ingrid Lieten, en een Waal die in Oostende woont voor Didier Reynders.

Nu is het elk taalgebied voor zich, en stijfkoppigheid alom. Geen toegevingen doen. Geen sprake van! Dit en dat willen we, en daar mag niets tegenover staan. En binnen elk taalgebied is het nog eens elke partij voor zich, tot ze niet meer samen door een deur kunnen. Zelfs binnen een partij wordt flink geruzied. Mensen toch! Ik ben vast niet de enige die een behoorlijke degout van politiek heeft gekregen.

Intussen zijn er problemen met de euro, draait de economie nog altijd niet zoals het hoort, zijn er scholen te kort, is er discussie over de pensioenleeftijd en lopen we achter op schema wat groene energie betreft. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Het gaat op heel veel vlakken niet zo goed. Sorry, maar dat vind ik stukken belangrijker dan een kiesarrondissement, hoeveel geschiedenis en symboliek er ook mee gepaard gaat.

Ik stem dus voor minder gepalaver en meer actie. Wie biedt me dat?

Gepost op 19 mei 2010 # | Reacties: 2 | Reageer

Mens erger je niet

aanstekerElke doordeweekse morgen neem ik de trein naar mijn werk. Meestal zorg ik ervoor dat ik maar net op tijd op het perron aankom. Waarom? Wel, overal staan mensen te roken, en daar kan ik niet goed tegen.

Maar deze week heb ik al elke dag prijs: door vertragingen of afgeschafte treinen moet ik telkens een hele tijd in een rookwalm staan wachten. Niet leuk. Ik probeer eraan te ontsnappen door aan het uiteinde van het perron te gaan staan, maar drie seconden later steekt ook daar iemand een sigaret op. Nu ben ik zo al geen ochtendmens, maar daar word ik pas echt nijdig van. En als ze hun walm in mijn richting uitblazen, voelt dat aan als een klap in het gezicht. Dan heb ik zin om hen die terug te geven. Ja, in de trein zelf mag niet langer gerookt worden, maar op het perron gebeurt het dubbel en dwars.

Donderdag veggiedag? Varieer-in-het-verkeer-week? Zonnepanelen en windenergie? Voor mij mogen ze eerst eens het rookprobleem aanpakken. Ook sigarettenrook vervuilt de lucht. En het maakt de longen kapot van iedereen die rond een roker staat of er toevallig voorbij moet. Je moet ervan hoesten, je kunt nog moeilijk ademhalen, je ogen gaan ervan tranen en het stinkt verschrikkelijk. Verbieden die handel, op alle openbare plaatsen en op de openbare weg! Als iemand wil roken, dan kan hij dat in de privacy van zijn eigen huis, maar nergens waar het andere mensen kan schaden!

Gepost op 7 mei 2010 # | Reacties: 14 | Reageer

Scrabble

puzzelstukjesIk maak graag puzzels. Ja, kruiswoordraadsels en zo. Maar ook echte puzzels met duizend stukjes in diverse kleuren en vormen en met grillige patronen. Momenteel ben ik bezig aan een puzzel van zesduizend stukjes. Dat zijn er een hoop, en het zal wel maanden duren eer hij volledig in elkaar zit. Maar ik geniet ervan. Puzzelen werkt heel ontspannend. Als kind deed ik dat liever dan gezelschapsspellen spelen. Mijn broer en vader waren dol op Stratego, maar als ik meespeelde, verloor ik altijd, omdat ik geen greintje strategisch inzicht had.

Mijn moeder speelde dan weer liefst Scrabble, en dat lag me beter. Letters en woorden in plaats van strategie, hoera! En dan net een n’etje of een s’je kunnen toevoegen aan een woord dat iemand anders had gelegd om op een rood vakje terecht te komen, zalig was dat.

Interesse voor taal en lezen werd ons met de paplepel meegegeven. Dat begon met voorlezen, en zodra ik zelf kon lezen, verslond ik boeken. De bib werd mijn tweede thuis, en dat is altijd zo gebleven. Daarom reis ik ook graag met de trein. De bus schokt vaak te veel om te kunnen lezen, de tram zit meestal overvol en met de metro ben je al snel op je bestemming, maar in de trein kun je rustig genieten van een boek.

Er zijn veel mensen die hun hobby’s vermelden op hun cv. Dat heb ik eigenlijk nooit gedaan. Wat kan het HR-managers schelen of je graag naar de film gaat of basket in derde nationale? En wat leiden ze af uit je hobby’s? Als je graag leest, betekent dat dan dat je introvert bent? Als je graag puzzels maakt, ben je dan een’ problem solver’? Hmm, dat weet ik nog zo niet.

Mijn collega’s zijn fervente quizzers. Elke maandag vuren ze de moeilijkste of boeiendste vragen op elkaar af die ze het voorbije weekend voorgeschoteld kregen. Negen keren op de tien moet ik het antwoord schuldig blijven, maar ik vind het wel leuk om op die manier altijd weer iets nieuws te weten te komen.

Dat is eigen aan vertalers, denk ik, een grenzeloze interesse en nieuwsgierigheid. We weten graag het fijne van de dingen. Er is geen enkel onderwerp waar we alles over weten, maar over de meeste onderwerpen weten we wel iets, en we zijn altijd bereid om bij te leren.

Gepost op 28 april 2010 # | Reageer

Dagje uit

IJsJe hebt zo van die mensen die maar één keer per jaar vakantie nemen, vier weken aan een stuk. De rest van het jaar werken ze almaar door, zonder een snipperdag hier en daar. Dat zou ik niet kunnen. Ik ben een dagjesmens.

Soms moet ik eens een dag vrijaf nemen omdat de elektriciteitsmaatschappij de meterstand komt opnemen, een stroompanne komt onderzoeken of om een andere alledaagse reden. Jammer van die vakantiedag? Niets van! Gewoon het feit dat je niet vroeg op moet, dat je alles op je eigen tempo kunt doen, dat je van je ontbijt kunt genieten, dat die dag niets moet en alles kan, dat maakt er vakantie van. Huishoudelijk werk? Ja, dat is er met hopen, maar daar trek ik me vrolijk niets van aan.

Ik ben een huismus. Oh, ik geniet er wel van om eens een dagje naar zee te gaan, een weekend te citytrippen of er een week op uit te trekken naar een warme bestemming. Maar ik ben altijd weer blij als ik thuiskom. Langer dan een week moet een reis voor mij niet duren. Ik blijf net zo lief thuis. Lekker lang uitslapen, boodschappen doen en etalages kijken, koekjes en cakes bakken, kijken of mijn plantjes op het terras groeien en bloeien en ’s avonds knus in de zetel tv-kijken, of een film op dvd als geen enkele zender iets interessants te bieden heeft. Meer moet dat niet zijn.

En nu het weer wat beter is en de bomen bloesems krijgen, is het zalig om te gaan wandelen in de parken van de stad. Vorige vrijdag was het zo warm dat ik voor het eerst weer een ijsje heb gegeten -puur genieten is dat!

Volgende week neem ik een dagje vrijaf om naar een trouwfeest te gaan. Daar kijk ik al naar uit. Ik hoop alleen dat april niet te veel grillen krijgt die dag. Iedereen draagt avondkleding, dus een koude wind en regen zouden echt wel spelbrekers zijn. Duimen voor mooi weer dus!

Gepost op 20 april 2010 # | Reacties: 1 | Reageer

Tevreden met je werk

springende manIk ben al een paar keer veranderd van werk. Omdat mijn contract ten einde liep of omdat ik ergens anders betere vooruitzichten had. Maar nooit omdat ik het werk niet graag deed. Daar bof ik mee, dat besef ik maar al te goed. Het grootste deel van je leven breng je immers op je werk door, en als je daar niet tegen heug en meug zit, scheelt dat een stuk.

Niet iedereen heeft dat geluk. Bij ons op het werk is het verloop bijvoorbeeld nergens zo groot als bij de klachtendienst. Daar houden mensen het hooguit zes maanden uit, voor ze een aanvraag indienen om bij een andere dienst te werken of ziek of depressief worden. Ik zou er vast al na enkele weken de brui aan geven. Constant uitgescholden worden voor iets dat jouw schuld niet is en wat je in veel gevallen niet kunt oplossen, je zou van minder moedeloos worden.

Maar tegenwoordig mag je al blij zijn als je werk hébt, wat het ook is. Dat brengt tenminste brood op de plank. En als je een gezin hebt en een huis dat afbetaald moet worden, bijt je op je tanden, al vind je je baan maar niets. Er zijn al zoveel mensen hun job kwijt door de crisis, en het stopt maar niet. Probeer in een dergelijk klimaat maar eens een (nieuwe) baan te vinden. Niet zo simpel…

Mijn schoonzus is vorig jaar afgestudeerd, maar doet er nog een jaartje bij in de hoop dat de situatie verbetert. Ze is vast niet de enige die haar overstap naar de arbeidsmarkt uitstelt. Ik duim voor haar dat de economie weer wat aantrekt, en er interessante vacatures worden uitgeschreven. Want ik wens haar -en iedereen die werk zoekt- de job van hun leven toe!

Gepost op 14 april 2010 # | Reageer

Dubbelgeplooid

fitnessMijn werkgever organiseert al enkele jaren een sportdag. Dat is leuk. Zo leer je collega’s kennen met wie je anders geen contact hebt, en kun je eens een sport proberen die voor jou totaal nieuw is. De bedoeling is dat je zin krijgt om te sporten. Niet enkel die ene dag op het jaar, maar elke dag. Of toch op zijn minst elke week.

Bij de meeste van mijn collega's ontbreekt niet de zin om te sporten, maar eerder de tijd en de gelegenheid. Als je ’s avonds thuiskomt, heb je meestal wat anders te doen dan sporten: eten klaarmaken, afwassen, boodschappen doen en nog duizend dingen meer. Daarna wil je liefst wat ontspannen, in de zetel, met je favoriete tv-programma.

Daarbij komt ’s avonds sporten eigenlijk altijd ongelegen. Als je sport voor je eet, val je bijna flauw van honger, omdat je er al een hele werkdag op hebt zitten. Sport je na het eten, dan voel je je ongemakkelijk door een volle maag. Wacht je tot enkele uren na het eten, dan zit je als je gaat slapen nog zo vol adrenaline dat je niet in slaap geraakt, en ben je ’s morgens doodop.

Het ideale is dus om tijdens de middagpauze te sporten. En nu kan dat bij ons op het werk! We kunnen kiezen tussen pingpong, pilates, yoga en dans. Ik heb me ingeschreven voor de yogalessen, en kronkel me nu elke woensdagmiddag in alle mogelijke en onmogelijke houdingen. Ontspannend? Vraag dat over enkele weken nog eens, dan heb ik het vast al wat beter onder de knie. Nu val ik na enkele tellen om als ik op één been moet staan, krom ik mijn rug nog niet op de juiste manier en lukt het me niet om me langs alle kanten dubbel te plooien. Ik ben nog te stijf en mijn spieren te weinig ontwikkeld. Maar het betert gestaag, en leuk is het zeker!

Gepost op 22 maart 2010 # | Reacties: 2 | Reageer

Alles kwijt

Maandag werd er bij ons thuis ingebroken. Zo thuiskomen van je werk is geen lachertje: de deur verhakkeld en verwrongen, alle laden open en de inhoud achteloos op de vloer gegooid, enveloppen en zakken opengescheurd en uitgestrooid, alles van waarde verdwenen. Dat is emotioneel en financieel een zware klap.

Voor dieven zijn het zomaar spullen die ze kunnen verpatsen, maar wij waren eraan gehecht. Bovendien waren het dure spullen. We kunnen niet even vlug naar de winkel om ze te vervangen, daar moeten we serieus voor sparen. Gelukkig is ons televisietoestel zwaar en log en hebben ze dat laten staan. Maar voor de rest zitten we weer even in het stenen tijdperk.

Ik vond een desktopcomputer onhandig en had dus een laptop gekocht, en dat beklaag ik me nu. Een desktop hadden ze misschien niet gestolen, en dan kon ik nu nog op internet en was ik al mijn foto’s en bestanden niet kwijt.

Maar goed, met ‘had ik maar’ komen we nergens. We moeten vooruit, en we moeten oplossingen zoeken. De eerste prioriteit is een veiligheidsdeur installeren, zodat dit nooit meer kan gebeuren. Dat kost stukken van mensen, maar we zullen er een pak beter door slapen. Nu worden we ’s nachts wakker van elk geluid en liggen we te piekeren en te woelen. Voor de politie zijn wij maar een nummertje -blijkbaar zijn er elke dag tien à vijftien inbraken in onze buurt. Maar wij zullen het niet snel vergeten: we zullen er nog lang de gevolgen van dragen en voelen ons niet langer veilig in ons eigen huis.

Gepost op 2 maart 2010 # | Reacties: 3 | Reageer

Buikgriep

medicatie

Toen ik nog op school zat, was ik zelden ziek. Af en toe moest ik eens een dag thuisblijven met een keelontsteking, maar verder mankeerde ik nooit iets. Sinds ik werk, is dat wel anders. Niet dat ik nu om de haverklap ‘out’ ben, maar ik zie mijn dokter toch vaker dan één à twee keer per jaar. En als er iets is, duurt het langer voor ik genezen ben.

Het rare is dat je lichaam lijkt te weten wat je het meest nodig hebt -bijvoorbeeld je stem als je lesgeeft, of je ogen als je dag in dag uit op de computer werkt- en precies dat buiten strijd stelt. Voor ik les begon te geven, was ik nog nooit mijn stem kwijtgeraakt. In mijn jaren als leerkracht had ik daar wel last van. En dan zit er niets anders op dan thuisblijven en zwijgen tot je keel voldoende hersteld is.

Nu ik werk als vertaler heb ik soms last van mijn ogen. Vervelend als je de hele dag naar een scherm moet zitten turen. Op den duur krijg je er schele hoofdpijn van.

Vorige week had ik echter wat anders aan de hand: buikgriep. Waar ik het virus heb opgelopen weet ik niet. Misschien door in de winkel contant te betalen, en besmette muntstukken terug te krijgen? Of door in de trein/tram/bus naast een zieke te zitten, of mij vast te houden aan een besmette stang? Wie zal het zeggen. Feit is dat ik ziek was, en een halve dag later ook mijn man.

Dat verbaasde de dokter niet. Buikgriep is blijkbaar heel besmettelijk en hij had al massa’s patiënten over de vloer gehad met dezelfde problemen. ‘Over drie dagen ben je genezen,’ zei hij vrolijk. ‘Hooguit vier dagen, want je hebt het wat erger te pakken dan de meesten.’

Dat betekende dus thuisblijven. Ik voel me altijd ontzettend schuldig als ik thuiszit wegens ziekte. Dat zijn gestolen dagen. Als het even kan, ga ik toch liever naar het werk. Maar nu zat dat er echt niet in. Zelfs toen ik na drie dagen terug aan het werk ging, voelde ik me nog moe -en dat terwijl ik toch niets anders gedaan had dan rusten! Zucht… Buikgriep wens ik niemand toe.

Gepost op 16 februari 2010 # | Reageer

Versie bis

sponsVaak krijgen we de teksten die we moeten vertalen pas een dag of een halve dag op voorhand. Haastklussen dus. Op zich is dat geen probleem: niemand van ons vindt het erg om eens wat langer op kantoor te blijven. Maar wat gebeurt er dan? De doorgestuurde tekst is te vlug ineengeflanst. Resultaat: de schrijver is er niet volledig tevreden over, begint hier en daar nog iets te veranderen en stuurt een aangepaste versie door. Als hij de wijzigingen in de nieuwe tekst aanduidt, is dat niet erg. Dan ‘zap’ ik meteen naar de gewijzigde stukken en pas mijn vertaling aan. Duidt hij echter niets aan, dan moet ik de tekst volledig opnieuw overlopen, en daar verlies ik tijd mee.

Wat ook gebeurt, is dat verschillende collega’s uit hetzelfde bedrijf ons verschillende versies van dezelfde tekst doorsturen. Dan moeten we bellen en vragen welke versie de meest recente is én binnen ons vertaalteam goed opletten dat we geen dubbele vertalingen maken. Van sommige teksten zien we wel vier of vijf versies binnenkomen. Daar ga je op den duur scheel van kijken!

De meeste opdrachtgevers zijn best vriendelijk. Ze nemen het ons niet kwalijk als we hen op een foutje wijzen, of als we zeggen dat de termijn die ze voor ogen hadden niet haalbaar is. Jammer genoeg zijn er ook die hiervoor geen greintje begrip kunnen opbrengen. Ze sturen bijvoorbeeld om half zes ’s avonds een tekst van vijf bladzijden en verwachten de vertaling tegen de volgende morgen. Als die er niet is, bellen ze om te vragen waar ze blijft. Ja, hallo! Ik snap wel dat ze veel te doen hebben, maar zoiets kan echt niet.

Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine team wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk.

Gepost op 5 februari 2010 # | Reageer

Laatste schrijfkriebels

schrijfkriebels Niet te geloven, maar dit is alweer mijn laatste blogtekst! Wat heb ik eruit geleerd? Dat ik altijd interessante jobs heb gehad, al lagen ze me niet allemaal even goed. Bovendien was het werk dat ik graag deed, al was het soms zwaar. Ik heb het dan wel over mijn ‘droomjobs’ gehad, maar eigenlijk heb ik maar weinig te wensen over.

Heb ik nu alle aspecten van mijn baan besproken? Ach nee… Ik had het ook nog graag gehad over tact en diplomatie. Als je vertaalt, kom je in de brontekst soms cijfergegevens of data tegen die niet kloppen, en ook wel taal- en typfouten. Dat moet je dan op een heel tactvolle manier doorgeven aan de schrijver van de tekst. Je mag nooit vlakaf zeggen: “Hé, daar heb je een fout gemaakt!” Nee. Zo beledig je de schrijver. Wat doe je dan wel? Taal- en typfoutjes minimaliseer je, en het woord ‘fout’ komt niet over je lippen: “Ik stuur u in bijlage ook nog eens de brontekst, want ik heb enkele kleine aanpassingen aangebracht.” Als de inhoud niet klopt, begin je met je te verontschuldigen omdat je iets niet goed hebt begrepen. ″Moet het zo zijn of bedoelt u toch net iets anders?" Dan ziet de schrijver zelf dat er iets niet klopt en dat zegt hij dan ook. Probleem opgelost. Mijn collega’s beheersen die kunst tot in de puntjes. Ik ben het nog aan het leren, en ik vind het heel boeiend.

Iets anders dat ik nog graag wou bespreken, is dat veel mensen vertalen beschouwen als typen in een andere taal. Een fluitje van een cent, zo gefikst. Vrienden en familie die weten dat je vertaler bent, vragen je: “Kun je eens vlug deze tekst voor me vertalen?” Of ze geven je telefoonnummer of e-mailadres door aan een goede vriend van hen die dringend een vertaling nodig heeft. Dat kan gaan om een cv, een folder voor een activiteit, een cursustekst tot zelfs een hele thesis.

Als het een korte tekst is, dan zeg je ja, en dan maak je die vertaling. Maar zelfs dan nog gaat het nooit vlug genoeg. “Is het nu nog niet af? Die paar zinnetjes…” Het lijkt niet tot hen door te dringen dat je aan één zin al behoorlijk veel werk kunt hebben als het over een onderwerp gaat waar je niet vertrouwd mee bent. Dan moet je zowat elk woord opzoeken.

Als het een lange tekst is -en dat kan gaan tot honderd bladzijden- zeg je nee. Dan krijg je nogal wat naar je hoofd geslingerd. Je kunt dan nog duizend keer zeggen dat je aan zo’n vertaling weken of zelfs maanden werk hebt en dat je van het onderwerp niets afweet, toch wordt je weigering je erg kwalijk genomen. Zucht…

Zo, hier zal ik het bij laten. Ik hoop dat je iets aan mijn blog hebt gehad, of hem toch tenminste leuk vond om te lezen. Als je nog vragen hebt, kan je ze mailen naar moderator@vdab.be. De moderator geeft ze door aan mij en dan bezorg ik je een antwoord. Veel succes nog in je verdere loopbaan, en geniet van de volgende joblogs. Of waag misschien zelf de stap als je schrijfkriebels krijgt…

Bloggen is op zich al heel fijn, maar het wordt nog leuker als je veel reacties krijgt. Dankjewel dus voor alle verhalen en ervaringen die jullie met me hebben gedeeld, en dankjewel voor jullie aanmoediging en steun.

Nog veel groetjes van

An

Gepost op 4 januari 2008 # | Reacties: 1 | Reageer

Droomjobs

balletschoentjesToen ik klein was, had ik grootse toekomstplannen. Ik wou balletdanseres worden en actrice en schrijfster. Dat dansen heb ik het eerst opgegeven, omdat ik het helemaal niet kon. Mijn hand-voetcoördinatie lijkt nergens naar, ik heb geen gevoel voor ritme en ik beweeg me absoluut niet soepel of sierlijk. Maar ik zie nog altijd graag anderen bezig die dansen of kunstschaatsen. Wat deed Greet Rouffaer het goed, hè, in Sterren op het ijs? Jammer dat ze gevallen is…

Ook een actrice zal ik nooit worden. Ik zou het zelfs niet meer willen. Ik blijf liever op de achtergrond, en verhalen schrijven ligt me veel beter dan ze vertellen of spelen.

Maar mijn derde jeugdambitie heb ik nog niet opgegeven. Schrijfster blijft een droom van me. Die deel ik met de helft van de wereldbevolking, want wie heeft er nog nooit aan gedacht een boek te schrijven? Maar het komt er niet van omdat je het geduld en het doorzettingsvermogen mist om ten eerste je verhaal helemaal neer te pennen en na te lezen en ten tweede je boek naar uitgevers te sturen tot er eentje ja zegt. Ach… Deze blog is toch al een goed begin, en wie weet schrijf ik dat boek toch nog wel.

Naast boeken schrijven zou ik al even graag boeken vertalen. De quiltboeken van Jennifer Chiaverini, bijvoorbeeld, die zo prachtig kan vertellen, en die haar boeken vlugger schrijft dan ze vertaald kunnen worden. Of een chicklitboek van Meg Cabot of Shanna Swendson. Ook het nieuwste knettergekke verhaal van Jaclyn Moriarty zou ik graag onder handen nemen: 'I have a bed made of buttermilk pancakes.' Geef toe, de titel alleen al is subliem… Ik heb net 'Het ongelooflijke schooljaar van Scarlett M.' gelezen, en dat was weer super, behalve het einde (te onwaarschijnlijk). Het vervelende is ook dat het over dezelfde personages als de vorige boeken gaat, maar dat de namen zijn veranderd in de vertaling. Heel verwarrend is dat. Bibi Mackenzie is plots Scarlett Mackenzie geworden. Waarschijnlijk heeft de uitgeverij dit boek aan een andere vertaalster gegeven, die de vorige boeken niet gelezen heeft, of in elk geval niet in het Nederlands. Jammer!

Er zijn dus twee jobs waar ik van droom: schrijfster en literair vertaalster. Denk je dat de laatste optie wel haalbaar lijkt? Hmm… Ik ben naar dat forum over literair vertalen geweest op 7 december, weet je nog wel, en daar ging het er vooral over dat er niet genoeg opleidingen literair vertalen bestaan, dat 'nieuwe' literaire vertalers moeilijk aan een eerste opdracht raken en dat de meeste uitgeverijen Vlaamse vertalers sowieso weren omdat wij Zuid-Nederlandse woorden en wendingen gebruiken en de Nederlandse lezer daarover struikelt. Je kunt als beginnend literair vertaler begeleid worden door een ervaren mentor en je kunt een subsidie krijgen, maar om daarvoor in aanmerking te komen, moet je al een opdracht binnengehaald hebben. En als je niet al wat naam en faam hebt gemaakt, zal geen enkele uitgeverij je een opdracht geven, tenzij op voorspraak van een bekende vertaler. Het enige wat je dus kunt doen, is cursussen volgen en naar conferenties gaan en proberen om zo een netwerk op te bouwen.

En intussen ben ik ook al heel tevreden met mijn huidige baan… :-)

Gepost op 3 januari 2008 # | Reacties: 1 | Reageer

In de knoop

knoop in touwIk ben dag in dag uit met taal bezig, en ik kom er nooit meer helemaal van los. Uit elke tekst die ik lees, haal ik de spellingfouten en de kromme zinnen. Lees ik de Nederlandse vertaling van een boek, dan kom ik soms zinnen tegen waar de oorspronkelijke taal nog doorschemert. In plaats van verder te lezen, zoals elk normaal mens zou doen, leg ik dan even mijn boek opzij en denk ik na over de vertaling. Hoe zou ik het formuleren? Pas als ik een zin heb gevonden waar ik tevreden over kan zijn, lees ik verder.

Wat een pretentie, zeg! Schrijf ik dan zelf nooit iets verkeerd? Natuurlijk wel. Ook in mijn teksten staan soms onvergeeflijke d/t-fouten of andere fouten. Bovendien gebruik ik te veel adjectieven en stopwoorden, en maak ik mijn zinnen te lang. Het vervelende is dat ik daar niet op let als ik iets nalees dat ik zelf heb geschreven. Gelukkig heb ik daar collega's voor. Zij maken mij -met zachte hand- attent op m'n fouten. :-)

Ik vind het echt fantastisch om in een team te werken. Als ik al dagen met dezelfde tekst bezig ben en in de knoop zit met een bepaalde zin, helpt het om er iemand anders bij te halen. Gewoon even kort samenvatten waar de tekst over gaat en waar het probleem zit, kan al helpen om de knoop te ontwarren. Ik neem dan wat meer afstand waardoor ik de dingen helderder zie. Of ik luister naar wat m'n collega voorstelt. Eén enkel woord kan al helpen. Dan zeg je: “Dat is het! Waarom heb ik daar niet aan gedacht?” En dan kun je weer verder…

Hoe doen zelfstandige vertalers dat, vraag ik me zo af. Leggen ze het probleem voor aan hun kat, of aan hun computerscherm? Bellen ze hun moeder om even stoom af te laten? Halen ze een kop koffie om hun hoofd weer helder te maken? Of gaan ze naar een vertaalforum om daar wat hulp te vinden?

Nu, vertalen is sowieso tot op zekere hoogte een eenzaam beroep. Het is iets wat je alleen moet doen. Samen vertalen, dat gaat niet. Je hebt elk een andere zin in je hoofd, en dat botst. Het is voor mij ook echt een private bezigheid: ik verkramp helemaal als iemand over mijn schouder meeleest wat ik typ, en ik vind het dan moeilijk om verder te gaan. Maar dat neemt niet weg dat ik het fijn vind om tijdens het vertalen af en toe binnen te vallen bij mijn collega's. Niet alleen om hun mening te vragen, maar ook gewoon zomaar, voor een praatje of een kop koffie.

Gepost op 2 januari 2008 # | Reacties: 1 | Reageer

Altijd een beetje reizen...

rendieren op weg naar kerstboomIk ga met de trein naar het werk, niet met de auto. Ik heb zelfs geen rijbewijs. Mensen schrikken altijd als ik dat zeg. “Maar je zult toch nog wel lessen volgen en je rijbewijs behalen?” Nee, is mijn antwoord. Ik heb lessen gevolgd, lang geleden al, toen ik zeventien was. Maar ik verkramp helemaal als ik achter het stuur zit, en daar komen ongelukken van. Laat mij dus maar met het openbaar vervoer reizen…

De trein is lang mijn favoriete vervoermiddel geweest voor afstanden die ik niet te voet kan afleggen. Tenzij je op een oude trein zit die piept en kraakt en hobbelt over de sporen word je niet zo dooreengeschud als op de bus. Je kunt dus rustig je krant of je boek lezen, een sudoku of een kruiswoordraadsel oplossen of wat dutten. De trein doet er ook niet zo lang over als de bus. Normaal gezien toch niet…

Maar dat is de ideale situatie. Tijdens de spitsuren ’s morgens en ’s avonds gaat het er heel anders aan toe. Je hebt geen last van filestress, maar je ergert je wel aan andere zaken. Op veel trajecten rijdt maar één trein per uur. Als je dan een overstap mist, moet je direct een heel uur wachten. En nee, een overstap mis je niet altijd door een vertraging. Soms zijn de treinen gewoonweg niet op elkaar afgestemd. Pech voor jou dan. Ofwel moet je een uur vroeger op de trein stappen, ofwel moet je tegen heug en meug overstappen op de auto. Doe je dat niet, dan raak je nooit op tijd op het werk, in de crèche of op school. Niet zo leuk.

Ook vertragingen zijn lastig. En dan heb ik het niet over vijf minuutjes -dat is officieel niet eens een vertraging. De laatste tijd heeft mijn trein bijna altijd een kwartier vertraging, en soms nog meer. Waar ligt dat dan aan? Wel, vanmorgen was de locomotief defect. De dagen daarvoor reed de trein met een slakkengangetje omdat er dichte mist hing. Ook werken aan de sporen zijn soms de boosdoener. Het enige wat je hieraan kunt doen is een marge van een half uur incalculeren, een dikker boek meenemen dan gewoonlijk en proberen om niet op je horloge te kijken voor je aangekomen bent.

Een ander pijnpunt is het gebrek aan zitplaatsen. ’s Morgens is het vechten om een plaatsje, en ellebogenwerk wordt daarbij niet geschuwd. Als ik geen zitplaats vind, zet ik me neer in het gangpad of aan de ingang. Maar soms sta je echt zo opeengepakt dat van zitten geen sprake meer is. Probeer dan maar eens je krant te lezen: zodra je een blad omslaat, zit je met je elleboog in iemands oog of ribbenkast.

De laatste tijd zijn er ook nog de stakingen. Ik hoop toch zo dat er niet zal gestaakt worden op kerstavond. De vakbond dreigt met een staking van 14 uur tot 14 uur. Dat betekent dat ik niet meer van mijn werk naar huis geraak op kerstavond, en niet meer van bij mij thuis naar mijn ouders op Kerstmis. De vakbond denkt misschien dat iedereen de 24ste december om 14 uur al is waar hij zijn moet, of dat ze er op een andere manier kunnen raken. Maar niet iedereen heeft vrijaf op 24 december. Niet iedereen woont dicht bij zijn familie. Niet iedereen heeft een auto of zelfs maar een rijbewijs. Niet iedereen kan het zich veroorloven een taxi te nemen. Dus lieve vakbond: staak alsjeblieft niet op kerstavond! Als de directie onvermurwbaar blijft, staak dan liever eens in januari. Dan hebben we weer verlofdagen die we eventueel kunnen opnemen en moeten we niet dringend naar onze familie toe. Verpest alsjeblieft ons kerstfeest niet!

Sowieso vraag ik me af of al die stakingen wel iets uithalen. O, zeker, de reizigers voelen het effect. Maar zij kunnen de treinbegeleiders en -bestuurders geen loonsverhoging bieden of voor betere uurroosters zorgen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de directie.

Ziezo, nu ga ik even een pauze inlassen op mijn blog. :-) Woensdag 2 januari ben ik terug met een nieuw stukje. Ik wens jullie alvast een prettig kerstfeest en een gelukkig Nieuwjaar!

Gepost op 21 december 2007 # | Reacties: 6 | Reageer

Levend woordenboek?

breinSommige mensen denken dat ik een levend woordenboek ben. Dat klopt niet. De helft van mijn werk bestaat uit opzoeken. Hiervoor gebruik ik vaak het internet, al moet je sites en zoekmachines benaderen met een gezonde achterdocht.

Je gaat best af op betrouwbare sites, bijvoorbeeld:

  • die van de Taalunie (http://taalunieversum.org), waar je ook het elektronische groene boekje kunt vinden (http://woordenlijst.org/),
  • de taalsite van de VRT (http://vrttaal.net/) of
  • de Europese zoekmachine IATE (http://iate.europa.eu/iatediff/SearchByQueryEdit.do).

Ook het aantal hits dat je krijgt, vertelt je al veel. Vindt Google een woord of een uitdrukking maar op één enkele site, dan klopt er iets niet. Misschien wordt het woord wel anders gespeld, of misschien hoort bij de uitdrukking een ander voorzetsel.

Nattevingerwerk, zeg je? Ja, dat is het soms wel. Aan de gewone vertaalwoordenboeken heb je vaak niets als het gaat om een typisch Belgische uitdrukking of een specifieke context of een nieuw woord. Dan ben je aangewezen op het internet of op het indrukwekkende bestand vertalingen die er op ons intranet terug te vinden zijn.

En vind je de juiste formulering dan nog niet, dan kun je nog altijd bij je collega’s terecht. Het team waarin ik werk is klein en heel hecht en iedereen helpt elkaar. Het is handig dat ik ook Franstalige collega’s heb: als ik worstel met een bepaalde zin, helpen ze me die anders te formuleren, zodat ik hem beter versta en makkelijker kan vertalen.

Gepost op 19 december 2007 # | Reageer

Het prille begin

bloemknop of blad in ontwikkelingIk kreeg de vertaalmicrobe te pakken in het middelbaar onderwijs.

'k Heb klassieke talen gestudeerd. Woordjes leren vond ik niet zo fijn, en grammatica nog veel minder. Maar die verhalen! Nog altijd droom ik erbij weg… Sagen en legenden over goden met menselijke trekjes: ze worden verliefd, ze zijn jaloers, ze maken ruzie. Halfgoden die stommiteiten uithalen en daar streng voor gestraft worden. Helden die het ene monster na het andere verslaan en niet alleen sterk maar ook vindingrijk zijn. Oorlogen die via een list of door de tussenkomst van de goden beslist worden. Ik heb altijd goede leerkrachten klassieke talen gehad, die prachtig konden vertellen, en zelfs de speeches van Caesar het nodige elan meegaven door ze met een bulderstem en verontwaardiging voor te dragen: ''Hoe lang nog, Catilina…''

Tijdens de les lazen we die verhalen en vertaalden we ze zinnetje per zinnetje. Daar hadden mijn meeste klasgenoten een hekel aan, maar ik vond het fijn om de ‘dode’ taal om te toveren in fris en levendig Nederlands. Makkelijk is dat niet, en soms giste ik wat te veel naar de inhoud, in plaats van alle woorden netjes op te zoeken en dan te gaan puzzelen, maar het lukte me, en ik deed het graag.

Dat was het prille begin van mijn interesse in talen en vertalen.

Gepost op 19 december 2007 # | Reageer

Joblog

Joblog An

Vertaler An An (27): "Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine vertaalteam wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk."

Alle berichten
  • september 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2008
  • december 2007

De andere blogs

Consulent arbeidsbemiddeling WimJoblog Wim

Manager StevenJoblog Steven

opleidingscoördinator TineJoblog Tine

copywriter MaartenJoblog Maarten

RedactieRedactieblog
Fons LeroyFonsblog

WeblerenWebleerblog

Zelf bloggen?

Wil jij ook bloggen over je job? Contacteer ons op moderator@vdab.be.

RSS (Wat is dit?)

© 2010 VDAB - Disclaimer - info 0800 30 700 (ma-vr 8 tot 20 uur) of info@vdab.be