Baby aan boord
In mijn omgeving is iedereen volop kindjes aan het krijgen. Veel van mijn vriendinnen en voormalige klasgenoten zijn ofwel zwanger of hebben baby’s, peuters of kleuters. Ook bij de familie en schoonfamilie en bij de collega’s zijn er geboortes alom. Mijn salontafel staat vol geboortekaartjes met originele namen. Leuk hoor, absoluut. En de kindjes zijn superschattig.
Maar elke keer dat ik op kraambezoek ga en de baby even mag vasthouden, komt de onvermijdelijke vraag: “En voel jij het nog niet kriebelen?” Dat vragen de kersverse ouders dan vol enthousiasme en met een gelukzalige glimlach om de lippen. En dan kijk ik naar dat kleine wonder dat in mijn armen ligt te wriemelen, slik even moeilijk, en weet nooit precies wat ik moet antwoorden.
Ben ik daar klaar voor? Ik ben zo onhandig, en zo’n kindje is zo klein en broos en kwetsbaar … Ik ben zo verstrooid, en kinderen moet je elk moment in de gaten houden, en hen weghouden bij alles wat gevaarlijk kan zijn. Ik kan zo slecht mijn tijd indelen, en kinderen hebben regelmaat nodig, en nemen behoorlijk wat tijd in beslag.
Ik bewonder vrouwen die met zekerheid kunnen zeggen: ik wil een kind. Die er echt klaar voor zijn, op alle vlakken. Dat is bij mij wel even anders.
Misschien maak ik me ook wel te veel zorgen. Als ik denk aan kinderen hebben, schiet mij vooral te binnen wat er allemaal verkeerd kan lopen. En dan heb ik het niet enkel over de bevalling. Wat doe je als je kind gepest wordt op school bijvoorbeeld? Hoe reageer je als je kind begint te krijsen in de supermarkt als het geen snoep krijgt? Ik stel me al verhitte discussies voor over zakgeld en uitgaan, slechte vrienden, helpen in het huishouden, en vraag me af hoe ik me moet opstellen. En natuurlijk ga je je niet minder zorgen maken over je kind zodra het achttien wordt, je hebt er alleen minder controle over.
Dus als ik het al voel kriebelen, is dat niet op een goede manier. Eerder jeuk op een plekje waar je niet aan kunt om te krabben. Ik weet dat ik best niet te lang meer wacht om mama te worden, maar ik ben bang voor het onbekende. Ik weet niet zeker of ik het wel aankan. Het enige waar ik niet aan twijfel, is dat mijn man een superpapa wordt. Dat weet ik nu al.

Nu is het officieel: ’t is zomer. We hebben lang moeten wachten op mooi weer, en hebben veel geklaagd dat het te koud was voor de tijd van het jaar. Daar reageert Moeder Natuur nu op met tropische temperaturen. Leuk als je met vakantie bent! Maar als je moet werken…
We beginnen het serieus te voelen: de vakantie komt eraan! De laatste yogales tijdens de middagpauze zit erop, de eerste collega is al vertrokken naar verre oorden en… we krijgen een absolute lawine aanvragen voor vertalingen binnen. Iedereen wil vóór de zomer nog vlug even schoon schip maken, en alles is dringend. Mijn baas kan het allemaal even niet meer bijhouden. Nog voor hij een nieuwe aanvraag op onze todolijst heeft gezet, vallen er alweer vijf in zijn elektronische brievenbus én hebben er al drie klanten gebeld. ‘Kan dit even tussendoor?’ of ‘Waar blijft mijn vertaling?’ Om gek van te worden!
Geld is een hot topic tegenwoordig. Maakt het gelukkig of juist niet? Hoe beheer je je spaargeld als je dat hebt? Hoe blijf je uit de schulden? Je leest erover in de krant, je ziet er programma’s over op tv, en zelfs hier op de site van VDAB wordt de
Zucht… De trein nemen en op tijd aankomen op mijn bestemming, dat lukt me de laatste tijd bijna nooit. Maar zelden is het zo’n chaos geweest als vorige week woensdag, door die bommelding in Schaarbeek.
Alweer naar de stembus? Vooruit dan maar… Al weet ik momenteel echt niet voor wie ik zou stemmen. Van radicale partijen lust ik de boodschap niet. Voor een kleine partij stemmen heeft weinig zin, want die haalt toch nooit genoeg stemmen om het verschil te maken. En voor de grote partijen voel ik niets dan plaatsvervangende schaamte. Het zijn kibbelende kleuters in een zandbak. Aan regeren komen ze niet meer toe. Hoeveel regeringen hebben we de laatste jaren al gehad? Ik ben de tel kwijt…
Elke doordeweekse morgen neem ik de trein naar mijn werk. Meestal zorg ik ervoor dat ik maar net op tijd op het perron aankom. Waarom? Wel, overal staan mensen te roken, en daar kan ik niet goed tegen.
Ik maak graag puzzels. Ja, kruiswoordraadsels en zo. Maar ook echte puzzels met duizend stukjes in diverse kleuren en vormen en met grillige patronen. Momenteel ben ik bezig aan een puzzel van zesduizend stukjes. Dat zijn er een hoop, en het zal wel maanden duren eer hij volledig in elkaar zit. Maar ik geniet ervan. Puzzelen werkt heel ontspannend. Als kind deed ik dat liever dan gezelschapsspellen spelen. Mijn broer en vader waren dol op Stratego, maar als ik meespeelde, verloor ik altijd, omdat ik geen greintje strategisch inzicht had.
Ik ben al een paar keer veranderd van werk. Omdat mijn contract ten einde liep of omdat ik ergens anders betere vooruitzichten had. Maar nooit omdat ik het werk niet graag deed. Daar bof ik mee, dat besef ik maar al te goed. Het grootste deel van je leven breng je immers op je werk door, en als je daar niet tegen heug en meug zit, scheelt dat een stuk.
Mijn werkgever organiseert al enkele jaren een sportdag. Dat is leuk. Zo leer je collega’s kennen met wie je anders geen contact hebt, en kun je eens een sport proberen die voor jou totaal nieuw is. De bedoeling is dat je zin krijgt om te sporten. Niet enkel die ene dag op het jaar, maar elke dag. Of toch op zijn minst elke week.
Vaak krijgen we de teksten die we moeten vertalen pas een dag of een halve dag op voorhand. Haastklussen dus. Op zich is dat geen probleem: niemand van ons vindt het erg om eens wat langer op kantoor te blijven. Maar wat gebeurt er dan? De doorgestuurde tekst is te vlug ineengeflanst. Resultaat: de schrijver is er niet volledig tevreden over, begint hier en daar nog iets te veranderen en stuurt een aangepaste versie door. Als hij de wijzigingen in de nieuwe tekst aanduidt, is dat niet erg. Dan ‘zap’ ik meteen naar de gewijzigde stukken en pas mijn vertaling aan. Duidt hij echter niets aan, dan moet ik de tekst volledig opnieuw overlopen, en daar verlies ik tijd mee.
Niet te geloven, maar dit is alweer mijn laatste blogtekst! Wat heb ik eruit geleerd? Dat ik altijd interessante jobs heb gehad, al lagen ze me niet allemaal even goed. Bovendien was het werk dat ik graag deed, al was het soms zwaar. Ik heb het dan wel over mijn ‘droomjobs’ gehad, maar eigenlijk heb ik maar weinig te wensen over.
Toen ik klein was, had ik grootse toekomstplannen. Ik wou balletdanseres worden en actrice en schrijfster. Dat dansen heb ik het eerst opgegeven, omdat ik het helemaal niet kon. Mijn hand-voetcoördinatie lijkt nergens naar, ik heb geen gevoel voor ritme en ik beweeg me absoluut niet soepel of sierlijk. Maar ik zie nog altijd graag anderen bezig die dansen of kunstschaatsen. Wat deed Greet Rouffaer het goed, hè, in Sterren op het ijs? Jammer dat ze gevallen is…
Ik ben dag in dag uit met taal bezig, en ik kom er nooit meer helemaal van los. Uit elke tekst die ik lees, haal ik de spellingfouten en de kromme zinnen. Lees ik de Nederlandse vertaling van een boek, dan kom ik soms zinnen tegen waar de oorspronkelijke taal nog doorschemert. In plaats van verder te lezen, zoals elk normaal mens zou doen, leg ik dan even mijn boek opzij en denk ik na over de vertaling. Hoe zou ik het formuleren? Pas als ik een zin heb gevonden waar ik tevreden over kan zijn, lees ik verder.
Ik ga met de trein naar het werk, niet met de auto. Ik heb zelfs geen rijbewijs. Mensen schrikken altijd als ik dat zeg. “Maar je zult toch nog wel lessen volgen en je rijbewijs behalen?” Nee, is mijn antwoord. Ik heb lessen gevolgd, lang geleden al, toen ik zeventien was. Maar ik verkramp helemaal als ik achter het stuur zit, en daar komen ongelukken van. Laat mij dus maar met het openbaar vervoer reizen…
Sommige mensen denken dat ik een levend woordenboek ben. Dat klopt niet. De helft van mijn werk bestaat uit opzoeken. Hiervoor gebruik ik vaak het internet, al moet je sites en zoekmachines benaderen met een gezonde achterdocht.
Ik kreeg de vertaalmicrobe te pakken in het middelbaar onderwijs.
An (27): "Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine vertaalteam wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk."





