Ga direct naar de inhoud (Access Key S)
VDAB
Algemene links
  • Home
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • FAQ
  • Contact
  • Sitemap
Rubrieken van de VDAB website
  • Jobs
  • Opleidingen
  • Begeleiding en oriëntatie
  • Nieuws
  • Mijn loopbaan
  • Partners
  • Werkgevers
  • Agenda
  • Cijfers
  • Magezine
  • Blogs
  • Persinfo
Pagina spoor
  • Home
  • Nieuws
  • Blogs

Vertaler An vertelt ...

Vakantie

sandalenMijn collega’s beginnen hun zomervakanties te plannen. Meestal levert dat in ons team niet echt problemen op. Wie geen kinderen heeft, gaat buiten de schoolvakanties op reis, en iedereen overlegt met elkaar, zodat de verloven niet overlappen. Maar dit jaar is dat niet zo goed gelukt. De een wil thuis zijn tijdens de Olympische Spelen om alles op tv te kunnen volgen, de ander wil op hetzelfde moment voor een maand naar zijn schoonfamilie in Finland en dan moet ik ook nog eens thuisblijven omdat de crèche net dan drie weken dicht is.

Mijn baas was daar op zijn zachtst gezegd niet tevreden over. De zomermaanden zijn over het algemeen wel een rustige periode, en veel dringende vertalingen krijgen we dan niet binnen, maar als iedereen tezelfdertijd weg is, kan dat toch problemen opleveren. Dus daar is een hartig woordje over gesproken. Resultaat: volgend jaar zal het niet volstaan om informeel eens te polsen wanneer de collega’s graag verlof zouden opnemen. Nee. In januari gaan we samenzitten, met onze agenda’s en kalenders bij de hand, en dan gaan we puzzelen tot iedereen tevreden is, onze chef incluis.

Tja… Ik heb nog nooit drie weken na elkaar vakantie genomen. Ik neem liever een dagje hier en daar om eens iets leuks te doen. Maar ook dat patroon hebben mijn kindjes volledig omgegooid. Een dagje uit op een verlofdag is zeldzaam geworden. Mijn snipperdagen gaan volledig op aan de brugdagen en de vakanties die de crèche neemt, en aan ziektes van de kindjes. Gelukkig ben ik niet het type dat elk jaar zijn batterijen wil opladen met minstens twee weken zon en strand. Als we hier in België af en toe een streepje zon en aangename temperaturen krijgen, ben ik allang tevreden, en als ik op een verlofdag tot halfacht kan uitslapen, krijg ik meteen een vakantiegevoel.

Dit weekend kwamen er trouwens twee vriendinnen van me op bezoek. Kraambezoek, jawel, ze waren er niet eerder geraakt. :-) Ik vond het heel fijn om hen nog eens terug te zien, en om wat bij te praten. Ze brachten een peuter en een kleuter mee, allebei jongens en allebei ongelooflijk actieve robbedoezen. Mama en papa moesten om de haverklap optreden: Nee! Afblijven! Kom hier! Zit stil! Niet stampen! Niet springen! Lief zijn tegen de baby’s! Speelgoed niet afpakken! Zeg alsjeblieft en dank u (toen ze een koekje en wat fruitsap kregen). En dan tegen mij: ja, dat wordt dus jouw leven over een goed half jaar! Slik… Hun tomeloze energie deed me duizelen. Hopelijk zijn onze meisjes toch iets rustiger…

Gepost op 31 mei 2012 # | Reageer

Zorgen voor morgen

groentjesVanmiddag zat ik aan tafel met enkele vrouwelijke collega’s die ook jonge kinderen hebben. Het is altijd leuk om hun verhalen te horen. Sommige van hun kindjes zijn al wat ouder. Ze babbelen al vlot en brengen hun ouders soms in verlegenheid door iets te vrijuit te spreken: “Kijk mama, die meneer heeft ook een kindje in zijn buik!”. Ook beginnen ze mama en papa tegen te spreken en eigenwijs te doen.

Natuurlijk komt ook de opvang wel eens ter sprake. Hoe moeilijk het is om opvang te vinden: je moet eigenlijk al je plaats reserveren nog voor je zwanger bent. Hoe duur dat is tegenwoordig, en dan moet je vaak nog je luiers en melk meegeven. Dat het niet altijd makkelijk is om ‘s avonds op tijd je kinderen op te halen, want de crèche sluit al vóór zes uur, dus als je trein vertraging heeft, haal je dat niet. En wat je in hemelsnaam moet aanvangen als je kind ziek wordt, en de crèche eist dat je het binnen het uur komt ophalen?

Ik begrijp het standpunt van de crèche wel hoor. Ze willen niet riskeren dat alle andere kindjes ook ziek worden, en ze kunnen het zieke kind niet de aandacht geven die het verdient zonder de anderen te verwaarlozen. Maar zomaar op slag alles laten vallen op het werk om je kind te gaan halen, krijg dat maar eens aan je baas verkocht. Ik heb werk waarbij dat eventueel nog kan. Om het even wie van mijn collega’s kan perfect verder werken aan een vertaling waar ik aan bezig was. Maar als je bijvoorbeeld les geeft, een presentatie geeft tijdens een vergadering of in de jury zit van een selectiegesprek, kun je niet zomaar opstappen. En niet iedereen heeft ouders of schoonouders die ‘op stel en sprong’ hun kleinkind kunnen en willen gaan ophalen. Hoe los je dat dan op?

Gelukkig zijn mijn kindjes -hout vasthouden- nog niet zo vaak ziek geweest. Zou dat dan toch aan de borstvoeding liggen? Tot nu toe houd ik het vol om ’s morgens en ’s avonds de borst te geven, en tijdens de middagpauze op het werk wat af te kolven. Fijn dat zoiets mag en zelfs aangemoedigd wordt. Want zonder dat afkolven zou het niet uit te houden zijn tot ’s avonds.

Intussen eten ze ook al vaste voeding, en dat neemt behoorlijk wat tijd in beslag. Vooral mijn oudste dochter maakt daar graag een spelletje van. We stellen hun groentenpapmenu’s tijdens het weekend op. De stoomkoker werkt dan op volle toeren. Als alles gaar is, wegen we met mathematische precisie de porties af, en vriezen we een deel in. De eerste week van de paasvakantie was ik thuis met de kindjes omdat de crèche gesloten was. Toen deed de stoomkoker bijna elke dag overuren. Flinke etertjes, onze kindjes!

Zo’n weekje thuis met de tweeling is leuk, maar vakantie kun je het niet echt noemen. Dan besef je pas dat de crèche zijn geld meer dan waard is. Je bent van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in de weer met pampers en papjes, vuile snoetjes, handjes, slabben en kleren. Veel tijd voor jezelf blijft er niet over. De kindjes hebben vaste etensuren, maar mama en papa eten snel een hap wanneer het even kan. En uitgebreide menu’s zijn uitgesloten. Maar ach… Wat zijn ze toch schattig! Wat leren ze snel bij! En wat zijn ze toch lief! Geloof me, ze zijn alle moeite waard.

Gepost op 2 mei 2012 # | Reageer

Huismoeder

huismoederToen ik nog studeerde, had ik een vriendin die niets liever wou dan trouwen, kindjes krijgen en dan thuisblijven om voor man en kinderen te zorgen. Zo had ze het gezien bij haar moeder, en voor zichzelf wou ze dat ook. Intussen heeft ze een man en twee kinderen, en blijft ze inderdaad thuis. Naast al haar taken als huismoeder, aanvaardt ze ook freelance vertaalopdrachten. En dat bevalt haar goed.

Zo zie je maar hoe mensen kunnen verschillen. Mij zou zo’n leven absoluut niet liggen. Ja, je kunt je dag zelf indelen. Toch tot op zekere hoogte, want je kinderen moeten ‘s morgens op tijd naar school en ‘s namiddags op tijd afgehaald worden. Als ze ‘s middags thuis komen eten, moet die maaltijd stipt om twaalf uur klaarstaan. ‘s Avonds komt je man thuis, en ook hij verwacht dat hij maar zijn voetjes onder tafel moet schuiven, en nadien rustig in de zetel kan gaan liggen terwijl jij de afwas doet. Want hij heeft de hele dag gewerkt terwijl jij niets hebt uitgevoerd. Niets? Wel, niets dat betaald en gewaardeerd wordt, laat het ons zo zeggen.

Dat zou ik het ergste vinden aan huismoeder zijn, dat gebrek aan waardering. Je werkt je uit de naad, maar het wordt allemaal als vanzelfsprekend gezien. Je krijgt enkel commentaar als je iets niet hebt gedaan, of als er iets is misgelopen. En nog iets wat me tegensteekt: je bent nooit eens klaar met huishoudelijk werk. Je maakt eten klaar, in een wip is het achter de kiezen verdwenen en dan zit je met een berg afwas. Je wast alles mooi af, bergt het op en dan is dat eventjes van de baan. Maar de volgende dag begint alles weer van voren af aan. Zelfde liedje met de was, de strijk, de schoonmaak... Zucht. Echt ontmoedigend is dat! En je verdient geen cent, hoe hard je ook werkt. Zodra je iets wilt kopen, moet je geld vragen aan je man. Bah, mij niet gezien hoor!

Dus hoe fijn ik het ook vond om lang bij mijn kindjes te kunnen blijven na hun geboorte, toch was ik blij toen ik opnieuw kon gaan werken. Zelfs met het pendelen en de ochtend- en avondrush inbegrepen, heb ik minder stress dan toen ik de hele dag thuis was om voor de kindjes te zorgen. Voor een groot stuk ligt dat aan mij natuurlijk: ik ben traag en onhandig, en weet mijn tijd niet goed in te delen. Als mijn man ‘s middags kwam eten, was ik meestal nog de tweeling aan het voeden, en moest ik hem inschakelen om het middageten af te werken. Ook de was deed ik met veel tussenpozen om de kindjes eten te kunnen geven, te verversen of te troosten. Hoedje af voor mama’s die moeiteloos hun huishouden weten te combineren met kinderen en met een baan! Hier lukt het met veel moeite, en met heel veel hulp van mijn man…

Gepost op 10 april 2012 # | Reacties: 4 | Reageer

Back to work

koordBeste wensen voor 2012 iedereen! Een nieuw jaar is begonnen, en dat betekent voor mij dat mijn zwangerschapsverlof erop zit en ik opnieuw aan de slag moet. Met de feestdagen had iedereen daar wel opmerkingen over:

“Ben jij nog altijd thuis nu?”
“Ja, ik krijg enkele weken langer verlof omdat ik bevallen ben van een tweeling.”

“En je gaat echt weer fulltime werken?”
“Ja hoor. Mijn man werkt halftijds, dus hij brengt de kindjes naar de crèche en haalt ze op.”

“Waarom zoek je geen job dichter bij huis?”
“Ik ben tevreden met de baan die ik heb.”

“Jamaar, ’t is zo ver! En voltijds! En met twee kindjes… Wat ga je doen als er iets mis is met hen?”
“Als het dringend is, dan kan mijn man erom gaan, hij werkt twee straten verder. En als ze ziek zijn, neem ik wel verlof.”

Grr, zot word ik er soms van! Waarom zou ik een andere job zoeken? ’t Is werk dat ik graag doe, met een interessante en gevarieerde jobinhoud, de werksfeer is prima, ik heb fantastische collega’s, een crème van een baas, glijdende werktijden en een goed salaris. Waarom zou ik dat moeten opgeven omdat ik mama ben geworden?

Dat de papa halftijds werkt, en dan nog eens op vijf minuten van de crèche, volstaat blijkbaar niet. Ik ben de mama, en zou dus thuis moeten zitten met ouderschapsverlof, of toch op zijn minst halftijds moeten gaan werken, of dichterbij werk zoeken.

Waar bemoeien ze zich eigenlijk mee? Ze denken duidelijk niet aan het financiële of het praktische aspect. Wie gaat de rekeningen betalen als ik thuis blijf voor de kindjes? En interessante en goedbetaalde jobs liggen niet zomaar voor het rapen, laat staan op een steenworp van je deur. Dat bewijst de vruchteloze zoektocht van mijn schoonzus naar werk nog elke dag. Laat ze maar praten dus…

De combinatie 'tweeling en werken' ligt inderdaad niet voor de hand, dat moet ik toegeven. Mijn dag begint al om halfzes ’s morgens, en eindigt pas om elf uur ’s avonds. En elke minuut is gevuld. Ik zou elke dag wel een paar uur extra kunnen gebruiken, om eens op mijn gemak te kunnen eten bijvoorbeeld, in plaats van in zeven haasten. Of om eens acht uur aan een stuk te slapen, want dat is al van voor mijn zwangerschap geleden. Maar goed, we krijgen maar 24 uur per dag, en ik doe mijn best om die zo nuttig mogelijk te besteden. Ik probeer om noch mijn werk, noch mijn kindjes, noch mijn man, noch mijn huishouden te verwaarlozen. ’t Is soms dansen op het slappe koord, maar het lukt wel…

Gepost op 17 januari 2012 # | Reacties: 2 | Reageer

Uitje

dansschoenenZaterdag gaan we uit. Niets bijzonders hoor, gewoon naar de bioscoop, een filmpje meepikken. Maar sinds we kindjes hebben is een avondje uit iets heel speciaals geworden, om al een week op voorhand naar uit te kijken en om elke seconde van te genieten.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben dol op mijn dochters, maar ze houden me toch behoorlijk aan huis gekluisterd, omdat ze nog zo vaak eten. Als het mooi weer is en ik niet te moe ben van de onderbroken nachten, ga ik met hen naar het park. Lekker wandelen. Dat vinden zij al even leuk als ik. Dan liggen ze met grote ogen naar boven te staren, naar de bomen die hun blaren verliezen, naar de zwart-geel gestreepte verkeerslichten en naar lantaarnpalen. En soms tovert dat een lachje op hun gezicht, geen flauw idee waarom… De eendjes zien ze nog niet, maar ze horen ze wel kwaken, en ook dat bevalt hen wel.

Maar als het mistig en somber en koud is, waag ik me liever niet buiten met mijn kleine prutsjes. Soms ben ik het dan zo beu om binnen te zitten dat ik zodra mijn man thuiskomt, een jas grijp en mijn schoenen, en hem toeroep: “Even een blokje om, ben zo terug!” Na vijf minuutjes ben ik dan inderdaad terug, met koude handen en een rode neus, maar toch zo blij dat ik even buiten ben geweest. Ook even boodschappen doen vind ik zalig, en de perinatale kine (lees: fitnessoefeningen om dat buikje weer wat strak te krijgen) beschouw ik ook als een fijn uitje, hoe zwaar de oefeningen ook zijn voor mijn blubberbuik. Het is zo leuk om wat te babbelen met de andere kersverse mama’s en om problemen aan te kaarten en tips uit te wisselen.

Eigenlijk erg hè. Over een goede maand ga ik opnieuw werken, en dan zal ik mijn schatjes hele dagen moeten missen. Dan zal ik ze enkel ’s avonds nog zien, als zij doodop zijn van de hele dag te spelen in de crèche, en ik moe ben na de werkdag en de treinrit. Veel quality time zit er dan niet meer in. Dus nu moet ik van elk moment genieten, en blij zijn dat ik iets langer bij de kindjes mag blijven dan een eenlingmama.

Gepost op 8 december 2011 # | Reageer

Nachtwerk

onder de dekensIk ben een slaapkop. Ik vind het zalig toeven in bed, en als ik kon, zou ik daar elke nacht tien uur in doorbrengen. Maar met twee baby’tjes tel je niet in uren slaap, maar in minuten slaap. Ze drinken om de drie à vier uur, en ik ben telkens toch anderhalf uur bezig eer ze verzadigd en wel met een verse luier opnieuw in bed liggen. Als ze dan braaf inslapen, krijg ik ook wat slaap. Zetten ze een keel op, dan kan ik dat wel vergeten.

Het vervelende aan baby’s is dat je nooit precies weet wat er scheelt als ze huilen. Hebben ze nog honger? Hebben ze alweer hun luier gevuld? Hebben ze last van krampjes of reflux? Moet er nog een boertje uit? Je hebt er het raden naar. En je doet wat je kan terwijl ze je de oren van het hoofd krijsen, en je nauwelijks nog op je benen kan staan van vermoeidheid. Nu ja, dat is maar een fase waar we door moeten hè. Over een half jaar of zo zullen ze (hopelijk) al wat langer doorslapen ’s nachts, en zal ik met andere problemen worstelen. Hoe hou je twee kruipende baby’s tegelijkertijd in de gaten? Hoe zorg je ervoor dat ze zich aan niets bezeren en geen gevaarlijke of giftige dingen in hun mondje stoppen?

Voor veel mensen is nachtwerk dagelijkse realiteit. Ze werken ’s nachts, en slapen overdag. De nachtverpleegsters bijvoorbeeld, op de afdeling neonatologie van het ziekenhuis. Altijd met de glimlach, en ze zien er altijd even fris en monter uit. Chapeau hoor, alle respect, maar ik zou het niet kunnen. Nu ik zo doodop ben, slaap ik wel eens overdag, maar erg vast slaap ik dan toch niet. En echt wakker ben ik ook al niet tussendoor. Ja, je krijgt er een premie voor, je bent woensdagnamiddag thuis voor de kinderen, en je kan al je boodschappen rustig overdag doen. Maar daar ben ik niet jaloers op. Ik zou ziek worden als ik lange tijd ’s nachts moest werken. Geef mij maar een baan die ik overdag kan doen. De boodschappen, die doe ik in het weekend wel.

Gepost op 21 november 2011 # | Reacties: 1 | Reageer

Kraamzorg

sokken op waslijnNaast de vroedvrouw kan ik ook rekenen op een kraamverzorgster, die mij enkele dagen per week komt helpen in het huishouden. Een hele lieve mevrouw, met een hart voor kinderen. Van haar stem alleen al worden mijn dochtertjes rustig. En ze werkt dat het een lieve lust is. Wat zij op vier uur tijd gedaan krijgt, houd je niet voor mogelijk. Ze helpt de kindjes verversen en ze stopt hen in bad, ze kookt, ze wast af, ze steekt de was in, hangt die op, strijkt en vouwt op, ruimt op, stofzuigt en maakt schoon, alles in een recordtempo. Ze verliest er nooit haar goede humeur bij en weet je altijd op te beuren als je een slapeloze nacht achter de rug hebt.

Voor mij is het ook leuk om eens een volwassene over de vloer te hebben met wie ik een babbeltje kan slaan. Mijn kindjes zijn schatjes, maar veel interactie met de mama is er nog niet. Ofwel huilen ze, ofwel drinken ze, ofwel slapen ze. Een beetje eentonig als dat je hele dag vult. Dus even over koetjes en kalfjes babbelen met de kraamverzorgster kan echt deugd doen. Zij kookt heerlijk, en ik bak heel graag, dus wisselen we vaak receptjes uit.

Nog een voordeel van kraamzorg is dat de verzorgster jaren ervaring heeft, en me allerlei nuttige tips kan geven. Ik heb wel allerlei boeken en folders met advies liggen, maar daarmee ben ik wel een tijdje zoet als ik hulp zoek rond een bepaald onderwerp. Terwijl ik het de helpster maar moet vragen en ze geeft meteen goede raad. Ze komt vaak bij tweelingen, dus zelfs op dat gebied kan ik bij haar terecht.

Mijn kindjes genieten ook van de extra aandacht. Als de kraamverzorgster er is, moeten ze niet wachten op elkaar, en worden ze prima verzorgd en vertroeteld. Je ziet heel duidelijk dat ze dol is op baby’tjes, en dat is wederzijds. Ze praat ertegen, ze knuffelt ze en ze krijgt ze in een oogwenk stil als ze huilen. Het zal voor ons allemaal serieus wennen worden als de kraamhulp na enkele maanden stopt…

Gepost op 8 november 2011 # | Reageer

De thuiskomst

pluimpjeZelf ben ik maar enkele dagen in het ziekenhuis gebleven. Thuiskomen zonder je kindjes is niet zo leuk. En twee weken op en af draven naar het ziekenhuis om toch enkele keren per dag borstvoeding te kunnen geven, is behoorlijk vermoeiend. Maar de echte vuurproef komt pas als je de tweeling meekrijgt naar huis.

De verpleegsters op de afdeling neonatologie doen het allemaal zo simpel lijken. De kindjes eten op vaste uren. Als ze al wat vroeger huilen, geef je hen hun fopspeen en dan zijn ze stil. Ze eten, ze laten hun boertje en ze vallen zonder problemen opnieuw in slaap. Wat een engeltjes! En dan krijg je ze mee naar huis. Daar eten ze helemaal niet op vaste uren. Ze krijsen onophoudelijk en je krijgt ze op geen enkele manier stil. Hun fopspeen spuwen ze de kamer door. Als je ze in je armen wiegt, gaan ze nog harder huilen. Bied je hen de borst aan, dan zuigen ze even, laten ze weer los en zetten ze het opnieuw op een krijsen.

Gelukkig bestaat er een reddende engel voor wanhopige kersverse ouders: een vroedvrouw die aan huis komt. Onze vroedvrouw is diezelfde avond nog langsgekomen, en alleen al haar aanwezigheid kalmeerde zowel de ouders als de kindjes. Die opvolging en ondersteuning is echt super. Had ik die niet gehad, dan zat ik nu gegarandeerd met babyblues en dan was ik allang gestopt met borstvoeding. Maar een klankbord hebben voor al je zorgen en een oplossing aangereikt krijgen voor al je grote en kleine problemen doet echt wonderen. Een dikke pluim voor alle vroedvrouwen die op huisbezoek gaan, jullie doen fantastisch werk!

Gepost op 12 oktober 2011 # | Reacties: 1 | Reageer

Tweelingmama

bloemGeen blogpostje in augustus, en september is ook bijna voorbij zonder nieuws. Valt het op dat ik tweelingmama ben geworden?

De meisjes hebben half augustus hun opwachting gemaakt, een maand voor de uitgerekende datum, wat wel vaker voorkomt bij tweelingen. De week daarvoor was ik nog gaan werken en ik had eigenlijk totaal niet verwacht dat het plots zo snel zou gaan. En snel was het: ’s morgens braken de vliezen, en ’s avonds had ik beide baby’s al in mijn armen liggen.

Als het om een tweeling gaat, is het echt wel alle hens aan dek in het ziekenhuis. Eén gynaecoloog en één vroedvrouw volstaan blijkbaar niet. Bij mijn bevalling waren er twee gynaecologen aanwezig, twee vroedvrouwen, twee verpleegsters, een anesthesist en een kinderarts. Allemaal paraat voor als er iets mis zou gaan. Maar gelukkig was dat niet het geval. Alles verliep vlot, en met de kindjes was alles in orde, behalve dan dat ze te vroeg geboren waren en te weinig wogen. Daarom werden ze in vliegende vaart naar de afdeling neonatologie gebracht en in een couveuse gelegd. En dat zou voor de twee daaropvolgende weken hun thuis worden.

Alle baby’tjes zijn mini, maar prematuurtjes zijn echt wel minuscuul. De eerste keer dat ik ze mocht vasthouden, was ik echt niet op mijn gemak. Zulke broze, kleine wezentjes. En ik sta niet bekend om mijn handigheid… Maar ’t is verbazend hoe snel je daaraan went. En hoe sterk zulke kindjes zijn, niet te geloven! Ze passen in de palm van je hand, maar ze kunnen zo hard knijpen in je vinger dat het pijn doet. Er kan nog niet veel in hun maag, maar ze zuigen alsof ze liters zouden kunnen verstouwen. En wenen doen ze ook keihard. Mijn jongste dochter heeft een stemvolume waarmee ze gerust operazangeres kan worden later!

Gepost op 28 september 2011 # | Reacties: 2 | Reageer

Zwijgplicht

sjjjjjtVertalers zeggen niet veel op een dag, zou je zo denken. Da’s lezen, opzoeken, nadenken en typen. Alle nadruk ligt op het geschreven woord. Ja, dat klopt hoor. Maar ‘t is pas als je je stem kwijtraakt, dat je beseft dat niet alles schriftelijk verloopt. Zelfs niet op een vertaaldienst.

Ik heb wel vaker last van een verkoudheid of een keelontsteking. Dat komt ervan als je op weekdagen elke morgen en elke avond in een bomvolle trein zit. Er moet maar één iemand niezen of hoesten en ik heb het al vlaggen. Vorig week begon het met een gewoon kriebelhoestje. Niets ergs, dacht ik, dat gaat vanzelf wel weer over. Een kop warme thee ‘s morgens, een boterham met honing, een lepel vlierbessensiroop en héél veel fruit en groenten, dan komt dat snel in orde, toch? Niet dus. Tegen het eind van de week was ik zo schor als een kraai. Had ik dan te veel gekletst met mijn collega’s? Nee, ik heb de hele week enkel goeiemorgen en goeienavond gezegd, en voor de rest mijn mond gehouden.

Maar… elke dag belden er wel een paar mensen van andere diensten om taaladvies of met een vertaalvraag. Wat moest ik doen? De telefoon laten rinkelen omdat ik anders mijn stem forceerde? Nee! Normaal zit ik niet alleen in mijn bureau en kan mijn collega opnemen, maar die was met vakantie. Dus nam ik zelf op en probeerde zo luid mogelijk te fluisteren. En als ik met een vraag zat, ging ik vlug even aankloppen bij mijn baas of bij een collega, en ik probeerde het zo kort mogelijk te houden. Idem dito als we moesten afspreken wie wat vertaalde. Ja, je kunt dat ook via e-mail, maar als je naast elkaar op de gang zit, denk je daar niet meteen aan.

Resultaat: op vrijdag zat mijn stem er volledig door, en moest ik toch naar de dokter. Nu ik zwanger ben, mag ik geen medicatie nemen, dus luidde het advies: rusten, zwijgen en veel drinken. Geen familiebezoek tijdens het weekend! En na het weekend enkele dagen niet naar het werk. Gsm uitschakelen. Tegen mijn man enkel het hoogstnoodzakelijke zeggen. Amai, is dat lastig, zwijgen…

Gepost op 5 juli 2011 # | Reageer

Waterlanders en ander leuks

bloemetjes

Nu ik zwanger ben, vloeien mijn tranen veel gemakkelijker dan vroeger. Ik ben heel snel ontroerd of overstuur. In het begin schrok mijn man daarvan, maar intussen is hij het gewoon. Laatst nog, toen die jonge renner Wouter Weylandt stierf in de Giro, heb ik echt tranen met tuiten gehuild. 26 jaar, da’s jonger dan ik! En zijn partner was zwanger, net als ik. Ik mag er niet aan denken dat ik plots mijn man kwijtraak en er alleen voor kom te staan. Da’s mijn ergste nachtmerrie!

Ook flauwtes behoren tot de regelmatige ongemakjes, want mijn bloeddruk duikelt soms pijlsnel naar beneden. Mijn collega’s kijken er al niet meer van op als ik soms, zonder iets te zeggen, van mijn bureaustoel kruip en eventjes op de vloer ga zitten met de benen omhoog. En als we ‘s middags samen iets gaan eten en we nemen de metro naar dat restaurant, dan plof ik zonder pardon neer in een plastic stoeltje op het perron, terwijl ik vroeger gewoon bleef rechtstaan. Gelukkig heb ik een zittend beroep, want rechtstaan hou ik geen vijf minuten uit zonder weg te draaien.

In de trein overkomt het me ook wel eens, dat ik flauwval. In het begin van mijn zwangerschap reageerden mijn medepassagiers daar niet zo positief op. Toen had ik nog geen zichtbaar buikje, dus ze wisten totaal niet wat er aan de hand was. Je zag ze denken: Wat krijgt die nu? Nu ik overduidelijk zwanger ben, is dat volledig omgeslagen en zijn ze eerder overbezorgd. Als ik flauwval, roepen ze er meteen alle conducteurs bij en willen ze een dokter bellen. Dan heb ik alle moeite van de wereld om hen ervan te overtuigen dat het heus al een stuk beter is, en dat ik absoluut geen dokter nodig heb. Vaak ligt het gewoon aan de airco in de trein. Daar kan ik niet zo goed tegen. Ik word er misselijk en duizelig van, vooral als ik slecht geslapen heb. Maar zodra ik uitstap en wat frisse buitenlucht binnenkrijg, is alles weer in orde.

Nu mijn buik zo dik is geworden, duwen de kindjes meer en meer tegen mijn ribben. Als ze goed doorstampen, kan dat echt pijn doen. Ze schoppen ook graag tegen mijn maag -dan voel ik mijn eten terugkomen-, mijn longen -dan heb ik plots moeite met ademhalen- en mijn milt -dan voel ik daar steken door schieten, alsof ik net heel hard heb gelopen. Plaatsgebrek hè. En dat zal er zeker niet beter op worden…

Gepost op 9 juni 2011 # | Reageer

Bolle buik

zwangere buik

Hoe lang is het geleden dat ik het over mijn biologische klok had? Over de babyboom in mijn omgeving en de onvermijdelijke vraag wanneer wij aan kindjes zouden beginnen? Niet zo gek lang eigenlijk. En in mijn hoofd is niet echt iets veranderd. De onzekerheid, de twijfel is gebleven. Niet dat ik geen kinderen wil, maar kan ik dat wel aan?

Wel, over een aantal maanden zal ik dat ondervinden, want intussen ben ik, je raadt het al, zwanger. En -hou je vast- in mijn buik huizen meteen twéé kindjes. Nee, dat hadden we echt niet verwacht. En nee, dat zit niet in de familie. En nee, het heeft niets met vruchtbaarheidsbehandelingen te maken. ’t Is gewoon toeval. Puur natuur.

’t Is pas als je zelf een tweeling verwacht, dat je erop begint te letten hoeveel tweelingen er wel rondlopen. Bij mij op het werk zijn er ervaringsdeskundigen genoeg. Op mijn verdieping alleen al lopen drie tweelingmama’s rond (hun kinderen zijn respectievelijk veertien, elf en vier jaar oud) en twee collega’s die van een eeneiige tweeling zijn. Dus zowel van de mama’s als van de tweelingen zelf krijg ik bakken goede raad. Dat komt dus wel goed met mijn mamakwaliteiten…

Mijn buik groeit inmiddels aan een alarmerend hoog tempo. Niet dat ik zoveel meer eet of snoep dan anders, integendeel zelfs. Mijn snoepla blijft dagenlang dicht en ik heb nog nooit zoveel groenten en fruit gegeten. De weegschaal is dus nog niet ver doorgeslagen. Maar mijn buikbewonertjes groeien goed, en dat zie je.

Wat een avontuur toch, zwanger zijn. Vroeger had ik nooit last van reisziekte, en nu moet ik het niet wagen om iets te eten voor ik de trein op moet. Mijn bloeddruk is een echte jojo, mijn humeur al evenzeer. Soms sta ik op als een krakerig oud besje met zere knieën en een zere rug, en op andere dagen heb ik dan weer energie voor tien. En voelde ik nu daarnet iets bewegen?

Gepost op 3 mei 2011 # | Reageer

Lente

Close-up bloemSniffel, sniffel, snuf. Haaaa…tsjie!! Ja, lap, ik heb het weer zitten. Begrijp me niet verkeerd: ik ben dol op de lente. Dat betekent: langer licht, warmere temperaturen, een paar laagjes kleren minder, het eerste ijsje van 2011 en lekkere verse seizoensgroentjes. Zalig! Maar de pollen in de lucht kunnen een behoorlijke spelbreker zijn als je, zoals ik, last hebt van hooikoorts. Ogen die tranen, een neus die jeukt en om de haverklap een niesbui. Atsjoem!

En toch kan ik het niet laten om op het werk het raam open te zetten en te genieten van wat frisse lucht. De buitengeluiden krijg je er gratis bij: af en toe een sireneconcert, want er is zowel een ziekenhuis als een brandweerkazerne in de buurt, soms klokkengelui en om het uur het melodietje van de beiaard. Die speelt hier het Europese volkslied, uit de negende symfonie van Beethoven. En dat blijft serieus in je hoofd plakken als je het zoveel keer per dag hoort. Soms betrap ik me erop dat ik ‘s avonds dat deuntje zit te neuriën.

Aan volksliederen geen gebrek hier. Een collega van me heeft het Belgisch volkslied als ringtone. Dus elke dag galmt ‘O dierbaar België’ een aantal keren door de gang. In het begin was dat even wennen, maar nu kijk ik er niet meer van op. Collega’s die luid staan praten en lachen in de gang vind ik erger. Dat maakt het soms lastig om me te concentreren op mijn vertaling. Wordt het lawaai te storend, dan luister ik wat naar rustige cd’s die ik meebreng van thuis. ‘Enya’ of zo, om me wat te kunnen afsluiten van het geroezemoes rondom mij. Of de collega met wie ik mijn bureau deel, zet zijn radiootje aan. Hij is nogal een groene jongen, dus het is een radio op zonne-energie en met een dynamo voor als de zon het laat afweten. Dan wind je de radio gewoon op als een klok, en hoe langer je dat opwinden volhoudt, hoe langer hij speelt. Handig!

Maar momenteel is het rustig op de gang. De ene na de andere collega neemt vrijaf, voor een citytrip, een zonvakantie, een weekje aan zee, of om de komende twee weken thuis te zijn bij de kinderen. Ik heb geen uitjes gepland, maar ik denk dat ik het vanavond toch wat vroeger dan anders voor bekeken zal houden. Véél te mooi weer om binnen te blijven!

Gepost op 6 april 2011 # | Reageer

Betoging

kalenderDeze morgen in het station was er wel heel veel volk dat naar Brussel wou. Het perron stond afgeladen vol. En de trein? Wel, die reed, maar zonder licht en zonder verwarming. Dat betekende dus: diep wegkruipen in je jas en nog even wat proberen te dutten. En een conducteur die meteen in de verdediging schoot als iemand hem aansprak over het gebrek aan licht en warmte, hoewel dat helemaal niet kwaad bedoeld was. Ik kan me voorstellen dat het niet leuk is om verwijten naar je hoofd geslingerd te krijgen over zaken waar jij niets aan kunt doen, maar direct iemands neus afbijten is niet echt een gezonde reactie…

Na een rustige treinrit viel ik in Brussel meteen in het andere uiterste. Daar knalden de voetzoekers er lustig op los. Betogers, inderdaad. Schreeuwerig van top tot teen: knallende outfits, luid geroep en gefluit, en ze amuseerden zich ermee klappertjes recht voor je voeten te gooien. En dan lachen als ze zagen dat je schrok. Je bent meteen goed wakker geschud op die manier, maar leuk is anders!

Betogingen doen me altijd een beetje denken aan zesdejaars uit het middelbaar die vieren dat ze nog maar 100 dagen naar school moeten. Gelukkig hadden de betogers geen eieren en scheerschuim en varkensstiften om nietsvermoedende pendelaars mee te bekladden. Maar ik vind zo’n luidruchtige massa toch behoorlijk eng. Zeker als er mensen tussen zitten die hun gezicht volledig wegsteken achter pet en sjaal, om anoniem relletjes te kunnen schoppen.

Op het werk is de lente-uittocht volop begonnen. Twee collega’s zijn al met vakantie geweest, een derde vertrekt over enkele weken, en de anderen zijn aan het plannen wie wanneer verlof neemt tijdens de zomermaanden. Op sommige diensten loopt dat overleg even moeilijk als de regeringsonderhandelingen. Zeker wanneer bijna alle medewerkers (kleine) kinderen hebben en dus in juli of augustus op vakantie willen. Helemaal lastig wordt het als er meer kandidaten dan weken zijn in die twee maanden, en ze allemaal vinden dat ze recht hebben op twee weken tijdens die periode. Dat leidt vaak tot behoorlijk bitsige conflicten. Gelukkig is dat bij ons niet zo’n probleem. De vakanties liggen wijd verspreid, van maart tot in november, en maar één collega van me heeft jonge kinderen en wil dus in de zomervakantie haar verlof opnemen.

En ik? Nee, ik plan geen vakantie dit jaar. Ik blijf lekker thuis. Waarom? Dat is voor een volgend blogje…

Gepost op 29 maart 2011 # | Reageer

Kamikazehelden

kerncentraleIk heb een fantastische baan, met toffe collega’s, een boeiende werkinhoud en een goede werksfeer. Toch betrap ik me vaak op geklaag en gezaag. Meestal over treinvertragingen, inderdaad, of over het weer, en soms ook over ongeduldige ‘klanten’ en onduidelijk geschreven teksten. Maar uiteindelijk besef ik maar al te goed dat ik het echt getroffen heb met mijn werk.

Stel je voor dat je nu een van de Fukushima Fifty bent. Dat zijn de Tepco-werknemers die blijven werken in de door de tsunami getroffen Japanse kerncentrale in Fukushima. Van de ene dag op de andere is heel je regio herschapen in een apocalyptische chaos. Misschien ben je wel de helft van je familie kwijt in één klap. Misschien weet je niet eens of ze nog leven, of hun huis nog recht staat, of dat ze een van de vele vluchtelingen zijn die in een opvangcentrum zitten te bibberen. Maar tijd om bij de pakken te blijven zitten heb je niet. De natuurramp heeft je werkplek zodanig door elkaar geschud dat er een kernramp dreigt. En jij en je collega’s zijn de enigen die de ramp kunnen afwenden, of dat tenminste kunnen proberen. Ja, je kunt er het leven bij laten. Nu meteen, of over enkele jaren. Maar als jij niet probeert te redden wat er te redden valt, dan schrijf je het doodsvonnis van al je landgenoten.

Mateloze bewondering heb ik voor de Tepco-arbeiders. Want ze zeuren niet over de slechte weersomstandigheden, over de topmanagers van hun firma, die hadden kunnen beslissen om de site extra te beveiligen of om de oude gebouwen te vervangen door nieuwe, die tegen zwaardere bevingen bestand waren. Of over het gebrek aan informatie, voedsel, drinkbaar water, elektriciteit en brandstof. Ze reppen zelfs met geen woord over het reële gevaar dat ze lopen om een dodelijke dosis straling te krijgen. Nee. Ze werken eensgezind en vlijtig door. Werkt een bepaalde oplossing niet, dan proberen ze iets anders. En daarna nog iets anders. Wat een teamwerk! Wat een toewijding! Ik hoop van ganser harte dat ze slagen in hun opzet, en dat ze er op lange termijn niet te veel gezondheidsschade aan over houden.

Ik kreeg vorige week mijn afrekening voor een heel jaar elektriciteit en gas in de bus. Da’s altijd even slikken, want elk jaar is het duurder. En blijkbaar produceren we hier in België zelf te weinig energie, dus zullen de prijzen ongetwijfeld blijven stijgen. Ofwel zullen we op den duur met zijn allen minder moeten gaan gebruiken, ofwel zal de stroom bij ons ook af en toe afgesneden moeten worden, zoals in Tokyo. Echt vreemd dat er nog altijd zo weinig windmolens staan hier in België. Wind zou in ons vlakke land toch de energiebron bij uitstek moeten zijn? En regen, zou daar geen energie uit te halen zijn? Misschien een ideetje voor een nieuwe reeks van De Bedenkers…

Gepost op 23 maart 2011 # | Reageer

Nieuwe collega

brandblusserHet nieuwe jaar heeft niet alleen een hoop goede voornemens met zich meegebracht, maar ook een nieuwe collega om ons team te versterken. En de nieuwkomer zit naast mij. Het was dus na mijn kerstverlof bang afwachten of het ging klikken of niet. En dat deed het meteen, gelukkig! Hij is een goede aanwinst en een fijne kerel.

We proberen hem allemaal wat op weg te helpen door hem wegwijs te maken op ons computernetwerk en hem vaste vertalingen en afkortingen te leren. Dan pas sta je er bij stil hoeveel je als vanzelfsprekend ziet, hoewel het voor jou ook ooit Chinees was, en je het pas na ettelijke keren beet had.

Een collega van me is officieel aangesteld als begeleider van de nieuwkomer, en moet hem alle praktische info meegeven. Hoe vraag je verlof aan bijvoorbeeld? Wie verwittig je als je ziek bent en wanneer moet dat gebeuren? Waar is de kantine? Waar zijn de toiletten?

Ook de veiligheidsaspecten komen aan bod. Vorige week waren ze net gaan kijken welke nooduitgangen en -trappen je moet gebruiken als het brandalarm afgaat, toen het alarm effectief afging. Consternatie alom, want brandoefeningen worden altijd op een vaste dag gepland bij ons, en het was de verkeerde dag van de week. Een echte brand dus! Nu goed, voor mijn nieuwe collega was het in elk geval een prima gelegenheid om eens te ondervinden hoe het er bij een brandalarm aan toe gaat. Jas aan, tas mee, en via de trappen naar beneden.

Het was nogal een chaos, want buiten moeten we normaal gezien verzamelen op een plein dat momenteel gerenoveerd wordt en dus niet toegankelijk is. Dus wat moet je dan? Op het voetpad blijven staan zodat niemand meer doorkan? Een zijstraatje in? Nu goed, na een uur op straat was het gevaar geweken en mochten we weer allemaal naar boven, waar het stonk naar verbrand plastic. Gelukkig was het maar een klein brandje en is iedereen er heel rustig bij gebleven, ook al omdat we niet goed wisten wat er aan de hand was. Als het echt ernstig zou zijn, raakten we nooit allemaal op tijd beneden, denk ik. Te weinig trappen, te veel verdiepingen en veel te veel mensen. En stel je dan eens voor dat er paniek ontstaat…

Gepost op 18 januari 2011 # | Reageer

Winterproblemen

station in de sneeuwLap, mijn keelontsteking was net wat beter, en nu heb ik toch wel een verkoudheid opgelopen zeker? De pakjes papieren zakdoeken vliegen er vlotjes door, zelfs met vijf lagen kleren aan heb ik het nog koud, en typen en snuiten tegelijk blijkt een lastige evenwichtsoefening. Hatsjie!!

Ja, dat komt ervan als je twee keer per dag opeengepakt met honderden andere reizigers van en naar je werk treint. Er heeft altijd wel iemand een virus, en als je zelf al een beetje moe, ziek, rillerig of slapjes bent, heb je dat snel te pakken. Niet dat ik mensen benijd die dezer dagen met de auto naar het werk trekken, verre van! De sneeuw vorige week was prachtig, maar op de wegen ook levensgevaarlijk. Als voetganger moest ik al mijn uiterste best doen om niet om de haverklap uit te glijden en pardoes languit neer te ploffen in de nattigheid. Wat moest dat dan met de auto niet zijn? Zelfs ervaren buschauffeurs zag je hier eindigen tegen een gevel na een glad stukje straat. Brrr!!

Nee, dan toch liever de trein. Hoewel het pendelen toch ook niet al te vlot verliep. Maandagavond moest ik bijna een uur in de kou staan wachten voor er eindelijk een trein aankwam die me naar huis kon brengen. Monstervertraging zeg je? Dat is nog niets! Dinsdagavond stopte mijn trein een vijftal minuten nadat hij Brussel-Zuid was uitgereden. Reden: de trein voor ons was defect. Meer dan een uur hebben we moeten wachten op een locomotief die ons naar Brussel-Zuid kon terugbrengen, waarna we na nog wat getreuzel op een ander spoor onze reis konden voortzetten. De vertraging klokte uiteindelijk af op twee uur. De defecte trein zelf zal er vast nog veel langer over gedaan hebben om zijn bestemming te bereiken.

Als reiziger kun je in een dergelijke situatie niets anders doen dan wachten. Je boek of krant is allang uitgelezen, je bent door je voorraad keelpastilles en zakdoeken heen en je maag knort verontwaardigd. Je belt naar het thuisfront om het defect te melden. Een uur later om te melden dat de trein nog altijd stilstaat. En dan is je batterij leeg. Een praatje slaan dan maar? Ik zat gisteren naast een mevrouw die geregeld de trein neemt in Nederland. Daar zijn er officieel geen problemen. Geen grote vertragingen, dat klopt. Maar dat komt omdat een trein met veel vertraging daar gewoon wordt afgeschaft. En je ziet maar hoe je thuisgeraakt als er die avond geen andere treinen naar jouw bestemming meer tuffen. Taxi? Op hotel? Je zoekt het zelf maar uit! Nee, dan heb ik toch liever het Belgische systeem. Ik beloof plechtig om niet meer te klagen over vertragingen “door het drukke treinverkeer”. Hiep hiep hoera voor dat drukke treinverkeer! Zelfs met véél vertraging raken wij toch nog altijd op ons werk ’s morgens en thuis ’s avonds. Je kunt veel zeggen over de NMBS, maar ze brengt haar reizigers toch nog altijd naar hun bestemming, zelfs als het wat moeilijker gaat.

Alleen de communicatie kan beter. Veel beter. De schermen in de stations staan vol afgeschafte en serieus vertraagde treinen, terwijl reizigers daar absoluut geen boodschap aan hebben. Weg met die afgeschafte en vertraagde treinen, die horen op de schermen niet thuis. Toon ons liever welke treinen wel vertrekken, en wel nu meteen. En geef defecten meteen door, zodat de volgende treinen niet geblokkeerd geraken. Ik weet het, het lijstje van de NMBS met goede voornemens is ellenlang, maar dit kan er nog wel bij toch? Alleen zo wordt het voor de reizigers een gelukkig nieuwjaar…

Fijne feestdagen iedereen, en mijn allerbeste wensen voor 2011!

Gepost op 17 januari 2011 # | Reageer

Smakelijk

broodDe laatste tijd is er echt een overvloed aan kookprogramma’s op tv. Ik ben dus lang niet de enige die graag eens een nieuw receptje uitprobeert. Verfijning, cuisson en bordschikking zijn aan mij niet besteed. Ik maak liefst soepen en desserts. Of de smaken van een receptje uitgebalanceerd zijn, kan me niet schelen. Ik stel maar drie voorwaarden:

- dat je niet teveel ingrediënten nodig hebt
- dat alles is in een gewone supermarkt te vinden is
- dat het niet te lang duurt om klaar te maken

Wat me wel verbaast, is dat er nu pas een boek is verschenen met recepten voor brooddozen. Ja, af en toe vind je in een tijdschrift wel eens enkele receptjes om de brooddoos van je kids te vullen met uitnodigende hapjes. Maar brooddoosrecepten voor volwassenen, dat is pas een gat in de markt. Daar hadden al honderden boeken over moeten bestaan. Hoeveel procent van de Belgische werkende bevolking zou ’s middags brood eten? Toch minstens de helft, denk ik zo.

Dat was voor mij een grote omschakeling, toen ik begon te werken. Daarvoor at ik altijd warm ’s middags. Ik ben geen moeilijke eter. Mij mag je gerust spruitjes voorschotelen, ossentong vind ik heerlijk en ook voor vis met graten en een geurtje haal ik mijn neus niet op. Maar brood tijdens de lunchpauze? Dan heb je toch maar half gegeten, volgens mij. Zelfs als je kiest voor donkerbruine boterhammen met hartig beleg. Als ik bij mijn boterhammen geen dampende kom soep kan krijgen, begint mijn maag na een uur alweer te knagen. En zeker als het koud is buiten, snak ik om twaalf uur naar een warme hap, en heb ik heimwee naar de ‘Almakost’ uit mijn studententijd.

Vreemd toch, dat bedrijven zich inspannen om hun werknemers sportlessen aan te bieden, maar niet zorgen voor een basisbehoefte als een warme maaltijd. Vreemd dat de praatjes over welzijn op het werk draaien om lichaamsbeweging, stoppen met roken en vertrouwenspersonen voor wie gepest wordt, maar dat met geen woord gerept wordt over gezonde voeding. Vreemd dat je in de koffiehoek automaten vindt met frisdrank, koffie en thee, zoete en zoute snacks, maar dat verse soep en fruit in geen velden of wegen te bekennen zijn. Nochtans is gezond eten veel goedkoper dan een fitnesstrainer, en je krijgt sneller resultaat. Je hebt meer energie, je bent minder snel ziek en je kunt je beter concentreren. Niets dan voordelen dus. Werkgevers, waar wachten jullie nog op?

Gepost op 6 december 2010 # | Reageer

Help, we worden ouder!

oudHet is een hot topic tegenwoordig: we hebben een hogere levensverwachting en dat zorgt voor allerlei problemen en veel onzekerheid. Vroeger had het leven min of meer een vast stramien: je ging naar school tot je een diploma had, daarna ging je werken tot je zestig werd en daarna ging je met pensioen. De periode dat je werkte, duurde het langst. Wie geluk had, kon een twintigtal jaar van zijn pensioen genieten. Als hij te veel begon te sukkelen, bood een rusthuis nog enkele maanden of jaren de ideale oplossing.

Nu is dat patroon vervaagd. Ja, we gaan nog altijd naar school. Maar vanaf onze achttiende verjaardag wordt het plaatje al wat wazig. Er is geen vaste leeftijd meer waarop we beginnen te werken. En we studeren alsmaar langer. Ook ik heb na mijn hoofdstudie nog een lerarenopleiding gevolgd, die ik gelukkig kon combineren met mijn werk. Rondom mij zie ik vriendinnen en kennissen nog een extra taal studeren, of opnieuw voltijds naar school trekken omdat ze een andere richting willen uitgaan. Studenten van 25 of ouder zijn geen uitzondering meer. Geen wonder dat de pensioengrens opschuift.

En net dat pensioen is zowel voor de maatschappij als voor ons een grote kopzorg geworden. Ik werk nog maar een jaar of vijf, en ik ben er niet van overtuigd -zoals mijn ouders dat wel waren- dat ik na mijn beroepsleven maandelijks een bedrag van de staat zal krijgen waar ik van kan leven. We worden links en rechts om de oren geslagen met pensioenfondsen, pensioensparen en waarschuwingen dat we eeuwig zullen moeten doorwerken. Om bang van te worden!

Ook voor wie al wat ouder is, is de situatie verre van ideaal. Zolang je gezond bent en thuis van je pensioen kunt genieten, kun je met een bescheiden inkomen veel doen. Maar zodra er iets misgaat -grote herstellingen aan je huis, een ziekte, een val- moet je je reserves aanspreken. Als je die hebt tenminste. En eenmaal je in een rusthuis terechtkomt, zijn je spaarcenten snel op. Veel ouderen zijn dan op hun kinderen aangewezen, die tot de helft van de som moeten bijpassen en die zich doodergeren aan het gebrek aan personeel, respect en medeleven. Vooral in een privérusthuis valt op dat alles in het teken staat van geldgewin. Er wordt nauwelijks aandacht besteed aan de bewoners of rekening gehouden met hun wensen. En dat terwijl je toch betaalt alsof je op hotel zit.

Ik hoop dat ik dat later niet hoef mee te maken. Ik vind het al erg genoeg om het bij mijn grootouders te zien. Dat is geen leven meer. Dat is je elk moment van de dag overbodig voelen en wensen dat je er niet meer was. Een pluim voor alle vriendelijke en zorgzame verpleegsters en voor alle opgewekte en creatieve animatoren die dat spook even weten weg te jagen. Zoals jullie moesten er meer zijn. Véél meer.

Gepost op 9 november 2010 # | Reacties: 2 | Reageer

Telewerk

huisjeMijn baas heeft het stakingsprobleem elegant opgelost. Wie van ver moet komen en geen auto ter beschikking heeft, mag vandaag telewerken. Geen stakings- of fileleed dus voor mij. Ik kan in mijn eigen woonkamer en op mijn eigen computer werken.

Vertalen kun je eigenlijk perfect thuis doen. Je hebt enkel een computer met internettoegang en de nodige woordenboeken nodig.

De voordelen van telewerk: geen problemen om op het werk te geraken, minder vroeg moeten opstaan en minder afgeleid worden door geroezemoes van collega’s. Heb je honger of dorst? Dan duik je even in de koelkast en neem je wat je wil.

De nadelen: het is best eenzaam. En het is vervelend dat je niet even vlug iets kunt vragen aan een collega. Je wordt er dus wel zelfstandiger door, aangezien je zelf alle knopen door moet hakken. Nog een pijnpunt: je ziet alle huishoudelijke taken die nog gedaan moeten worden en ergert je eraan.

’t Is best handig voor een dagje -en een prima oplossing nu ik met de trein niet in Brussel geraak-, maar ik mis het sociale contact en de toetssteen die mijn collega’s voor me zijn. Elke dag thuiswerken zou dus niet aan mij besteed zijn, maar zo af en toe mag het wel. :-)

Gepost op 18 oktober 2010 # | Reageer

Joblog

Joblog An

Vertaler An An (28): "Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine vertaalteam wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk."

Alle berichten
  • mei 2012
  • april 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2008
  • december 2007

De andere blogs

Bediende JoblesSaraJoblog JoblesSara

Manager StevenJoblog Steven

sociaal hulpverlener sariJoblog Sari

VDAB-medewerkster LiesbethJoblog Liesbeth

RedactieRedactieblog
Fons LeroyFonsblog

WeblerenWebleerblog

Zelf bloggen?

Wil jij ook bloggen over je job? Contacteer ons op moderator@vdab.be.

RSS (Wat is dit?)

© 2012 VDAB - Disclaimer - Hulp nodig? Lees de veelgestelde vragen of mail naar info@vdab.be