VDAB
Algemene links
Ga direct naar de inhoud
  • Agenda
  • Cijfers
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • Contact
  • Sitemap
Rubrieken van de VDAB website
Ga direct naar de inhoud
  • Home
  • Werk zoeken
  • Werk aanbieden
  • Opleidingen
  • Carrière
  • Mijn VDAB
  • Begeleiding
  • Beroepeninfo
  • Test jezelf
  • MagEzine
  • Vdablog
  • Carrièrelectuur
  • Joblogs
Pagina spoor
  • Home
  • Carrière
  • Joblogs

Vertaler An vertelt ...

Versie bis

Vaak krijgen we de teksten die we moeten vertalen pas een dag of een halve dag op voorhand. Haastklussen dus. Op zich is dat geen probleem: niemand van ons vindt het erg om eens wat langer op kantoor te blijven. Maar wat gebeurt er dan? De doorgestuurde tekst is te vlug ineengeflanst. Resultaat: de schrijver is er niet volledig tevreden over, begint hier en daar nog iets te veranderen en stuurt een aangepaste versie door. Als hij de wijzigingen in de nieuwe tekst aanduidt, is dat niet erg. Dan ‘zap’ ik meteen naar de gewijzigde stukken en pas mijn vertaling aan. Duidt hij echter niets aan, dan moet ik de tekst volledig opnieuw overlopen, en daar verlies ik tijd mee.

Wat ook gebeurt, is dat verschillende collega’s uit hetzelfde bedrijf ons verschillende versies van dezelfde tekst doorsturen. Dan moeten we bellen en vragen welke versie de meest recente is én binnen ons vertaalteam goed opletten dat we geen dubbele vertalingen maken. Van sommige teksten zien we wel vier of vijf versies binnenkomen. Daar ga je op den duur scheel van kijken!

De meeste opdrachtgevers zijn best vriendelijk. Ze nemen het ons niet kwalijk als we hen op een foutje wijzen, of als we zeggen dat de termijn die ze voor ogen hadden niet haalbaar is. Jammer genoeg zijn er ook die hiervoor geen greintje begrip kunnen opbrengen. Ze sturen bijvoorbeeld om half zes ’s avonds een tekst van vijf bladzijden en verwachten de vertaling tegen de volgende morgen. Als die er niet is, bellen ze om te vragen waar ze blijft. Ja, hallo! Ik snap wel dat ze veel te doen hebben, maar zoiets kan echt niet.

Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine team wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk.

Gepost op 5 februari 2010 # | Reageer

Laatste schrijfkriebels

schrijfkriebels Niet te geloven, maar dit is alweer mijn laatste blogtekst! Wat heb ik eruit geleerd? Dat ik altijd interessante jobs heb gehad, al lagen ze me niet allemaal even goed. Bovendien was het werk dat ik graag deed, al was het soms zwaar. Ik heb het dan wel over mijn ‘droomjobs’ gehad, maar eigenlijk heb ik maar weinig te wensen over.

Heb ik nu alle aspecten van mijn baan besproken? Ach nee… Ik had het ook nog graag gehad over tact en diplomatie. Als je vertaalt, kom je in de brontekst soms cijfergegevens of data tegen die niet kloppen, en ook wel taal- en typfouten. Dat moet je dan op een heel tactvolle manier doorgeven aan de schrijver van de tekst. Je mag nooit vlakaf zeggen: “Hé, daar heb je een fout gemaakt!” Nee. Zo beledig je de schrijver. Wat doe je dan wel? Taal- en typfoutjes minimaliseer je, en het woord ‘fout’ komt niet over je lippen: “Ik stuur u in bijlage ook nog eens de brontekst, want ik heb enkele kleine aanpassingen aangebracht.” Als de inhoud niet klopt, begin je met je te verontschuldigen omdat je iets niet goed hebt begrepen. ″Moet het zo zijn of bedoelt u toch net iets anders?" Dan ziet de schrijver zelf dat er iets niet klopt en dat zegt hij dan ook. Probleem opgelost. Mijn collega’s beheersen die kunst tot in de puntjes. Ik ben het nog aan het leren, en ik vind het heel boeiend.

Iets anders dat ik nog graag wou bespreken, is dat veel mensen vertalen beschouwen als typen in een andere taal. Een fluitje van een cent, zo gefikst. Vrienden en familie die weten dat je vertaler bent, vragen je: “Kun je eens vlug deze tekst voor me vertalen?” Of ze geven je telefoonnummer of e-mailadres door aan een goede vriend van hen die dringend een vertaling nodig heeft. Dat kan gaan om een cv, een folder voor een activiteit, een cursustekst tot zelfs een hele thesis.

Als het een korte tekst is, dan zeg je ja, en dan maak je die vertaling. Maar zelfs dan nog gaat het nooit vlug genoeg. “Is het nu nog niet af? Die paar zinnetjes…” Het lijkt niet tot hen door te dringen dat je aan één zin al behoorlijk veel werk kunt hebben als het over een onderwerp gaat waar je niet vertrouwd mee bent. Dan moet je zowat elk woord opzoeken.

Als het een lange tekst is -en dat kan gaan tot honderd bladzijden- zeg je nee. Dan krijg je nogal wat naar je hoofd geslingerd. Je kunt dan nog duizend keer zeggen dat je aan zo’n vertaling weken of zelfs maanden werk hebt en dat je van het onderwerp niets afweet, toch wordt je weigering je erg kwalijk genomen. Zucht…

Zo, hier zal ik het bij laten. Ik hoop dat je iets aan mijn blog hebt gehad, of hem toch tenminste leuk vond om te lezen. Als je nog vragen hebt, kan je ze mailen naar moderator@vdab.be. De moderator geeft ze door aan mij en dan bezorg ik je een antwoord. Veel succes nog in je verdere loopbaan, en geniet van de volgende joblogs. Of waag misschien zelf de stap als je schrijfkriebels krijgt…

Bloggen is op zich al heel fijn, maar het wordt nog leuker als je veel reacties krijgt. Dankjewel dus voor alle verhalen en ervaringen die jullie met me hebben gedeeld, en dankjewel voor jullie aanmoediging en steun.

Nog veel groetjes van

An

Gepost op 4 januari 2008 # | Reacties: 1 | Reageer

Droomjobs

balletschoentjesToen ik klein was, had ik grootse toekomstplannen. Ik wou balletdanseres worden en actrice en schrijfster. Dat dansen heb ik het eerst opgegeven, omdat ik het helemaal niet kon. Mijn hand-voetcoördinatie lijkt nergens naar, ik heb geen gevoel voor ritme en ik beweeg me absoluut niet soepel of sierlijk. Maar ik zie nog altijd graag anderen bezig die dansen of kunstschaatsen. Wat deed Greet Rouffaer het goed, hè, in Sterren op het ijs? Jammer dat ze gevallen is…

Ook een actrice zal ik nooit worden. Ik zou het zelfs niet meer willen. Ik blijf liever op de achtergrond, en verhalen schrijven ligt me veel beter dan ze vertellen of spelen.

Maar mijn derde jeugdambitie heb ik nog niet opgegeven. Schrijfster blijft een droom van me. Die deel ik met de helft van de wereldbevolking, want wie heeft er nog nooit aan gedacht een boek te schrijven? Maar het komt er niet van omdat je het geduld en het doorzettingsvermogen mist om ten eerste je verhaal helemaal neer te pennen en na te lezen en ten tweede je boek naar uitgevers te sturen tot er eentje ja zegt. Ach… Deze blog is toch al een goed begin, en wie weet schrijf ik dat boek toch nog wel.

Naast boeken schrijven zou ik al even graag boeken vertalen. De quiltboeken van Jennifer Chiaverini, bijvoorbeeld, die zo prachtig kan vertellen, en die haar boeken vlugger schrijft dan ze vertaald kunnen worden. Of een chicklitboek van Meg Cabot of Shanna Swendson. Ook het nieuwste knettergekke verhaal van Jaclyn Moriarty zou ik graag onder handen nemen: 'I have a bed made of buttermilk pancakes.' Geef toe, de titel alleen al is subliem… Ik heb net 'Het ongelooflijke schooljaar van Scarlett M.' gelezen, en dat was weer super, behalve het einde (te onwaarschijnlijk). Het vervelende is ook dat het over dezelfde personages als de vorige boeken gaat, maar dat de namen zijn veranderd in de vertaling. Heel verwarrend is dat. Bibi Mackenzie is plots Scarlett Mackenzie geworden. Waarschijnlijk heeft de uitgeverij dit boek aan een andere vertaalster gegeven, die de vorige boeken niet gelezen heeft, of in elk geval niet in het Nederlands. Jammer!

Er zijn dus twee jobs waar ik van droom: schrijfster en literair vertaalster. Denk je dat de laatste optie wel haalbaar lijkt? Hmm… Ik ben naar dat forum over literair vertalen geweest op 7 december, weet je nog wel, en daar ging het er vooral over dat er niet genoeg opleidingen literair vertalen bestaan, dat 'nieuwe' literaire vertalers moeilijk aan een eerste opdracht raken en dat de meeste uitgeverijen Vlaamse vertalers sowieso weren omdat wij Zuid-Nederlandse woorden en wendingen gebruiken en de Nederlandse lezer daarover struikelt. Je kunt als beginnend literair vertaler begeleid worden door een ervaren mentor en je kunt een subsidie krijgen, maar om daarvoor in aanmerking te komen, moet je al een opdracht binnengehaald hebben. En als je niet al wat naam en faam hebt gemaakt, zal geen enkele uitgeverij je een opdracht geven, tenzij op voorspraak van een bekende vertaler. Het enige wat je dus kunt doen, is cursussen volgen en naar conferenties gaan en proberen om zo een netwerk op te bouwen.

En intussen ben ik ook al heel tevreden met mijn huidige baan… :-)

Gepost op 3 januari 2008 # | Reacties: 1 | Reageer

In de knoop

knoop in touwIk ben dag in dag uit met taal bezig, en ik kom er nooit meer helemaal van los. Uit elke tekst die ik lees, haal ik de spellingfouten en de kromme zinnen. Lees ik de Nederlandse vertaling van een boek, dan kom ik soms zinnen tegen waar de oorspronkelijke taal nog doorschemert. In plaats van verder te lezen, zoals elk normaal mens zou doen, leg ik dan even mijn boek opzij en denk ik na over de vertaling. Hoe zou ik het formuleren? Pas als ik een zin heb gevonden waar ik tevreden over kan zijn, lees ik verder.

Wat een pretentie, zeg! Schrijf ik dan zelf nooit iets verkeerd? Natuurlijk wel. Ook in mijn teksten staan soms onvergeeflijke d/t-fouten of andere fouten. Bovendien gebruik ik te veel adjectieven en stopwoorden, en maak ik mijn zinnen te lang. Het vervelende is dat ik daar niet op let als ik iets nalees dat ik zelf heb geschreven. Gelukkig heb ik daar collega's voor. Zij maken mij -met zachte hand- attent op m'n fouten. :-)

Ik vind het echt fantastisch om in een team te werken. Als ik al dagen met dezelfde tekst bezig ben en in de knoop zit met een bepaalde zin, helpt het om er iemand anders bij te halen. Gewoon even kort samenvatten waar de tekst over gaat en waar het probleem zit, kan al helpen om de knoop te ontwarren. Ik neem dan wat meer afstand waardoor ik de dingen helderder zie. Of ik luister naar wat m'n collega voorstelt. Eén enkel woord kan al helpen. Dan zeg je: “Dat is het! Waarom heb ik daar niet aan gedacht?” En dan kun je weer verder…

Hoe doen zelfstandige vertalers dat, vraag ik me zo af. Leggen ze het probleem voor aan hun kat, of aan hun computerscherm? Bellen ze hun moeder om even stoom af te laten? Halen ze een kop koffie om hun hoofd weer helder te maken? Of gaan ze naar een vertaalforum om daar wat hulp te vinden?

Nu, vertalen is sowieso tot op zekere hoogte een eenzaam beroep. Het is iets wat je alleen moet doen. Samen vertalen, dat gaat niet. Je hebt elk een andere zin in je hoofd, en dat botst. Het is voor mij ook echt een private bezigheid: ik verkramp helemaal als iemand over mijn schouder meeleest wat ik typ, en ik vind het dan moeilijk om verder te gaan. Maar dat neemt niet weg dat ik het fijn vind om tijdens het vertalen af en toe binnen te vallen bij mijn collega's. Niet alleen om hun mening te vragen, maar ook gewoon zomaar, voor een praatje of een kop koffie.

Gepost op 2 januari 2008 # | Reacties: 1 | Reageer

Altijd een beetje reizen...

rendieren op weg naar kerstboomIk ga met de trein naar het werk, niet met de auto. Ik heb zelfs geen rijbewijs. Mensen schrikken altijd als ik dat zeg. “Maar je zult toch nog wel lessen volgen en je rijbewijs behalen?” Nee, is mijn antwoord. Ik heb lessen gevolgd, lang geleden al, toen ik zeventien was. Maar ik verkramp helemaal als ik achter het stuur zit, en daar komen ongelukken van. Laat mij dus maar met het openbaar vervoer reizen…

De trein is lang mijn favoriete vervoermiddel geweest voor afstanden die ik niet te voet kan afleggen. Tenzij je op een oude trein zit die piept en kraakt en hobbelt over de sporen word je niet zo dooreengeschud als op de bus. Je kunt dus rustig je krant of je boek lezen, een sudoku of een kruiswoordraadsel oplossen of wat dutten. De trein doet er ook niet zo lang over als de bus. Normaal gezien toch niet…

Maar dat is de ideale situatie. Tijdens de spitsuren ’s morgens en ’s avonds gaat het er heel anders aan toe. Je hebt geen last van filestress, maar je ergert je wel aan andere zaken. Op veel trajecten rijdt maar één trein per uur. Als je dan een overstap mist, moet je direct een heel uur wachten. En nee, een overstap mis je niet altijd door een vertraging. Soms zijn de treinen gewoonweg niet op elkaar afgestemd. Pech voor jou dan. Ofwel moet je een uur vroeger op de trein stappen, ofwel moet je tegen heug en meug overstappen op de auto. Doe je dat niet, dan raak je nooit op tijd op het werk, in de crèche of op school. Niet zo leuk.

Ook vertragingen zijn lastig. En dan heb ik het niet over vijf minuutjes -dat is officieel niet eens een vertraging. De laatste tijd heeft mijn trein bijna altijd een kwartier vertraging, en soms nog meer. Waar ligt dat dan aan? Wel, vanmorgen was de locomotief defect. De dagen daarvoor reed de trein met een slakkengangetje omdat er dichte mist hing. Ook werken aan de sporen zijn soms de boosdoener. Het enige wat je hieraan kunt doen is een marge van een half uur incalculeren, een dikker boek meenemen dan gewoonlijk en proberen om niet op je horloge te kijken voor je aangekomen bent.

Een ander pijnpunt is het gebrek aan zitplaatsen. ’s Morgens is het vechten om een plaatsje, en ellebogenwerk wordt daarbij niet geschuwd. Als ik geen zitplaats vind, zet ik me neer in het gangpad of aan de ingang. Maar soms sta je echt zo opeengepakt dat van zitten geen sprake meer is. Probeer dan maar eens je krant te lezen: zodra je een blad omslaat, zit je met je elleboog in iemands oog of ribbenkast.

De laatste tijd zijn er ook nog de stakingen. Ik hoop toch zo dat er niet zal gestaakt worden op kerstavond. De vakbond dreigt met een staking van 14 uur tot 14 uur. Dat betekent dat ik niet meer van mijn werk naar huis geraak op kerstavond, en niet meer van bij mij thuis naar mijn ouders op Kerstmis. De vakbond denkt misschien dat iedereen de 24ste december om 14 uur al is waar hij zijn moet, of dat ze er op een andere manier kunnen raken. Maar niet iedereen heeft vrijaf op 24 december. Niet iedereen woont dicht bij zijn familie. Niet iedereen heeft een auto of zelfs maar een rijbewijs. Niet iedereen kan het zich veroorloven een taxi te nemen. Dus lieve vakbond: staak alsjeblieft niet op kerstavond! Als de directie onvermurwbaar blijft, staak dan liever eens in januari. Dan hebben we weer verlofdagen die we eventueel kunnen opnemen en moeten we niet dringend naar onze familie toe. Verpest alsjeblieft ons kerstfeest niet!

Sowieso vraag ik me af of al die stakingen wel iets uithalen. O, zeker, de reizigers voelen het effect. Maar zij kunnen de treinbegeleiders en -bestuurders geen loonsverhoging bieden of voor betere uurroosters zorgen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de directie.

Ziezo, nu ga ik even een pauze inlassen op mijn blog. :-) Woensdag 2 januari ben ik terug met een nieuw stukje. Ik wens jullie alvast een prettig kerstfeest en een gelukkig Nieuwjaar!

Gepost op 21 december 2007 # | Reacties: 6 | Reageer

Levend woordenboek?

breinSommige mensen denken dat ik een levend woordenboek ben. Dat klopt niet. De helft van mijn werk bestaat uit opzoeken. Hiervoor gebruik ik vaak het internet, al moet je sites en zoekmachines benaderen met een gezonde achterdocht.

Je gaat best af op betrouwbare sites, bijvoorbeeld:

  • die van de Taalunie (http://taalunieversum.org), waar je ook het elektronische groene boekje kunt vinden (http://woordenlijst.org/),
  • de taalsite van de VRT (http://vrttaal.net/) of
  • de Europese zoekmachine IATE (http://iate.europa.eu/iatediff/SearchByQueryEdit.do).

Ook het aantal hits dat je krijgt, vertelt je al veel. Vindt Google een woord of een uitdrukking maar op één enkele site, dan klopt er iets niet. Misschien wordt het woord wel anders gespeld, of misschien hoort bij de uitdrukking een ander voorzetsel.

Nattevingerwerk, zeg je? Ja, dat is het soms wel. Aan de gewone vertaalwoordenboeken heb je vaak niets als het gaat om een typisch Belgische uitdrukking of een specifieke context of een nieuw woord. Dan ben je aangewezen op het internet of op het indrukwekkende bestand vertalingen die er op ons intranet terug te vinden zijn.

En vind je de juiste formulering dan nog niet, dan kun je nog altijd bij je collega’s terecht. Het team waarin ik werk is klein en heel hecht en iedereen helpt elkaar. Het is handig dat ik ook Franstalige collega’s heb: als ik worstel met een bepaalde zin, helpen ze me die anders te formuleren, zodat ik hem beter versta en makkelijker kan vertalen.

Gepost op 19 december 2007 # | Reageer

Het prille begin

bloemknop of blad in ontwikkelingIk kreeg de vertaalmicrobe te pakken in het middelbaar onderwijs.

'k Heb klassieke talen gestudeerd. Woordjes leren vond ik niet zo fijn, en grammatica nog veel minder. Maar die verhalen! Nog altijd droom ik erbij weg… Sagen en legenden over goden met menselijke trekjes: ze worden verliefd, ze zijn jaloers, ze maken ruzie. Halfgoden die stommiteiten uithalen en daar streng voor gestraft worden. Helden die het ene monster na het andere verslaan en niet alleen sterk maar ook vindingrijk zijn. Oorlogen die via een list of door de tussenkomst van de goden beslist worden. Ik heb altijd goede leerkrachten klassieke talen gehad, die prachtig konden vertellen, en zelfs de speeches van Caesar het nodige elan meegaven door ze met een bulderstem en verontwaardiging voor te dragen: ''Hoe lang nog, Catilina…''

Tijdens de les lazen we die verhalen en vertaalden we ze zinnetje per zinnetje. Daar hadden mijn meeste klasgenoten een hekel aan, maar ik vond het fijn om de ‘dode’ taal om te toveren in fris en levendig Nederlands. Makkelijk is dat niet, en soms giste ik wat te veel naar de inhoud, in plaats van alle woorden netjes op te zoeken en dan te gaan puzzelen, maar het lukte me, en ik deed het graag.

Dat was het prille begin van mijn interesse in talen en vertalen.

Gepost op 19 december 2007 # | Reageer

Misvattingen

vraagteken en uitroeptekenAls ik iemand vertel dat ik werk als vertaler, dan krijg ik ofwel de reactie: “Ah, je bent tolk?” of “Bah, is dat geen saai werk?” Nee en nog eens nee.

Een eerste misvatting is dat vertalen hetzelfde is als tolken. Fout. Ik ben vertaler, geen tolk. Een tolk vertaalt mondeling, een vertaler schriftelijk. Dat is een belangrijk verschil. Tolken is niet voor iedereen weggelegd. Je moet er heel stressbestendig voor zijn, want het gaat razendsnel en je mag absoluut niet twijfelen. Je moet je brein kunnen opsplitsen om tegelijk te kunnen luisteren, nadenken, in je hoofd een vertaling te formuleren en die uit te spreken.

Vaak moet je de zin helemaal omgooien omdat die in het Nederlands anders opgebouwd is dan bijvoorbeeld in het Frans. Neem nu een zin als “J’ai vu ma collègue Christine et ses deux filles.” Als je dat vertaalt, ga je niet beginnen met: “Ik heb gezien mijn collega”. Nee. “Gezien” moet op het einde van de zin komen, na al de rest: “Ik heb mijn collega Christine en haar twee dochters gezien.” En dat maakt tolken zo moeilijk. Die “gezien” moet je in je achterhoofd houden tot aan het einde van de zin, terwijl je de rest hoort en tolkt. Niet gemakkelijk, hè? En dan heb ik nog een kort en eenvoudig zinnetje uitgekozen!

Ik heb geprobeerd te tolken tijdens mijn opleiding. In het derde jaar kun je als keuzevak tolkinitiatie nemen, om eens uit te testen of tolken lukt en of het je ligt of niet. Ik vond het heel interessant, maar niets voor mij. Daarvoor twijfel ik te veel, reageer ik te traag en te verkrampt en spreek ik lang niet vlot genoeg. Bovendien moet je als tolk over een formidabele algemene kennis beschikken (van het kaliber van Marc Reynebeau) en die continu bijspijkeren. Om nog maar te zwijgen over het hele arsenaal aan woorden, uitdrukkingen en synoniemen dat je ook al constant moet bijwerken en uitbreiden. Als tolk kun je niet vlug even googelen of een woord opzoeken. Alles moet in je hoofd zitten. Petje af dus voor alle tolken!

De tweede misvatting is dat vertalen saai is. Ja, als je alleen maar handleidingen voor huishoudtoestellen en medische bijsluiters vertaalt, kan ik me voorstellen dat je dat na een tijdje beu wordt. Maar er zit zoveel variatie in wat ik vertaal, dat het me nooit gaat vervelen. Alles wat binnen ons bedrijf gebeurt, passeert langs de vertaaldienst, omdat van alle documenten zowel een Franse als een Nederlandse versie moet bestaan. (Ja, ik werk in Brussel, hoe raad je ’t zo? :-) ). Je ziet dus alle radertjes van de machine en krijgt zo zicht op het geheel. Voor een nieuwkomer is dat ontzettend interessant. Bovendien kom je bepaalde zaken eerder te weten dan de rest van het personeel. Bijvoorbeeld als er een sportdag of andere activiteit georganiseerd wordt of als het bedrijf wil gaan experimenteren met thuiswerk. Dan zijn wij er als de kippen bij. Best wel handig!

Ik vind vertalen alleen maar saai als het gaat om een standaarddocument, waar al een vertaling van bestaat. Dan moet je enkel de data veranderen, en hier en daar een detail. Knip- en plakwerk dus, helemaal niet creatief. Gelukkig zijn die teksten in de minderheid…

Gepost op 17 december 2007 # | Reageer

Vrijheid blijheid?

draai aan de klokEr komen niet veel vertalers in de vertaalbranche terecht. Weet je waarom? Omdat 'vertalen' meestal op zelfstandige basis gebeurt. En dat is een hondenstiel. Ik heb het met m'n eigen ogen gezien toen ik stage liep bij een vertaalbureau. Het was een tweemanszaakje: een koppel waarvan zowel de man als de vrouw vertaler waren. Ze klopten allebei heel veel uren. De vrouw vertelde me dat ze al om vijf uur ’s morgens begon te werken en meestal maar ophield om middernacht. En dat zes dagen per week! Zelfs de zondag schoot erbij in als een project dringend af moest.

Wil je als zelfstandige genoeg verdienen en je klanten tevreden houden, dan moet je veel meer werken dan de doorsnee werknemer en dit op alle mogelijke en vooral onmogelijke tijdstippen van de dag. Oké, je hebt veel vrijheid want je bent je eigen baas, maar ik heb al gemerkt dat klanten vaak veeleisender en ongeduldiger zijn dan honderd bazen samen!

Bovendien blijft het niet bij teksten vertalen en nalezen. Je moet ook opdrachten weten binnen te halen en daarvoor moet je publiciteit voeren. En tot slot moet je ook nog de boekhouding doen. Je kan dit aan iemand anders overlaten, maar dan knibbel je behoorlijk aan je inkomsten.

En ja, verder heb je ook nog mogelijke horrorscenario's die je het leven zuur kunnen maken. Zo hoorde ik het verhaal van een vrouw die op vraag van een bedrijf een vertaling had gemaakt, maar er niet voor betaald werd. Ze stuurde verschillende aanmaningen, maar niks hielp. Uiteindelijk trok ze naar de rechtbank, om daar te horen te krijgen dat het bedrijf in kwestie failliet was verklaard. Al haar werk was voor niks geweest!

Nee, dank je wel, dat is allemaal niets voor mij. Ik ben heel blij dat ik een vertaaljob heb gevonden met een statuut als werknemer. Ik geef toe: het werk is niet zo avontuurlijk omdat je niet zelf je vertalingen kiest en alle teksten te maken hebben met het bedrijf waarvoor je werkt, maar ik werk tenminste om te leven en niet omgekeerd. Als ik ’s avonds thuiskom, hoef ik niet meteen weer aan werk te denken. Ik kan een dag of zelfs een week vakantie nemen zonder daar twee keer over te moeten nadenken. En, ik weet dat er elke maand een vast bedrag bijkomt op mijn rekening, dus kan ik zonder problemen mijn rekeningen betalen en zelfs vooruit plannen. Dat is pas vrijheid…

Gepost op 14 december 2007 # | Reacties: 10 | Reageer

Andere wending

selectieproefHet eigenlijke lesgeven maakt maar een klein deel uit van het werk van een leerkracht. De rest is een grote berg papierwerk, en dat werd me al ongenadig ingepeperd tijdens mijn lerarenopleiding.

Zo stak ik erg veel tijd in lesvoorbereidingen. Lesmateriaal op zich volstond niet. Ik moest opschrijven wat de leerlingen gingen leren, op welke manier ik het hen zou leren, welke vragen ik wou stellen, wat voor materiaal ik wou gebruiken en ga zo maar door. Bladzijden en bladzijden. Maakt dat je les uiteindelijk beter? Tja… als je nog niet veel ervaring hebt, kan zo'n planning een houvast zijn, maar als je routine verworven hebt is zo'n uitgebreide lesvoorbereiding overbodig, vind ik. Het gebeurde trouwens vaak dat m'n leerlingen anders reageerden dan ik had verwacht, en dat ik m'n vragen en methode moest aanpassen op het moment zelf. Wat heb je dan nog aan je perfect voorbereide lesje?

Naast de voorbereidingen moest ik ook verslagen maken van lessen die ik bijwoonde en van mijn eigen stagelessen. Ook hier hetzelfde: de eerste keer is dat nuttig, maar als je meer dan twintig verslagen moet maken (en niet mag kopiëren en plakken…), dan moet je je inhoudelijk en stilistisch in alle mogelijke bochten wringen om niet twintig keer hetzelfde te zeggen.

Maar goed… Mijn lesvoorbereidingen en verslagen raakten op tijd af, ik kreeg een goede beoordeling en ik was geslaagd. Eindelijk had ik dan het diploma waar ik zo voor had gezwoegd!

Maar geloof het of niet: uiteindelijk heb ik dit diploma niet nodig gehad. Plots nam mijn carrière een andere bocht: ik zag een vacature voor vertaler, solliciteerde en kreeg de job.

Gepost op 13 december 2007 # | Reacties: 2 | Reageer

Geen geboren leerkracht

schoolkrijtLesgeven is een job apart. Voor veel mensen is het een soort roeping: het zit hen in de genen. Dat geldt jammer genoeg niet voor mij.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb altijd gráág lesgegeven, absoluut, al vergde het elke kruimel energie. Je krijgt van je leerlingen immers zoveel terug. En ik gaf les aan volwassenen, die heel goed weten waarom ze komen en je dus niet zomaar gaan tegenwerken. Ik hou aan het lesgeven veel fijne herinneringen en kennissen over!

Maar een geboren leerkracht ben ik allerminst. In het begin had ik het er behoorlijk moeilijk mee om voor de klas te staan en al die gezichten te zien die me vol verwachting aanstaarden. Ik had veel zin om ergens achteraan te gaan zitten, diep weggedoken, en te wachten tot de 'echte' leerkracht kwam. Zo onzeker voelde ik me.

Als leerkracht moet je niet alleen kennis aanbrengen, maar moet je tegelijk ook entertainen en motiveren. Een goede band met je klas is cruciaal. Veertien maanden heb ik lesgegeven, en elke les weer moest ik de stemming van de klas weten aan te voelen en daar gepast op reageren: hen laten afreageren als ze niet goed in hun vel zaten of als er klasgenoten ruzie hadden, hen met een grapje of een anekdote proberen op te monteren als het regende of de trein alweer vertraging had... Ik blink niet bepaald uit in sociale vaardigheden, maar zoiets leer je snel -je moet wel!

Naast empathie heb je ook gezag nodig, en dat mis ik. Een klas in de hand houden lukt me niet. In het secundair onderwijs zou ik dus nooit willen -en al evenmin kunnen- lesgeven. Mijn stagelessen voor m'n lerarenopleiding heb ik voor de helft in een middelbare school moeten geven, en hoewel mijn stagementor in de klas zat (en dus de leerlingen in toom hield louter door zijn aanwezigheid), voelde ik me geen moment op mijn gemak.

Gepost op 12 december 2007 # | Reacties: 3 | Reageer

Met de hakken over de sloot

schoenenNa maandenlang druk solliciteren kreeg ik dan toch een tijdelijk contract aangeboden: ik mocht als copywriter gaan werken voor een bedrijf in de distributiesector. Leuk om te doen, hele fijne werksfeer en een prima bedrijf, maar mijn contract werd niet verlengd omdat ik niet commercieel genoeg ingesteld was. Teksten verbeteren en vertalen, dat ging me goed af, maar als ik ze zelf schreef, klonken ze te weinig aantrekkelijk. Reclame is heel subtiel, en dat subtiele mis ik.

Goed, mijn volgende baan mocht dus niet te technisch en ook niet te commercieel zijn. Dat sloot al veel mogelijkheden uit. Maar geen nood, ik kreeg het perfecte aanbod: ik mocht les gaan geven aan anderstaligen, en dat in eigen stad, ideaal dus! De lessen die ik gaf, waren computerlessen, Frans en Nederlands.

Het was heel fijn om les te geven aan volwassenen, en zeker als het dan ook nog anderstaligen zijn, want die zijn ontzettend gemotiveerd. Bovendien leerde ik zo stukje bij beetje hun cultuur kennen. Lesgeven is tweerichtingsverkeer, en dat brengt voordelen met zich mee. Kijk naar mezelf. In het begin was ik geen al te goede leerkracht: ik had te weinig geduld en te weinig structuur en ik was niet zelfzeker genoeg. Maar met oneindig veel tact en inlevingsvermogen hebben mijn leerlingen mij op het juiste pad gebracht, en daar ben ik hen nog altijd dankbaar voor.

Lesgeven en tezelfdertijd ook een lerarenopleiding volgen is dansen op een slap koord. Intussen was ik aan de zwaardere modules van de opleiding toe, waarvoor ik telkens werkstukken en lessen moest voorbereiden. Dat neemt ontzettend veel tijd in beslag, en die tijd ontbrak me. Voor mijn werk moest ik immers de computercursussen die ik gaf zelf samenstellen: blaadjes met theorie en oefeningen. Met die cursussen moest ik telkens negen à tien uur per week weten te vullen. Da’s een beetje zoals voor een trein uit hollen om de sporen te leggen -de leerlingen stomen veel vlugger door je cursus dan jij hem kunt maken! Om voor voldoende lesmateriaal te zorgen had ik dus hele avonden en hele weekends voorbereidingswerk, en ook al mijn pauzes schoten erbij in. Ik was trots op mijn leerlingen dat ze zulke vorderingen maakten, daar niet van, maar zwaar was het wel.

Mijn docente vakdidactiek heeft me bijna een onvoldoende gegeven voor een lesopdracht omdat mijn inzet volgens haar minimaal was! Ja, zeg! Alle tijd die overbleef had ik eraan besteed, en dat was inderdaad maar een half uurtje hier en daar, maar werk gaat nog altijd voor op een opleiding! Na twee proeflessen waar ik vernietigende kritiek op kreeg, heb ik de docente mijn situatie eens uit de doeken gedaan. Oké, zei ze, ik snap dat je het druk hebt, maar ik wil toch graag eens een echt staaltje van je kunnen zien. Dat werd dus nachtwerk, maar uiteindelijk ben ik toch met de hakken over de sloot geslaagd voor vakdidactiek. Wat heb ik gesakkerd en geweend eer het zover was! En erna ben ik van pure uitputting ziek geworden …

Gepost op 10 december 2007 # | Reacties: 2 | Reageer

Mijn vertaalopleiding

lege aulaLezer Zarema vraagt me waar ik mijn opleiding heb gevolgd. Vandaag wil ik graag een antwoord geven op deze vraag.

Ik koos voor de Mercator Hogeschool, die na mijn eerste kandidatuur gefusioneerd is met Hogeschool Gent. Ik ben ook in Brussel komen kijken. Bij de Vlekho kon je een dag de lessen meevolgen. Dat was leuk en interessant, en de school zag er heel modern uit. Waarom heb ik dan toch in Gent gestudeerd? Om een gekke reden eigenlijk. Op de infodag ben ik ook het studentenhuis gaan bezoeken, en ik vond het daar zo gezellig dat mijn besluit genomen was. Daar wou ik echt naartoe! Nu, er waren uiteraard ook andere redenen: de hogeschool in Gent had de beste reputatie en bovendien was Gent beter gelegen voor mij dan Brussel of Antwerpen.Ik heb me mijn keuze nooit beklaagd.

Mijn opleiding was niet gemakkelijk, verre van zelfs. In de eerste kandidatuur zat ik in een klas van ongeveer 35 studenten. Toen ik afstudeerde, waren we nog met tien. Waar waren die anderen over gestruikeld? Wel, vaak was grammatica de boeman. Neem nu de onregelmatige werkwoorden. Die moet je op je duimpje kennen. In het Engels heb je een honderdtal onregelmatige werkwoorden, waarvan je drie vormen moet onthouden: to be, was/were, been. Dat is nog overzichtelijk. Maar het Frans, bijvoorbeeld, heeft veel meer van die werkwoorden, en elk werkwoord heeft 112 verschillende vormen. Die allemaal uit het hoofd leren is een lastige klus.

Verder komen bij een vertaalopleiding veel praktische lessen kijken. Teksten begrijpen, samenvatten, verbeteren en vertalen kun je niet uit een cursus leren. Je moet het gewoon doen, en nog eens, en nog eens, tot je het onder de knie krijgt. Niemand zal je verplichten naar de les te komen, maar als je niet komt en oefent, krijg je het moeilijk op het examen.

Verder haakten er ook veel studenten vrijwillig af omdat ze niet graag vertaalden. Huh? Waarom begonnen ze dan aan een vertaalopleiding? Misschien wilden ze wel gewoon vreemde talen studeren om die door en door te kennen en dan later in het buitenland te kunnen gaan werken... Ondertussen is de opleiding opgesplitst en kun je kiezen of je voor vertaler wilt studeren of liever meertalige communicatie wilt volgen. Vroeger had je die keuze niet. Als je vertalen saai en lastig vond en liever meer wou spreken dan schrijven, dan moest je gewoonweg uitkijken naar een andere opleiding.

Maar mij lag het dus wel, en ik was ook blij met de vele keuzevakken die het departement Vertaalkunde bood. Zo heb ik een initiatiecursus Hongaars gevolgd, heb ik leren ondertitelen, heb ik zowel economische als literaire vertaling uitgeprobeerd en ook tolkinitiatie. Maar maak je geen illusies: op school heb ik niet professioneel leren ondertitelen. Voor mijn job heb ik een andere (en modernere) techniek moeten aanleren. Het HIVT in Antwerpen pakt het beter aan: het werkt samen met een privébedrijf om een cursus ondertitelen aan te bieden, zodat de cursus meer is dan een leuk liefhebberijtje.

Wat ik miste in mijn opleiding was een cursus over vertalen als zelfstandige. Hoe begin je daaraan, waar investeer je in, hoeveel vraag je per regel, hoe raak je aan klanten, wat moet je allemaal regelen op administratief vlak? De cursus zou een basis marketing en boekhouding moeten bevatten en alle aspecten van het zelfstandigenstatuut moeten bespreken. Aan de cursus kan dan een stage gekoppeld worden of een peterschap waarbij een bestaand vertaalbureau een pas afgestudeerde vertaler begeleidt. Misschien zou de Belgische Kamer van Vertalers, Tolken en Filologen de cursus kunnen verzorgen in samenwerking met Unizo?

Een ander pijnpunt, was de stage. Die stage duurde twee weken en vond plaats tijdens de vakantie. Probleem: twee weken is te kort om je ergens in te werken en om veel bij te leren. Je hebt er dus niet veel aan en eigenlijk is het puur een formaliteit. Ik heb twee keer stage gelopen: bij een vertaalbureau (daar vertel ik later nog wel meer over) en bij het Publiekstheater, waar ik een toneelstuk dubde.

Als je interesse hebt voor vertalen, en dan meer specifiek voor literair vertalen, moet je vandaag (vrijdag 7 december) eens afzakken naar Gent, want de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) organiseert het colloquium ‘Vorming van vertalers - vertaling en vorm’ in het Academiegebouw, Koningstraat 18, 9000 Gent. Meer info vind je op www.kantl.be/.../programma_colloquium_vertalen.pdf

Gepost op 7 december 2007 # | Reacties: 20 | Reageer

Nieuwe horizonten verkennen

groenToen ik 2 maanden als ondertitelaar werkte, werd ik ontslagen. Dat was moeilijk om te verwerken. Ik had het beste van mezelf gegeven en dat volstond blijkbaar niet. Mijn zelfvertrouwen kreeg een flinke knauw.

Ik schreef me in bij interimkantoren, maar dat bracht geen uitweg. Telkens kreeg ik te horen: "Talenkennis, da’s mooi, maar wat kun je nog meer?"

Ik besloot om me bij te scholen. Dat leek me de enige optie. Eerst heb ik mijn computerkennis bijgeschaafd. Helemaal op mijn eentje. Gewoon in de bib cursussen voor “dummies” gehaald en alles uitgeprobeerd op mijn computer tot het lukte. Vervolgens deed ik mee aan twee examens om mijn 'Europees computerrijbewijs' te behalen. Dat is een soort diploma waarmee je bewijst dat je Word, Excel, Access, PowerPoint en Outlook onder de knie hebt. Zoiets staat mooi op je cv.

Ik behaalde mijn computerrijbewijs, maar had nog altijd geen job. Een vriendin, die toen ook geen werk had, overtuigde me om samen met haar aan een lerarenopleiding te beginnen; de vroegere D-cursus. Dat nam drie dagen plus een avond per week in beslag.

Om het lesgeven al een beetje in te oefenen, ging ik tegelijk ook aan de slag als freelance studiebegeleider. Ik verdiende haast niks en eigenlijk gaf die job ook geen realistisch beeld van lesgeven. Ik moest lesgeven aan één leerling en niet aan een hele klas tegelijk, had geen lesvoorbereidingen en moest geen huiswerk of testen verbeteren. Maar dankzij die job werd ik wel echt enthousiast over het idee om m'n lerarenopleiding af te maken en les te geven.

Naast mijn lerarenopleiding en freelance werk, was ik ook volop aan het solliciteren. Concreet hield dit in dat ik uren op de trein zat om van de ene sollicitatieplaats naar de andere te reizen. Gelukkig worden je reiskosten terugbetaald als je werkzoekend bent.

Dat solliciteren kon echt wel frustrerend zijn. Het gebeurde bijvoorbeeld vaak dat ik tot in de tweede of de derde selectieronde raakte en dan de baan uiteindelijk toch niet kreeg omdat ik geen ervaring had. Ze zeiden dan iets als: ''Je hebt wel potentieel, maar we hebben iemand gekozen met meer ervaring." Grrr, zo frustrerend! Ik wou best ervaring opdoen, maar dan moest ik wel de kans krijgen!

  • Computerrijbewijs: http://vdab.be/ecdl
  • Mobiliteitsvergoeding: http://vdab.be/mobiliteit/default.shtml

Gepost op 5 december 2007 # | Reacties: 13 | Reageer

En… actie!

filmspoelHoi, mijn naam is An en ik ben 25. Ik ben vertaler van opleiding én van beroep. Da's ook maar normaal, hoor ik je zeggen. Hmm, nee, toch niet. Mensen met een diploma vertaler vind je in alle mogelijke sectoren. Je kan reisgids worden, woordvoerder, conferentieplanner, directiesecretaresse, corrector, studiebegeleider… Een klasgenoot van me is zelfs bij de radio gaan werken!

Zelf ben ik mijn carrière begonnen als ondertitelaar. Klinkt leuk, hè? Films en tv-series ondertitelen, en ze dus een stuk vroeger te zien krijgen dan ze op tv of in de bioscoop te zien zijn. En ja, ik vond die job ook leuk, maar wel lastig. De deadlines waren heel strikt: een opdracht moest altijd gisteren al klaar zijn. Verder was het lastig dat we het script zelf soms niet te zien kregen. Dan moest ik echt zin per zin beluisteren en vertalen wat ik hoorde. Niet zo simpel als de achtergrondgeluiden de spreker overstemmen, als hij binnensmonds spreekt of als hij ruzie maakt met iemand anders en ze door elkaar heen schreeuwen. Maar wel heel boeiend. :-)

Jammer genoeg gebeurde het vaak dat we niet zelf hoefden te vertalen. We kregen dan de vertaling van anderen en moesten enkel de ondertitels op de juiste plaats zetten in de film of het tv-programma. Daarvoor moet je heel goed kijken en luisteren. En je moet ook aanvoelen hoe lang je de ondertitels mag laten staan. Dat puur technische lag me niet zo goed. Ik liet de woorden te lang staan en was te traag. Daarom wilden ze na twee maanden al niet meer verdergaan met mij. Geen goed begin van mijn loopbaan, dus…

Hoe het me daarna verging en hoe het uiteindelijk toch nog allemaal goed kwam, vertel ik jullie deze maand!

Gepost op 3 december 2007 # | Reacties: 16 | Reageer

Joblog

 

Vertaler An

An An (27): "Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine vertaalteam wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk."

Alle posts
  • februari 2010
  • januari 2008
  • december 2007

De andere blogs

Sofie
Office manager, 25
Tine
Opleidings-coördinator, 33
Maarten
Verantwoordelijke communicatie, 27
Steven
Manager, 48

Zelf meewerken?

Wil jij ook bloggen over je beroep? Contacteer ons op moderator@vdab.be

RSS (Wat is dit?)

© 2006 VDAB - Disclaimer - info 0800 30 700 (ma-vr 8 tot 20 uur) of info@vdab.be