Vakantie
Mijn collega’s beginnen hun zomervakanties te plannen. Meestal levert dat in ons team niet echt problemen op. Wie geen kinderen heeft, gaat buiten de schoolvakanties op reis, en iedereen overlegt met elkaar, zodat de verloven niet overlappen. Maar dit jaar is dat niet zo goed gelukt. De een wil thuis zijn tijdens de Olympische Spelen om alles op tv te kunnen volgen, de ander wil op hetzelfde moment voor een maand naar zijn schoonfamilie in Finland en dan moet ik ook nog eens thuisblijven omdat de crèche net dan drie weken dicht is.
Mijn baas was daar op zijn zachtst gezegd niet tevreden over. De zomermaanden zijn over het algemeen wel een rustige periode, en veel dringende vertalingen krijgen we dan niet binnen, maar als iedereen tezelfdertijd weg is, kan dat toch problemen opleveren. Dus daar is een hartig woordje over gesproken. Resultaat: volgend jaar zal het niet volstaan om informeel eens te polsen wanneer de collega’s graag verlof zouden opnemen. Nee. In januari gaan we samenzitten, met onze agenda’s en kalenders bij de hand, en dan gaan we puzzelen tot iedereen tevreden is, onze chef incluis.
Tja… Ik heb nog nooit drie weken na elkaar vakantie genomen. Ik neem liever een dagje hier en daar om eens iets leuks te doen. Maar ook dat patroon hebben mijn kindjes volledig omgegooid. Een dagje uit op een verlofdag is zeldzaam geworden. Mijn snipperdagen gaan volledig op aan de brugdagen en de vakanties die de crèche neemt, en aan ziektes van de kindjes. Gelukkig ben ik niet het type dat elk jaar zijn batterijen wil opladen met minstens twee weken zon en strand. Als we hier in België af en toe een streepje zon en aangename temperaturen krijgen, ben ik allang tevreden, en als ik op een verlofdag tot halfacht kan uitslapen, krijg ik meteen een vakantiegevoel.
Dit weekend kwamen er trouwens twee vriendinnen van me op bezoek. Kraambezoek, jawel, ze waren er niet eerder geraakt. :-) Ik vond het heel fijn om hen nog eens terug te zien, en om wat bij te praten. Ze brachten een peuter en een kleuter mee, allebei jongens en allebei ongelooflijk actieve robbedoezen. Mama en papa moesten om de haverklap optreden: Nee! Afblijven! Kom hier! Zit stil! Niet stampen! Niet springen! Lief zijn tegen de baby’s! Speelgoed niet afpakken! Zeg alsjeblieft en dank u (toen ze een koekje en wat fruitsap kregen). En dan tegen mij: ja, dat wordt dus jouw leven over een goed half jaar! Slik… Hun tomeloze energie deed me duizelen. Hopelijk zijn onze meisjes toch iets rustiger…

Vanmiddag zat ik aan tafel met enkele vrouwelijke collega’s die ook jonge kinderen hebben. Het is altijd leuk om hun verhalen te horen. Sommige van hun kindjes zijn al wat ouder. Ze babbelen al vlot en brengen hun ouders soms in verlegenheid door iets te vrijuit te spreken: “Kijk mama, die meneer heeft ook een kindje in zijn buik!”. Ook beginnen ze mama en papa tegen te spreken en eigenwijs te doen.
Toen ik nog studeerde, had ik een vriendin die niets liever wou dan trouwen, kindjes krijgen en dan thuisblijven om voor man en kinderen te zorgen. Zo had ze het gezien bij haar moeder, en voor zichzelf wou ze dat ook. Intussen heeft ze een man en twee kinderen, en blijft ze inderdaad thuis. Naast al haar taken als huismoeder, aanvaardt ze ook freelance vertaalopdrachten. En dat bevalt haar goed.
Beste wensen voor 2012 iedereen! Een nieuw jaar is begonnen, en dat betekent voor mij dat mijn zwangerschapsverlof erop zit en ik opnieuw aan de slag moet. Met de feestdagen had iedereen daar wel opmerkingen over:
Zaterdag gaan we uit. Niets bijzonders hoor, gewoon naar de bioscoop, een filmpje meepikken. Maar sinds we kindjes hebben is een avondje uit iets heel speciaals geworden, om al een week op voorhand naar uit te kijken en om elke seconde van te genieten.
Ik ben een slaapkop. Ik vind het zalig toeven in bed, en als ik kon, zou ik daar elke nacht tien uur in doorbrengen. Maar met twee baby’tjes tel je niet in uren slaap, maar in minuten slaap. Ze drinken om de drie à vier uur, en ik ben telkens toch anderhalf uur bezig eer ze verzadigd en wel met een verse luier opnieuw in bed liggen. Als ze dan braaf inslapen, krijg ik ook wat slaap. Zetten ze een keel op, dan kan ik dat wel vergeten.
Naast de vroedvrouw kan ik ook rekenen op een kraamverzorgster, die mij enkele dagen per week komt helpen in het huishouden. Een hele lieve mevrouw, met een hart voor kinderen. Van haar stem alleen al worden mijn dochtertjes rustig. En ze werkt dat het een lieve lust is. Wat zij op vier uur tijd gedaan krijgt, houd je niet voor mogelijk. Ze helpt de kindjes verversen en ze stopt hen in bad, ze kookt, ze wast af, ze steekt de was in, hangt die op, strijkt en vouwt op, ruimt op, stofzuigt en maakt schoon, alles in een recordtempo. Ze verliest er nooit haar goede humeur bij en weet je altijd op te beuren als je een slapeloze nacht achter de rug hebt.
Zelf ben ik maar enkele dagen in het ziekenhuis gebleven. Thuiskomen zonder je kindjes is niet zo leuk. En twee weken op en af draven naar het ziekenhuis om toch enkele keren per dag borstvoeding te kunnen geven, is behoorlijk vermoeiend. Maar de echte vuurproef komt pas als je de tweeling meekrijgt naar huis.
Geen blogpostje in augustus, en september is ook bijna voorbij zonder nieuws. Valt het op dat ik tweelingmama ben geworden?
Vertalers zeggen niet veel op een dag, zou je zo denken. Da’s lezen, opzoeken, nadenken en typen. Alle nadruk ligt op het geschreven woord. Ja, dat klopt hoor. Maar ‘t is pas als je je stem kwijtraakt, dat je beseft dat niet alles schriftelijk verloopt. Zelfs niet op een vertaaldienst.

Sniffel, sniffel, snuf. Haaaa…tsjie!! Ja, lap, ik heb het weer zitten. Begrijp me niet verkeerd: ik ben dol op de lente. Dat betekent: langer licht, warmere temperaturen, een paar laagjes kleren minder, het eerste ijsje van 2011 en lekkere verse seizoensgroentjes. Zalig! Maar de pollen in de lucht kunnen een behoorlijke spelbreker zijn als je, zoals ik, last hebt van hooikoorts. Ogen die tranen, een neus die jeukt en om de haverklap een niesbui. Atsjoem!
Deze morgen in het station was er wel heel veel volk dat naar Brussel wou. Het perron stond afgeladen vol. En de trein? Wel, die reed, maar zonder licht en zonder verwarming. Dat betekende dus: diep wegkruipen in je jas en nog even wat proberen te dutten. En een conducteur die meteen in de verdediging schoot als iemand hem aansprak over het gebrek aan licht en warmte, hoewel dat helemaal niet kwaad bedoeld was. Ik kan me voorstellen dat het niet leuk is om verwijten naar je hoofd geslingerd te krijgen over zaken waar jij niets aan kunt doen, maar direct iemands neus afbijten is niet echt een gezonde reactie…
Ik heb een fantastische baan, met toffe collega’s, een boeiende werkinhoud en een goede werksfeer. Toch betrap ik me vaak op geklaag en gezaag. Meestal over treinvertragingen, inderdaad, of over het weer, en soms ook over ongeduldige ‘klanten’ en onduidelijk geschreven teksten. Maar uiteindelijk besef ik maar al te goed dat ik het echt getroffen heb met mijn werk.
Het nieuwe jaar heeft niet alleen een hoop goede voornemens met zich meegebracht, maar ook een nieuwe collega om ons team te versterken. En de nieuwkomer zit naast mij. Het was dus na mijn kerstverlof bang afwachten of het ging klikken of niet. En dat deed het meteen, gelukkig! Hij is een goede aanwinst en een fijne kerel.
Lap, mijn keelontsteking was net wat beter, en nu heb ik toch wel een verkoudheid opgelopen zeker? De pakjes papieren zakdoeken vliegen er vlotjes door, zelfs met vijf lagen kleren aan heb ik het nog koud, en typen en snuiten tegelijk blijkt een lastige evenwichtsoefening. Hatsjie!!
De laatste tijd is er echt een overvloed aan kookprogramma’s op tv. Ik ben dus lang niet de enige die graag eens een nieuw receptje uitprobeert. Verfijning, cuisson en bordschikking zijn aan mij niet besteed. Ik maak liefst soepen en desserts. Of de smaken van een receptje uitgebalanceerd zijn, kan me niet schelen. Ik stel maar drie voorwaarden:
Het is een hot topic tegenwoordig: we hebben een hogere levensverwachting en dat zorgt voor allerlei problemen en veel onzekerheid. Vroeger had het leven min of meer een vast stramien: je ging naar school tot je een diploma had, daarna ging je werken tot je zestig werd en daarna ging je met pensioen. De periode dat je werkte, duurde het langst. Wie geluk had, kon een twintigtal jaar van zijn pensioen genieten. Als hij te veel begon te sukkelen, bood een rusthuis nog enkele maanden of jaren de ideale oplossing.
Mijn baas heeft het stakingsprobleem elegant opgelost. Wie van ver moet komen en geen auto ter beschikking heeft, mag vandaag telewerken. Geen stakings- of fileleed dus voor mij. Ik kan in mijn eigen woonkamer en op mijn eigen computer werken.
An (28): "Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine vertaalteam wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk."





