Versie bis
Vaak krijgen we de teksten die we moeten vertalen pas een dag of een halve dag op voorhand. Haastklussen dus. Op zich is dat geen probleem: niemand van ons vindt het erg om eens wat langer op kantoor te blijven. Maar wat gebeurt er dan? De doorgestuurde tekst is te vlug ineengeflanst. Resultaat: de schrijver is er niet volledig tevreden over, begint hier en daar nog iets te veranderen en stuurt een aangepaste versie door. Als hij de wijzigingen in de nieuwe tekst aanduidt, is dat niet erg. Dan ‘zap’ ik meteen naar de gewijzigde stukken en pas mijn vertaling aan. Duidt hij echter niets aan, dan moet ik de tekst volledig opnieuw overlopen, en daar verlies ik tijd mee.
Wat ook gebeurt, is dat verschillende collega’s uit hetzelfde bedrijf ons verschillende versies van dezelfde tekst doorsturen. Dan moeten we bellen en vragen welke versie de meest recente is én binnen ons vertaalteam goed opletten dat we geen dubbele vertalingen maken. Van sommige teksten zien we wel vier of vijf versies binnenkomen. Daar ga je op den duur scheel van kijken!
De meeste opdrachtgevers zijn best vriendelijk. Ze nemen het ons niet kwalijk als we hen op een foutje wijzen, of als we zeggen dat de termijn die ze voor ogen hadden niet haalbaar is. Jammer genoeg zijn er ook die hiervoor geen greintje begrip kunnen opbrengen. Ze sturen bijvoorbeeld om half zes ’s avonds een tekst van vijf bladzijden en verwachten de vertaling tegen de volgende morgen. Als die er niet is, bellen ze om te vragen waar ze blijft. Ja, hallo! Ik snap wel dat ze veel te doen hebben, maar zoiets kan echt niet.
Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine team wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk.

Niet te geloven, maar dit is alweer mijn laatste blogtekst! Wat heb ik eruit geleerd? Dat ik altijd interessante jobs heb gehad, al lagen ze me niet allemaal even goed. Bovendien was het werk dat ik graag deed, al was het soms zwaar. Ik heb het dan wel over mijn ‘droomjobs’ gehad, maar eigenlijk heb ik maar weinig te wensen over.
Toen ik klein was, had ik grootse toekomstplannen. Ik wou balletdanseres worden en actrice en schrijfster. Dat dansen heb ik het eerst opgegeven, omdat ik het helemaal niet kon. Mijn hand-voetcoördinatie lijkt nergens naar, ik heb geen gevoel voor ritme en ik beweeg me absoluut niet soepel of sierlijk. Maar ik zie nog altijd graag anderen bezig die dansen of kunstschaatsen. Wat deed Greet Rouffaer het goed, hè, in Sterren op het ijs? Jammer dat ze gevallen is…
Ik ben dag in dag uit met taal bezig, en ik kom er nooit meer helemaal van los. Uit elke tekst die ik lees, haal ik de spellingfouten en de kromme zinnen. Lees ik de Nederlandse vertaling van een boek, dan kom ik soms zinnen tegen waar de oorspronkelijke taal nog doorschemert. In plaats van verder te lezen, zoals elk normaal mens zou doen, leg ik dan even mijn boek opzij en denk ik na over de vertaling. Hoe zou ik het formuleren? Pas als ik een zin heb gevonden waar ik tevreden over kan zijn, lees ik verder.
Ik ga met de trein naar het werk, niet met de auto. Ik heb zelfs geen rijbewijs. Mensen schrikken altijd als ik dat zeg. “Maar je zult toch nog wel lessen volgen en je rijbewijs behalen?” Nee, is mijn antwoord. Ik heb lessen gevolgd, lang geleden al, toen ik zeventien was. Maar ik verkramp helemaal als ik achter het stuur zit, en daar komen ongelukken van. Laat mij dus maar met het openbaar vervoer reizen…
Sommige mensen denken dat ik een levend woordenboek ben. Dat klopt niet. De helft van mijn werk bestaat uit opzoeken. Hiervoor gebruik ik vaak het internet, al moet je sites en zoekmachines benaderen met een gezonde achterdocht.
Ik kreeg de vertaalmicrobe te pakken in het middelbaar onderwijs.
Als ik iemand vertel dat ik werk als vertaler, dan krijg ik ofwel de reactie: “Ah, je bent tolk?” of “Bah, is dat geen saai werk?” Nee en nog eens nee.
Er komen niet veel vertalers in de vertaalbranche terecht. Weet je waarom? Omdat 'vertalen' meestal op zelfstandige basis gebeurt. En dat is een hondenstiel. Ik heb het met m'n eigen ogen gezien toen ik stage liep bij een vertaalbureau. Het was een tweemanszaakje: een koppel waarvan zowel de man als de vrouw vertaler waren. Ze klopten allebei heel veel uren. De vrouw vertelde me dat ze al om vijf uur ’s morgens begon te werken en meestal maar ophield om middernacht. En dat zes dagen per week! Zelfs de zondag schoot erbij in als een project dringend af moest.
Het eigenlijke lesgeven maakt maar een klein deel uit van het werk van een leerkracht. De rest is een grote berg papierwerk, en dat werd me al ongenadig ingepeperd tijdens mijn lerarenopleiding.
Lesgeven is een job apart. Voor veel mensen is het een soort roeping: het zit hen in de genen. Dat geldt jammer genoeg niet voor mij.
Na maandenlang druk solliciteren kreeg ik dan toch een tijdelijk contract aangeboden: ik mocht als copywriter gaan werken voor een bedrijf in de distributiesector. Leuk om te doen, hele fijne werksfeer en een prima bedrijf, maar mijn contract werd niet verlengd omdat ik niet commercieel genoeg ingesteld was. Teksten verbeteren en vertalen, dat ging me goed af, maar als ik ze zelf schreef, klonken ze te weinig aantrekkelijk. Reclame is heel subtiel, en dat subtiele mis ik.
Lezer Zarema vraagt me waar ik mijn opleiding heb gevolgd. Vandaag wil ik graag een antwoord geven op deze vraag.
Toen ik 2 maanden als ondertitelaar werkte, werd ik ontslagen. Dat was moeilijk om te verwerken. Ik had het beste van mezelf gegeven en dat volstond blijkbaar niet. Mijn zelfvertrouwen kreeg een flinke knauw.
Hoi, mijn naam is An en ik ben 25. Ik ben vertaler van opleiding én van beroep. Da's ook maar normaal, hoor ik je zeggen. Hmm, nee, toch niet. Mensen met een diploma vertaler vind je in alle mogelijke sectoren. Je kan reisgids worden, woordvoerder, conferentieplanner, directiesecretaresse, corrector, studiebegeleider… Een klasgenoot van me is zelfs bij de radio gaan werken!
An (27): "Mijn baas zit soms echt met de handen in het haar. We doen met ons kleine vertaalteam wat we kunnen, maar toveren gaat niet. Regelmatig moeten we mensen teleurstellen, en dat is niet leuk."



