VDAB
Algemene links
Ga direct naar de inhoud
  • Agenda
  • Cijfers
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • Contact
  • Sitemap
Rubrieken van de VDAB website
Ga direct naar de inhoud
  • Home
  • Werk zoeken
  • Werk aanbieden
  • Opleidingen
  • Carrière
  • Mijn VDAB
  • Begeleiding
  • Beroepeninfo
  • Test jezelf
  • MagEzine
  • Carrièrelectuur
Pagina spoor
  • Home
  • Carrière
  • Joblog

Verpleegster Kato vertelt ...

Op het einde

End

Ondertussen is er bijna een maand voorbij sinds de start van mijn weblog. Het was interessant om te doen en ik heb er heel wat uit geleerd. Ik moest nadenken over mijn dagelijkse taken, en over de dingen waar ik in mijn hoofd mee bezig ben, en dat heeft me af en toe een nieuwe kijk op mezelf en op mijn werksituatie gegeven. Ik was verplicht om stil te staan bij de keuze van mijn beroep. Dat was soms confronterend, en ik heb me wel eens afgevraagd of ik niet te negatief klonk. Maar in elk geval deed het schrijven me nadenken over mijn eigen evolutie, zowel op mijn werk als persoonlijk.

Hopelijk heeft deze blog bijgedragen tot een iets correcter beeld van wat verpleegkundigen doen: niet alleen maar 'het vuile werk' dus. Mensen vragen ons dikwijls: "wat doen jullie daar de hele dag, met per verpleegkundige maar twee patiënten te verzorgen?" Misschien kunnen en willen de lezers van deze blog een persoonlijke situatie, met zichzelf of met familie in het ziekenhuis, nu ook eens vanuit onze kant bekijken.

Ik hoop toch vooral dat ik een positieve indruk heb nagelaten over mijn werk. Het is een job waarin je jezelf vaak tegenkomt, en dat is niet altijd even makkelijk, want soms wil je wel eens liever even helemaal anders zijn. Maar er is ook zóveel uit te halen. Ik zou er nog steeds opnieuw voor kiezen.

De reacties lezen was het leukst. Ik heb veel blijken van (h)erkenning gekregen, en zelf ook beseft dat het nergens, in geen enkel beroep, alleen maar rozengeur en maneschijn is. Ik vond die reacties zó tof, dat ik het spijtig vind dat het er niet meer waren, ook van mensen die een heel ander beroep uitoefenen.

Bedankt aan de webredactie voor de mooie beelden en de tekstcorrecties, en aan de lezers voor de reacties. Het was een leuke ervaring …

Kato

Gepost op 1 december 2006 # | Reacties: 2

De kleine dingen

Ik heb een collega waar ik erg naar opkijk: zij is echt mijn voorbeeld. Ongelofelijk die vrouw. Elke dag staat ze vol enthousiasme op de afdeling intensieve zorgen, al 20 jaar lang. Als ik haar aan het werk zie denk ik: "hoe doet ze het?"

Dus vroeg ik het haar: "Hoe doe je dat: zoveel energie, zo positief, zo bij de pinken zijn, zo lief tegen de mensen, zo rustig, zo nooit klagen, zo zorgen voor elk detail, zo vol liefde, zo vol vertrouwen, zo altijd het beste willen voor de patiënt en niet voor jezelf, zo zorgend en toch niet té, zo beschermend, zo goed?"

Haar antwoord: "Ik doe dat gewoon heel graag. Bij elke patiënt vraag ik me af wat ik kan doen om zijn situatie te verbeteren. Dit is een uitdaging voor mij. Weet je, eigenlijk ben je al erg goed bezig als je de patiënt gewoon als mens ziet. En dat zit hem in de kleine dingen."

Echt bewondering heb ik voor haar. Zo'n verpleegster wil ik ook zijn.

Gepost op 30 november 2006 # | Reacties: 1

Een roeping?

een roeping

Waarom ben ik verpleegster geworden? Ik vraag het me de laatste tijd vaak af. Het enige antwoord dat ik tot nu toe heb bedacht is 'ik kon niet anders'. Sommige mensen spreken over een roeping. Dat vind ik een beetje overdreven, maar toch heb ik het altijd geweten. Als kind wilde ik kok worden, maar vanaf het vierde middelbaar wist ik het: verpleegster zou ik zijn. Veel mensen hebben nog geprobeerd om mij om te praten: 'zou je niet beter iets met wiskunde doen, dan weet je tenminste dat 1 en 1 twee is', 'ben je gek: al die weekends werken!', 'toch niet de sociale sector…', 'zou je geen univ doen, dan kan je veel meer kanten uit'… Maar het kon allemaal niet baten, mijn besluit stond vast. Van weinig dingen in mijn leven ben ik zo zeker geweest: ik zou mensen gaan helpen.

De twijfels rond mijn beroep zijn pas de laatste 2 jaar ontstaan. De eerste jaren moet je je nog bewijzen, tegenover jezelf en het team. Dat is een uitdaging. Dat is tof. Je verlegt je grenzen en hebt het gevoel met belangrijke dingen bezig te zijn. Je moet nog veel energie steken in het leren kennen van de technische kant van de job en je hebt weinig oog voor de echte problematiek in een situatie. Maar eenmaal je het gevoel hebt wat meer grond onder je voeten te krijgen, kan je niet meer naast de -harde- werkelijkheid kijken waar je dagelijks mee geconfronteerd wordt. Ondertussen word je zelf ook ouder en herken je je eigen kwetsbaarheid bij de patiënten.

En dan is het de kunst de nodige afstand te bewaren. Wat ik persoonlijk heel moeilijk vind. Een evenwicht zoeken tussen enerzijds betrokken zijn en het beste betrachten voor je patiënt, en anderzijds toch blijven zorgen voor jezelf. En daar gaan velen van ons volgens mij in de fout. Iemand die uit idealisme aan het beroep begint is meestal een sociaal gevoelig persoon. En als je mensen zodanig aanvoelt dat je hun probleem als het ware op je neemt, bestaat het gevaar dat je je te verantwoordelijk gaat voelen voor die mensen en na verloop van tijd je eigen verwachtingen niet meer kan inlossen. Zo ontstaan irritaties en als je niet oppast burn-out. Ik geloof echt dat de meest warme en gevoelige mensen hier het snelst mee te maken hebben. De patiënt als een 'object' beschouwen zou alles natuurlijk veel gemakkelijker en minder intensief maken. Maar waar zijn we dan mee bezig?

Gepost op 29 november 2006 #

Zorgen voor jezelf

Ik vraag het me dikwijls af: hoe komt het dat er zoveel frustraties zijn in de verpleging? Ligt het aan de verpleegkundigen zelf, aan het systeem waar je in zit, de groep, de patiënten, het soort werk,…?

Ik weet het niet.
Wat ik wel weet is het volgende:

Er zijn altijd periodes in je leven dat er dingen niet gaan zoals je zelf wil. Je zit niet altijd goed in je vel. Op die momenten is het heel moeilijk om je met hart en ziel in te zetten voor een ander mens en een stuk van jezelf te kunnen geven. Je lijkt al je energie nodig te hebben voor jezelf… Ik veronderstel dat dit in een andere job ook zo is, maar misschien is het daar net iets minder nodig om mensen 'graag te zien' om je werk goed te doen? En je werk doen met het gevoel dat je het niet goed kan doen geeft frustraties.

Meer dan ooit ben ik ervan overtuigd dat je als verpleegkundige dus in de eerste plaats moet zorgen voor jezelf, om je dan volledig te kunnen geven in je werk en te zorgen voor anderen. Gewoon door je goed te voelen en jezelf te zijn word je een betere verpleegkundige.

Maitreyi D.Piontek, een psychiatrisch verpleegster, beschrijft dit als volgt:
"Op grond van mijn ervaringen heb ik moeten concluderen dat heel veel vrouwen in dit zware en vaak onderbetaalde beroep regelrecht 'geëxploiteerd' worden. Ze worden afgebeuld en gebruikt en genieten als mens meestal geen greintje respect en waardering. Verpleegkundigen hebben haast nooit geleerd hoe ze met energieën moeten omgaan en hoe ze zich kunnen afgrenzen en beschermen tegen 'negatieve energieën'. Ze hebben nooit geleerd hoe ze, terwijl ze zieken verplegen, zelf gezond kunnen blijven en niets aan de eigen levenskracht hoeven in te boeten.

Wanneer je je louter op de uiterlijke gegevenheden in een ziekenhuis richt en je daardoor laat leiden, is 'gezond overleven' nauwelijks mogelijk. Wie echter bewust verankerd is en blijft in zijn totaliteit, vindt er tal van ontwikkelingskansen voor zichzelf en de patiënten."

En daar kan ik mij alleen maar volledig bij aansluiten…

Gepost op 28 november 2006 #

Losse gedachten

Gedachten

Soms stop je mensen te snel in een vakje. Onlangs had ik een patiënt die ik vooral beschouwde als een 'oud mannetje'. Maar toen ik met hem babbelde, kwam ik te weten dat hij vroeger als para werkte, de hele aardbol zag, en oorlogen en miserie heeft meegemaakt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij gemakkelijk relativeerde en tegen een stootje kon. Hij verzekerde me bijvoorbeeld dat hij geen pijn had, maar aan zijn lichaamstaal merkte ik dat hij gespannen was. Misschien was hij het, als militair, wel altijd gewoon geweest om gevoelens niet uit te spreken en sterker te willen overkomen dan hij is.

Oudere mensen of mensen die ziek zijn hebben al veel meegemaakt. Door ziekte komt een mens zichzelf tegen: zijn eigen kwetsbaarheid en nietigheid. Het dringt door hoe snel het hier allemaal gedaan kan zijn. Je beseft hoe kort het leven is en hoe snel je zelf oud wordt. Hoe fragiel je lichaam is en hoe belangrijk het is het in ere te houden. Zieke mensen komen tot inzichten waar je als gezonde mens nauwelijks bij stilstaat. Ook daarom heeft het beroep van verpleegkundige mij altijd aangesproken. Zoveel te leren over het leven…

Het menselijk lichaam. Fascinerend. De eerste keer dat ik op de afdeling intensieve zorg kwam, vroeg ik mij af wat die machines precies doen om de patiënten te helpen. Het komt erop neer dat ze ondersteuning geven en tijdelijk vitale functies overnemen, maar het lichaam moet het uiteindelijk zelf doen. Da's toch ongelofelijk?

Handelen in naam van de patiënt. Handelen alsof het je eigen familie is die daar in het bed ligt. Soms tegen de waarden van de afdeling in. Hoe ver mag je hierin gaan?

Ik heb veel respect voor dokters die behalve dokter ook vooral mens zijn. En die nadenken bij wat ze doen. Maar sommigen wanen zich God. Zelfrelativering is zo belangrijk, vind ik. Daarom lachen we soms met de problemen en de pijn. Vaak zijn we zelfs cynisch. Het helpt ons om de job vol te houden.

Snappen buitenstaanders dit cynisme? 'Mogen' we babbelen over privézaken terwijl we de patiënten draaien of wassen, mogen we lachen in de gang?

Gepost op 27 november 2006 # | Reacties: 2

Het blijft donker

Donker

Na een lange diepe slaap van 9 uur 's morgens tot 18 uur 's avonds ben ik er weer helemaal klaar voor. Toch hoop ik in mijn diepste binnenste dat ik rustige en stabiele patiënten zonder al te veel piepen en bellen te verzorgen heb.

Na zeven jaar werken op intensieve zorg kan ik meestal vrij goed inschatten hoe hoog de werkdruk zal zijn en welke problemen er zullen opduiken. Aan het aantal machines rond het bed van de patiënt weet ik dikwijls al genoeg. Maar op een intensieve afdeling ben je nooit helemaal gerust. De rust en stabiliteit kunnen in een paar seconden verdwijnen…

Dat was ook zo vannacht. Alles leek er op te wijzen dat ik een rustige nacht zou hebben, maar rond 3 uur werd mijn patiënt plots verward. Hij wist niet meer wie hij was, waar hij was en waarom. Hij begon te roepen, te schoppen en te slaan. Hij werd echt agressief: rukte zijn monitorkabels los, trok zijn infuuskatheter uit, kwam helemaal recht in zijn bed en gooide zijn benen over de bedrand. Ik kon hem niet tegenhouden...! Voor dergelijke situaties hebben we gelukkig een 'noodknop'. Een knop recht boven elk bed. Ik drukte erop en het alarm gonsde doorheen de afdeling. Al snel stonden er enkele collega's naast mij en konden we samen de patiënt bedwingen. Het stopzetten van het alarm zorgde nog voor een komische noot, toen een collega per ongeluk op de reanimatieknop duwde. Binnen enkele tellen kwamen er van overal dokters aangelopen. Half aangekleed, haren in de war, slaperige ogen...

Gepost op 24 november 2006 #

In het midden van de nacht

Vol goede moed begin ik vandaag aan een reeks van vijf nachten. Dit wordt al het derde weekend werken op rij, maar niet getreurd, daarna liggen er negen vrije dagen op mij te wachten om ten volle van te genieten.

Nachten dus... Veel van mijn collega's slapen tijdens de namiddag voor hun eerste nacht, maar ik besluit dat niet te doen. Het zou me toch niet lukken om in slaap te vallen.

Om half tien vertrek ik naar het ziekenhuis want de nachtshift begint om 22.15 uur. Als ik er aankom, geeft mijn collega -die de late shift had- me een briefing. Ik babbel nog wat met mijn andere collega's en daarna ga ik aan de slag.

Onze eerste taak is het overlopen van een checklist: nakijken en ijken van de toestellen, nagaan welke infusen er lopen, drainagesystemen controleren, enzovoort.

Op de afdeling intensieve zorg heeft elke verpleegkundige slechts twee patiënten onder zijn hoede. Op die manier kunnen we de patiënten continu observeren. Elk uur controleren we hun parameters (bloeddruk, temperatuur en pols). Bij afwijkende waarden zoeken we eerst zelf een oplossing voor we raad vragen aan de dokter. Bij meer ernstige problemen stappen we direct naar de dokter.

Verder doen we ook de gebruikelijke zaken zoals medicatie toedienen en de patiënten in een andere houding leggen. Tijdens de nachtdienst komen daar nog een aantal taken bij: bloed nemen, de infusieleidingen wisselen en administratief werk.

Om zeven uur brief ik de collega van de vroege shift. En daarna kruip ik zo snel mogelijk mijn bedje in en hoop ik op een goede dagrust.

Gepost op 23 november 2006 #

Nog meer frustraties

Nog meer frustraties

De sfeer. In ons team wordt er nogal wat geklaagd. Soms heb ik het gevoel dat we elkaar in onze slachtofferrol bevestigen en dat we alleen maar over de negatieve aspecten van onze baan praten. Opboksen tegen het groepsdenken is één van de moeilijkste dingen die er zijn, vind ik. Je wordt heel langzaam beïnvloed door de groep, zonder dat je het beseft. Voor je het weet ben je ook aan het klagen en doe je dingen waarvan je vroeger zei 'dat zou ik nóóit doen'.
Wat is normaal? Wat is juist? Vroeger leek het allemaal zoveel duidelijker. Nu zijn de normen en waarden van de afdeling intensieve zorg in mij geslopen. Wat denk ik zélf? En welk stuk is er gekomen door mijn werk?

Het beeld van verpleging. Veel mensen hebben een verkeerd beeld van wat wij eigenlijk doen: ze denken dat we alleen maar het 'vuile werk' opknappen. In werkelijkheid is onze job niet zo duidelijk afgebakend. We spelen zowel voor sociaal assistent, kinesist, dokter, als poetsvrouw. Want wie komt er meestal eerst uit op een probleem bij een patiënt? Dat zijn wij. Tegen de familie die haar hart wil luchten zeg je toch niet 'momentje, ik bel de sociaal assistent'? Je wacht toch niet op de poetsvrouw om de rommel op te rapen die iedereen achterlaat? En je wacht toch niet met reanimeren als een patiënt aan het sterven is? De term 'zorgen voor' is dus veel ruimer dan alleen maar instaan voor de was en de plas. Het is alleen niet altijd even duidelijk wat er nu juist in ons takenpakket zit, en dat is soms frustrerend.

Dit klinkt allemaal heel negatief, ik weet het. Het is eigenlijk helemaal niet zo bedoeld. Ik vind het soms gewoon zo spijtig dat mijn idealistische kijk op de mensen en de gezondheidszorg geweken is voor een realistischer beeld. Ik ben begonnen aan verpleegkunde met de gedachte 'iedereen wil het beste voor elkaar'. Heel naïef. Te mooi om waar te zijn. Zo zitten mensen niet in elkaar. En toch geloof ik nog in mijn job. Elke dag doen we op onze eigen manier kleine dingen voor andere mensen. We zorgen ervoor dat deze akelige periode in hun leven toch nog een beetje draaglijk blijft.

Gepost op 21 november 2006 # | Reacties: 1

Frustraties

Verpleging is een toffe job omdat je mensen kan helpen en dat geeft zoveel voldoening. Maar ik zou liegen als ik zeg dat alles rozengeur en maneschijn is. Laat ik even opsommen wat er zoal frustrerend kan zijn.

De werkdruk. Soms worden we opgejaagd en hebben we het gevoel dat we niet genoeg tijd kunnen vrijmaken voor de patiënten. Het moet allemaal sneller en sneller gaan. Kwaliteit boet in op kwantiteit.

De patiënt. Sommige patiënten gaan echt ver. Geef een hand en ze nemen een arm. Als je niet oppast word je hun slaafje. Ze kunnen er natuurlijk dikwijls zelf niets aan doen, maar hoe dan ook blijf je zelf ook maar een mens. En je tolerantiedrempel ligt soms al wat lager dan anders. Sommige patiënten hebben geen zin om zelf te genezen, het is eerder zoiets van 'doe jij het maar voor mij ...'. Dat gaat natuurlijk niet. En ben je een verpleegkundige met een iets te groot inlevingsvermogen, dan bestaat het gevaar dat je de problemen van de patiënt werkelijk 'op je gaat nemen'. Je moet dus van in het begin duidelijke grenzen vastleggen en laten voelen wie 'de baas' is.

De familie. De familie van de patiënt is vaak erg argwanend ten aanzien van het ziekenhuis. Ze hebben geen vertrouwen in de beslissingen die genomen werden, zeker als het niet zo goed gaat met de patiënt. Ze laten ons die argwaan ook duidelijk merken. Nochtans zitten wij dikwijls met dezelfde vragen en opmerkingen als zij. Het gaat er vaak ook niet om dat het iemands 'fout' is wanneer er iets misgaat met een patiënt. Sommige dingen gebeuren nu eenmaal. Toch wordt er naar een schuldige gezocht. En aangezien wij tussenpersonen zijn krijgen we de frustraties van de familie over ons heen.

De computer. Het is onvermijdelijk dat de ziekenhuizen meegaan met de tijd en natuurlijk heeft de computer ook hier al lang zijn intrede gedaan. In veel gevallen kunnen we daardoor efficiënter werken. Maar... wat als dat domme ding niet werkt? Wat als wij er niet mee kunnen werken? Wat als wij geen tijd hebben om ons te verdiepen in de allernieuwste snufjes? Alles verandert zo snel. Wij moeten mee, logisch. Maar zouden we de tijd die we in die machine steken niet beter spenderen aan de patiënt?

Wordt vervolgd…

Gepost op 20 november 2006 #

Wakker worden

Een operatie is akelig. Eerst moet je jezelf overgeven aan een stel groene mannetjes in een veel te koude operatiezaal. En daarna word je wakker in je blootje onder een te klein laken. In elke lichaamsopening een buisje en heel je lijf doorprikt met naalden… 

"Help, help, waar ben ik? Leef ik nog? Ik kan niet praten! Ik kan niks zeggen! Is daar iemand? Er zit iets in mijn mond, er zit iets in mijn mond zeg ik u! Dat ding moet weg! Haal het eruit! Wacht, ik doe het zelf. Mijn handen, ik kan mijn handen niet bewegen. Ben ik dood? Mijn handen, ze liggen vast, ik word hier vastgeketend. Help!"

- Rustig maar meneer. Alles is in orde. Je bent gisteren geopereerd.
- Het gaat goed met je. We gaan je stilletjes laten wakker worden.
- Het is nu 8 uur ’s morgens.
- Ik blijf bij je. Er kan je niets gebeuren.
- Straks als je beter wakker bent, doen we het buisje weg.
- Heb je pijn? Rustig maar. Rust nog maar een beetje…

Gepost op 16 november 2006 # | Reacties: 1

Het team

Vandaag ga ik mij niet vervelen. Ik moet op twee patiënten letten die erg veel aandacht vragen. Het zal een dag worden vol heen-en-weer-geloop. Ik voel het. Niet zo'n leuk vooruitzicht... Maar de sfeer op de dienst en het gezever met de collega’s zullen mij wel de dag door helpen.

We zijn in totaal met ongeveer 60 verpleegkundigen. Ik werk in een heel leuk team. Er is altijd wel iemand om een babbeltje mee te slaan. Als je een slechte dag hebt, pept een collega je gegarandeerd op. We lachen ook heel veel. Vaak maken we grapjes over de ellende van de dag. We komen dan bijna cynisch over. Nu, dat is logisch: we hebben een uitlaatklep nodig om onze job vol te houden. Gelukkig vinden we die bij elkaar.

Het is een goed gevoel om als team samen aan iets te werken. Het geeft ook een veilig gevoel: je hoeft belangrijke beslissingen niet alleen te nemen. Je kan altijd op iemand terugvallen. We zijn trouwens erg afhankelijk van elkaar. Heel wat taken kan je niet op je eentje doen (bijvoorbeeld een patiënt draaien). Als je collega geen zin heeft om te helpen, dan zit je met een probleem. Eén zwakke schakel kan al voor overlast zorgen.

Soms is het samenwerken ook frustrerend. Niet iedereen heeft dezelfde prioriteiten en dat kan voor irritatie zorgen. Als je bijvoorbeeld een collega moet aflossen die het belangrijker vindt om met de patiënten te praten dan op te ruimen, kan je je wel eens ergeren: een overvolle urinezak, een lekkend verband, een gestolde nier, een rommelige kamer, een verstopte katheter, medicatie die niet klaarligt,... Dan is het kwestie van verdraagzaam te zijn.

Gepost op 15 november 2006 # | Reacties: 1

Dokters

De verhouding tussen dokters en verpleegkundigen is een interessant gegeven. Ze hebben elkaar nodig en hebben hetzelfde 'doel' (de patiënt genezen) maar toch is de samenwerking niet altijd even vanzelfsprekend. Dokters benaderen de patiënt namelijk op een andere manier dan wij, de verpleegkundigen.

Dokters zien een patiënt hooguit twintig minuten per dag. Ze slaan een vluchtig babbeltje, verzamelen medische gegevens en gaan naar de volgende patiënt. Ze baseren hun beslissingen op momentopnames. De patiënten houden zich sterker naar een dokter toe, want hij is dé dokter.

Wij daarentegen, staan bij wijze van spreken acht uur per dag naast het bed van de patiënt. We leren hem beter kennen als mens, zijn zwakke kantjes inbegrepen. Wat een patiënt zegt is vaak niet hetzelfde als wat hij echt ervaart. Er is een soort aanvoelen nodig om dat te beseffen en te herkennen. Ik denk dat de patiënt bij ons zichzelf kan zijn. Bovendien voelen we ons erg betrokken en reageren hierdoor gevoelsmatiger en empathischer.

Door met ons te praten, zouden de dokters een algemener -en misschien ook juister- beeld kunnen krijgen van de patiënt. Maar, jammer genoeg kennen ze ons niet zo goed en houden ze dikwijls geen rekening met wat we vertellen.

We krijgen van de dokters soms het verwijt dat we té emotioneel -en te menselijk?- met de patiënten omgaan. Ze vinden dat we wat meer afstand moeten nemen. Wij, de verpleegkundigen, vinden op onze beurt dan weer dat dokters soms te rationeel zijn en zich verliezen in getallen. Ze vergeten dat er een mens in het bed ligt. En die mens is meer dan getallen en parameters alleen. Gevoel en verstand moeten elkaar aanvullen.

Wat ik tot slot ook nog even kwijt wil: dokters beseffen niet altijd dat het beroep van verpleegkundige veelzijdiger geworden is dan vroeger. Sommigen denken dat we nog altijd hun 'slaafje' zijn. Dat we niet veel weten en er alleen zijn om uit te voeren wat zij beslissen. Dat zet wel eens een domper op ons enthousiasme. Nu ja, op die manier worden we ook wat minder belast met verantwoordelijkheden, wat soms ook wel een opluchting kan zijn.

Gepost op 14 november 2006 #

Kato groet 's morgens de dingen

Aankomen op de parking terwijl het nog donker is. Alle auto’s arriveren tegelijk, om 6.30 uur. Stille, lange, donkere gangen. Iedereen is nog aan het wakker worden…

Naar de kleedkamer. Geur van gewassen uniformen en stinkende klompen. We hebben allemaal ons eigen kastje, vol rommel: deodorant, pennen, tampons, plakband en lege kapstokken.

Meer dan 'goeiemorgen' zeggen we zelden tegen elkaar. Wij, de verpleegkundigen, lijken allemaal snel ergens te moeten zijn. Is die snelle stap eigen aan ons verpleegsters? We zijn het alleszins wel gewoon om de hele dag 'rond te schieten'…

Even later stap ik de keuken binnen: geur van koffie, geluid van bellen en alarmen in de verte, nog een laatste keer gelach van de nachtploeg op de achtergrond en het lawaai van de vaatwasmachine (het eetgerei van 's nachts wordt afgewassen). Een voor een komen de mensen van de ochtendploeg binnen. Ik bekijk de lijst met de werkverdeling. Welke patiënten heb ik vandaag (we hopen allemaal op 'goede' patiënten, natuurlijk), met welke collega moet ik samenwerken, hebben we een extra kracht, welke patiënten zijn weg en zijn er nog speciale dingen die ik moet weten?

Dan begin ik aan mijn werk. Donkere gangen worden verlicht en patiënten worden wakker. Nog geen paar uur later wemelt het van bedrijvigheid in het hele ziekenhuis.

Gepost op 13 november 2006 #

Dankjewel!

Verpleegstertje Vandaag heb ik een heel leuke werkdag gehad. Het kwam door een van mijn hartpatiënten die bijna klaar was om naar een gewone kamer te gaan. Daarmee bedoel ik dat de meest kritieke fase voorbij is. De patiënt ademt terug zelfstandig en kan al iets eten en drinken. Als het echt goed zit, kan hij zelfs al de zetel in. Alle parameters (bloeddruk, temperatuur, polsslag) zijn op dat moment ook min of meer stabiel.

Een dankbaar mens, deze patiënt. Elk gebaar van mij vond hij een bedankje waard. Was dit licht euforische gedrag misschien te wijten aan de dipi (een morfine-achtige pijnstiller)?

Nee… ik denk gewoon dat het een contente mens was. Daar kan ik nog iets van leren: ongeacht in welke situatie je je bevindt, er toch altijd het beste uithalen. Het is niet iedereen gegeven.

Zijn vrouw was verpleegster geweest, vertelde hij, op een beetje trieste toon. 'Ze is toch niet dood?', vroeg ik voorzichtig. 'Neenee. Ze is na een ongeval moeten stoppen met verpleging. Heel spijtig, want iedereen had haar zo graag, en ze deed het zo graag.'

Zijn verpleegsters mensen die hun zelfwaardering laten afhangen van de bevestiging door anderen, vroeg ik mij af. Hebben we meer nood aan graag gezien worden dan anderen? Willen we ons sterk voelen door om te gaan met 'zwakke' mensen?

Hij had duidelijk heel veel bewondering voor zijn vrouw. Zelf wist hij nochtans ook van aanpakken. Hij had een kantoor gerund, een boekenwinkel gehad, en nu, op zijn zestig jaar, was hij freelancer. 'Ik doe het tegenwoordig niet meer om iets te bereiken, maar voor mijn plezier.'

Toen hij dit zei, dacht ik bij mezelf: is het niet de bedoeling ons hele leven lang plezier te hebben? Wat ís het doel eigenlijk van werken?

Door de waardering van deze patiënt voor ons -verpleegkundigen- heb ik mij vandaag heel goed gevoeld in mijn job. Ondanks de chaotische drukte. Niks kost dan moeite. Niks is teveel gevraagd. Hierin ligt de charme van mijn beroep: als je een beetje kunt geven valt er zoveel te nemen…

Gepost op 10 november 2006 #

Opname van een patiënt

Patiënten die net geopereerd zijn verblijven een tijdje bij ons op intensieve zorg. Tijdens de ochtendshift bespreken de artsen en de hoofdverpleegkundigen welke patiënten in welke kamers zullen terechtkomen. Deze kamers worden zorgvuldig gepoetst, en we installeren er het standaardmateriaal. Daarvoor hebben we speciale bakken, die op voorhand klaargemaakt zijn.

De verpleegkundige van de operatiekamer belt wanneer hij vertrekt om de patiënt naar ons te brengen. Rond 11.30 uur komen de eerste patiënten aan op intensieve. Elke verpleegkundige heeft zijn taak. Diegene die de verantwoordelijkheid heeft over de patiënt schakelt het beademingstoestel en de monitor aan. Een andere verpleegkundige zorgt voor de infusen.

We zijn goed op elkaar ingespeeld. Dat is ook noodzakelijk want er kunnen zich problemen voordoen die we zo snel mogelijk moeten opvangen. Het is namelijk zo dat een machine de hartfunctie van de patiënt overneemt tijdens de operatie. Hierdoor kunnen er na de operatie hartritmestoornissen en bloeddrukproblemen optreden.

Normaal gezien houden we de patiënt de eerste dag postoperatief in slaap. Hij wordt dan ook nog beademd. Pas als zijn lichaam opgewarmd en gestabiliseerd is, laten we hem stilletjes wakker worden. Dit is een erg vervelend moment: hij heeft namelijk een vreselijk buisje in zijn mond waardoor hij niet kan praten. Maar, niet getreurd, een paar dagen later kan hij al een kopje koffie drinken in de zetel.   

En dan naar een kamer op een gewone afdeling, een stapje dichter bij huis…

Gepost op 9 november 2006 #

Therapeutische hardnekkigheid

Medicatie_1 Ik heb de late shift. Dit betekent: beginnen om half drie in de namiddag, een uur waarop andere mensen bijna gedaan hebben met werken. Het vergt enige flexibiliteit om dat in je hoofd voor elkaar te krijgen. Zeker wanneer je bedenkt dat je ’s avonds pas om 23 uur thuis bent. Je moet dan snel de draaimolen in je hoofd stopzetten en je ogen toeknijpen in de hoop toch nog enkele uren te slapen. Want om 5.30 uur gaat de wekker alweer af.

Eén van mijn patiënten is een erg zieke 80-jarige vrouw die al meer dan 60 dagen bij ons op intensieve ligt. De lange verblijfsduur is te wijten aan het feit dat ze een beetje ‘van het één in het ander’ gesukkeld is. Dat gebeurt wel meer op intensieve diensten. Een soms vrij onschuldige operatie kan ernstige complicaties hebben. Vaak is het zo dat als één belangrijk orgaan niet meer meewil, er nog meerdere volgen. En voor je het weet worden alle levensbelangrijke organen ondersteund door machines.

Zo ook bij deze vrouw. Hoewel de therapeutische beslissingen met de beste bedoelingen worden genomen, blijft dit voor mij persoonlijk een moeilijk ethisch vraagstuk. Hoever kan je gaan ten koste van de levenskwaliteit? Ben je dan nog bezig met het welzijn van de patiënt? Wie heeft hier nog iets aan?

Deze gevoelens van onmacht zijn soms zo sterk dat ik heel mijn job in twijfel trek. Op die momenten is het belangrijk toffe collega’s te hebben om eens mee te lachen en wat te relativeren.

En wie weet mag je de volgende dag meewerken aan een nobele levensreddende daad, die je dan weer energie voor tien geeft…

Gepost op 8 november 2006 # | Reacties: 5

Op transport

Het schreeuwende gepiep van die ellendige wekker is er weer. Ik vlieg uit mijn bed. Een nieuwe dag hangt in de lucht. Patiënten moeten verzorgd worden.

Als verpleegster heb je heel wat organisatorisch talent nodig. Je moet in korte tijd verschillende taken in elkaar puzzelen. Bovendien mag je de prioriteiten van patiënten niet uit het oog verliezen en moet je ingaan op vragen van de artsen.

Een kleine schets van vandaag:

"Ik wil uit mijn bed, wanneer komt mijn vrouw?"
- Om 14 uur, nog eventjes wachten, ik kom u dadelijk wassen.
- Niet bang zijn, meneer. Ik ga u eens naar mij draaien om uw rug te wassen. Wilt ge terug in bed? Moe? 't Is nochtans goed om zo lang mogelijk op te zitten, voor uw longen en spieren… Toch in bed? Wacht, ik ga iemand zoeken.
- Ligt ge goed? Nog een beetje hoger? Hier is uw bel, bel maar als ge mij nodig hebt.
- Uw vrouw heeft net gebeld. Ze komt een beetje vroeger om te helpen bij het middagmaal.

"Operatiekamer aan de lijn, ge moogt mevrouw klaar maken voor transport."
- Nu al? Het was toch pas om 10 uur? Jaja…
- Ik ga mevrouw klaarmaken voor de operatiekamer. Moet ik speciale medicatie meenemen?
- Mevrouw, sorry dat ik u wakker maak, maar we gaan vertrekken.
- Bloed besteld? Zuurstof genoeg?
- Het beste mevrouw, tot straks.
- Mag ik het bed hier opmaken, ik neem de transportkar terug mee. Tot straks.
- Geen schrik hebben mevrouw, ik ga u naar mij draaien, gaat het?

"Wanneer wil je je pauze nemen om te eten?"
- Ik ga wel mee met groep 1. Dan ben ik er als mevrouw terugkomt van de operatiekamer.
- Bij meneer niets speciaal. Hij ligt terug in zijn bed en rust. Zijn vrouw mag vroeger komen.
- Tot straks!

"Mijn man zou willen eten."
- Ik zal het eten van meneer opwarmen.
- Hoe werkt die glycemiemeter? (diabetespatiënten moeten zich aan een dieet houden dat in overeenstemming is met hun bloedsuikergehalte. Met een glycemiemeter kan het bloedsuikergehalte gemeten worden)
"Ging jij zijn eten brengen?"
- Ik ben ermee bezig.
- Hoe werkt dat spel hier?
"Is zijn eten bijna klaar, want hij heeft een appelflauwte."
- Het is op komst, eerst zijn suiker bepalen met de glyceriemeter.
- Ik ga even naar een andere afdeling, misschien hebben ze daar een beter toestel.
- 120. Dat is perfect.

"Hij heeft goed gegeten. Mag hij terug in zijn bed? Hij is moe."
- Ik kom meteen, eerst zijn medicatie klaarmaken.
- Ligt ge goed, kussen dubbel? Tot straks. Bel maar als ge mij nodig hebt.

"Binnen een kwartier komen ze terug met mevrouw van de operatiekamer!"
- ...

En 's avonds...
'Wat gaan we eten schat?'

Gepost op 7 november 2006 #

Mijn beroep en ik

hospitaalgang Mijn naam is Kato. Ik ben 29. Momenteel werk ik al 7 jaar als verpleegster op een afdeling intensieve zorg.

Ik heb altijd geweten wat ik wilde doen. Verpleegster worden was mijn droom. Er leek mij niets zo tof als in een wit pakje met een karretje vol spuiten door de lange gangen van een ziekenhuis lopen. En vooral, zieke mensen blij maken met een glimlach en een babbeltje.

Maar het beeld dat je als klein meisje hebt van een verpleegster, komt niet helemaal overeen met de werkelijkheid. Ik merkte het al tijdens mijn eerste stage. Daar stond ik als vrolijke achttienjarige klaar om een kamer met patiënten binnen te gaan. Het was een abrupte confrontatie met ziekte, lijden en dood. Ik blokkeerde volledig door wat ik te zien kreeg. Een doodziek kaal kankerpatiëntje, overal slangen en buisjes... Ik wist niet meer waar ik het had. Verbijsterd stond ik toe te kijken hoe vlot de verpleegkundige omging met het jongetje. Ik begreep niet hoe het mogelijk was dat ze daar zo gewoon mee omging.

Ik had duidelijk nog een lange weg af te leggen. De stages op diverse afdelingen waren stuk voor stuk een uitdaging. Elke keer jezelf moeten bewijzen. Ik voelde me soms zo klein als mens. Wat was ik nog jong en onervaren! En toch was ik diegene naar wie de patiënten opkeken, bij wie ze hun hart uitstortten en bij wie ze terecht konden met vragen. Ik, amper 18 jaar, diegene die voor alle zorgen, groot en klein, klaar stond.

Waar ik vooraf helemaal niet bij had stilgestaan, en waar ik het aanvankelijk toch wel moeilijk mee had, was het directe persoonlijke contact met de patiënt. Je ontmoet de mensen op een kwetsbaar moment. Ze zijn ziek, ontrukt uit hun vertrouwde omgeving, volledig overgelaten aan de zorg van vreemden. Je raakt een mens aan … zijn lichaam en geest.

En dan - na 4 jaar studeren en heel wat stages - was het zover. Ik was verpleegkundige! Samen met het uniform kwamen de verwachtingen, verplichtingen. De verantwoordelijkheid viel op mij…

Gepost op 6 november 2006 # | Reacties: 16

Joblog

 

VDAB laat elke maand iemand aan het woord over zijn job.

Deze maand:
Verpleegster Kato

foto van Kato"Ik heb altijd geweten wat ik wilde doen. Verpleegster worden was mijn droom. Er leek mij niets zo tof als in een wit pakje met een karretje vol spuiten door de lange gangen van een ziekenhuis lopen. En vooral, zieke mensen blij maken met een glimlach en een babbeltje."

Alle posts

  • Op het einde
  • De kleine dingen
  • Een roeping?
  • Zorgen voor jezelf
  • Losse gedachten
  • Het blijft donker
  • In het midden van de nacht
  • Nog meer frustraties
  • Frustraties
  • Wakker worden
  • Het team
  • Dokters
  • Kato groet 's morgens de dingen
  • Dankjewel!
  • Opname van een patiënt
  • Therapeutische hardnekkigheid
  • Op transport
  • Mijn beroep en ik

Zelf meewerken?

Wil jij ook bloggen over je beroep? Contacteer ons op moderator@vdab.be

RSS (Wat is dit?)

© 2006 VDAB - Disclaimer - info 0800 30 700 (ma-vr 8 tot 20 uur) of info@vdab.be