Het ga jullie goed
Dit is mijn laatste blog deze maand. Toen ik aan mijn opdracht begon, waren de eerste fameuze barsten al zichtbaar in de financiële sector en de industriële wereld, en waren de eerste collectieve ontslagen een feit. In de loop van december is de storm helaas niet gaan liggen, maar verder aangewakkerd. Met als resultaat dat heel wat mensen dit jaar een pijnlijk kerstcadeau hebben gekregen.
Ook het kaartenhuis waarop onze regering steunde, stortte in. Plots zaten we met een resem bijkomende onzekerheden over de toekomst. En dat in een periode die eigenlijk synoniem zou moeten zijn met geborgenheid, warmte, samenhorigheid, solidariteit en huiselijkheid. Met eenheid en genegenheid. En die in wezen een paar zorgeloze dagen zou moeten bieden met je dierbaren.
Op dergelijke momenten vinden zowel de man als de jongen in mij enig soelaas bij filosofie en muziek. Bijna 1900 jaar geleden liepen de zaken ook niet echt op rolletjes, getuige volgend citaat van de Griekse stoïcijn Epictetus: "Er is slechts één weg naar geluk en dat is op te houden met je zorgen te maken over dingen waarop je geen invloed hebt." Dat is mogelijk een schrale troost voor mensen die door de crisis zonder werk zitten of die de hakbijl boven hun hoofd voelen hangen. Maar een wereldwijde recessie die zo brutaal om zich heen maait, is helaas iets waarop de gemiddelde loontrekkende mens amper invloed heeft. Slikken en doorgaan is het devies. En tussendoor proberen te genieten van de ''bright side of the road''.
Op kerstavond zaten mijn echtgenote en ik aan de kersttafel, samen met onze kinderen en hun beminden. Er werd honderduit gepraat en gelachen, zelfs met de grandioze politieke vaudeville die in dit land wordt opgevoerd. Want leedvermaak schept in deze omstandigheden een band. En je omringd weten door de belangrijkste mensen in je leven, daar kan geen enkele recessie of ontgoocheling tegenop.
Of je het de voorbije weken nu wel of niet eens was met wat ik schreef. Of je al die teksten nu wel of niet goed hebt gelezen. Of je je nu wel of niet aangesproken voelde door mijn zienswijze. Het ga jullie allemaal goed.

Veel mensen zijn gevoelig voor sfeer. Dat blijkt eens te meer in deze periode van het jaar. Vanaf eind november zie je de eerste kerstverlichting aarzelend in het straatbeeld opduiken en hoor je in de winkelstraten en -centra steeds vaker aangepaste muziek. Hoewel er geregeld stemmen opgaan die vinden dat de Kerstman de Sint stilaan onder de voet loopt, voelen heel wat mensen zich toch bijzonder behaaglijk bij die kerstsfeer. Zelfs tijdens deze crisis laten mensen zich verleiden tot 3% meer (kerst)aankopen dan vorig jaar.
Onwillekeurig zet deze tijd van het jaar mij aan tot reflectie. Hebben jullie dat ook? Allicht komt het doordat het ’s ochtends langer donker blijft en de duisternis ’s middags al invalt. Licht schept over het algemeen geestkracht en gemoedsrust. Met duisternis daarentegen heeft de mens het al decennialang moeilijk.
Verontwaardiging is een sterke emotie. In het verleden heeft het meer dan eens geleid tot schitterende kunst. Of doortastend politiek optreden. Getuige volgend berichtje, kunnen we best een stevige portie verontwaardiging gebruiken:
Waar het lezen van de krant mij tot voor kort ontspanning en verstrooiing bood, leidt het tegenwoordig tot heel wat sombere gedachten. Bedrijf A ‘schrapt’ wereldwijd 16.000 banen, bedrijf B legt de productie stil voor zes maanden en bij bedrijf C laat men 150 tijdelijke jobs ‘uitdoven’. Je hoeft geen pessimist te zijn om overvallen te worden door enige bezorgdheid over de toekomst.
Een klein onderzoekje op internet leert dat solliciteren stilaan een soort exacte wetenschap is. Als werkzoekende kun je tegenwoordig op tientallen al of niet relevante websites terecht voor een schier onuitputtelijke lijst met ‘tips & tricks’ voor de sollicitant.
Ik kom uit een arbeidersmilieu. Mijn grootvader, naar wie ik vernoemd ben, heeft zich kapot gewerkt in de scheepsbouw. In weer en wind heeft hij buiten gestaan, met vingers die soms kromtrokken van de kou. In héél andere werkomstandigheden dan we nu kennen. Niets romantisch aan. Veiligheidsvoorschriften? Dat hield het werk alleen maar op. Werkkledij? Ja, als hij dat zelf zou betalen. Uitvriezen? Nooit van gehoord. Het werk lag geen minuut ‘onnodig’ stil. Zelfs niet als er een sterfgeval was op de scheepswerf. Staken? Ondenkbaar. Hij had een vrouw en zes kinderen te onderhouden. “Let maar eens op hoe snel je dan ja knikt,” antwoordde hij mij ooit toen ik hem vroeg waarom hij geregeld op zijn ziel lieten trappen door de kapitalistische neoliberale kliek die het havenbedrijf leidde. Ja, enige maatschappijkritiek was me niet vreemd.
Fijn om te zien hoe snel er gereageerd werd op mijn eerste blog. En hoe een onschuldige tekst in staat is om zulke uiteenlopende gedachten op gang te brengen. Misschien is dat wel de reden waarom ik deze maand regelmatig achter mijn laptop kruip om voor deze blog te schrijven. Op enkele reacties wil ik dieper ingaan.
Soms kan het er vreemd aan toe gaan op de arbeidsmarkt. Zo zit je de ene dag met 50.000 vacatures die niet ingevuld raken, en een paar maanden later regent het herstructureringen en bedrijfssluitingen. Gevolg: een enorme instroom van werkzoekenden op een markt die tot voor kort vooral opviel door ‘uitdroging’ en ‘inkrimping’.
Het is wat ondergesneeuwd door de gebeurtenissen op de financiële markt en de arbeidsmarkt, maar een paar weken geleden overleed Richard (Rick) Wright, begenadigd toetsenman van rockmastodont Pink Floyd. Een zoveelste slachtoffer van de sluipmoordenaar die kanker heet. En voor het eerst in minstens vijf jaar heb ik nog eens een cd van Ricks groepje gespeeld: de verzamelaar Relics met ‘Arnold Layne’ en ‘See Emily Play’, nummers die mij nog steeds aan het meezingen krijgen.
Volgens mijn moeder ben ik geboren op een pikdonkere, tamelijk frisse nacht in april. In die tijd klopte het gezegde 'april doet wat hij wil' nog, want toen kon het in de grasmaand plots sneeuwen of lelijk koud zijn. Mijn broer had al wekenlang dagelijks een schepje suiker op het balkon achtergelaten voor de ooievaar. Zijn geloof in de bloemkool was hij toen al verloren. En blijkbaar hebben die schepjes geholpen, want ik kwam onverwacht -en met grote haast- op deze wereld. Als ik mijn ouders moet geloven, was dat een van de weinige keren dat ik als kind ergens te vroeg was.