Houten klompjes
De laatste dag op Tell Tweini is aangebroken. We staan vroeg op, ontbijten nog één keer samen, zeulen onze bagage naar beneden en nemen hartelijk afscheid van onze Syrische vrienden. Dan nemen we de bus richting Damascus. Met de airco op volle toeren razen we over de autosnelweg. In Damascus is het 40 graden maar na enkele uurtjes in een gekoelde bus, voelt het nog veel warmer als we uitstappen.
Damascus is één en al geschiedenis. We weten amper waarmee we ons stadsbezoek moeten beginnen. Maar één ding staat vast: we gaan naar een hammam! Dat is een traditioneel badhuis. Na 6 weken ploeteren in de grond hebben we op z’n minst een goede wasbeurt verdiend. :-)
Nadat we wat door de stad gestruind hebben, zetten we koers naar de grote, indrukwekkende soekh (overdekte lokale markt). Daar bevindt zich een oude hammam. In een grote zaal kleden we ons om, terwijl voorbijgangers zo de zaal kunnen inkijken door een openstaande deur. Bizar. We krijgen een laken om rond ons middel te binden en houten klompjes om niet uit te schuiven over de gladde vloer. Wanneer we een houten deurtje open duwen, komen we terecht in de hammam: een sissend, stomend en heet vertrek. Op de vloer bevinden zich kleine bekkens met koud en heet water. We zetten ons neer met onze rug tegen de muur en wassen ons met echte Aleppo-zeep. Af en toe plenzen we een kommetje koud water over ons heen. Heerlijk relaxerend!
Het echte werk moet echter nog komen: even later worden we geschrobd en gewassen door een vriendelijke man. Daarna volgt een massage door een manspersoon die zo uit één of andere Griekse mythe ontsnapt kan zijn. Proper én ontspannen, herboren zeg maar, gaan we de laatste avond in.
De volgende dag vliegen we huiswaarts. Terug naar het ‘gewone’ leven. Het was een fantastische en leerrijke ervaring. Bedankt voor jullie aandacht en tot ziens!

De laatste dagen van ons verblijf in Syrië zijn in zicht en de spanning begint te stijgen. De opgraving moet worden afgerond, elke archeoloog moet zijn bevindingen bundelen, alle plannen en tekeningen moeten kloppen én alles moet op tijd bij het lokale kopieercentrum geraken. Het originele naslagwerk gaat mee naar België en een ingebonden kopie ervan blijft in Syrië. Terwijl de werkmannen het opgravingsveld opruimen, tokkelen wij op de laptop en zoemt de printer onophoudelijk.
Na enkele weken Syrië zie je bij sommigen onder ons een uitgesproken baardgroei. Zelf scheren kan. Maar waarom zouden we dat doen in een land waar het beroep van barbier nog welig tiert? We besluiten om naar Jebleh te gaan en een barbier te zoeken die ons onder handen kan nemen. Een geelgekleurde taxi brengt ons voor een appel en ei naar één van de barbiers-straten in Jebleh. We kiezen een barbier uit: een met volle baard!
Tot hiertoe heb ik het vooral over de opgravingswerken gehad. Maar natuurlijk is er ook tijd voor ontspanning! Vrijdag is onze vrije dag en dan doen we meestal een uitstapje. Uitslapen zit er jammer genoeg niet in omdat het al vroeg licht wordt. Bovendien schijnt de zon dan al hevig, zelfs tijdens die vroege uurtjes, waardoor het snel heel warm wordt.
Het verleden ontsluieren is meer dan alleen gaten graven in de grond! Archeologen, ‘keramologen’, geologen, paleobotanici… er komen heel wat experts bij kijken.
Ik zit op het veld, de zon brandt en ik hoor het getik van houwelen tegen stenen. In het struikgewas ritselen de hagedissen en zwaluwen scheren over de grond. En dan, opgewonden geroep: een van mijn collega's heeft onder een vreemdsoortige steen een holle ruimte ontdekt!
Vorige keer had ik het al over onze dagindeling. Maar wat houdt het werk als archeoloog bij de opgravingen op Tell Tweini nu precies in? Wel, er bevond zich ooit een antieke stad op deze tell (heuvel) en wij onderzoeken de verschillende bouwfasen die die stad heeft gekend.
Gelukkig moeten we al het zware graafwerk niet alleen doen. Iedere archeoloog heeft een team van werkmannen. Onder die werklieden bestaat een strikte taakverdeling: één staat in voor het wegvoeren van stenen en grond met de zambil (emmer) of de arabana (kruiwagen). Een andere is verantwoordelijk voor het vullen van de zambil of arabana. En de derde -de hoogste in rang- werkt met de kasmah (houweel). Ik heb niet te klagen over mijn team. Abu vult de zambils. Hij is een kwieke vijftiger en begroet me iedere ochtend enthousiast met ‘Ahlem wa sahhlem!’ wat ‘Welkom!’ betekent. Ali, een rustige tiener die glimlachend zijn werk doet, voert de stenen weg met de arabana en Zayn, een energieke twintiger, hanteert de kasmah en tolkt ook.
Zes weken in Syrië, op enkele kilometers van de Middellandse Zee, op een heuvel vol olijf- en vijgenbomen... Hoor ik daar de woorden ‘toerist’ en ‘vakantie’ vallen? Niets is minder waar! We werken 6 dagen op 7 (enkel op vrijdag hebben we vrij) en onze werkdagen zijn niet min. Ik zal jullie vertellen hoe een doordeweekse dag er uitziet.
Via een indrukwekkende aanvliegroute naderen we Syrië van over de Middellandse Zee. We zien eerst de kuststad Tartoes waarna we meteen koers zetten naar Damascus. Vanuit de lucht zien we enkel een zandbruin landschap. Voor we landen op Damascus, cirkelen we enkele keren boven de luchthaven. Met elke omcirkeling vliegen we een stukje lager. Het vliegtuig schudt en schokt heel erg door de woestijnluchtstroom!
Hallo. Ik ben Stijn (29). In 2002 studeerde ik af als archeoloog. Afstuderen was één zaak. Werk vinden in deze richting een andere: al snel bleek het verre van eenvoudig om effectief een job als archeoloog te pakken te krijgen. Na tal van omzwervingen -interim hier, interim daar, wie kent het niet?- kwam ik terecht bij de infolijn van VDAB. Eerst als consulent, daarna als planner. En vandaag, 4 jaar later, werk ik er nog steeds met veel plezier!