Ga direct naar de inhoud (Access Key S)
VDAB
Algemene links
  • Home
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • FAQ
  • Contact
  • Sitemap
Rubrieken van de VDAB website
  • Jobs
  • Opleidingen
  • Begeleiding en oriëntatie
  • Nieuws
  • Mijn loopbaan
  • Partners
  • Werkgevers
  • Agenda
  • Cijfers
  • Magezine
  • Blogs
  • Persinfo
Pagina spoor
  • Home
  • Nieuws
  • Blogs

Manager Steven vertelt ...

De Afrikaanse savanne op de werkvloer

drinkende zebrakudde

Het zou een goed onderzoeksproject zijn voor een tandarts in spe om na te gaan of de hoektanden van bazen groter zijn dan die van de gemiddelde medewerkers op de werkvloer. Het is mijn ervaring dat bazen te vaak jagende roofdieren zijn en medewerkers te vaak vluchtende en onderduikende prooidieren…

Een goed luipaard wordt gekenmerkt door sluipend, gefocust, onmeedogenloos en snel handelen. Welk profiel hebben heel wat gelauwerde bazen? Juist, dat van een bloed likkend luipaard! Verbazend? Neen, want iemand met zo’n profiel komt snel tot de vooropgestelde resultaten die de bedrijfstop of de aandeelhouders pleziert. Dit geeft hem een aureool van ontzag en macht, ook al is het gebaseerd op de beginsels van agressief gedrag. En ook al werkt dit alleen maar op korte termijn.

Medewerkers acteren dan weer vaak als een kudde gezellig grazende zebra’s waar de zorg voor morgen nog moet ontdekt worden. Hun oren bewegen pas alert als de kudde zich in beweging zet op aangeven van de zonnestand die altijd op dezelfde manier roteert. Ze reageren vooral op signalen die ze ontvangen van hun directe omgeving en hun soortgenoten. En wat als het luipaard op het toneel verschijnt? Vluchten natuurlijk. Want waarom zou je als groep het gevaar trotseren? Ze hebben dit niet geleerd omdat het niet van hen verwacht wordt.

Is dit een karikatuur van de werkvloer? Nee, ik ben er van overtuigd dat er veel Afrikaanse savannes sluimeren in Vlaanderen.

De vraag is: kan je een natuurlijke, goed werkende band smeden tussen een roofdier en prooidier? Mijn ervaring met paarden leert me van wel. Ik ben bijvoorbeeld altijd met verstomming geslagen als ik zie hoe sommige amazones -als menselijk roofdier- op de rug zitten van hun prooidierpaardje en dingen doen die ze zonder elkaar nooit zouden kunnen bereiken. Een paard zou van nature bijvoorbeeld nooit over 1 m 70 kunnen springen, want hij heeft dat geloof in zichzelf niet. En welke paardenliefhebber kan met zijn ‘lui gat’ over 1 m 70 springen? Maar er zijn heel wat paard-ruitercombinaties die dat samen wel kunnen.

Wat heeft een paard nodig om in een menselijk roofdier te geloven en het te vertrouwen? Het heeft nood aan een zelfverzekerde leider die consistent handelt en de teugels in de handen houdt: niet om er aan te trekken en hem pijn te doen in de mond, maar om hem te leiden. Het moet zich veilig voelen bij z'n leider en het gevoel hebben dat het elk moment op hem kan rekenen. Als er gevaar komt, verwacht hij bescherming van z'n leider. In die sfeer transformeert z'n instinctief gedrag van angst en vluchten naar een aangeleerd gedrag van loyale en betrouwbare mede-atleet.

Eens het paard en de ruiter die eenheid als een evidentie aanvoelen, komen hun lichaam, denken en ziel in balans. En kunnen ze met veel plezier en moed op jacht gaan naar een hogere limiet. Het paard zal door de intelligentie van zijn leider dingen doen die het zelf niet voor mogelijk achtte. En de amazone kan door de kracht en het uithoudingsvermogen van het paard prestaties neerzetten die ze zelfs in haar stoutste dromen niet kon fantaseren.

Mijn conclusie? Baas: hinnik wat meer als een gestreepte zebra, en werknemer: brul je gevlekte luipaardtanden bloot. Zo zal het gras altijd groener blijven aan de eigen kant van de heuvel.

Gepost op 6 maart 2012 # | Reacties: 2 | Reageer

Waar is die staking? Hier is die staking!

paraplu

Vorige week bezocht ik in het mooie Porto een Portugese leverancier. Dit bezoek heeft me een lesje geleerd. Ik heb gemerkt hoe de economische crisis in Europa gaten heeft geslagen in de boeg van de werkzekerheid.

Tot en met begin vorig jaar dachten de Portugezen dat hun status als werknemer op alle vlakken onaantastbaar was en dat vadertje staat of ‘moederke’ bedrijf daar garant voor stond. Maar dat bleek een illusie. Tijdens mijn zakenreis ontmoette ik Antonio en Luis: allebei geslaagde veertigers die voor een petrochemisch bedrijf werken. Ze gaven me losjes uit 'de vuist' een resem veranderingen die de afgelopen 8 maanden plaatsvonden in de Portugese werksfeer.

Ze vertelden me dat de overheid het loon van de ambtenaren met 7 procent naar beneden haalde. De twee extra maanden loon in juni en december werden afgeschaft ook al was dat een verworven recht. In de privésector konden de werkgevers bij wet de lonen niet verminderen. Oplossing: hun personeel gewoon meer uren laten werken voor hetzelfde loon. De mensen krijgen nu 4 vakantiedagen minder. En ook het aantal nationale feestdagen waarop de medewerkers vrijaf krijgen, werd afgebouwd. Medewerkers die een brug willen maken voor een nationale feestdag moeten nu twee keer vakantie nemen: voor de dag zelf en voor de nationale feestdag!

De pensioenleeftijd is in Portugal al vastgelegd op 65 jaar, maar daar blijft het niet bij. Er is nu een wiskundig model in voege dat op basis van verschillende factoren -zoals levensverwachting en aantal gewerkte jaren- de pensioenleeftijd berekent. Neemt de levensverwachting bijvoorbeeld toe, dan wordt de pensioenleeftijd hoger. Met andere woorden: 65 jaar is de minimumleeftijd waarop ze op pensioen kunnen. Veel Portugezen denken dat ze pas op hun 67ste hun brooddoos niet meer naar het werk gaan moeten sleuren.

Ook op de werkloosheidsuitkeringen werd beknibbeld. Als je in Portugal zonder werk valt krijg je de eerste 2 jaar ongeveer 50 procent van je laatste loon, daarna val je terug op een maandelijkse uitkering van 438 euro.

En dan heb je nog de BTW. Naar een visrestaurant gaan om wat kabeljauw te eten, werd plots 17 procent duurder want de BTW ging als een vuurpijl van 6 naar 23 procent. Dat geldt ook voor alle andere zaken zoals energie. Enkel melk en brood vormen een uitzondering.

De opsomming van Antionio en Luis was een eindeloze treurzang waar elk Fadolied een punt kan aan zuigen. Toen ik hen vroeg waarom de mensen hier niet wat meer tegen in opstand komen, kreeg ik een heel laconiek en wat cynisch antwoord.

“Wij zijn geen Grieken! Wij Portugezen hebben ook in het begin eventjes geprotesteerd en hebben een paar maal furieus gestaakt maar dat is niet onze ware natuur. Al vlug hadden wij door dat we daarmee niets gingen oplossen. De realiteit is wat ze is en we moeten een andere weg op.”

Ik was met verstomming geslagen door zoveel berusting, maar ook moed. Ze hebben de wil om iets positiefs te maken van een rampscenario. Ze zijn bereid om nu opofferingen te doen in de hoop dat hun kinderen later een betere toekomst krijgen.

Raar maar waar: in Portugal denken ze dat België in hun voetsporen zal treden qua verval en heropstanding. Met de besparingen en het pensioen zetten we inderdaad onze eerste pasjes. De vraag is: met of zonder stakingen? Verzet zit ook niet in ons Vlaams bloed, tenzij bij de ‘immobiele’ beroepsstakers uit onze ‘mobiele’ sector. Of, het zou moeten zijn dat we op 30 januari met ons allen gaan staken tegen onze Belgische beroepsstakers.

Men zegge het voort!

Gepost op 23 januari 2012 # | Reacties: 1 | Reageer

Buideltas

paraplu

Deze week kregen we op het werk een externe opleiding rond multicultureel samenwerken in een internationaal bedrijf. Meer specifiek: hoe kunnen wij als Europeanen beter samenwerken met onze Japanse broeders en zusters (en omgekeerd)? 

In de voormiddag werd dit onderwerp uitgespit in twee aparte groepen: een groep met de Europeanen en een groep met onze Japanse collega's. Bedoeling was dat wij in onze groep vertelden waar we het moeilijk mee hebben bij de Japanners en wat wij denken dat zij vervelend vinden aan ons. De Japanners op hun beurt moesten hetzelfde bespreken, maar dan over ons.

Vreemd genoeg waren de reacties na de training totaal verschillend. De Europese mensen waren laaiend enthousiast, terwijl de Japanners het gevoel hadden dat ze in hun blootje werden gezet. Voor hen was het enorm onwennig om onder woorden te moeten brengen hoe ze over ons denken. Het was voor hen een stresserende voormiddag geweest, en ze hadden zich bekeken gevoeld. 

In de namiddag werden de resultaten besproken. Plots bleken heel wat Japanse bazen een onverwachte belangrijke meeting te hebben. Op die manier excuseerden ze zich voor de ‘melting pot’-sessie. Alleen de mindere Japanse jonge goden, en vooral de vrouwelijke Japanse medewerkers, werden als ‘verkenners’ naar het multicultureel debat gestuurd. 

Het werd een emotioneel debat. Wij, de Belgen, uitten openlijk enkele van onze negatieve ervaringen met de Japanners. Dit deed de gevoelige Japanse piano-snaren extreem vibreren. Enkele veel gehoorde Belgische frustraties: gebrek aan vertrouwen en emotionaliteit, een flexibele definitie van ‘Japanse waarheid’, weinig efficiënt werken en een totale onduidelijkheid van wat er zich achter het Japanse masker afspeelt.

We brachten ook positieve aspecten ter sprake zoals goede organisatie, lange termijn denken en het feit dat ze jonge mensen snel veel verantwoordelijkheid geven. Maar het positieve kon het negatieve niet in balans brengen. Externe kritiek is sowieso moeilijker te verteren dan zelfkritiek. Zelfkritiek is immers vaak geveinsd, en zó gemakkelijk te slikken dat je er gegarandeerd een ganzenlever van krijgt. 

De Japanners zelf bleven erg vaag over hoe ze over ons denken. Een positief aspect was dat we veel tijd nemen voor ons gezin. Een negatief punt: dat we niet proactief zijn.

Ik ben in ieder geval blij dat ik de opleiding gevolgd heb. Ze leverde een aantal bruikbare gedachten op die ik in mijn buideltas wil blijven mee dragen. 

** Bekijk eerst en vooral je eigen cultuur, vooraleer je begint te kijken naar een andere cultuur.

Ik kan dus beter eerst nadenken over wat het inhoudt om een goede of echte Vlaming te zijn vooraleer ik me ga vergelijken met een Japanner.

** Bestudeer eerst jezelf, leer dan de ander kennen en wees daarna vooral  jezelf in het bedrijf.

Ik moet dus geen halve Japanner proberen te zijn, net zoals ik ook niet moet proberen om Mr Suzuki de Vlaamse leeuw te laten meezingen.

** Het gedrag van een persoon in een bedrijf is het resultaat van bepaalde eigen waarden die ondersteund worden door feiten.

Als ik mijn Japanse collega’s beter wil begrijpen, moet ik dus eerst proberen te achterhalen wat de zichtbare waarden zijn, maar vooral ook: gaan snorkelen naar die massa’s onder het wateroppervlak. Hierdoor zouden er heel wat misverstanden en stereotypen verdrinken. 

En hoe ik deze multiculturele granenkoek in 2012 in mijn buidel wil consumeren? 

Je hebt 2 ogen, 2 oren en 1 mond.

Gebruik ze “dienovereenkomstig” het getal.

Gepost op 23 december 2011 # | Reacties: 2 | Reageer

Thuiswerk: oh wee!

huis

Thuiswerken is nog steeds een brug te ver voor veel werkgevers. Dat heb ik twee weken geleden gemerkt toen ik een meeting had met de global HR director uit Tokyo. Ik vroeg hem wat hij er zou van vinden als ik gedeeltelijk of volledig van thuis uit zou willen werken in de nabije toekomst. Als enige reactie kreeg ik onbegrijpend gefrons van de wenkbrauwen.

Met dit antwoord kon ik echt niets doen, dus gaf ik nog wat gas bij om mijn betoog in de juiste locatie te plaatsen. Ik maakte hem duidelijk dat het al of niet thuiswerken voor mij een breekpunt kan worden in mijn zakelijke relatie met mijn Japanse broeders. 

Het is namelijk zo dat mijn Brussel waar ik nu woon en werk binnenkort misschien gescheiden wordt zoals een Siamese tweeling. Het wordt dan een tweedelige B & B: ik zou in Brugge gaan wonen en in Brussel blijven werken.

Als ik elke dag naar Brussel moet pendelen, zal de slagader van “commuting time” constant verstoppen en tot een hartaderbreuk leiden. Vier uur per dag op weg zijn naar mijn job is ondenkbaar. Ik zou ook -zoals mijn schoonbroer- om 5 uur ’s morgens kunnen vertrekken om de E-40 files te ontlopen, maar dat is voor mij zelfkastijding die ik mezelf nooit zal opleggen.

Na mijn uitvoerige uitleg, wist onze HR directeur er nog altijd geen raad mee. Maar toen legde hij zijn ei zonder eierschaal. Hij zei: “Sorry maar in Japan zijn we dat niet gewoon en weten we niet hoe we daaraan moeten beginnen.” Om dit te bewijzen, vertelde hij dat de Japanse regering -na het debacle in Fukushima- de grote bedrijven onder zware druk had gezet om hun mensen meer thuis te laten werken. Met deze crisismaatregel wilde de regering de elektriciteitsproblemen aanpakken die ontstonden door het stil leggen van een paar kerncentrales. Bijna geen enkel bedrijf is op de kar gesprongen om die flexibiliteit aan hun werknemers te geven. “Dus, als de premier van Japan dit nog niet kan, wie ben ik dan om die wagen aan het rollen te krijgen?”, aldus de HR directeur.

Een van mijn Duitse collega’s heeft overigens wel een tijdje mogen thuiswerken. Maar toen ze dat wou blijven doen, heeft het management haar in het oor gefluisterd dat ze dan haar carrière kon vergeten. Als thuiswerken in ons bedrijf al toegelaten wordt, staat het dus synoniem voor ‘geen verdere carrière meer willen of kunnen maken’. 

Vreemd toch: zoveel bedrijven vinden het de morele plicht van hun werknemers om flexibel te zijn en eisen dat ze hun voordeur constant wagenwijd openzetten om nieuwe en “oude nieuwe” veranderingen te verwelkomen. Maar oooooh weeeee als werknemers hun management vragen om wat empathie te tonen voor veranderingen in hun privéleven.

De grote aarzeling die ik bij heel veel bedrijven -en niet alleen Japanse- voel, is volgens mij vooral gebaseerd op een gebrek aan een fundamenteel vertrouwen in hun werknemers. Blijkbaar zitten veel managers nog vastgeroest in het geloof dat ze hun mensen moeten kunnen observeren. Ze willen constant over hun schouder mee kijken. Dit is inderdaad de gemakkelijkste manier om hun effectiviteit en productiviteit te meten, maar het stamt wel uit de kleuterschool.

Ik beschouw de reactie van mijn bazen eerlijk gezegd als een persoonlijke blamage. Na 25 jaar trouwe dienst bij mijn bedrijf, blijken mijn bazen nog altijd niet te beseffen dat ik respect heb voor zelfdiscipline, honger naar werk en een groot gevoel voor verantwoordelijkheid. Toen ik mijn directe baas -een Japanner die in België woont- hiermee confronteerde, was zijn antwoord: “Dat zie je verkeerd. We vertrouwen je juist wel en daarom hebben we je nodig op het kantoor om de andere collega’s te controleren en op te leiden. Zo kan je jongere mensen ook jouw waarden bijbrengen.”

Hij geloofde overigens niet dat je in een klein land als België dagelijks 4 uur onderweg kan zijn. Dus heeft hij achter mijn rug naar Google Earth gesurft om dit te checken. Daar kreeg ik het pas echt van op mijn heupen!

Mijn betoog: als je een aantal jaar voor dezelfde werkgever gewerkt hebt op een correcte manier, zou het aan de werkgever moeten zijn om te bewijzen dat thuiswerk niet aanvaardbaar is. En onder thuiswerk versta ik: flexibele uren, home office of een combinatie hiervan. Dit zou een Win - Win -Winsituatie creëren voor de drie W’s: Werknemer, Werkgever en de Welriekende maatschappij. En zo zou er eindelijk een oplossing komen voor ons verkeersinfarct.

Gepost op 14 oktober 2011 # | Reacties: 3 | Reageer

Luie ezel

wortelHoe kun je een luie ezel motiveren om te blijven lopen? Door een wortel aan een stok te hangen en die voor zijn lange snoet te houden. Wel, ik onderga al maanden deze leerschool.

Begin dit jaar beslisten mijn vriendin en ik in een spontane bui om mee te doen aan de uitputtingslag -of zeg maar overlevingstocht- Oxfam trailwalk. Dat is een wandeltocht van 100 km door de meest ongerepte stukjes Belgische natuur in de Hoge Venen. De bedoeling is dat je hem -samen met je team- in maximum 30 uur aflegt. We starten op zaterdag 27 augustus om 7 uur ’s morgens en moeten de volgende dag rond de middag aankomen. Elk team bestaat uit 4 mensen. Geven er tijdens de wandeling twee teamleden op, dan moet je je aansluiten bij een ander team. De redenering: als je in het pikdonker ergens diep in het bos je voet omslaat, en niet meer verder kan, dan moet er één teamlid bij jou kunnen blijven en één teamlid hulp gaan zoeken.

Ooit nam ik in een onbezonnen moment van verdwaasdheid aan de Dodentocht deel, zonder enige training vooraf. Ik heb hem uitgewandeld, maar het was de zwaarste fysieke inspanning van mijn leven. Na 23 uur labeur en foltering in de omgeving van de Schelde heb ik gezworen: nooit meer.

Aangezien alleen een ezel zich niet tweemaal aan dezelfde steen stoot, liet ik me toch nog eens overhalen. Waarom? Omdat het een unieke teamuitdaging is en omdat je er armoede en onrecht mee uit de wereld helpt. Elk team moet namelijk minstens 1.500 euro inzamelen. Oxfam besteedt dat geld dan aan duurzame landbouwprojecten in het Zuiden en het Noorden. Haal je geen 1.500 euro binnen, dan mag je niet meewandelen.

We zijn nu al maandenlang aan het trainen. Het begon met kleine tochten van 3 à 4 uur. De dag erna waren we telkens een bende stijve planken. Stap voor stap maakten we langere tochten. We legden de lat iedere keer iets hoger. Stilletjes aan verbeterde onze conditie en voelden we dat de prestatiemicrobe in onze kleren sloop. Het is zoveel makkelijker om jezelf op te laden als je dat ultieme doel voor ogen hebt!

Onlangs liepen we de Vlaamse kust af van De Panne tot Zeebrugge. Twaalf uur wandelen waarvan 6 uur in de gietende regen. Veel mensen bekeken ons -vanachter de beslagen ramen van de kusttram- alsof we verdwaalde illegalen waren. We trokken het ons niet aan: ons hard labeur in het mulle zand had een betekenis en een doel.

Zelfs een naaktzwemmer in Bredene die in z’n blote flikker uit het water rende, kon ons niet afleiden. Ook al wou hij dat zo graag. Toen we eindelijk in Zeebrugge aankwamen waren we even moe als anders, maar de dag erna recupereerden we wel sneller. Ons lichaam protesteerde minder.

Onze training bewijst nog maar eens mijn stelling: met een juiste cocktail van een goed uitgekiende voorbereiding en sterke motivatie, kan iedere mens zijn eigen grenzen een enorme opwaartse boost geven. Dat geldt als je sport, maar bijvoorbeeld ook als je studeert of werkt. Het komt er op neer om een wortel te vinden die voor jou aantrekkelijk en smaakvol is. En als leidinggevende moet je die wortels voor je mensen vinden. Alleen is het niet zo gemakkelijk om aanlokkelijke wortels te vinden. Je kan dus beter zelf je eigen wortels kweken.

En nu: hop met de beentjes want de laatste stappen zullen het zwaarst wegen! 

Gepost op 19 augustus 2011 # | Reacties: 1 | Reageer

Stilte na de tsunami

Japans meisjeHet is soms hallucinant om vast te stellen hoe een nieuwsfeit opgeblazen wordt. De media kijken er naar als naar een exploderende blauwe vuurpijl van het zomervuurwerk, proberen nog eventjes de vallende sterren te volgen en turen dan de donkere nacht in op zoek naar een nieuwe, hopelijk nog meer dramatische rode vuurpijl. Ik krijg er soms buikpijn van.

Een mooi voorbeeld hiervan is wat er in Japan gebeurde tijdens en na de aardbeving in maart. De eerste dagen was er maar één onderwerp in de media: Japan en Fukushima. Iedereen was op slag een would be Japanoloog. Nu spreekt er bijna geen kat meer over. Japan kan intussen zijn plan wel trekken, zo wordt gedacht. Maar is dat wel zo?  

Een Japanse vriend schreef me net onderstaande vertwijfelde boodschap. Zijn kleinere leed legt de nadruk op het grotere leed van anderen en het land.

++++++++++++ 

27 juni, nu bijna 3 maanden na de aardbeving in het noordoostelijke deel van Japan.
 
Ons bedrijf gaat stilletjes aan de dieperik in. De onderneming waarvoor ik werk, maakt onderdelen voor de Japanse automobielindustrie. Ten gevolge van de aardbeving produceren de automobielbedrijven minder auto’s, waardoor ze ook minder onderdelen nodig hebben. Onze omzet is met 40% gedaald ten opzichte van vorig jaar in dezelfde maand. Hierdoor moeten we onze fabriek geregeld een dag sluiten, en is ons salaris verminderd.

Ons toekomstperspectief lijkt op korte termijn echt donker en triest. Veel mensen verwachten dat wij langer dan een jaar zullen lijden onder deze plotselinge economische crisis. Het grootste vraagteken is of ons land er daarna beter zal uitkomen of niet? Velen twijfelen. Een ding staat vast: onze lonen zullen naar alle verwachting nog meer dalen.

Het is een verwoestende situatie. Door de explosie in de kerncentrale heeft Tokyo Elektriciteit (Tepco) besloten om de prijs voor elektriciteit te verhogen. De Japanse overheid dwingt de de industrie nu om 15% minder elektriciteit te gebruiken in vergelijking met vorig jaar. Hierdoor werken we op zaterdag en zondag. Dan is er meer elektriciteit voor handen omdat veel bedrijven stil liggen. Ons weekend valt nu op donderdag en vrijdag.

De meeste mensen overleefden de aardbeving, maar hoe erg de mensen na de aardbeving lijden, weten we niet. Er wordt hier niet over geschreven of openlijk over gepraat. Alleen stilte.

Sommige mensen hadden geen ‘aardbeving-verzekering’, zoals dat hier in Japan bestaat. Hun huis is verwoest maar toch moeten ze nog hun peperdure lening voor hun huis verder afbetalen. Ze kunnen een voorlopig huis krijgen voor de komende twee jaar, maar moeten dat huis daarna verder huren. Dat wil dus zeggen dat ze een groot deel van hun leven tegelijk huur moeten betalen en een lening moeten afbetalen. 

Er is een familie in mijn stad die hun huis verloor terwijl ze aan het verhuizen waren. Ocharme, ze hebben niet één nacht kunnen doorbrengen in hun splinternieuwe huis. 

De nucleaire explosie maakt de zaken nog veel erger. Omwille van deze ramp, weigeren meer en meer landen om nog Japanse goederen aan te kopen. Bovendien is het te gevaarlijk om vis te eten in het gebied rond de kerncentrale omdat er aanzienlijke hoeveelheden radioactief afval in de oceaan zijn geloosd. Sinds kort, moeten we ons zelfs zorgen maken over de plaatselijke groenten en het vlees. 

Veel mensen raakten ook hun job kwijt na de tsunami en vonden geen nieuw werk.

Ik persoonlijk heb nog mijn werk en mijn huis, maar mijn twee zonen gaan vanaf dit jaar naar de kleuterschool. Het wordt echt heel moeilijk om te overleven, nu ik minder verdien en alles duurder geworden is. In vergelijking met de vele slachtoffers van de aardbeving of de radioactiviteit, stelt mijn situatie echter niets voor. Dus zal ik verder hard werken en de huidige situatie tolereren in de ijdele hoop dat er vroeg of laat goed nieuws naar ons toekomt.

Gepost op 30 juni 2011 # | Reacties: 2 | Reageer

Groot of klein

handjes"Steven kan ik je eventjes 5 minuutjes spreken?"

'Out of the blue' krijg ik soms zulke verzoeken van mijn medewerkers en dikwijls vrees ik dan een donderslag bij een blauwe hemel. Het was inderdaad weer prijs. "Ik heb deze morgen ergens anders getekend!" zei een half beteuterde, half trotse Antoon.

Verdomd toch, nu moet ik opnieuw opzoek naar een nieuwe collega! Ons positief fluitend goudhaantje van het departement is jammerlijk genoeg weggelokt door een vervaarlijke Amerikaanse lokvogel.

Frustrerend maar ook begrijpelijk. Zeker bij jonge mensen zoals Antoon die in het begin van hun carrière zitten. Je moet van alles eens proeven op de arbeidsmarkt om je een beeld te kunnen vormen van welk dekseltje op jouw lange termijn arbeidspotje past.

Als ik met rekruteerders onderhandel of interviews afneem van kandidaten, word ik geconfronteerd met mijn eigen strooptochten als werkzoekenden uit het verleden. Die verduivelde zoektochten naar een nieuwe werkgever, een nieuwe job, een nieuwe uitdaging! Vaak vond ik solliciteren een enorme uitdaging vol gezonde stress en oppeppende adrenaline. Maar tegelijk was het ook een confrontatie met mijn eigen beeld dat af en toe gepekeld werd met nerveus wachten en met ontgoochelingen waar ik niks van begreep.

Als ik hieraan terugdenk, stel ik mezelf de vraag: “Mocht ik nu opnieuw beginnen, zou ik dan weer voor een multinational of groot bedrijf willen werken? Of eerder voor een kleine of middelgrote KMO?” Of in mijn huidige situatie: “Stel dat ik nu naar een kleiner bedrijf overstap, zou ik dan kunnen aarden in een nest van familietradities tijdens mijn werkuren?”

Dit is een moeilijk dilemma omdat ik  geen pasklaar antwoord heb. Ik denk dat dit afhankelijk is van het bedrijf en van jezelf. Wat de beste keuze is, hangt af van je karakter, je talenten en je ambities en prioriteiten in je persoonlijk en professioneel leven. 

Omdat ik geen pasklaar antwoord heb, stel ik die vraag ook soms aan mensen in mijn omgeving. Zij geven eveneens ambigue antwoorden. Een constante is wel dat mensen die jarenlang voor een groot bedrijf werkten, zich niet zo snel voor een klein bedrijf zien werken. Maar misschien is dit het resultaat van ‘ongekend is onbemind’ of ‘schrik voor veranderingen’?

Ik kan me inbeelden dat je het moet vergelijken met een voetbalspeler of andere sporter. Voetbal je liever in een ploeg als Anderlecht of eerder als Charleroi? Voor welke ploeg kies je als jonge speler, als ervaren speler en als je einde carrière bent?

Persoonlijk zie ik goede redenen om zowel voor een groot als klein bedrijf te werken. Wat pleit voor een groot bedrijf? Je hebt er een royalere verloning en betere arbeidsvoorwaarden; er zijn meer carrièremogelijkheden; je hebt een grotere werkzekerheid in barre tijden; als je echt iets in je mars hebt zal het bedrijf je volgen, waarderen en omringen; je moet niet opboksen tegen incompetente en starre familieclans; er wordt meer op lange termijn gedacht wat het menselijk kapitaal aangaat en iedere euro die je uitgeeft, wordt niet beschouwd als een euro die je steelt van de baas.

Voor een klein bedrijf zou ik willen werken omwille van deze redenen: minder bureaucratie en verlammende regelgeving, meer ruimte voor reactief en dynamisch denken, een mens is er een mens en geen nummer, de communicatielijnen zijn korter waardoor iedereen makkelijker op dezelfde golven kan mee surfen en mensen die niet het juiste diploma hebben kunnen hoog doorstoten op basis van hun talenten zonder dat papiertje als back-up.

Mijn persoonlijke keuze als ik zou moeten kiezen vandaag? Ik zou voor een middelgroot filiaal van een multinational gaan of voor mezelf beginnen. 

Gepost op 8 juni 2011 # | Reacties: 1 | Reageer

De tijd loopt naar stilstand

uurwerkIk was de afgelopen twee weken bijna constant op zakenreis in verschillende landen. Het was een heel druk schema met Duitsland, Israël, Turkije en Saudi Arabia op de lopende reis-band. Zo'n programma vergt een perfecte voorbereiding omdat je zoveel bezoeken aan elkaar moet rijgen. Als er een steek valt is de kans groot dat het hele parelsnoer uit elkaar valt. Daarom is timing zo cruciaal. Als je op zakenreis gaat, word je getraind in time management zonder dat je het beseft. Onmeedogenloos dicteren de vliegtuigen, het verkeer, de meetings en de hotels hoe je je dagen moet indelen.

Voor mij is op tijd komen iets dat sterker is dan mezelf. Te laat komen roept angsten bij me op. Niet zelden heb ik nachtmerries waar tijd mijn zwart beest is. Maar niet iedereen denkt daar zo over. Tijdsgevoel en respect voor tijd verschillen van persoon tot persoon, en van land tot land. Dat merkte ik de afgelopen weken maar al te goed. In sommige landen zit er in de tijd een echte leidraad verweven.

Het begon in Duitsland. Daar geldt er een tolerantiegrens van 5 tot 10 minuten om te laat te komen. Een academisch kwartiertje zit er echt niet. Ik had een meeting in Frankfurt, en mijn Duitse collega’s stonden er op dat ik al een uur vóór de meeting in Frankfurt arriveerde. Hun redenering: "We kunnen beter op veilig spelen en ergens in de omgeving nog een kop koffie gaan drinken in plaats van een boze tirade te moeten aanhoren dat we te laat zijn." Weinig excuses en iedereen gelijk voor de wet. 

Vervolgens naar Israël. Dat is een apart geval. In Israël hangt het echt van af van wie je bent en hoeveel moeite je hebt gedaan voor de ontmoeting. Als je een buitenlander bent en helemaal uit België komt, staan de Joodse mensen standby voor je. De tafel is gedekt met gebakjes en alle mogelijke drankjes. Ben je iets of zelfs veel te laat? Geen probleem zolang je maar een seintje geeft. De mensen zijn je dankbaar dat je tijd maakt voor hen en zijn open en redelijk oprecht. Mijn lokale collega beweerde dat een ontmoeting tussen Joodse mensen onderling een ander paar mouwen is. Dan zijn er geen gebakjes, wordt te laat komen als ongepast gezien en is er weinig informatie-uitwisseling.

Dan richting Turkije. Hier had ik een wirwar van tijdservaringen: hoe er omgegaan wordt met tijd is afhankelijk van de bedrijfscultuur. In kleinere bedrijven gebruiken mensen 'te laat komen' vaak als intimidatiewapen of als een manier om hun status te tonen. Sommige van mijn gesprekspartners lieten me een uur wachten, en dan vooral diegene die zich als verwaande baas wilden laten aanspreken. Echt 'Pasha'-belachelijk! Af en toe gebruikte ik mijn eigen wapen om mijn waardering hiervoor te tonen: ik trapte het gewoon af. Zo kon dat baasje aan zijn eigen Turkse snor draaien. Andere Turkse mensen stonden dan weer echt op me te wachten aan de deur met de dampende thee op een schaaltje. Hartverwarmend.

Het summum maakte ik mee in Saudi Arabia. Hier is tijd niet belangrijk: een vliegtuig dat op tijd vertrekt, kan evengoed een half uur te vroeg vertrekken of (zoals meestal) 1 tot 2 uur te laat. En het 'uur' van de meeting is gelijkwaardig aan de 'dag' van de meeting. Een meeting om 10:00 in de morgen, kan evengoed om 14:00 in de namiddag starten. In het beste geval, krijg je zonder dat ze verpinken een "sorry being late". En het kan nog erger: één van mijn relaties kwam niet opdagen omdat hij plots ergens anders moest zijn. Ik kreeg te horen: “Please come back tomorrow, sir", ook al kwam ik speciaal voor hem helemaal uit België. Toen ik mijn Arabische collega om wat meer uitleg vroeg, haalde hij zijn schouders op. Hij vertelde dat het in hun cultuur zit: niemand voelt zich echt gegeneerd om te laat te komen. Ze vinden het enkel belangrijk om op tijd te zijn als de school begint. 
 
De enorme contradictie is wel dat de mannen in Saudi Arabia powertraining moeten doen om hun polsen te versterken. Want aan hun armen prijken juist de grootste joekels van uurwerken als Rolex en Tissot. Wedden dat de tijd daar vroeg of laat opnieuw stil gaat staan!

Gepost op 18 april 2011 # | Reacties: 2 | Reageer

Jishin

meerval Bron foto: Ataradrac

Er is een legende in Japan die zegt dat de aardbevingen in Japan worden veroorzaakt door een gigantische vis: de meerval (Namazu) die onder het Tokyogebied leeft. Ieder maal als die vis zijn staart uitslaat, hebben ze prijs. De onderwereld is kwaad, de bovenwereld moet beven. Meervallen bestaan echt en worden heel zenuwachtig als er een aardbeving in aantocht is. Ze voelen die trillingen in hun baarddraden. Wellicht is de legende zo ontstaan...

Leven in Tokyo is leven met en op aardbevingen. Tijdens de drie jaar die ik in de hoofdstad doorbracht, kreeg ik letterlijk eens een aardbeving geserveerd als ontbijt, als lunch op kantoor, als avondmaal in de Karaokebar en de meest angstaanjagende: als wake up call om 3 uur in de nacht. Ik werd uit mijn diepste slaap wakker geschud, liggend op mijn futon, slaapdronken. Maar direct greep verlammende angst me naar de keel. Alles schudde door elkaar op het achtste verdiep waar ik sliep: het kraakte, piepte, donderde, siste...  

Op zo’n moment ben je sprakeloos, je wacht, je probeert af te tellen maar het blijkt een eeuwigheid te duren. Dan is het plots over en vult de omgeving zich met een oorverdovende stilte. Het eerste wat je daarna hoort zijn de honden die beginnen te blaffen naar elkaar. Wat ze naar elkaar toe roepen is een raadsel, maar niet zelden beweren ze in Japan dat je de dieren moet bestuderen om een aardbeving te kunnen voorspellen.

Een paar minuten na de aardbeving worden dan via vaste luidsprekers bezwerende boodschappen omgeroepen dat we rustig moeten blijven, dat het niet zo ernstig was en dat alles wel goed komt maar dat het beter is dat je hogere oorden opzoekt voor de tsunami. Als het tsunamiverhaal afgeblazen wordt, galmen die luidsprekers op straat opnieuw. Ook via de radio worden direct zalvende berichten de wereld ingestuurd over de zoveelste “Jishin”. Die nachtelijke aardbeving van mij werd in een kort krantenbericht beschreven als moderate want hij was maar 5.9. Op naar de volgende aardbeving.

Tot mijn verrassing linken Japanse mensen niet zelden België aan hun aardbevingen. Reden? In 1923 hadden ze een mega aardbeving met 100.000 doden. België was een van de eerste landen om hulp te bieden. Dit feit stond lange tijd in de Japanse schoolboeken vermeld en dit was een reden waarom we voor een keer in het goede daglicht stonden als land.

Voor mij is dit natuurfenomeen een ware gruwel, waar niemand immuun kan tegen worden. Het is een gruwel op basis van het hoogste verraad. Je kan zelf niet meer vertrouwen op de grond onder je voeten. Moeder aarde, “terra firma” veegt de voeten aan onze grootste fundamentele zekerheid in ons bestaan. Dan pas weet je hoe nietig je bent, een gevoel dat je ook op zee kan hebben. Maar voor water heb ik toch meer een natuurlijke angst, niet voor de begaanbare grond.

Het mooie land met zijn prachtige natuur lijkt soms op een sprookje. Maar het grootste probleem van de Japanse gemeenschap is dat het gebaseerd is op een onbetrouwbare fundatie. Sommige mensen  beweren dat dit feit van aarbevingen -zeker voor het Noordelijke gedeelte van Japan- de mentaliteit van Japanners heeft geschapen. Wat ook de waarheid is, de Japanners zijn veroordeeld om in een prachtige tuin te slapen, maar in die tuin kunnen ze nooit een zorgeloze nacht doorbrengen. Dus hebben Japanners nooit echt vertrouwen in de waarheid, in de mensen en in het bestaan. Een fatalisme waarmee de doorsnee Westerling soms moeilijk kan leven.

Heel veel mensen -inclusief journalisten- vragen mij en ons bedrijf om te getuigen in deze dagen. Ik heb echter het gevoel dat er een soort omerta heerst en opgelegd wordt, zeker in de Japanse zakenwereld. Nu vandaag fabrieken moeten stilgelegd worden wegens een opgelegde powercut van de overheid hebben de zakenmensen geen idee waar en hoe het zal eindigen.

Ik heb het gevoel dat het land letterlijk en figuurlijk op zijn grondvesten aan het daveren is.

Gepost op 14 maart 2011 # | Reageer

Corruptie op de werkvloer

"Als ik in Kazachstan bij mijn belangrijkste klant ben en een contract wil binnenhalen, moet ik voor de vier mensen waarmee ik onderhandel een vrouw naar hun hotelkamer sturen." Dat waren de woorden die mijn Turkse zakenpartner Bekir vorige week als tegengewicht op mijn bord legde toen ik de frustrerende corruptie op de werkvloer in Turkije aanklaagde.

Door de corruptie in Turkije, vissen mijn Belgisch-Japans bedrijf en ik soms glansrijk achter het net. Ook al kunnen we bewijzen dat onze producten superieur zijn, ook al zijn onze prijzen perfect in balans met die van de concurrentie en ook al hebben we persoonlijke, broederlijke relaties met onze Turkse vrienden. Als we na wekenlange onderhandelen vol goede moed onze contracten proberen af te ronden, staan we niet zelden voor een gesloten deur.

Bekir lichtte voor mij een paar tippen van de Boerka-sluier op. In zijn land is het zo dat de arbeiders en de lagere bedienden soms aan heel karige lonen moeten werken, terwijl de hogere niveaus wel goed verdienen. Zeker een waarheid in grootsteden als Istanbul, Ankara of Izmir. Het loonverschil tussen de verschillende niveaus in een bedrijf en tussen diverse Turkse regio's maakt de verleiding naar corrupte praktijken zo groot dat veel werknemers er zonder enige scrupules aan beginnen. En eens ze er van geproefd hebben, zijn ze er vlug aan verslaafd.

Wij merken die corruptie bij sommige van onze Turkse aankopers op, maar ook bij mensen die aan de machines of in de labo’s werken. Het is de bedoeling dat die mensen onze producten testen vooraleer het management overgaat tot de aankoop. Hun tactiek is heel simpel: als een corrupte leverancier hen de juiste "smeerolie" schenkt, zorgen zij ervoor dat onze nieuwe producten niet of slecht getest worden. Het gebeurt ook dat ze met opzet machineproblemen creëren of onze producten verontreinigen. Het management staat dan machteloos, ook al weten ze dat het niet aan onze producten ligt en willen ze graag bij ons aankopen.

Hoe los je dat probleem op volgens Bekir? Eenvoudig: hij zou ervoor zorgen dat hij zelf mannetjes heeft op de werkvloer. Hij zou beginnen met de zachte eis dat hij aanwezig wil zijn bij het testen van de producten in de fabriek. Zo zou hij zien hoe het testen verloopt, en op hetzelfde "intieme" moment voelen waarin de werknemers geïnteresseerd kunnen zijn… 

Soms is het erg duidelijk waarmee je mensen kan paaien, aldus Bekir. In het noordelijke gebied rond de Zwarte zee weet hij met zekerheid dat een blonde Russische deerne in bed de grootste loyaliteit schenkt. In meer religieuze gebieden zoals Ankarra of Konya verricht een mobieltje of een computer voor de kinderen standvastige wonderen. En in de rijkere steden of in de hogere echelons is het gewoonweg ‘geld onder de tafel’. 

Bekir heeft klanten waarmee hij ieder keer hetzelfde ritueel uitvoert. Iedere maand een meeting, iedere maand een vrouw en iedere maand een dik contract. Het meisje van plezier kost hem 50 dollar, zijn extra winst is iedere maand 5.000 dollar bij die klant... "So what is the problem Mr Steven, this is a win win relationship!" lachte hij me toe.

Corruptie doet zich niet enkel voor in Turkije. Ik heb gelijkaardige situaties meegemaakt in bijvoorbeeld de Kibutz in Israël, ooit de oases van de goddelijke puurheid. Sommige aankopers vragen er op vernuftige wijze persoonlijk zakgeld voor bewezen diensten. Het vreemde is dat het een publiek geheim is: men weet waar de rotte appels te vinden zijn, maar als ik dit als buitenstaander wil aankaarten, krijg ik veelal de deur tegen m’n neus geslagen. Ik ken een werkgever die tegen me zei: "Ik vermoed dat mijn aankoper geld krijgt maar zolang mijn bedrijf daar niet onder lijdt, I do not care..." Hij vond mij onnozel naïef toen ik tegenpruttelde met de boutade "eerlijkheid duurt het langst".

Een ander voorbeeld is China. We werken daar samen met bedrijven die grondstoffen van ons kopen. Als het management van zo'n bedrijf grondstoffen aangekocht heeft, gebeurt het dat enkele arbeiders in dat bedrijf onze perfect goede grondstoffen afkeuren en ergens wegmoffelen. Na een paar weken komen ze naar ons om te vragen of we die grondstoffen niet willen kopen! Het geld dat ze hiervoor zouden krijgen, steken ze in eigen zak. Dat is dus pure winst voor hen. Maar ze zijn wel bereid om die winst met ons te delen... Ik ben niet zeker of Chinezen nu echt zó simpel zijn?

Wat corruptie betreft, is ons bedrijf nog heiliger dan de paus. Het gaat zelfs zover dat het geen relatiegeschenken durft geven, ook al is dit in Japan een eeuwenoude traditie. Japanners geloven dat een geschenk de ware gevoelens veel beter uitdrukt dan woorden. Je kan bijvoorbeeld je dankbaarheid of je spijt met een cadeau bewijzen. En een geschenk is zeker welkom als je om een gunst begint te pingelen. Wij als werknemers moeten daar volledig aan verzaken doordat enkele corruptiezaken ons bedrijf in het verleden in een slecht daglicht gesteld hebben. Ik begrijp dat, maar soms voel ik me wel machteloos als ik zaken moet doen in corrupte landen. Dan is het alsof ik water naar de zee breng...

Volgende week moet ik op zakenreis naar Turkije en wat is mijn omkoopstrategie? Ik koop traditiegetrouw Belgische pralines en geef die aan mijn zakenpartners in de hoop dat ze er hun liefste trouwe vrouw thuis mee kunnen omkopen! :-)

Gepost op 28 januari 2011 # | Reageer

De ode aan passie

paardjesDeze week was ik het luisterende oor van een vriend die zijn relatie opnieuw op de klippen zag varen. Nu ze twee jaar samen waren, vond zijn vriendin dat er niet genoeg emotie en communicatie meer was tussen hen. Ze beweerde dat ze hem nog graag zag, maar tegelijk voelde hij dat de chemie verminderd was. Toen ik heel zijn verhaal hoorde, was een van mijn conclusies dat er wellicht te weinig passie tussen hen is en dat ze misschien ook een gezamenlijke passie missen.

Voor mij is een passie het zout en de peper van het leven. Zonder zou ik niet kunnen genieten van dit aardse bestaan. Ik voel me triest als ik mensen rondom mij zie die zonder bezetenheid met iets bezig zijn. Ik ervaar dat veel mensen met te weinig passie door het leven gaan. Niet alleen in hun relatie, maar ook op hun werk of bij sportieve of culturele aangelegenheden.

Daarom ben ik zo blij dat ik al zolang door mijn paardenpassie gebeten ben. Als ik rondloop als een stresskonijn, me wat minder gelukkig voel of me in de steek gelaten voel, trek ik me terug bij mijn paarden en in een mum van tijd klaart alles op. Als ik met hen bezig ben, vindt er een grote schoonmaak plaats van mijn geest en hart. En in een opgeruimd hart, treedt het geluk heel graag binnen. Mijn paardenpassie is een van mijn grootste geluksbronnen en zekerheden in mijn leven. Ik kan altijd terugvallen op iets dat er -in tegenstelling tot mensen- altijd is en me positieve energie schenkt. Dat is echte luxe! 

Volgens mij zit een passie niet in je genen of chromosomen. Je kan wel passioneel zijn van aard, maar dat betekent nog niet dat je een ware passie hebt. En als je een aangeboren talent hebt, wil dit nog niet zeggen dat je de energie en het doorzettingsvermogen hebt om het daadwerkelijk te ontplooien en er passie voor te voelen. Een passie is iets dat je zelf moet ontdekken en ontwikkelen met vallen en opstaan. Dit vraagt moed en doorzettingsvermogen.

Het is mijn ervaring dat Japanners en Oosterlingen hier beter in zijn. Ze bijten zich gemakkelijk heel erg vast in iets en gaan vaak heel detaillistisch te werk. Wij, Westerlingen, zijn dikwijls wat gemakzuchtig en vinden vooral het resultaat belangrijk. Voor Aziatische mensen telt het resultaat ook, maar de weg er naartoe is minstens even belangrijk. Om die weg te volgen, hebben ze passie nodig. Maar ze lopen wel het gevaar dat ze met een paardenbril rondlopen als hun passie een obsessie wordt.

Je mag een passie zeker niet forceren. Anders wordt ze potsierlijk en kortstondig. Dit zie je vaak bij ouders: ze pushen hun kinderen om allerlei mogelijke passies te ontwikkelen, met of zonder enig aangeboren talent. Muziek, school, ballet, tennis, het wordt hen allemaal door de strot geduwd. Ik vind dat een enorme contradictie, zeker als je ziet hoe ze zelf zitten te worstelen om een passie te vinden voor zichzelf of als koppel.

Jongeren moeten zelf kunnen kiezen wat ze allemaal willen uitproberen. Zo kunnen ze met vallen en opstaan ontdekken wie ze eigenlijk zijn. Veel van hen stoppen met zoeken en haken af, maar diegene die volhouden en hun passie vinden, worden beloond. Zij gaan zelfverzekerder door het leven omdat ze iets gevonden hebben waarin ze goed zijn en kunnen uitblinken. Het is iets waarin ze wat uniek zijn en waardoor ze bewondering krijgen van anderen. En hun passie helpt hen ook om in contact te komen met anderen. Ze bouwen gemakkelijker bruggen.

Als je wat ouder bent, denk ik dat je je passie kan vinden door stil te staan bij je eigen leegte, bij je gevoelens op dit moment in je leven en bij de vraag wat je nu eigenlijk wenst in de toekomst. Als je met die speurtocht begint, kan dit een open ruimte creëren met nieuwe levensenergie. Maar de passiezoekende moet wel bereid zijn om vele verlammende oude zekerheden en afhankelijkheden los te laten. Veel mensen die ik ken, zoeken liever excuses om geen passie te moeten ontbloten.

Gepost op 13 januari 2011 # | Reacties: 2 | Reageer

Zo zelfverzekerd als een roodborstje

roodborstjeVorige week werd ik opgebeld door een headhunter. Ik krijg af en toe zo’n geheimzinnig telefoontje. Dat is aan de ene kant wat flatterend -het streelt mijn ego-, maar tegelijk geeft het me het gevoel dat ik koopwaar ben. Zo’n headhunter gaat met mijn profiel de baan op.  

Het ‘aanzoek’ van koppensnellers verloopt volgens een welbepaald stramien. Meestal bellen ze me tijdens de lunchpauze op en vragen ze: “Goedemiddag, met bureau x, kun je nu vrij spreken?” Dan weet ik hoe laat het is. Vervolgens vragen ze hoe het met me gaat, hoe het met mijn job en het bedrijf gaat en dan komt de kat op de koord: “Ben je bereid om van job te veranderen?”

Wat moet je daar verdomd op zeggen als je koudweg als een slapende haas in zijn veilig leger wordt gepakt? Meestal blijf ik vaag en verzoek ik hen om te schetsen wat ze in de aanbieding hebben. Vervolgens start er een kat-en-muissteekspel. Ik wil zo veel mogelijk te weten komen over de werkgever in kwestie, en zij willen zo weinig mogelijk onthullen. Meestal ontbloten ze enkel de ‘headliners’ van de jobinhoud en functie om te zien hoe hongerig ik ben. De naam van de werkgever verklappen ze zelden of nooit.

Af en toe laat ik een zekere interesse blijken wat dan aanleiding is voor een persoonlijk gesprek met het headhuntersbureau. Die bureaus zijn meestal op exclusieve locaties gevestigd: in prachtige art deco herenhuizen in de dure buurten van Brussel, in kleine kasteeltjes in de rand van Brussel of op idyllische boerderijen. En er hangt altijd een discrete, formele en luxueuze sfeer. Frappant is ook dat er alleen maar mooie, chique werknemers werken. Zo te zien is zo’n bureau niet enkel op zoek naar wijze en ijverige kandidaten voor hun klanten, maar ook naar schoonheid voor hun eigen omgeving.

Ik laat me niet intimideren door die luxesfeer en voer gewoon een gesprek. Ik moet toegeven dat dit meestal verrijkend is en soms zelfs aangenaam, ook al sta je in de focus van de discussie. Wat ik wel altijd moeilijk vind is praten over mijn eigen sterktes en zwaktes. Het klinkt snel hoogdravend of misplaatst bescheiden.

Om dit te omzeilen, probeer ik vooral over mijn streefdoelen te praten en over wat ik verwacht van een goede werkgever. Het is belangrijk dat mijn waarden gelijklopen met die van mijn werkgever. Voor minder verander ik niet van werk.

Zelf heb ik een 7-‘heilig’-tal eigenschappen die ik probeer terug te vinden in elke professionele en niet-professionele relatie. Ze zijn voor mij de sporen naar succes en ik herken die eigenschappen ook bij bepaalde dieren.

1. Heb zelfvertrouwen, zoals een roodborstje
Onderwaardeer jezelf nooit. Hoe kan je verwachten dat iemand anders in jou gelooft als je niet in jezelf gelooft? Je kan veel meer dan je zelf denkt. Geloof in jezelf en wees maar zeker dat je jezelf vaak in de positieve zin gaat verrassen. Begin eraan met het idee ‘ik kan het’.

2. Heb een klare visie, zoals een jachtluipaard
Het heeft geen enkele zin om als een kip zonder kop rond te lopen. Denk goed na over wat je wil bereiken met dat wat je het best kan. De mensen met die het verst geraken zijn meestal mensen met een visie.

3. Zet jezelf juiste streefdoelen, zoals een spin
De doelen die je afbakent moeten realistisch zijn, dus realiseerbaar maar toch ook uitdagend genoeg. Als een jager op een haas schiet en zijn schot mis, is het niet de fout van de haas. Neem je eigen verantwoordelijkheid op! Er is geen rechtstreekse sluiproute naar het grote ultieme succes.

4. Blijf gefocust, zoals een reisduif
Als de zon op een blad papier schijnt gaat het verkleuren en verouderen. Concentreer je de zonnestralen via een lens op het blad, dan zal het in brand schieten. Alles proberen is vaak: niets goed doen.

5. Neem risico’s, zoals een steenbok
Als je geen risico’s durft nemen, zal er geen vooruitgang zijn. Mensen die hun kans durven grijpen, maken evolutie in het leven. De anderen sterven met hun veiligheidsgordel aan op hun vertrouwde stoel. De veiligste manier om risico’s te verminderen, is risico’s nemen.

6. Neem initiatief, zoals een zwaluw
De beste manier om een ziekte te bestrijden is proberen niet ziek te worden. Wees proactief. Een goed lief ga je niet vinden door thuis in de zetel te zitten wachten tot ze aanbelt. Praat er niet over, doe het!

7. Aarzel niet om te wroeten, zoals een honingbij
Niemand geraakt op de top van een berg daar er naar te kijken. Geluk of succes wordt zelden in je schoot geworpen.

Het is natuurlijk een illusie dat je die 7 eigenschappen overal en tegelijkertijd kan terug vinden. Maar het is belangrijk om nooit op te geven en te blijven zoeken. Veel mensen die denken dat ze gefaald hebben, wisten niet dat ze op een strobreed van hun succes verwijderd waren. ‘Never give up, keep smiling.’

Gepost op 20 december 2010 # | Reacties: 4 | Reageer

Moet er nog zand zijn?

Vliegtuig over woestijn

Toen ik vorige week vrijdagmorgen in Abu Dhabi op de Airbus A330 richting Brussel stapte, had ik rustig de tijd om de lokale krant ‘Gulf News’ te lezen tijdens de zeven uur durende terugvlucht. Een lokale krant zegt altijd bijzonder veel over het land waar je vertoeft, vind ik. Dikwijls méér dan een veelkleurig, dik reisboek. Wát en de manier waarop er bericht wordt -droog, sappig of manipulerend-, vormen immers een spiegel van de maatschappij waarover men schrijft. Een volk leest de krant die het verdient. Dus vraag ik in gelijk welk hotel waar ik verblijf een plaatselijk dagblad bij mijn ontbijt. Kwestie van de dag goed te beginnen, want… goed begonnen is half gewonnen.

Het eerste artikel dat me opviel in het vliegtuig, ging over de Queen of England die op staatsbezoek was in Abu Dhabi. Ze gaf er het startschot voor de bouw van het Zayed National Museum op een nieuw gespoten, artificieel eiland. Budget: 200 miljoen dollar. Moet er nog zand zijn? In Arabische kranten waait er vaak een warme wind van ‘good news’ over hoe fantastisch alles wel gaat in het Midden-Oosten. Hoe immenser en duurder de projecten waarover ze kunnen schrijven, hoe beter.

Een ander artikel dat me bijbleef ging over een rechtszaak voor de Dubai Court. In geuren en kleuren werd het zware misdrijf, gepleegd door een 26 jarige Indische portier, beschreven. De snoodaard zou een 21-jarige Britse vrouw -neen, niet de oude Queen- een ongewenste kus hebben gegeven in het openbaar. Het vreselijke gevolg was dat de vrouw had staan huilen op de parkeerplaats waar het gebeurde. Een vriend van de vrouw, afkomstig uit Nieuw Zeeland, was als getuige opgeroepen door haar advocaat. Een vette kluif voor rechter Majed Mohammad die hierover een rechtvaardig oordeel moest vellen. Wie was de aanstoker van de eenmalige kus van de onverbiddelijke zoener? Het vonnis zou pas volgende maand geveld worden. Ik fronste mijn wenkbrauwen en glimlachte smalend.

Ik bladerde door en vond verder in de krant een klein, verdoken kattebelletje: "11 arrested for child sacrifice in Chhattisgarh, India". Zakelijk en bondig werd gemeld dat in Centraal-Indië opnieuw twee kinderen werden geofferd. Een meisje van 6 en haar broertje van 2 werden door hun moeder en haar tovenaarsdokter ritueel gedood in de hoop op extra toverkracht en ‘good fortune’. De enige verklaring die de krant gaf: de mensen in de regio waar deze menselijke offers worden gebracht, zijn heel bijgelovig en mogelijk niet zo rijk. Ik zat perplex in mijn ‘business class seat’, vooraan in het vliegtuig, op een hoogte van 10.000 meter, met een halfleeg glas champagne voor me. Ik fronste mijn wenkbrauwen met vochtige ogen. Deze kinderen zullen nooit een advocaat hebben die op de barricades staat voor het gebrek aan kusjes in hun leven. I send my kisses to heaven en... zeker niet naar die Engelse trut!

Gepost op 1 december 2010 # | Reageer

Een ferme boerin

Kikki en haar dochtersOp 11 november was het Nationale Vrouwendag. Ik heb een ongelooflijke hekel aan die opgelegde en voorgekauwde feestdagen. Eerlijk gezegd vond ik het ook een vreemde dag om vrouwen in de kijker te zetten. Is die dag niet voorbehouden voor de herdenking van de vele mannen die sneuvelden tijdens de wereldoorlogen? Ere wie ere toekomt!

Toch wil ik geen pleidooi houden tegen vrouwen. Wel integendeel. Tijdens mijn paardenvakantie onlangs, heb ik ervaren welke gedrevenheid en leiderschap een vrouw in zich kan hebben…

Ik trok samen met mijn vriendin naar het verrassende land Paraguay. Een zeer uitgestrekt, relax, authentiek Zuid-Amerikaans, maar ook ‘Afrikaans’ armoedig land. We logeerden er twee weken op de gigantische ranch van Kikki, een alleenstaande Duitse vrouw met twee dochters (zie foto). De ranch was 100 hectaren groot en huisvestte 100 koeien, 70 paarden, zeven honden en negen werknemers. Kikki was dus best een ferme boerin, ook al zag ze er uiterlijk frêle uit. Ze organiseerde op haar ranch het hele jaar door paardenvakanties voor groepen van maximum 12 personen met vol pension. Verder verkocht ze ook stukjes van haar grond aan bevriende Duitsers die ze vervolgens begeleidde bij het bouwen van een huis. In Paraguay kan je voor een habbekrats grootgrondbezitter worden, en vooral Duitsers zijn hierin geïnteresseerd. Je vindt er heel wat boerderijen van 5.000 hectaren groot waar Duits de voertaal is.

Tijdens ons verblijf maakten we elke dag een paardentocht van zo’n drie uur, relaxten we aan het zwembad en hielpen we rond 16 uur om de koeien -te paard- te drijven. We moesten ze van een veraf gelegen weide naar een veilige weide dichterbij de ranch drijven.

Toen ik Kikki bezig zag met haar werknemers in de stallen, de keuken en op de bouwwerf, viel het me op dat ze een dynamische, maar erg controlerende, patriarchale managementstijl had. Niet echt vrouwelijk, vond ik. Toen ik haar daar attent op maakte, verklaarde ze dat werkijver en loyaliteit niet de sterkste kanten van haar werknemers waren. De mentaliteit na drie dagen werken is er een van: nu we weer geld hebben, is het tijd om een grote ‘fiesta’ te organiseren of om ongevraagd vakantie te nemen. Ze moest hen dus constant opvolgen en motiveren. Soms zelfs door te dreigen hun job aan iemand anders toe te vertrouwen. Hoewel het me onmogelijk leek om daar als Europeaan -laat staan als Duitse- een gelukkige werkgever te zijn, lukte het haar aardig door haar patriarchale leiderschap te mixen met haar vrouwelijke instincten. Instincten waar wij mannen niet over beschikken.

Ze leende de staljongen bijvoorbeeld extra geld dat hij terugbetaalde met zijn afhankelijkheid. Of ze toonde zoveel emotionele affectie voor haar keukenprinses, dat de keukenprinses haar beloonde met loyaliteit. Door haar zachte stijl toonde ze ook haar ‘minder superieure’ kanten. Daarin herken ik de Japanse managementstijl, waar de baas eveneens zijn zwakheden etaleert. Mocht hij altijd de slimste en de rapste zijn, waarom zouden zijn werknemers dan nog hun best doen? Door zijn zwakheden te tonen, creëert hij een tegengewicht en bouwt hij een wederzijdse afhankelijkheid op. En dat is een goede manier om een meute in dezelfde richting te laten lopen.

Dat het niet zo gemakkelijk is om de meute in dezelfde richting te laten lopen, merkten we tijdens het drijven van de koeien van de ene naar de andere weide. Ieder paard, iedere ‘cowboy’ en elke meeblaffende hond stond te veel op zijn individuele afhankelijkheid, waardoor het soms een echte puinhoop werd. En de meute koeien? Die keek ernaar...

Meer info over een vakantie op de ranch van Kikki en andere leuke paardenvakanties vind je op:

  • estancia-aventura.com
  • trailfinders.nl

Gepost op 17 november 2010 # | Reageer

Spreekverbod

geishaDikwijls krijg ik de vraag hoe je het best communiceert met Japanners. Na mijn uitleg krijg ik niet zelden de vertwijfelde opmerking: hoe kun je dat volhouden? Want het is aartsmoeilijk om een comfortabele communicatie te onderhouden met Japanse collega’s of vrienden.

Japans studeren is een gedeeltelijke oplossing. Zelf heb ik zes jaar op de taal gewroet om een puberaal spreekniveau te bereiken. Maar ook al spreek je een mondje Japans, zonder begrip van hun non-verbale boodschappen is je duur verworven talenkennis nutteloos en crossculturele communicatie een waar mijnenveld. Zowel privé als zakelijk.

Om goed te communiceren met Japanners, moet je de volgende zaken in je achterhoofd houden:

  • Meer dan in andere culturen, moet je de Japanse lichaamstaal kennen om een effectieve gedachtenwissel te hebben. Wat ze niet zeggen, daar gaat het vaak om. Hun strategie is ‘spreken is zilver, zwijgen is goud’.
  • In Japan is ‘harmonie’ heilig. Om die harmonie te bereiken, hullen de Japanners zich in stilte. Ze vertonen ook vermijding- en uitsluitinggedrag en verdraaien de waarheid. Voor Westerlingen is dit pure zonde. Maar in Japan heiligen deze middelen het doel. Ze geloven dat ze zo kunnen voorkomen dat er agressie of vijandigheid tussen mensen groeit.

Hun lichaamstaal -die ik met de jaren heb leren herkennen- kan je per lichaamsdeel indelen.

Gezicht:

  • De Japanse cultuur verwacht in alle omstandigheden een kleurloos, stoïcijns maar sociaal snoetje. Het witte gezicht van de kabuki-acteur is daar niet vreemd aan. Ze hebben er een speciaal woord voor: Shirankaoat. Dat betekent: ik weet van niets. Dit gezicht zal je zien als je een gesprek wil aanknopen met een Japanner die niet durft of wil spreken.
  • De Japanse vrouw zal in dergelijke omstandigheden een nederige, verlegen glimlach tevoorschijn toveren. Begin dan vooral niet te dromen. Achter een dergelijke glimlach kan van alles schuilgaan.
  • Een andere veel gebruikte gezichtsuitdrukking is die van de ‘verraste persoon’: ogen opengesperd, opgetrokken voorhoofd en mond open. Als een kind dat Sinterklaas ziet. Als een Japanse luisteraar dit gezicht toont, is het touché. Dan is hij geboeid door wat je zegt en probeert hij op je gedachtenstroom mee te surfen.

Ogen:

  • Mijn schoolmeesters hebben me altijd geleerd andere mensen aan te kijken. Als je oogcontact mijdt, kan dit immers duiden op een gebrek aan zelfvertrouwen of oprechtheid. Maar als ik tijdens een verhitte discussie mijn Japanse baas recht in de ogen kijk, vindt hij dit heel onbeleefd. Grof zelfs. Aan Japanse kinderen wordt geleerd hun snoezige blik op de keel van de schooljuf te richten, in plaats in haar ogen. Als een Japanner mijdt je aan te kijken, kan dat dus heel goed betekenen dat hij je eer betoont.
  • Nog zoiets: als je baas zijn ogen sluit tijdens je speech, betekent dat niet altijd dat hij slaapt, wel dat hij aandachtig luistert. Maar als hij daarbij ook begint te grollen of te knikkebollen -wat ik al dikwijls heb meegemaakt- besteedt hij toch vooral aandacht aan zijn dromen. ;-)

Mond:

  • Het ‘te veel openen van de mond’ moet vermeden worden in Japan. Het is tegen hun etiquette. Daarom is het ook niet toevallig dat het Japans gemakkelijk gesproken kan worden met een bijna gesloten mond.
  • Bij plezier en vreugde glimlachen ze wel, maar er zijn ook momenten waarop je denkt: wat is er nu zo grappig aan mijn betoog? Dan is het best mogelijk dat ‘Mr Kato’ het toch niet zo plezant vindt. Sterker zelfs. Mogelijk vindt hij wat je zegt erg of vervelend. Zijn glimlach kan dan woede, angst of verdriet verbergen en is bedoeld om te voorkomen dat je gezichtsverlies lijdt of lijdt onder zijn negatieve gevoelens. Heel edelmoedig maar extreem verwarrend. In dergelijke situaties kun je beter van onderwerp veranderen, want je loopt op dat moment op drijfzand.

Handen:

  • Collega’s of zakenpartners met de handen aanraken is ‘not done’. Een Turkse omhelzing of Amerikaanse schouderklop zijn al helemaal onbehoorlijk.
  • Gebaren met de handen zijn erg subtiel en daarom minder eenvoudig om emoties te detecteren. Het zijn vooral de vingers en de pols waarop je moet letten.
  • Wanneer een Japanner tijdens een gesprek over een man praat, kan hij dit onderstrepen door zijn duim omhoog te steken. Dat betekent dus niet per se dat hij je een toffe makker vindt. Wanneer hij zijn pink omhoog houdt, heeft hij het over een vrouw, maar… het kan ook betekenen dat de vrouw waarover hij spreekt er een minnaar opna houdt. Een toppunt van dubbelzinnigheid dus!

Om te eindigen nog een veelzeggend Japans spreekwoord: Japanners die weten spreken niet, zij die spreken weten niet.

Gepost op 17 september 2010 # | Reacties: 5 | Reageer

Gouden leidraad

kilimanjaroIk heb een gouden leidraad voor hoe ik door het leven wil gaan. Niet alleen op het werk, maar ook in mijn relaties met vrienden, in de sport en zelfs met mijn paarden. Het is een mantra die ik in een zwart boekje heb neergekriebeld, en die ik koester in een lade naast me op kantoor.

15 jaar geleden kreeg ik deze mantra van Manoj, een Afrikaanse gids waarmee ik in Tanzania de Kilimanjaro opklauterde. Vol bewondering klom ik onder zijn begeestering met een groep van 11 mensen gedurende vijf dagen naar de top van die magische berg. De zeven dragers, de kok, de hulpkok én de blanke toeristen droegen hem op handen als een magisch stamhoofd.

Toen ik hem daarover op de laatste avond complimentjes gaf, vroeg ik Manoj of zijn leiderstalent aangeboren of aangeleerd was. Hij lachte zijn tanden bloot en toverde een schriftje tevoorschijn. Het was een logboek van al de trektochten die hij al had geleid. Vooraan in dat schriftje zat een klein, verkreukeld kattebelletje. Hij toonde het mij alsof het zijn testament was.

Hij beweerde dat het een wijsheid uit Zimbawe was. Toen ik het las, vond ik dat er zoveel waarde inzat, dat ik het prompt overschreef. Die wijsheid -vertaald uit het Engels- klinkt als volgt:

Een baas drijft mensen
Een leider inspireert ze

Een baas hangt af van autoriteit
Een leider van goodwill

Een baas boezemt angst in
Een leider straalt liefde uit

Een baas zegt ‘ik’
Een leider zegt ‘wij’

Een baas zegt wie verkeerd is
Een leider toont wat verkeerd is

Een baas weet hoe het gedaan is
Een leider weet hoe je het moet doen

Een baas eist respect
Een leider dwingt respect af

Sinds die mantra probeer ik zoveel mogelijk ‘een leider’ te zijn, met een heilige oorlog om de bazige bazen ‘uit deze wereld te helpen’. Ik ben al dikwijls van mijn paard gestoten tijdens die steekspelen, maar na iedere nederlaag lees ik mijn mantra opnieuw. Dan krijg ik weer de juiste munitie om te blijven vechten. En ook al beweren de bazen dikwijls dat ik een guerrillastrijder ben, ikzelf beschouw me eerder als een vrijheidstrijder.

Gepost op 3 september 2010 # | Reacties: 3 | Reageer

Taboe, tabu, taboo

fabian

Terwijl ik de afgelopen weken de binnenlandse politiek wat probeerde te volgen, viel het me op dat er nog heel wat taboes bestaan. Bijvoorbeeld de uitbreiding van Brussel of het nemen van Waalse verantwoordelijkheid. Daarop lijkt een heilig spreekverbod te rusten. Maar… laat taboes er voor mij nu net zijn -zoals dat ook geldt voor tradities- om doorbroken te worden.

Mijn uitgangspunt is: spreken over datgene wat taboe is, zal er op termijn voor zorgen dat het geen taboe meer is. Onder andere daarom was ik vier jaar vrijwilliger bij de zelfmoordlijn. Ik probeerde er taboes zoals zelfmoord, huishoudelijk geweld, incest en alcoholverslaving bespreekbaar en dragelijker te maken.

Taboes bestaan niet alleen in Vlaanderen. Dat is me al dikwijls opgevallen op mijn buitenlandse zakenreizen. Zelfs het woord ‘taboe’ is internationaal. Zo is het Japans voor taboe ‘tabuu’. In het Duits, Spaans, Zweeds, Pools en Turks spreekt men van ‘tabu’. In het Engels wordt dat ‘taboo’, in het Frans ’tabou’ en in het Esperanto ‘Tabuo’.

Ieder land heeft zo zijn eigen taboes. In Japan is het heel ongepast om over de Keizerlijke familie te spreken. Of over de rechten van de minderheden in hun land. Ook de rol van Japan tijdens WO II bespreken is ‘not done’. En helemaal uit den boze is het om het over de Yakuza -een Japanse criminele organisatie à la de Westerse maffia- te hebben. Het is zelfs een zwaar taboe om op kantoor je kleinste tatoeage te laten zien, omdat dit onmiddellijk geassocieerd wordt met de maffia.

Ook bij mijn Duitse collega’s is de oorlog een heikel punt. Zeker bij de jongere generatie. Die rolt zich direct op als een egel en smoort het onderwerp in de kiem met de oneliner: ‘Onze generatie heeft daar niets mee te maken!’ Klopt. Maar waarom kan er niet gewoon over gesproken worden? Is het schaamte? Of onverwerkte afschuw?

Bij mijn Indische vrienden probeer ik soms een duidelijker beeld te krijgen over hun kastensysteem. Maar de enige reactie die ik dan krijg, is een paar hoofdschuddende bewegingen en een verweesde glimlach die snel uitsterft.

En als ik bij mijn Turkse of Arabische collega’s ‘niet bestaande realiteiten’ zoals homoseksualiteit, verdoken alcoholconsumptie of de ongelijkheid tussen man en vrouw wil aankaarten, krijg ik banvloeken over me heen.

Taboes zijn voor mij als verboden vruchten die ik telkens weer probeer te plukken, wat niet zelden tot oververhitte discussies leidt. Over sommige zaken spreek je nu eenmaal niet.

Na dit pleidooi zul je waarschijnlijk denken dat ik zelf volledig immuun ben voor taboes. Maar helaas. Driemaal helaas. Ook ik heb een taboe, meerbepaald een paardenvleestaboe. Ik hou van paarden -ik heb er zelf-, dus als ik in het warenhuis paardenvlees zie liggen, moet ik mijn ogen sluiten. Anders voel ik me medeplichtig aan moord. Ik mag er niet aan denken dat mensen ooit van mijn lievelingspaard Fabian (zie foto) zouden peuzelen. Alleen al door erover te schrijven, voel ik mij al een bloeddorstige kannibaal met een paardenbeen door mijn neus!

Gepost op 20 augustus 2010 # | Reacties: 1 | Reageer

Brokkenlijmer

scherven

Het is moeilijk om aan buitenstaanders uit de doeken te doen wat het nu juist betekent om voor een Japans bedrijf te werken. Er bestaan zoveel misverstanden over dat ik soms tegen de ‘Sake-kaai’ moet vechten om mijn toehoorders te overtuigen van hoe het er echt aan toegaat.

Een voorbeeld van zo'n misverstand is dat Japanse bedrijven levenslange arbeidscontracten geven. Vroeger klopte dit wel: een afslanking was toen een ondenkbaar, economisch wapen. De economie kende een constante groei en de bedrijfsstrategie was: ‘Ik wil de grootste zijn’. Hoe meer werknemers, hoe beter. Bovendien was het ontslaan van medewerkers een schande voor de baas in kwestie. Een ontslag betekende dat hij de verkeerde mensen geselecteerd had en dus gefaald had. Gevolg: in de meeste bedrijfstakken trof je heel wat duur, maar dood hout aan. Sommige bedrijven hadden een hele verdieping managers die niets uitvoerde!

Maar nu we in een wereldwijde recessie zitten, liggen de kaarten anders: arbeidscontracten zijn niet meer levenslang. Japanse bedrijven werken nu ook soms hun medewerkers met de grove borstel buiten.

Contradictorisch genoeg, verwacht ons Japans management toch nog altijd dezelfde loyaliteit en overgave van ons als vroeger. Als ik een nieuwe zakenrelatie ontmoet, moet ik nog altijd eerst zeggen bij welk bedrijf ik werk, en dan pas hoe ik heet. Ik sta letterlijk en figuurlijk achter mijn bedrijf, niet ervoor. En er wordt nog altijd verwacht dat we ons hele leven bij ‘de familie’ blijven en tevreden zijn met een langetermijnvisie. Met die langetermijnvisie bedoel ik bijvoorbeeld een laag beginsalaris dat elk jaar gestaag groeit, los van de marktsituatie. En een geleidelijke stapsgewijze promotie die jaren in beslag neemt.

Vroeger was die loyaliteit en overgave logisch. Ze maakte deel uit van een soort ruilhandel: in ruil kregen we de garantie op een levenslange job en een mooie carrière. Maar nu is die garantie er niet meer... Het logische gevolg is dat heel wat collega’s beginnen uit te kijken naar een andere job waarin ze wél loon naar werk krijgen en op kortere termijn carrière kunnen maken. Of ze onderhandelen tevergeefs met ons Japans management om op korte termijn betere voorwaarden in de wacht te slepen.

De laatste weken heb ik dan ook veel collega’s zien vertrekken. Dat doet me iedere keer weer hartzeer. Vaak werkte ik jaren met hen samen en heb ik echte vriendschapsbanden met hen gesmeed. Bovendien heb ik het gevoel dat ik tussen hamer en aambeeld zit: mijn collega’s hopen dat ik het Japanse management kan overtuigen om hun verlangens en wensen op korte termijn in te vervullen, maar ik weet dat dit een illusie is. Het Japanse management eist nog altijd een hondse trouwheid en gelooft dat hun langetermijnvisie de enige weg is naar het nirwana. Soms voel ik me een brokkenlijmer die niet slaagt in zijn opzet...

Gepost op 11 augustus 2010 # | Reacties: 4 | Reageer

Bezwete shirts

voetbal

Sinds kort is er in ons bedrijf een sportrage aan de gang. Enkele medewerkers probeerden een voetbalploeg op te richten, en dat is goed gelukt.

Het begon met een promotiecampagne via het intranet om zo het kaf van het koren te scheiden. De potentiële voetballers werden opgeroepen om hun referenties op tafel te leggen en de vrouwen met cheergirl-capaciteiten werden het hof gemaakt om onze groupies te worden.

Heel wat medewerkers waren enthousiast om mee te voetballen, maar al snel bleek hun voetbalgekte strovuur- in plaats van gasbrander-allures te hebben. Ze haakten af. Na enige discussie, werd er een ploegje geselecteerd van vijf Belgen -waaronder ikzelf- en drie Japanners. In Japan is voetbal niet zo populair, maar het is voor heel wat Japanse mannen wel de sport van hun jeugd. Ze leren die sport op school. Eens ze in hun pubertijd zitten, wisselen de meeste hun voetbalschoenen in voor een keurig honkbal- of golfkostuumpje. De Japanse meisjes vinden dit waarschijnlijk meer sexy dan bezwete shirts.

Toen ons voebalgroepje samengesteld was, kregen we allemaal een compleet nieuwe outfit in de kleuren en met de nodige logo’s van ons bedrijf. Dan was het tijd voor de volgende stap: een eerste wedstrijd spelen. Onze tegenstanders bleken Japanse expats te zijn. Een jonge bende die iedere week voetbalt, en dus redelijk goed op elkaar afgestemd was.

Tijdens de wedstrijd werd het me al vlug duidelijk dat er verschillen zijn tussen de Japanse en Europese spelstijl… Op het werk zijn Japanners bezeten van teamwork, maar op het veld zijn het grote individuele succeszoekers. Ik heb van geen enkele Japanse collega een pass of een voorzet gekregen! Had een van hen de bal, dan begonnen de andere Japanners in concert te roepen “shuuuto shuuuto shuuto!” Zo maanden ze de speler aan om direct op doel te trappen, ook al had hij geen schijn van kans om binnen te trappen. Op die manier is het natuurlijk verdomd moeilijk om te scoren.

De Japanners, die zich altijd en overal aan de regels houden, bleken op het veld plots ook voetbal en rugby op een inventieve manier met elkaar te mengen. Er werd constant getrokken en geduwd en ik kreeg een gemene trap tegen mijn gouden rechterbeen. Floot de scheidsrechter een fout, dan bogen ze plots heel beleefd hun hoofd en begonnen ze zich uitgebreid te excuseren.

Verder viel me hun enorme enthousiasme op. Soms was het bijna kinderlijk, maar het werkte wel aanstekelijk.

Uiteindelijk heeft ons gemengd Japans-Belgisch ploegje op de valreep… verloren. Verliezen doet pijn, maar het is op z’n minst wel intens en zet alles op zijn kop. Altijd winnen is toch maar saai, niet?

Gepost op 28 juli 2010 # | Reageer

Muziek verzacht de zeden

gitaarVorige week was ik op zakenreis in het land van melk en honing, Israël. Altijd een boeiende, maar ook stresserende ervaring. Zeker nu het land zich aangevallen voelt door de hele wereld na het debacle met de Turkse ‘vredesboten’: volgens de lsraëlieten een listige val waar hun nietsvermoedende soldaten ingelopen zijn.

Bij elk bezoek ervaar ik het dualisme tussen Israëls calimerogevoel -iedereen is tegen ons- én hun gevoel van een machtige, uitverkoren gemeenschap te zijn. Daardoor heerst er zo'n interne solidariteit en hebben ze zo’n goed geoliede propagandamachine, dat je makkelijk over de ‘NV Israël’ kan spreken.

Vorige week werd ik geconfronteerd met een vreemd gevoel van Joods medeleven en sympathie. De Belgische verkiezingsuitslag was er een belangrijk nieuws item en ‘ons dierbaar België’ werd beschreven als een land op de rand van de totale splitsing. Ze vergeleken de situatie van de Vlamingen en Walen met die van de Joden en de Arabieren. Twee gemeenschappen met een andere cultuur en taal, een uit elkaar groeiende levensstandaard en een verschillende invloedssfeer. Ik vond het niet altijd makkelijk om me in deze vergelijking te vinden.

Tijdens mijn meeting met een bedrijf aan de Westbank merkte ik nog maar eens hoe diep het water tussen de Joden en de Arabieren is. Ik viel bijna van mijn paard. Voor we het bedrijf binnen konden, moesten we met onze wagen door een toegangspoort die dag en nacht gecontroleerd werd door zwaarbewapende soldaten. Intimiderend, maar klein bier in vergelijking met onze klant die even later in de vergaderzaal verscheen met een glimmende revolver aan zijn heup. Toen ik voorzichtig vroeg of daar echte kogels in zaten, werd ik met een geruststellend antwoord terug op mijn paard gezet. ‘Natuurlijk! In ons bedrijf staan wij garant voor uw veiligheid’. Het bedrijf is gelegen in een gebied met een gemengde Arabisch-Joodse gemeenschap, waar de afgelopen tien jaar al een paar doden zijn gevallen. De gemengde rand rond Brussel is hiermee vergeleken een vredelievende oase…

Ons land werd trouwens ook nog op een andere wijze in de Israëlische pers opgevoerd. De krant ‘Jeruzalem Post’ kopte met de titel: ‘The love affaire between Israël and Belgian indie rockers K's Choise continues.’ Heel wat internationale artiesten zegden hun concerten in Israël af als vorm van protest, maar de familie Bettens vaart tegen de wind in. De Barby Club in Tel Aviv zal op 14 september onze Sarah met vreugdesalvo's verwelkomen. Hopelijk kan deze muziek de zeden verzachten want ‘there is still hope Johanna!’

Gepost op 22 juni 2010 # | Reageer

Wat heb ik geleerd?

bloemen

Wat leerde ik op 13 juni als voorzitter van een Brussels stembureau?

  • Dat de beste bijzitters -gemotiveerd, capabel en vriendelijk- niet bepaald Belgische voorouders hadden. Mohamed met stip op nummer 1.
  • Dat de oudere dame die de kiezers opving aan de deur briljant was in haar job. Oudere mensen bieden een fantastisch toegevoegde waarde in onze maatschappij, alleen al door hun mensenkennis.
  • Dat Brussel geen tweetalige stad meer is, maar een veelkleurig taalgebied. In totaal meldden 14 bijzitters zich aan: twee ervan kenden Nederlands.
  • Dat 15% van mijn kiezerslijst niet is komen opdagen, en dat daar niets aan wordt gedaan. De gewetensvolle mensen -meestal de ouderen- gingen naar de dokter voor een ziektebriefje. Dat kostte hen waarschijnlijk een flinke duit. De 140 anderen stuurden gewoon hun kat. Dat was gratis. Waarom de stemplicht behouden als stemrecht het ordewoord is?
  • Dat mijn partner een perfect parcours aflegde als leidinggevend secretaris, ook al beweert ze geen leidersfiguur te zijn. Mensen kunnen meestal meer dan ze zelf denken.

Mijn conclusie: gemotiveerde mensen kunnen niet alleen zichzelf, maar ook de wereld veranderen…

Gepost op 15 juni 2010 # | Reageer

Loon naar eer?

kleurenTijdens deze verkiezingen heb ik opnieuw de eer om voorzitter te zijn in een Brussels stembureau. Mijn missie begon met een onverwachte brief tijdens de tweede week van mei.

‘Ik heb de eer u ter kennis te brengen dat u overeenkomstig artikel 95 4-2° van het kieswetboek aangewezen wordt om op 13 juni 2010 voorzitter te zijn...’

In ‘de trukendoos van de foor’ kun je proberen uitvluchten te vinden om ‘nee’ te zeggen, maar in Brussel is het niet eenvoudig om er als voorzitter onderuit te komen. Er lopen nu eenmaal niet zoveel potentiële kandidaten rond. Blijkbaar onderzoekt men de kieskantons en selecteert men mensen op basis van hun opleiding en job. Vaak zijn het de leerkrachten die worden opgeroepen. Maar gezien de verkiezingen deze keer tijdens de examenperiode vallen, werden de leerkrachten vrijgesteld en…valt de eer opnieuw mij te beurt.

Na mijn jawoord, kreeg ik een tweede brief met het verzoek een opleiding -van vier uur, tijdens het weekend- te volgen in het Justitiepaleis. Er was een opleiding voor Franstaligen en één voor Vlamingen. De ingang vinden van dit immense gebouw was verwarrend. Niet alleen was het er een doolhof, ik wist ook niet met welk ‘petje’ ik nu eigenlijk binnen ging: dat van slachtoffer, dader, politieagent of ‘scheids’rechter in deze verkiezingsaffaire.

Ook al zijn de Vlamingen maar met 15% in Brussel, toch was ik verrast door de grote opkomst van collega-voorzitters. De lesgever deed zijn job uitstekend. Met het nodige gevoel voor humor en een dosis deskundigheid legde hij uit hoe de verkiezingszondag er voor ons zal uitzien:

•    7u15: voorzitter en secretaris worden verwacht in het stemlokaal om alles te checken.
•    7u30: de deuren gaan voor de eerste keer open om de opgeroepen bijzitters binnen te laten. Het kiesbureau wordt samengesteld en de geselecteerden leggen de eed af. Iedereen krijgt zijn dagtaak.
•    8u00: de stemcomputers worden opgestart, de procedures worden doorgenomen en het kiesbureau stemt zelf. Daarna is het hopen dat de boel zijn beloop neemt met de bijna 1.000 mensen die moeten komen stemmen. Waarschijnlijk wordt op zo’n moment duidelijk dat de stemplicht door velen met een korrel zout wordt genomen. Want elke keer komt een grote massa niet opdagen. Daar wordt niets aan gedaan omdat men anders in Brussel alleen al een paar duizend vervolgingen moet opstarten.
•    15u00: het kiesbureau sluit en de bijzitters mogen naar huis. Alle documenten moeten worden opgemaakt en de diskettes met kiesresultaten verzameld. Die moeten door de voorzitters naar het Justitiepaleis gebracht worden.
•    17u00: we zijn voorzitter af.

Op het einde van de opleiding kregen we nog ‘een opdracht’ mee. We moesten zelf een secretaris ronselen om ons zondag bij te staan. Gelukkig; mijn partner is zo lief om die taak op haar te nemen. :-)

De meeste collega-voorzitters leken na afloop van de opleiding wat zenuwachtig. Al die procedures, het computerprogramma, het overzicht van de kieswet… het leek wel een lawine aan informatie.

Zelf maakte ik even een rekensom. Als ik mijn werkuren als voorzitter optel, kom ik aan 15 uur. Als je weet dat ik daarvoor de ‘rijkelijke’ beloning krijg van 22,5 euro, kom ik aan een uurloon van 1,5 euro. Maar als je het weekendtarief -150% voor zaterdag en 200% voor zondag- hanteert, kom ik aan 28 uur werken, wat het uurloon doet dalen tot amper 0,80 eurocent. En dan moet ik mijn transportkosten nog voor eigen rekening nemen. Ik denk dat er weinig Chinezen zijn die daarvoor nog uit hun bed komen, maar in België kan dit blijkbaar nog van je geëist worden.

Nu ja, mijn vorige ervaring als voorzitter leerde me dat zondag best een plezante dag kan worden, vol verrassingen en kleine levenservaringen. Bovendien ga ik een ‘ander deel’ van Brussel ontdekken, want meer dan 60% van mijn kieslijst draagt geen Belgische naam. Cultuurverrijkend. Hoewel ik me soms afvraag hoe Brussel er binnen 10 of 30 jaar zal uitzien…

Gepost op 11 juni 2010 # | Reageer

Oranje boven

molenVorige week was ik op bedrijfsbezoek bij een Nederlands bedrijf in Groningen. De autorit Brussel-Groningen duurde vier uur, dus had ik tijd genoeg om naar de Nederlandse radio te luisteren. Het viel me op dat er constant over voetbal werd gepraat, zowel tijdens de radioprogramma’s, de reclame als het nieuws. Grondige en ongegronde analyses, oeverloze debatten, domme voetbalspelletjes en positieve winstprognoses voor Oranje volgden elkaar op. Het stak me snel tegen. Dan maar een klassieke muziekzender gekozen om me tot de studentenstad te vergezellen.

Ik kwam iets te vroeg aan en liep nog even door de oude binnenstad. Ook daar was het snel duidelijk: de Oranjekoorts zat niet alleen in de lucht, maar werkelijk overal. Bij de bakker had je oranje broodjes, in het café serveerden ze oranje schuimwijn en in alle etalages vond je oranje gadgets. Sommige huizen waren volledig in het oranje geverfd en hele straten hingen vol met duizenden oranje vlagjes, gespannen van de ene voordeur naar de andere. Ik dacht dat ik kleurenblind geworden was!

In het bedrijf werd ik met de nodige sérieux ontvangen. De Noord-Nederlandse zakelijkheid, weet je wel. Tot ik in het bedrijfsrestaurant werd uitgenodigd voor een ‘broodje kroket’ met karnemelk. Ook daar een oranje wolk vlaggetjes boven onze tafel, oranje borden en bestek, en aan de muur voetbalvlaggen en tientallen gebruikte voetbalschoenen in het oranje geverfd. Toen ik de directeur vroeg of ik die hele voetbalgekte moest begrijpen als een uitwas van Nederlands nationalisme, werd ik met verontwaardigde oranje ogen bekeken.

Hoe dan ook, de geruchten gaan dat 12 juli nu al tot een Nederlandse feestdag is uitgeroepen zodat de Nederlanders hun wereldtitel kunnen vieren...

Gepost op 7 juni 2010 # | Reageer

Warm hart

cupcakesDeze week werden we op het bedrijf aangespoord om een EHBO-cursus te volgen. Gedurende 1 uur tijdens onze werktijd zouden we training krijgen over wat we moeten doen als iemand in ons bedrijf een hartaanval krijgt. Via het intranet werd ons hart warm gemaakt om deze training te volgen. Ik vond het een fantastisch initiatief.

Toen het uur van de training aangebroken was, zag ik tot mijn grote consternatie dat het leslokaal alleen gevuld was met vrouwelijke collega’s. Eerst dacht ik dat dit de vrouwelijke sessie van de training was. Mis. Toen ik rondvraag deed waar Tom, Alain, Shankar, Yoshi en de andere mannelijke collega’s bleven, bleken ze het allen enorm druk te hebben. Ze hadden geen tijd om te leren hoe je kan proberen om iemand met een hartaanval langer in leven te houden. Verfoeilijk! En een mooi voorbeeld dat ook in ons bedrijf het model van competitief leiderschap de bovenhand haalt over het coöperatief leiderschap waar vrouwen zo veel beter in zijn.

Raar maar waar; toen de les achter de rug was passeerde ik ons rooklokaal op het hoogste verdiep. Drie mannelijke managers zaten er rustig een sigaret te roken met de grootste glimlach op hun snoet!

Ik kreeg bijna een hartaanval!

Gepost op 6 mei 2010 # | Reageer

Gekunsteld

Ik ben net terug van mijn zoveelste zakenreis naar Dubai. Iedere keer als ik vertrek, krijg ik jaloerse blikken van collega’s die denken dat ik weer naar ‘het paradijs’ ga. Zelf heb ik het moeilijk met dat droombeeld dat Dubai van zichzelf ophangt. Want het is eenzijdig en gekunsteld.

Oké. In deze periode van het jaar geniet je er van heerlijke zonneschijn. Maar in de zomer is het er wel méér dan 50 graden. En ja, Dubai is een shoppingparadijs. Maar alleen als je stinkend rijk bent, want het is er stukken duurder dan bij ons. Een ander cliché is dat buitenlanders er welkom zijn. Dat klopt. Je bent in een Arabisch land maar je ziet in 10 dagen amper een paar Arabieren. Maar, ook al woon en werk je 50 jaar in Dubai, je blijft een immigrant. Je kan er nooit staatsburger worden. Verder zou je er poen met hopen scheppen en na drie jaar werken op pensioen kunnen. Dat gebeurt soms, maar enkel bij de ‘happy few’.

Toen ik onlangs met een Aziatische stewardess praatte die er voor een lokale vliegtuigmaatschappij werkt, brak mijn klomp. Ze vertelde me dat ze nooit een arbeidscontract zal krijgen. Iedere werkdag kan haar laatste zijn. Dat is extra erg als je weet dat ze zonder job direct terug naar haar land van herkomst ‘vliegt’. En wanneer werknemers tegen zulke praktijken durven te protesteren -zoals onlangs het geval was- worden ze meteen ontslagen en het land uitgezet.

België mag dan geen rozig droombeeld ophangen van zichzelf, zelf weet ik wel waar ík liefst woon en werk…

Gepost op 8 maart 2010 # | Reacties: 6 | Reageer

Glitter en glamour

celluloid Vorig weekend woonde ik als figurant een opname bij voor de toekomstige tv-serie ‘Het goddelijke monster’ van Tom Lanoye. De opnames vonden plaats in Brussel. Zaterdag figureerde ik als straatveger en zondag speelde ik een ‘demonstrant’ in een reconstructie van de Witte Mars.

Hoe ik ertoe kom om zoiets te doen? Wel, het figurantenbureau lokte me met de belofte dat ik zo eens echt kon meemaken hoe het er op een filmset aan toe gaat.

Ik moet zeggen dat de glitter en glamour die ik verwachtte ver te zoeken waren. Het was vooral kou lijden en je ‘geduldsdrempel’ overschrijden. Eigenlijk was het echte slavenarbeid. Twaalf uur lang moesten we ‘de wil en de gril’ van de filmregisseur ondergaan. Een leger medewerkers -jonge, trouwe kolonels en goedgeluimde soldaten- hielp hem om het voetvolk van figuranten steeds weer dezelfde bewegingen te laten uitvoeren. Sommige scènes moesten we tot tien keer opnieuw doen! De ene keer was er te veel zon voor de gebruikte lens, een andere keer kreeg een ‘oudstrijder’ die meeliep in de Witte Mars te veel medailles opgespeld, en ga zo maar door…

Vreemd genoeg slikten de meesten dit zonder al te veel morren, ook al zag je op het einde van de draaidag meer frustratie op de gezichten dan wat anders. Zelf stelde ik me de vraag of ik deze manier van werken ooit zou kunnen accepteren in mijn eigen werkomgeving als manager? Of erger: in mijn privéleven? En dan denk ik: ‘Jamais de la vie!’

Hoe dan ook, de straten rond de Beurs zijn weer schoon geveegd, nadat ik ze eerst zelf vuil maakte met papiersnippers en kapotte ballonnen. Tja, op een filmset kan het allemaal. :-)

Gepost op 23 februari 2010 # | Reacties: 2 | Reageer

Japanse klantvriendelijkheid

japanse geishaVorige week was mijn Turkse collega Iskender op zakenreis in het Japanse Osaka. Toen hij bij zijn hotel arriveerde, was de portier er als de kippen bij om de taxideur voor hem te openen en zijn koffer uit zijn handen te sleuren. Typische Japanse gedienstigheid. Maar toen die brave jongen de deur ook nog eens toesloeg, liep de coördinatie in het honderd: Iskenders voet zat er nog tussen!

De portier -totaal in verwarring- begon haastig ‘sumimasen sumimasen’ te roepen, wat zoveel betekent als ‘sorry sorry!’. En enkele van zijn collega’s voerden meteen een bakje ijs en een brancard aan. Mijn vriend was hiervan zo onder de indruk -en voelde zich ook wel gegeneerd- dat hij op slag geen pijn meer voelde. Hij wilde liefst zo snel mogelijk verdwijnen naar de meeting in het hotel maar… zo gemakkelijk kwam hij er niet vanaf.

Tijdens de meeting werd er zachtjes op de deur geklopt. Drie afgeborstelde heren, de vicepresident van het hotel incluis, overhandigden hem met beteuterde gezichten een lading chocolaatjes en sake. Om de pijn te verzachten. Er zat ook een enveloppe bij met geld om naar de dokter te gaan. Mijn vriend verzekerde dat dit niet hoefde, maar de spijs en drank moesten hoe dan ook van eigenaar veranderen. Het geld verdween -zij het met tegenzin- terug in de zak van de hotelmanager.

Wie dacht dat daarmee de kous af was, kent de Japanse doortastendheid nog niet.

Bij het uitchecken vroeg de hoteldirecteur -die Iskender persoonlijk kwam uitwuiven- waar hij die nacht zou verblijven. Iskender gaf de naam van een hotel in Tokio. Toen hij er zich ’s avonds aanmeldde, werd hij door een bevallige jongedame begeleid naar de duurste kamer. Protesterend dat hij die helemaal niet geboekt had, werd hij rondgeleid in een suite met sauna, jacuzzi, champagne en een subliem uitzicht. Wie de rekening zou betalen? Die werd doorgestuurd naar het hotel in Osaka. Zij hadden gevraagd om zijn geboekte kamer de hoogst mogelijke upgrade te geven en wilden alle kosten betalen.

Gepost op 18 februari 2010 # | Reageer

Migrantengesnater

vriezeganzenIk heb vier paarden die in Damme verblijven op de boerderij van mijn ouders. Tijdens het weekend trek ik met hen de wijde natuur in. Dit is telkens een heel intense ervaring. Zo was het ook vorige zondagochtend. Met Wiske -een trotse witte merrie- huppelde ik langs de Damse Vaart toen ik plots -midden in een stuk ongerepte natuur- werd geconfronteerd met een bende migranten.

Het was een ochtend zoals in de film: een dichte mist dreef over het water, een dampend paard probeerde de nevel te vertrappelen en er heerste een doodse stilte waar een stadsmus gegarandeerd depri van zou worden. Ik voelde een speciale band met Wiske, op dat moment mijn enige toeverlaat. En ook zij voelde die band. Dat zag ik aan haar alerte oren.

Het waren diezelfde witte paardenoren die me duidelijk maakten dat er een decorverandering op komst was. Het begon met een vaag krijsend geluid dat aangroeide tot een monotoon gegalm en dan overging in een onsamenhangend gebulder. In muzikale termen zou je kunnen zeggen; van een wiegeliedje tot stevige hardrock van AC/DC. Dit gesnater kon gemakkelijk een man van zijn paard slaan!

De orkestleden? Een paar honderden vriezeganzen. Deze vogels, afkomstig uit Siberië en Spitsbergen, komen hier jaarlijks tijdens de wintermaanden het groene gras van de Damse polders oppeuzelen. En dat zonder enige verblijfsvergunning. Het puurste profitariaat dus. En toch hebben ze een enorme locale fanclub (een paar vloekende boeren niet te na gesproken): telkens komen horden vogelaars hen bestuderen met de meest vernuftige apparatuur. Vreemd dat mensen soms verdraagzamer zijn voor dieren dan voor hun medemensen…

Gepost op 10 februari 2010 # | Reacties: 1 | Reageer

Mediteren in een Boeddhistisch klooster

japanse maaltijdToen ik onlangs op Een de uitzending "Zenboeddhisme in Japan" van Annemie Struyf zag, dacht ik terug aan mijn eigen ervaring in een boeddhistisch klooster.

Ik woonde toen in Japan en werkte op het hoofdkwartier van mijn Japans bedrijf. In totaal waren we met vier buitenlanders tussen 12.000 Japanse collega’s. Op een dag besloot het topmanagement dat de vier buitenlanders een culturele brainwashing moesten ondergaan. Daarom werden we, samen met enkele Japanse collega’s, voor tien dagen naar een prachtig Zenboeddhistisch klooster gestuurd, midden in de bergen rond Kyoto…

We waren nog maar net aangekomen in het klooster toen de kloosterlingen ons vertelden: “In Zazen, you have no goals!” Wij, doorwinterde ‘business men’ wisten niet wat we hoorden. We keken hen zo verrast aan alsof we Boeddha zagen verschijnen. :-) Voor wie niet thuis is in het Zenboeddhisme: Zenboeddhistische kloosterlingen doen aan ‘Zazen’ of ‘zittende meditatie’. Door al zittend te mediteren zonder een woord te zeggen, zou je rustig worden en bevrijd raken van al je lijden.

De eerste oefening die we ondergingen, was: opnieuw leren ademen. Als leidmotief kregen we een onbegrijpelijk mantra te horen. Daarna mochten we deelnemen aan de Zazen. Concreet moesten we elke dag urenlang met de ogen dicht in kleermakerszit zitten en onze handen openen, duim tegen duim. De bedoeling was om ons hoofd compleet leeg te maken en aan niks te denken. Die kleermakerszit was voor mij de grootste beproeving. Na tien minuten had ik al oncontroleerbare kramp in mijn benen. Onze leermeester dacht dat ik met zijn voeten aan het spelen was. Hij kwam voor me staan en klopte met zijn stok op mijn rug. Zo zou de ernst terugkomen in de tempelzaal. Ik had echt mijn best gedaan, en toch werd ik afgestraft! Ik voelde me vernederd, maar de kloosterlingen maakten me duidelijk dat ik dit niet persoonlijk mocht opvatten. Je moet je persoonlijke gevoelens zo rap mogelijk doorslikken, want dat is allemaal ballast.

De meditatie vond niet alleen overdag plaats, maar ook midden in de nacht. En het toeval wou dat het een koude decemberweek was tussen kerst en nieuw. Ik kon mijn hoofd dan ook totaal niet leeg maken. De bijtende kou (er was geen verwarming in de tempel) zorgde voor een constante godslastering in mijn gedachten.

Alles ging min of meer goed tot Nieuwjaarsnacht aanbrak. Toen deden mijn buitenlandse collega’s en ik ‘de muur’ (zoals ze in het leger zeggen). We ontsnapten en gingen uitbundig dansen en drinken. Helaas betrapte de Japanse kok van dienst ons toen we om vijf uur thuiskwamen. Deze keer volgden er geen stokslagen als straf, maar een directe tempelverbanning. Eigenlijk kon het ons geen barst schelen want we hadden andere delen van de Japanse cultuur ontdekt die geen enkele leermeester ons ooit uit de doeken kon doen.

Geef mij maar een goede trappist. Die schenkt me alle Zazen die ik nodig heb in dit leven!

Gepost op 5 februari 2010 # | Reageer

Vertel je verhaal

pluimpjeEen paar jaar geleden zat ik mijzelf af te vragen wat mijn 'toegevoegde waarde' was in deze wereld. Ik kwam tot de conclusie dat ik constant met geld bezig was, en te weinig met mensen. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een sociaal project in mijn leven. Dat heb ik gevonden in vrijwilligerswerk voor de zelfmoordlijn bij het Centrum ter preventie van zelfmoord. Voor mij was het een ware openbaring. Hallucinant, shockerend, maar soms ook zo hartverwarmend.

Het leerde me een totaal ander, verborgen gezicht van Vlaanderen kennen. Ik wist niet hoeveel ongekend verdriet er verdoken zit achter die 'lachende gezichten'-maatschappij. In Japan is zelfmoord dikwijls een erezaak, hier in Vlaanderen is het ieder jaar voor meer dan duizend mensen een ultieme verlossing van opgehoopte pijn, onmacht, onzekerheid. Door een luisterend oor te zijn aan de zelfmoordlijn werden er voor mij heel wat zaken duidelijker in dit bestaan. Bijvoorbeeld:

  • De schoonheid van je toekomst hangt af van je beleving van het verleden. Je kan pas verder op stap wanneer je de pijn uit het verleden een plaatsje hebt kunnen geven in je eigen leefwereld. Dingen die je niet kan vergeten of vergeven moet je kunnen opbergen. Voor jonge mensen is dat dikwijls een zware opgave.
  • De gelukkigste mensen hebben niet het beste van het beste, maar zij maken het beste van wat ze hebben. Dat is niet alleen in armere landen zo, ook hier waar we uiteindelijk 'stinkend rijk' zijn. Tevreden zijn met wat je hebt is een enorme luxe.
  • Wanneer een deur naar geluk zich sluit, gaat er heel dikwijls een andere open. Vaak staren we ons blind op die ene die gesloten is. Voor ieder probleem bestaat er een oplossing, anders is het geen probleem.

Deze inzichten probeer ik mezelf ook eigen te maken. Hoewel het natuurlijk voor een stuk ook in de aard van het beestje ligt of je positief of negatief bent, zeker of onzeker, enzovoort.

Maar hoe je ook in elkaar zit, volgens mij is er altijd één iets belangrijk: deel je ervaringen en verhalen met andere mensen! Daarom denk ik dat deze weblog een fantastisch idee is, ook al is het maar een kleine druppel in een onmetelijke oceaan.

Ik wens iedereen een fantastische verdere levensreis, met alle wind in de zeilen ...

Gepost op 1 juni 2007 # | Reacties: 2 | Reageer

Bodybuilder of softie?

bodybuilderIk ben al een paar weken mijn tweejarig veulen Fabian aan het africhten. Deze periode duurt ongeveer een jaar en gedurende die tijd leer je het ware karakter van je paard kennen. Banden worden gesmeed of verbroken. Voor mij zijn dat fantastische paardenmomenten.

Fabian weegt nu 550 kg en meet meer dan twee meter. Ik ga nooit letterlijk een gevecht aan om de overmacht te halen. Om tegen die oerkracht op te kunnen zou je een bodybuilder moeten zijn. Waar het wel op neer komt is, dat je je paard in de waan laat dat jij machtiger bent. Dat is erg belangrijk want eens het de smaak van onoverwinnelijkheid heeft geproefd, kan het een dodelijk monster worden. Maar met de juiste opleiding kan je zelfs van de meest bronstige hengst je trouwe vriend maken.

Mijn instinct zegt dat je doodeerlijk moet zijn als je een paard wil africhten, maar ook heel rechtlijnig en streng. Met zachtheid alleen kom je er niet. Verder is de manier waarop je communiceert erg belangrijk. In het begin is het vooral je lichaamstaal die de deur naar de paardenhersenen op een kier zet. Een paard is niet zo intelligent. Daarom vraagt africhten enorm veel tijd en geduld. Een doorsnee paard zou ongeveer het IQ hebben van een tweejarig kind. Maar mijn Fabian is natuurlijk veel slimmer. :-)

Als paardenafrichter probeer je te denken als een paard. Zo moet je signalen leren herkennen die op bepaalde gevoelens wijzen. Een voorbeeld bij Fabian is de mimiek. Die verraadt zijn gemoedstoestand. Z'n ogen stralen dezelfde schrik, lust of bewondering uit als de mijne wanneer ik een elegante vrouw op straat zie. Of zijn oren: als die plat liggen wees dan op je hoede, want op dat moment is er veel agressie aanwezig. Maakt zijn staart veel draaibewegingen, dan weet ik dat hij heel nerveus is. Ik moet dan direct reageren om hem weer rustig te stemmen.

Mijn uitgangspunt is dat ik bepaald gedrag wil 'aan'-leren, niet 'af'-leren. Dat doe ik door Fabian vooral positieve ervaringen te laten smaken. Als je een paard veel beloont, zal het spontaan en creatief op zoek gaan om opnieuw tot die beloning te komen. Zo leert het blijvend iets bij. In dwingende straffen geloof ik niet echt. Ze kunnen soms nuttig zijn om bepaalde zaken af te leren, maar een paard leert er niets door bij.

Voilà: de kracht van zachtheid, en dat met mijn 69 kg!

Gepost op 31 mei 2007 # | Reageer

Dubai, hemel of hel?

kameel voor flatgebouwenIk moet voor de derde keer dit jaar, naar Dubai. Een lidstaatjes van de Verenigde Emiraten.

Als je de reisbrochures mag geloven is het de nieuwe tropische oase van deze wereld. Maar ik noem het eerder een oververhitte zakenhe(me)l.

Op de heenvlucht zit ik naast een boeiende Vlaming die zijn Dubai-verhalen met gemak naast de mijne kan leggen. Het ene verhaal is al straffer dan het andere. Hoe dan ook, hij werkt voor een buizenfabrikant en gaat logeren in het meest prestigieuze zevensterrenhotel, de Burj Al Arab. Kostprijs per nacht: 950 euro. Dat van mij heeft maar vijf sterren en kost een vierde van de prijs. 240 euro per nacht betalen, en toch een 'loser' zijn, dat is typisch voor Dubai.

Na een nacht slecht slapen, begin ik pas om 10 uur aan mijn eerste meeting. Ik neem altijd tijd voor een ontbijt. Voor mij is dat de perfecte start van iedere dag, ook in België. Ik ontbijt buiten met een wonderlijk zicht op de zee-inham waar de stad Dubai rond gebouwd is. Een bord vol tropisch fruit en Arabische specialiteiten schenkt me extra energie en zin om ervoor te gaan.

Samen met m'n Duitse en Poolse collega word ik door mensen van ons kantoor in Dubai afgehaald. Onze kantoren in het Midden-Oosten zijn meestal bemand door een mix van Japanners, Indiërs en soms Egyptenaren. De Arabieren hebben heel weinig zin om voor een Japanner te werken. Ik vang soms op dat ze zich daar te goed voor voelen.

Ik heb Dubai de voorbije 15 jaar zien ontwikkelen van een vissersdorp tot een internationaal zakencentrum. De gezellige charme is verdwenen. Het is nu een opeenhoping van wolkenkrabbers. Er wordt hier trouwens een van de hoogste gebouwen ter wereld gebouwd: een 800 meter hoog kantoor van beton en glas dat Dubai op de wereldkaart moet zetten. Imago is zó belangrijk. Dubai is een marketingproduct, een artificiële wereld die bewijst dat je met genoeg geld ook de natuur kan controleren. Van een verlaten woestijn is het omgetoverd tot een drukke wereld waarin een paar miljoen mensen leven.

De bevolking is geëxplodeerd door een constant toestromen van Aziatische immigranten. De lokale Arabische bevolking telt minder dan 20% van de 1,6 miljoen mensen die nu in Dubai wonen. Toch blijven de Arabieren alles controleren, zonder enige inspraak van de nieuwkomers. Maar ze hebben de Chinezen, Indiërs en Pakistani wel nodig als goedkope en tijdelijke werkkrachten. Die laaggeschoolde mensen komen hier hun geluk zoeken. Voor een periode van vijf jaar moeten ze keihard werken om zo hun droomhuisje in hun thuisland te kopen. De hogergeschoolden blijven iets langer en starten meestal hun eigen zaak.

Tijdens de drie dagen hier in Dubai hol ik van de ene zakelijke bespreking naar de andere. Nieuwe projecten opstarten, bestaande klanten bedanken voor contracten, marktonderzoek doen, een reorganisatie binnen ons bedrijf bespreken … In de Arabische wereld neemt het altijd enorm veel tijd in beslag om tot een beslissing te komen. Onderhandelen lijkt hier wel een hobby. Dit is enorm zenuwslopend voor een ongeduldig persoon als ik. Ik verkies actie en snelheid. Gelukkig kan ik ontstressen dankzij een dagelijkse portie sport. Fitnessen of zwemmen in het hotel of soms wat tennissen met een klant.

Na een week op reis, voel ik de drang om terug te keren naar mijn heimat. M'n terugvlucht is geboekt om 2 uur 's nachts. Uiteindelijk duurt het 15 in plaats van 11 uur voor ik terug op Belgische bodem sta. Soms is het leven een calvarietocht ...

Gepost op 29 mei 2007 # | Reageer

Zijn zakenreizen veredelde plezierreisjes?

zijn zakenreizen veredelde plezierreisjesIk ben ongeveer 120 dagen per jaar een Vlaming op en in de vlucht. Voor veel mensen lijken zakenreizen veredelde plezierreisjes. Onze boekhouders noemen het zelfs betaalde vakantie. Ik kan je verzekeren dat de realiteit soms een heel ander verhaal is.

Een zakenreis begint voor mij al een paar weken voor de vertrekdatum. De voorbereiding is een ritueel. Ze bepaalt meestal het succes van een de trip. Een collega waar ik al 13 jaar mee samenwerk, regelt de praktische zaken: de juiste vluchten, visums, hotels, lokaal vervoer, … Wat ik zelf het vervelendst vind aan de voorbereiding is: mijn valies maken. Ben ik geen documenten vergeten, welke en hoeveel kleren moet ik meenemen, heb ik voldoende cash bij me, enzovoort. Dit is eigenlijk het enige dat me zenuwachtig kan maken als ik op reis ga.

De volgende etappe is de luchthaven, mijn 'tweede thuis'. Op tijd aankomen, inchecken, wat geschenken kopen voor klanten, wachten op de vlucht. In deze fase zet ik mijn verstand op automatische piloot. Eenmaal in het vliegtuig, draai ik de knop in mijn hoofd om, en vergeet ik België. Ik probeer de tijd in de lucht zo nuttig mogelijk te gebruiken. Voor mezelf en voor het bedrijf. Met een mix van boeken lezen, meetings voorbereiden, wat Spaans studeren en een filmpje bekijken, gaat de tijd snel voorbij.

Al dat reizen kost het bedrijf veel geld. Je bent nooit zeker wat het opbrengt op korte termijn. Van de Japanners heb ik geleerd om zakenreizen te beschouwen als een investering op lange termijn. Maar, reizen kosten ook veel menselijke energie, zeker weten. Het put je uit zonder dat je het beseft.

Gelukkig gunt het bedrijf ons wel wat luxe. Vliegen we langer dan 4 uur, dan mogen we bijvoorbeeld in businessclass. Ik denk trouwens niet dat ik deze functie zou kunnen doen zonder dit soort 'cadeaus'. De job is soms enorm zenuwslopend, en daarom vind ik het de plicht van het bedrijf om de werknemers in de beste condities ter plaatse te brengen en te laten leven. Zoiets betaalt zich zeker terug.

Het is net als tijdens een oorlog: je moet je soldaten verwennen als je wil dat ze voor jou blijven vechten. Weinig soldaten zullen gemotiveerd blijven als ze met een lege maag naar het slagveld gestuurd worden.

Wat ik erg leuk vind aan zakenreizen is dat je dikwijls nieuwe mensen leert kennen. Dat begint vaak al met de persoon die naast je zit in het vliegtuig. Hoewel dit in businessclass wel eens tegenvalt. De meeste zakenmensen willen in eenzaamheid vliegen. Een beleefde groet, 'smakelijk eten' en 'tot ziens' is het volledige repertoire tijdens een vlucht van zes uur.

Gepost op 25 mei 2007 # | Reageer

Diploma is een bijkomstigheid

Bord met krijtjeIk vraag me dikwijls af wat de beste manier is om tot een beslissing te komen. Als manager of gewoon in het dagelijkse leven. Moet je beslissen op basis van je verstand of intuïtie?

Mijn ervaring is dat de rede mij veel mogelijkheden voorschotelt, maar me soms in de steek laat om de juiste er uit te vissen. Mijn intuïtie of 'buikgevoel' kiest uit al die opties vaak feilloos de beste. Ik denk dus dat je meer beroep moet durven doen op je intuïtieve kennis.

Daarom zorgt een mix van jonge en oudere mensen in een team voor een goede kruisbestuiving. Jongeren, en zeker kinderen, voelen bijvoorbeeld instinctief aan hoe mensen in elkaar zitten. Zoals bij de dieren, is dit een middel om te overleven. Vaak gaat intuïtie verloren bij de ontwikkeling van het verstand. Alleen in extreme situaties wordt ons verstand even uitgeschakeld. Dan durven we wel blindelings op onze intuïtie te vertrouwen.

Op dit vlak volg ik de Japanners bij het aanwerven van nieuwe mensen. Wat je gestudeerd hebt is een bijkomstigheid. Je diploma zegt iets, maar eigenlijk ook niets over jezelf. Kennis verwerven is maar een eerste stap. Uiteindelijk kan iedereen dat. Het is een kwestie van een normale begaafdheid en een bepaald doorzettingsvermogen.

Maar daarna volgt de ware test: een test die alleen de goede mensen doorstaan. Je moet de moed vinden om je rugzak met al je kennis erin, op te pakken en daarmee de wereld rond te trekken. Steeds verder trekken, weg van het startpunt, weg van wat de school je influisterde.

Voor mij komt het soms zielig over als mensen van pakweg 35 jaar nog steeds hun diploma als basis gebruiken om een job of promotie te behalen. Wat is die kennis nog waard? Geef mij maar moedige en fantasierijke collega’s.

Gepost op 23 mei 2007 # | Reacties: 10 | Reageer

De snor van Mustafa

Lachende Turk met snorVandaag bezoek ik een producent van bouwmaterialen in het oosten van Turkije, Gaziantep. Samen met m'n Turkse collega neem ik in de vroege ochtend een binnenlandse vlucht vanuit Istanbul. Na meer dan twee uur vliegen landen we in een totaal andere wereld: een mengeling van Arabische, Koerdische en Turkse elementen. Het is moeilijk te geloven dat dit het land is dat ernaar snakt om de EU binnen te treden.

In de luchthaven worden we opgewacht door een van de grote bazen van het bedrijf. Zijn hele gevolg vaart in zijn zog. Vooral z'n gigantische snor maakt een overweldigende indruk op me. Mustafa vertelt me dat hij een selfmade man is die vanuit z'n garage een machtig plaatselijk imperium heeft opgebouwd.

Indruk maken is belangrijk in Turkije. Het haantjesgedrag bij de mannen is met de moederborst meegegeven. En dus rijden we met Mustafa's dikke Mercedes naar het bedrijf. Tijdens de rit wordt me duidelijk dat onze onderhandeling vooral op vertaling en lichaamstaal gebaseerd zal zijn.

Over zakelijke aspecten wordt er tijdens het eerste uur weinig gesproken. Voetbal, politiek, familie en plaatselijke roddels zijn de hoofdthema's. Opvallend is dat vijftien minuten Turks gebabbel overeenkomt met tien seconden Engelse vertaling.

's Middags eten we een lokale kebab. In het restaurant heeft Mustafa heel wat aanzien. Iedereen kruipt voor hem en voorbijgangers komen handjes schudden. De intimi mogen hem kussen. Aan onze tafel is er heel wat ambiance en het is geen ogenblik stil. De ene heftige discussie volgt de andere op. Ik heb het gevoel dat in Turkije niet zozeer de woorden belangrijk zijn, maar wel het vuur waarmee je ze uitspreekt.

Voor we terug naar het bedrijf gaan, wandelen we door de bazaar. Op een bepaald moment toon ik iets teveel interesse voor enkele kruiden. Mustafa geeft direct het bevel aan de verkoper om een zak te vullen met die specerijen. Ik besluit om niets meer aan te raken.

Als we in het bedrijf zijn, word ik zenuwachtig: Mustafa maakt nog altijd geen aanstalten om over een jaarcontract te spreken. Eerst moeten we zijn troetelkind omarmen en bewonderen: het productiebedrijf. Ook hier wordt hij op handen gedragen.

Pas op het laatste moment gaan we aan tafel zitten om over onze verdere samenwerking te praten. Het is hartverscheurend om te horen hoe slecht het gaat met zijn bedrijf. Ik krijg er bijna tranen van in de ogen. Maar dan komen de bikkelharde onderhandelingstechnieken boven. Meedogenloos maar met een brede glimlach probeert hij het onderste uit de kan te halen.

Uiteindelijk lukt het ons om een compromis uit te werken. De overeenkomst wordt bezegeld met een oosterse omhelzing en twee kussen op mijn wang. Mustafa's snor lijkt wel het spijkerbed van een fakir …

Gepost op 21 mei 2007 # | Reageer

Turks opium

voetbalDeze week ben ik op zakenreis in Turkije. Rondtrekken in Turkije is een kleurrijke en intense ervaring. Het is een land vol hartstochtelijke emoties: er is constant een dualiteit tussen goed en kwaad. En bovenal: het is een paradijs van de gastvrijheid. Verder houd ik ook van hun dynamisme en flexibiliteit: je beseft hier elk moment van de dag dat er bloed door je aders vloeit.

Het wordt een overdrukke week: ik moest zaterdag al vertrekken om een aantal 'sociale' verplichtingen te vervullen. En nu heb ik nog 15 meetings in 4 dagen, verspreid over dat immense land.

Maar, mijn reis begint pas echt met … voetbal. Een belangrijke zakenrelatie, Mehmet-bey, heeft me namelijk uitgenodigd om de cruciale voetbaltopper bij te wonen tussen de nummers 1 en 2 van de competitie: Fenerbahce en Besiktas.

Voetbal is hier geen sport. Het is water en brood voor deze maatschappij. Iedereen heeft z'n favoriete club. De keuze voor een club zegt iets over je leven, je politieke gevoelens, je status en je familie. Iedere dag staan de kranten vol voetbaldetails, en er zijn speciale voetbal-tv-stations. Voetbal is in Turkije een goedaardig opium voor het volk, lijkt me. De godsdienst kan er in elk geval niet aan tippen.

De wedstrijd begint om 21 uur, maar we zijn al in het stadion om half acht, want de ambiance vóór de match is even belangrijk als de match zelf. De twee supporterclans vechten vooraf hun eigen wedstrijd uit. Een fanatieke en vooral erg vocale oorlog. Iedere club heeft eigen liederen. Op de grasmat staan de orkestleiders de supporters op te hitsen. Bedoeling is de andere te overtreffen, en daarvoor zijn alle middelen goed: duizenden vlaggen, vuurwerk, vooroorlogse muziekinstrumenten, maar vooral de Turkse hese kelen.

Ik sta perplex. Hiermee vergeleken is een U2-concert een kleuterschool. Mehmet-bey vraagt me of ik me neutraal wil opstellen. Ze kennen me niet in dit voetbalvak, en infiltranten lusten ze rauw. Als bewijs van mijn liefde voor de club moet ik met hem hand in hand de tribune instappen. Ik voel me er ongemakkelijk bij om zo door de meute te moeten laveren. Bovendien voelt het lichamelijk aanraken zoals Turken dat doen wat vreemd aan. Maar eens ik zit, geniet ik van het spektakel. Een Turkse voetbalwedstrijd is een opera. Een drama over leven en dood.

De uitslag heeft voor mij weinig belang, maar Fenerbahce wint de wedstrijd, en hiermee de hele competitie. Het is een catastrofe voor Mehmet-bey. Hoogstwaarschijnlijk troost hij zich met de gedachte dat een overwinning zinloos is zonder erkenning. Zijn ploeg blijft toch de beste …

Gepost op 18 mei 2007 # | Reacties: 4 | Reageer

Wie vooruit wil, moet zich bukken

diamantVaak vragen mensen me hoe het is om voor Japanners te werken. Da's een ingewikkelde vraag omdat het van veel verschillende dingen afhangt: je eigen houding naar Japanners toe, je positie in het bedrijf, je leeftijd en je geslacht. Daarom zijn er talrijke antwoorden mogelijk.

Maar één ding is zeker: er zíjn verschillen tussen de Japanse werkcultuur en de westerse. Om te beginnen zijn de verhoudingen binnen een Japans bedrijf heel sterk hiërarchisch. Hetzelfde met de verhoudingen tussen Japanse bedrijven onderling. Dit is niet alleen in de bedrijfswereld zo, maar ook op school, in sportclubs of zelfs tussen buren. Hiërarchie is de ruggengraat van gelijk welk Japans systeem. Zonder strakke lijnen loopt alles in het honderd.

Daarom is het moeilijk om risico's te nemen of creatief te zijn op de Japanse werkvloer. Een nagel die uitsteekt wordt meestal gelijk geslagen met de rest. Dit vind ik jammer want 'ongewone' werknemers kunnen meestal niet ontbolsteren. Dit soort mensen zie ik nochtans juist als een verrijking in een groep. Japanners denken eerder: wie in deze wereld omhoog wil komen, moet zich bukken. Dat komt neer op hard werken, nederig zijn en jezelf wegcijferen.

Wat wel positief is: Japanse bedrijven geven jongere werknemers de kans om veel bij te leren op een korte termijn. Ze investeren in het begin heel veel in je om je op een bepaald niveau te brengen. Als nieuwkomer moet je geen geslepen diamant zijn die direct schittert. Zij verkiezen de ruwe diamant, die ze zelf kunnen polijsten volgens hun eigen inzichten.

Verder ligt de nadruk op trouw en samenhorigheid. Het leven van een werknemer vertoont overeenkomsten met de militaire traditie. Je wordt geacht je loyaliteit voor het bedrijf te bewijzen. Dat doe je door overuren te maken of na het werk met collega’s of zakenrelaties uit te gaan. De onderneming wordt ook als een soort familie gezien. Heel vaak hoor ik dat 'iemand van onze familie' zoiets doet of niet doet.

Die trouw wordt dikwijls in een adem genoemd met respect voor de ouderen, wat gelijk staat aan superieuren, bazen of collega’s die langer in het bedrijf werken dan jezelf. In die context betekent trouw bijna altijd een verplichting tot blinde gehoorzaamheid aan de meester (het Japanse heilige woord is 'sensei'). Voor vele westerlingen is deze Japanse loyaliteitsethiek er in wezen een van onderwerping. Maar dat stoort me eigenlijk niet.

Wat me wél redelijk kwaad kan maken is hun definitie van het begrip 'waarheid'. De Japanse benadering van de werkelijkheid is wel héél flexibel. Volgens hen moet je altijd rekening houden met de situatie waarin je je nu bevindt. Wat gisteren waar was is vandaag niet noodzakelijk zo. De reden is simpel: de feiten zijn vandaag anders. Japanners kunnen hun overtuigingen voortdurend aanpassen aan de nieuwe situatie waarin ze zich bevinden. Zij beweren dat ze meer pragmatisch zijn, terwijl wij westerlingen vinden dat we ons aan universele en algemene morele waarden moeten houden.

Gepost op 16 mei 2007 # | Reacties: 5 | Reageer

Champagne en sushi

sushiGisterenavond nodigde een Japans bedrijf me uit voor een zakelijke receptie. 't Was een ontmoeting tussen de Japanse zakenwereld en enkele zorgvuldig geselecteerde Belgen.

Zulke evenementen zijn goed voor de status van het bedrijf en de gastheer. Er wordt dus meestal op geen frank gekeken. Japanners doen sowieso erg hun best om goede en gulle gastheren te zijn: als het feest niet in de smaak valt bij de gasten, lijden ze gezichtsverlies. En dat is echt het laatste wat je een Japanner wil toewensen …

Gisteren was het niet anders. De receptie vond plaats in het chicste hotel van Brussel. De locatie van zo'n evenement is van het grootste belang is: het is het symbool waar alles mee staat of valt. Verder vloeide de gekoelde champagne rijkelijk en was de sushi overvloedig aanwezig.

Maar voor we van dit alles konden genieten, moesten we de vermaarde Japanse speechcultuur nog even ondergaan. Voor wat hoort wat. Eerst kwam het hulpje aan het woord, daarna de voorzitter van de club, en ten slotte de Japanse ambassadeur. Alles perfect getimed, maar met zo weinig inhoud … Japanse speeches hebben altijd dezelfde kenmerken: formeel, veel slogans, rond de pot draaien, af en toe grappig proberen te zijn, nederig maar met een redelijk zelfvoldane ondertoon.

In een van de speeches ging het erover wat de 6600 Japanners die in België leven van Brussel vinden. Wat bij hen in de smaak valt: de vele parken, de netheid in de stad (???), de goede restaurants, en vooral de toffe rode verkeerslichten in de vorm van hartjes. Die verkeerslichten vinden ze echt fantastisch. De spreker zei dat het door die hartjes komt dat de autobestuurders zo hoffelijk zijn in Brussel. Toen ontstond er algemene hilariteit in de zaal. Japanners vinden ons namelijk helemaal niet hoffelijk in het verkeer. Er circuleert hierover zelfs een mop in de Brusselse Japanse wijk: de Belgen zijn verplicht om een klever met de letter 'B' op hun wagen te hangen om buitenlanders te waarschuwen voor de 'Bad drivers'. Hahahaha.

Met een flink applaus werden de spreekbeurten afgesloten. Het festijn kon beginnen onder de begeleiding van een Japans strijkkwartet. De muzikanten zorgden niet alleen voor de achtergrondmuziek, maar gaven blijkbaar ook aan wanneer het feest afgelopen was. Om 20.25 uur eisten ze onze aandacht op voor een vleugje Mozart en om 20.30 uur verdwenen alle Japanners plots uit de zaal. Alleen de Belgen bleven over: verlaten en drooggezet. Dit was een voorbeeld van de macht van de Japanse indirecte communicatie. Er gebeurt altijd wel iets speciaals als Japanners zich mengen met mensen van een andere nationaliteit ...

Gepost op 14 mei 2007 # | Reacties: 4 | Reageer

Elegantie en kracht

paardIk heb één grote obsessie in mijn leven: paarden.

Ik stam uit een paardenfamilie, toch zeker langs vaderszijde. De verering van paarden was constant aanwezig toen ik opgroeide. Iedereen moest er aan geloven. Zelf was ik er nog het minst door gebeten. Ik was vooral geïnteresseerd in voetbal. Maar de passionele liefde voor viervoeters is er dan toch gekomen toen we een afgedankt renpaard kochten. Harpath, een zwarte merrie. Elegant, atletisch en superlief. Maar ze had ook iets treurigs en onbegrijpelijks in haar karakter. Die combinatie sprak me erg aan en al vlug werd ze m'n lievelingspaard.

Nu zijn paarden een basisonderdeel van mijn leven. Op de boerderij van m'n ouders fok ik paarden. Ik heb hier drie jaar avondschool voor gevolgd. Momenteel heb ik er vijf. Ze zijn niet alleen bij ons geboren, ik heb ze ook zelf afgericht. Ze zijn echt een deel van de familie. Ik zet ze op hetzelfde niveau als mijn dichtste vrienden. Ik ken ze blindelings, en zij mij. Elk paard heeft zijn eigen karakter.

Voor veel mensen lijkt mijn band met paarden wat kinderlijk. Het is inderdaad sterker dan mezelf, maar het maakt me ook heel gelukkig. Als ik bij hen ben, vergeet ik binnen de vijf minuten al mijn stress en zorgen. Ze geven me een adrenalinestoot die me in een andere wereld doet belanden. Toen mijn laatste veulen, Fabian, werd geboren, had ik een heel moeilijke periode in mijn leven: ik moest een verloren liefde verwerken. Het zien opgroeien van Fabian en onze wederzijdse liefde, gaven me de kracht om er weer bovenop te geraken.

Als ik te paard door de natuur rij, is dat altijd een ongelooflijke, zintuiglijke ervaring. Het is iedere keer weer een avontuur. Het geluid van hoefgetrappel, de mix van elegantie en kracht, samen de natuur ontdekken in alle rust of in volle snelheid, de wind en de vrijheid, de geur van zweet (haast erotisch), de reactie van je paard op de druk van je benen, het even gaan verzitten op je zadel, …

Ik weet het, dit is wartaal of Latijn voor iemand die deze ervaring nooit heeft gehad. Maar ik zweer het: in een ander leven kom ik terug als een paard!

Gepost op 11 mei 2007 # | Reacties: 2 | Reageer

Witte olifanten op de maan

wit olifantjeIk hoor vaak dat ik moeilijk gezag kan aanvaarden. Dat was zo als kind, op school en zeker tijdens mijn legerdienst. En ook op het werk! Maar ik denk toch dat ik vooral in opstand kom tegen echte bazen, en niet zo snel tegen goede leiders.

In mijn huidige job moet ik zelf leiding geven. Daarom sta ik dikwijls stil bij vragen als 'wat is een goede leider?' en 'ben ik het waard om baas te zijn?'

Leiderschap moet je volgens mij eerst en vooral verdienen. In Japanse bedrijven gebeurt het af en toe dat iemand baas wordt omwille van administratieve redenen. Wel, dat draait meestal op een ramp uit. Zulke bazen willen hun omgeving controleren. Dat geeft hen een gevoel van macht en veiligheid. Ook bij ons zie ik dat zulke chefs zich omringen met jaknikkers. Dat meehuppelen met mensen boven me kan ik niet. En ik wil ook niet dat de mensen, waarmee ik moet samenwerken, dat doen.

Een goede baas slaagt erin om mensen rond zich te verzamelen die hem willen en kunnen volgen zónder plichtmatige dwang. Ik denk dat uitstraling hierbij erg belangrijk is. Charisma is de beste en de sterkste magneet. Jammer genoeg zijn charismatische leiders als witte olifanten op de maan. Uiterst zeldzaam dus.

Een leider moet ook een 'mooie' mens zijn, vind ik. Iemand met een sociale agenda, die achter je staat bij een beslissing en die voor je opkomt als dat nodig is. Ook al komt dat hem soms niet goed uit.

Al deze zaken uiten zich in de kleinste details binnen een menselijke relatie. Daarom kijk ik hoe een baas glimlacht, een hand geeft, mensen onderaan de ladder aanspreekt …

Ik geloof trouwens ook sterk in het idee dat je de leiders krijgt die je verdient. Maar het is dagelijks een zwaar labeur, van beide kanten.

Gepost op 9 mei 2007 # | Reacties: 5 | Reageer

Een halve Japanner

sushiIk ben Steven, 45 jaar jong. Nu woon ik in Brussel, maar ik ben geboren en getogen in Brugge. 'k Voel me nog steeds een Vlaming ondanks het feit dat ik al 15 jaar de buurman ben van ons koningshuis in Laken.

Na mijn studies en legerdienst ben ik in de reclamewereld gaan werken. Mijn toenmalige vriendin gaf me die inspiratie. Maar al vlug vond ik dat wereldje te opgeblazen en vluchtig. Bovendien was m'n vriendin toen al gaan vliegen ...

Daarna kwam ik bij een Japanse multinational terecht waar ik nu nog altijd werk. Ik heb er onlangs mijn twintigste jobverjaardag gevierd! Misschien heb je nu medelijden met me, maar dat hoeft niet: ik voel me redelijk goed in mijn vel. Mijn kennissen beweren af en toe wel dat ik een halve Japanner geworden ben. Ik ben inderdaad nog steeds een klein radertje in een mastodont van een bedrijf. In Japan is het bedrijf zelfs een heus staatssymbool. Buiten Azië is het minder bekend omdat het zich low profile wil opstellen.

De voorbije jaren heb ik verschillende jobs gehad binnen dit Japans bedrijf. Het hoogtepunt in m'n leven was een driejarig verblijf in Japan (Tokyo) waar ik in het hoofdkantoor werkte. Zowel persoonlijk als professioneel was dat een ongelooflijk boeiende confrontatie. Het was heel vaak door de zure appel heen bijten, maar de nasmaak was fantastisch.

Momenteel werk ik op de commerciële afdeling in het Brusselse kantoor. Ik ben er sinds kort verantwoordelijk voor alle activiteiten van onze groep in het Midden-Oosten. Ik vorm een soort brug tussen de Arabische cultuur en het Japanse management in Europa. Een enorme uitdaging om die twee compleet verschillende werelden op dezelfde golflengte te laten communiceren! Het is een job met heel wat zakenreizen: ik ben ongeveer 120 dagen per jaar een Vlaming op en in de vlucht.

Naast werken, doe ik ook nog andere dingen. Ik heb een aantal passies. Mijn top 3: paarden, reizen en vrijwilligerswerk. Een rare combinatie, ik weet het. Veel mensen beweren dat ze kop noch staart aan mij kunnen krijgen.

Misschien kan ik deze maand een tipje van die sluier oplichten …

Gepost op 7 mei 2007 # | Reacties: 2 | Reageer

Joblog

Joblog Steven

Manager Steven "Na 23 jaar werken in een Japans bedrijf krijg ik wel eens te horen dat ik een halve Japanner geworden ben. Dat is misschien overdreven, maar de confrontatie met die andere cultuur is heel boeiend. Het is vaak door de zure appel heen bijten, maar de nasmaak is fantastisch!"

Alle berichten
  • maart 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • oktober 2011
  • augustus 2011
  • juni 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • juni 2007
  • mei 2007

De andere blogs

Bediende JoblesSaraJoblog JoblesSara

Werkzoekende XPatJoblog XPat

sociaal hulpverlener sariJoblog Sari

Vertaler AnJoblog An

VDAB-medewerkster LiesbethJoblog Liesbeth

RedactieRedactieblog
Fons LeroyFonsblog

WeblerenWebleerblog

Zelf bloggen?

Wil jij ook bloggen over je job? Contacteer ons op moderator@vdab.be.

RSS (Wat is dit?)

© 2012 VDAB - Disclaimer - Hulp nodig? Lees de veelgestelde vragen of mail naar info@vdab.be