VDAB
Algemene links
Ga direct naar de inhoud
  • Agenda
  • Cijfers
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • Contact
  • Sitemap
Rubrieken van de VDAB website
Ga direct naar de inhoud
  • Home
  • Werk zoeken
  • Werk aanbieden
  • Opleidingen
  • Carrière
  • Mijn VDAB
  • Begeleiding
  • Beroepeninfo
  • Test jezelf
  • MagEzine
  • Blogs
  • Carrièrelectuur
Pagina spoor
  • Home
  • Carrière
  • Blogs

Manager Steven vertelt ...

Taboe, tabu, taboo

fabian

Terwijl ik de afgelopen weken de binnenlandse politiek wat probeerde te volgen, viel het me op dat er nog heel wat taboes bestaan. Bijvoorbeeld de uitbreiding van Brussel of het nemen van Waalse verantwoordelijkheid. Daarop lijkt een heilig spreekverbod te rusten. Maar… laat taboes er voor mij nu net zijn -zoals dat ook geldt voor tradities- om doorbroken te worden.

Mijn uitgangspunt is: spreken over datgene wat taboe is, zal er op termijn voor zorgen dat het geen taboe meer is. Onder andere daarom was ik vier jaar vrijwilliger bij de zelfmoordlijn. Ik probeerde er taboes zoals zelfmoord, huishoudelijk geweld, incest en alcoholverslaving bespreekbaar en dragelijker te maken.

Taboes bestaan niet alleen in Vlaanderen. Dat is me al dikwijls opgevallen op mijn buitenlandse zakenreizen. Zelfs het woord ‘taboe’ is internationaal. Zo is het Japans voor taboe ‘tabuu’. In het Duits, Spaans, Zweeds, Pools en Turks spreekt men van ‘tabu’. In het Engels wordt dat ‘taboo’, in het Frans ’tabou’ en in het Esperanto ‘Tabuo’.

Ieder land heeft zo zijn eigen taboes. In Japan is het heel ongepast om over de Keizerlijke familie te spreken. Of over de rechten van de minderheden in hun land. Ook de rol van Japan tijdens WO II bespreken is ‘not done’. En helemaal uit den boze is het om het over de Yakuza -een Japanse criminele organisatie à la de Westerse maffia- te hebben. Het is zelfs een zwaar taboe om op kantoor je kleinste tatoeage te laten zien, omdat dit onmiddellijk geassocieerd wordt met de maffia.

Ook bij mijn Duitse collega’s is de oorlog een heikel punt. Zeker bij de jongere generatie. Die rolt zich direct op als een egel en smoort het onderwerp in de kiem met de oneliner: ‘Onze generatie heeft daar niets mee te maken!’ Klopt. Maar waarom kan er niet gewoon over gesproken worden? Is het schaamte? Of onverwerkte afschuw?

Bij mijn Indische vrienden probeer ik soms een duidelijker beeld te krijgen over hun kastensysteem. Maar de enige reactie die ik dan krijg, is een paar hoofdschuddende bewegingen en een verweesde glimlach die snel uitsterft.

En als ik bij mijn Turkse of Arabische collega’s ‘niet bestaande realiteiten’ zoals homoseksualiteit, verdoken alcoholconsumptie of de ongelijkheid tussen man en vrouw wil aankaarten, krijg ik banvloeken over me heen.

Taboes zijn voor mij als verboden vruchten die ik telkens weer probeer te plukken, wat niet zelden tot oververhitte discussies leidt. Over sommige zaken spreek je nu eenmaal niet.

Na dit pleidooi zul je waarschijnlijk denken dat ik zelf volledig immuun ben voor taboes. Maar helaas. Driemaal helaas. Ook ik heb een taboe, meerbepaald een paardenvleestaboe. Ik hou van paarden -ik heb er zelf-, dus als ik in het warenhuis paardenvlees zie liggen, moet ik mijn ogen sluiten. Anders voel ik me medeplichtig aan moord. Ik mag er niet aan denken dat mensen ooit van mijn lievelingspaard Fabian (zie foto) zouden peuzelen. Alleen al door erover te schrijven, voel ik mij al een bloeddorstige kannibaal met een paardenbeen door mijn neus!

Gepost op 20 augustus 2010 # | Reacties: 1 | Reageer

Brokkenlijmer

scherven

Het is moeilijk om aan buitenstaanders uit de doeken te doen wat het nu juist betekent om voor een Japans bedrijf te werken. Er bestaan zoveel misverstanden over dat ik soms tegen de ‘Sake-kaai’ moet vechten om mijn toehoorders te overtuigen van hoe het er echt aan toegaat.

Een voorbeeld van zo'n misverstand is dat Japanse bedrijven levenslange arbeidscontracten geven. Vroeger klopte dit wel: een afslanking was toen een ondenkbaar, economisch wapen. De economie kende een constante groei en de bedrijfsstrategie was: ‘Ik wil de grootste zijn’. Hoe meer werknemers, hoe beter. Bovendien was het ontslaan van medewerkers een schande voor de baas in kwestie. Een ontslag betekende dat hij de verkeerde mensen geselecteerd had en dus gefaald had. Gevolg: in de meeste bedrijfstakken trof je heel wat duur, maar dood hout aan. Sommige bedrijven hadden een hele verdieping managers die niets uitvoerde!

Maar nu we in een wereldwijde recessie zitten, liggen de kaarten anders: arbeidscontracten zijn niet meer levenslang. Japanse bedrijven werken nu ook soms hun medewerkers met de grove borstel buiten.

Contradictorisch genoeg, verwacht ons Japans management toch nog altijd dezelfde loyaliteit en overgave van ons als vroeger. Als ik een nieuwe zakenrelatie ontmoet, moet ik nog altijd eerst zeggen bij welk bedrijf ik werk, en dan pas hoe ik heet. Ik sta letterlijk en figuurlijk achter mijn bedrijf, niet ervoor. En er wordt nog altijd verwacht dat we ons hele leven bij ‘de familie’ blijven en tevreden zijn met een langetermijnvisie. Met die langetermijnvisie bedoel ik bijvoorbeeld een laag beginsalaris dat elk jaar gestaag groeit, los van de marktsituatie. En een geleidelijke stapsgewijze promotie die jaren in beslag neemt.

Vroeger was die loyaliteit en overgave logisch. Ze maakte deel uit van een soort ruilhandel: in ruil kregen we de garantie op een levenslange job en een mooie carrière. Maar nu is die garantie er niet meer... Het logische gevolg is dat heel wat collega’s beginnen uit te kijken naar een andere job waarin ze wél loon naar werk krijgen en op kortere termijn carrière kunnen maken. Of ze onderhandelen tevergeefs met ons Japans management om op korte termijn betere voorwaarden in de wacht te slepen.

De laatste weken heb ik dan ook veel collega’s zien vertrekken. Dat doet me iedere keer weer hartzeer. Vaak werkte ik jaren met hen samen en heb ik echte vriendschapsbanden met hen gesmeed. Bovendien heb ik het gevoel dat ik tussen hamer en aambeeld zit: mijn collega’s hopen dat ik het Japanse management kan overtuigen om hun verlangens en wensen op korte termijn in te vervullen, maar ik weet dat dit een illusie is. Het Japanse management eist nog altijd een hondse trouwheid en gelooft dat hun langetermijnvisie de enige weg is naar het nirwana. Soms voel ik me een brokkenlijmer die niet slaagt in zijn opzet...

Gepost op 11 augustus 2010 # | Reacties: 4 | Reageer

Bezwete shirts

voetbal

Sinds kort is er in ons bedrijf een sportrage aan de gang. Enkele medewerkers probeerden een voetbalploeg op te richten, en dat is goed gelukt.

Het begon met een promotiecampagne via het intranet om zo het kaf van het koren te scheiden. De potentiële voetballers werden opgeroepen om hun referenties op tafel te leggen en de vrouwen met cheergirl-capaciteiten werden het hof gemaakt om onze groupies te worden.

Heel wat medewerkers waren enthousiast om mee te voetballen, maar al snel bleek hun voetbalgekte strovuur- in plaats van gasbrander-allures te hebben. Ze haakten af. Na enige discussie, werd er een ploegje geselecteerd van vijf Belgen -waaronder ikzelf- en drie Japanners. In Japan is voetbal niet zo populair, maar het is voor heel wat Japanse mannen wel de sport van hun jeugd. Ze leren die sport op school. Eens ze in hun pubertijd zitten, wisselen de meeste hun voetbalschoenen in voor een keurig honkbal- of golfkostuumpje. De Japanse meisjes vinden dit waarschijnlijk meer sexy dan bezwete shirts.

Toen ons voebalgroepje samengesteld was, kregen we allemaal een compleet nieuwe outfit in de kleuren en met de nodige logo’s van ons bedrijf. Dan was het tijd voor de volgende stap: een eerste wedstrijd spelen. Onze tegenstanders bleken Japanse expats te zijn. Een jonge bende die iedere week voetbalt, en dus redelijk goed op elkaar afgestemd was.

Tijdens de wedstrijd werd het me al vlug duidelijk dat er verschillen zijn tussen de Japanse en Europese spelstijl… Op het werk zijn Japanners bezeten van teamwork, maar op het veld zijn het grote individuele succeszoekers. Ik heb van geen enkele Japanse collega een pass of een voorzet gekregen! Had een van hen de bal, dan begonnen de andere Japanners in concert te roepen “shuuuto shuuuto shuuto!” Zo maanden ze de speler aan om direct op doel te trappen, ook al had hij geen schijn van kans om binnen te trappen. Op die manier is het natuurlijk verdomd moeilijk om te scoren.

De Japanners, die zich altijd en overal aan de regels houden, bleken op het veld plots ook voetbal en rugby op een inventieve manier met elkaar te mengen. Er werd constant getrokken en geduwd en ik kreeg een gemene trap tegen mijn gouden rechterbeen. Floot de scheidsrechter een fout, dan bogen ze plots heel beleefd hun hoofd en begonnen ze zich uitgebreid te excuseren.

Verder viel me hun enorme enthousiasme op. Soms was het bijna kinderlijk, maar het werkte wel aanstekelijk.

Uiteindelijk heeft ons gemengd Japans-Belgisch ploegje op de valreep… verloren. Verliezen doet pijn, maar het is op z’n minst wel intens en zet alles op zijn kop. Altijd winnen is toch maar saai, niet?

Gepost op 28 juli 2010 # | Reageer

Muziek verzacht de zeden

gitaarVorige week was ik op zakenreis in het land van melk en honing, Israël. Altijd een boeiende, maar ook stresserende ervaring. Zeker nu het land zich aangevallen voelt door de hele wereld na het debacle met de Turkse ‘vredesboten’: volgens de lsraëlieten een listige val waar hun nietsvermoedende soldaten ingelopen zijn.

Bij elk bezoek ervaar ik het dualisme tussen Israëls calimerogevoel -iedereen is tegen ons- én hun gevoel van een machtige, uitverkoren gemeenschap te zijn. Daardoor heerst er zo'n interne solidariteit en hebben ze zo’n goed geoliede propagandamachine, dat je makkelijk over de ‘NV Israël’ kan spreken.

Vorige week werd ik geconfronteerd met een vreemd gevoel van Joods medeleven en sympathie. De Belgische verkiezingsuitslag was er een belangrijk nieuws item en ‘ons dierbaar België’ werd beschreven als een land op de rand van de totale splitsing. Ze vergeleken de situatie van de Vlamingen en Walen met die van de Joden en de Arabieren. Twee gemeenschappen met een andere cultuur en taal, een uit elkaar groeiende levensstandaard en een verschillende invloedssfeer. Ik vond het niet altijd makkelijk om me in deze vergelijking te vinden.

Tijdens mijn meeting met een bedrijf aan de Westbank merkte ik nog maar eens hoe diep het water tussen de Joden en de Arabieren is. Ik viel bijna van mijn paard. Voor we het bedrijf binnen konden, moesten we met onze wagen door een toegangspoort die dag en nacht gecontroleerd werd door zwaarbewapende soldaten. Intimiderend, maar klein bier in vergelijking met onze klant die even later in de vergaderzaal verscheen met een glimmende revolver aan zijn heup. Toen ik voorzichtig vroeg of daar echte kogels in zaten, werd ik met een geruststellend antwoord terug op mijn paard gezet. ‘Natuurlijk! In ons bedrijf staan wij garant voor uw veiligheid’. Het bedrijf is gelegen in een gebied met een gemengde Arabisch-Joodse gemeenschap, waar de afgelopen tien jaar al een paar doden zijn gevallen. De gemengde rand rond Brussel is hiermee vergeleken een vredelievende oase…

Ons land werd trouwens ook nog op een andere wijze in de Israëlische pers opgevoerd. De krant ‘Jeruzalem Post’ kopte met de titel: ‘The love affaire between Israël and Belgian indie rockers K's Choise continues.’ Heel wat internationale artiesten zegden hun concerten in Israël af als vorm van protest, maar de familie Bettens vaart tegen de wind in. De Barby Club in Tel Aviv zal op 14 september onze Sarah met vreugdesalvo's verwelkomen. Hopelijk kan deze muziek de zeden verzachten want ‘there is still hope Johanna!’

Gepost op 22 juni 2010 # | Reageer

Wat heb ik geleerd?

bloemen

Wat leerde ik op 13 juni als voorzitter van een Brussels stembureau?

  • Dat de beste bijzitters -gemotiveerd, capabel en vriendelijk- niet bepaald Belgische voorouders hadden. Mohamed met stip op nummer 1.
  • Dat de oudere dame die de kiezers opving aan de deur briljant was in haar job. Oudere mensen bieden een fantastisch toegevoegde waarde in onze maatschappij, alleen al door hun mensenkennis.
  • Dat Brussel geen tweetalige stad meer is, maar een veelkleurig taalgebied. In totaal meldden 14 bijzitters zich aan: twee ervan kenden Nederlands.
  • Dat 15% van mijn kiezerslijst niet is komen opdagen, en dat daar niets aan wordt gedaan. De gewetensvolle mensen -meestal de ouderen- gingen naar de dokter voor een ziektebriefje. Dat kostte hen waarschijnlijk een flinke duit. De 140 anderen stuurden gewoon hun kat. Dat was gratis. Waarom de stemplicht behouden als stemrecht het ordewoord is?
  • Dat mijn partner een perfect parcours aflegde als leidinggevend secretaris, ook al beweert ze geen leidersfiguur te zijn. Mensen kunnen meestal meer dan ze zelf denken.

Mijn conclusie: gemotiveerde mensen kunnen niet alleen zichzelf, maar ook de wereld veranderen…

Gepost op 15 juni 2010 # | Reageer

Loon naar eer?

kleurenTijdens deze verkiezingen heb ik opnieuw de eer om voorzitter te zijn in een Brussels stembureau. Mijn missie begon met een onverwachte brief tijdens de tweede week van mei.

‘Ik heb de eer u ter kennis te brengen dat u overeenkomstig artikel 95 4-2° van het kieswetboek aangewezen wordt om op 13 juni 2010 voorzitter te zijn...’

In ‘de trukendoos van de foor’ kun je proberen uitvluchten te vinden om ‘nee’ te zeggen, maar in Brussel is het niet eenvoudig om er als voorzitter onderuit te komen. Er lopen nu eenmaal niet zoveel potentiële kandidaten rond. Blijkbaar onderzoekt men de kieskantons en selecteert men mensen op basis van hun opleiding en job. Vaak zijn het de leerkrachten die worden opgeroepen. Maar gezien de verkiezingen deze keer tijdens de examenperiode vallen, werden de leerkrachten vrijgesteld en…valt de eer opnieuw mij te beurt.

Na mijn jawoord, kreeg ik een tweede brief met het verzoek een opleiding -van vier uur, tijdens het weekend- te volgen in het Justitiepaleis. Er was een opleiding voor Franstaligen en één voor Vlamingen. De ingang vinden van dit immense gebouw was verwarrend. Niet alleen was het er een doolhof, ik wist ook niet met welk ‘petje’ ik nu eigenlijk binnen ging: dat van slachtoffer, dader, politieagent of ‘scheids’rechter in deze verkiezingsaffaire.

Ook al zijn de Vlamingen maar met 15% in Brussel, toch was ik verrast door de grote opkomst van collega-voorzitters. De lesgever deed zijn job uitstekend. Met het nodige gevoel voor humor en een dosis deskundigheid legde hij uit hoe de verkiezingszondag er voor ons zal uitzien:

•    7u15: voorzitter en secretaris worden verwacht in het stemlokaal om alles te checken.
•    7u30: de deuren gaan voor de eerste keer open om de opgeroepen bijzitters binnen te laten. Het kiesbureau wordt samengesteld en de geselecteerden leggen de eed af. Iedereen krijgt zijn dagtaak.
•    8u00: de stemcomputers worden opgestart, de procedures worden doorgenomen en het kiesbureau stemt zelf. Daarna is het hopen dat de boel zijn beloop neemt met de bijna 1.000 mensen die moeten komen stemmen. Waarschijnlijk wordt op zo’n moment duidelijk dat de stemplicht door velen met een korrel zout wordt genomen. Want elke keer komt een grote massa niet opdagen. Daar wordt niets aan gedaan omdat men anders in Brussel alleen al een paar duizend vervolgingen moet opstarten.
•    15u00: het kiesbureau sluit en de bijzitters mogen naar huis. Alle documenten moeten worden opgemaakt en de diskettes met kiesresultaten verzameld. Die moeten door de voorzitters naar het Justitiepaleis gebracht worden.
•    17u00: we zijn voorzitter af.

Op het einde van de opleiding kregen we nog ‘een opdracht’ mee. We moesten zelf een secretaris ronselen om ons zondag bij te staan. Gelukkig; mijn partner is zo lief om die taak op haar te nemen. :-)

De meeste collega-voorzitters leken na afloop van de opleiding wat zenuwachtig. Al die procedures, het computerprogramma, het overzicht van de kieswet… het leek wel een lawine aan informatie.

Zelf maakte ik even een rekensom. Als ik mijn werkuren als voorzitter optel, kom ik aan 15 uur. Als je weet dat ik daarvoor de ‘rijkelijke’ beloning krijg van 22,5 euro, kom ik aan een uurloon van 1,5 euro. Maar als je het weekendtarief -150% voor zaterdag en 200% voor zondag- hanteert, kom ik aan 28 uur werken, wat het uurloon doet dalen tot amper 0,80 eurocent. En dan moet ik mijn transportkosten nog voor eigen rekening nemen. Ik denk dat er weinig Chinezen zijn die daarvoor nog uit hun bed komen, maar in België kan dit blijkbaar nog van je geëist worden.

Nu ja, mijn vorige ervaring als voorzitter leerde me dat zondag best een plezante dag kan worden, vol verrassingen en kleine levenservaringen. Bovendien ga ik een ‘ander deel’ van Brussel ontdekken, want meer dan 60% van mijn kieslijst draagt geen Belgische naam. Cultuurverrijkend. Hoewel ik me soms afvraag hoe Brussel er binnen 10 of 30 jaar zal uitzien…

Gepost op 11 juni 2010 # | Reageer

Oranje boven

molenVorige week was ik op bedrijfsbezoek bij een Nederlands bedrijf in Groningen. De autorit Brussel-Groningen duurde vier uur, dus had ik tijd genoeg om naar de Nederlandse radio te luisteren. Het viel me op dat er constant over voetbal werd gepraat, zowel tijdens de radioprogramma’s, de reclame als het nieuws. Grondige en ongegronde analyses, oeverloze debatten, domme voetbalspelletjes en positieve winstprognoses voor Oranje volgden elkaar op. Het stak me snel tegen. Dan maar een klassieke muziekzender gekozen om me tot de studentenstad te vergezellen.

Ik kwam iets te vroeg aan en liep nog even door de oude binnenstad. Ook daar was het snel duidelijk: de Oranjekoorts zat niet alleen in de lucht, maar werkelijk overal. Bij de bakker had je oranje broodjes, in het café serveerden ze oranje schuimwijn en in alle etalages vond je oranje gadgets. Sommige huizen waren volledig in het oranje geverfd en hele straten hingen vol met duizenden oranje vlagjes, gespannen van de ene voordeur naar de andere. Ik dacht dat ik kleurenblind geworden was!

In het bedrijf werd ik met de nodige sérieux ontvangen. De Noord-Nederlandse zakelijkheid, weet je wel. Tot ik in het bedrijfsrestaurant werd uitgenodigd voor een ‘broodje kroket’ met karnemelk. Ook daar een oranje wolk vlaggetjes boven onze tafel, oranje borden en bestek, en aan de muur voetbalvlaggen en tientallen gebruikte voetbalschoenen in het oranje geverfd. Toen ik de directeur vroeg of ik die hele voetbalgekte moest begrijpen als een uitwas van Nederlands nationalisme, werd ik met verontwaardigde oranje ogen bekeken.

Hoe dan ook, de geruchten gaan dat 12 juli nu al tot een Nederlandse feestdag is uitgeroepen zodat de Nederlanders hun wereldtitel kunnen vieren...

Gepost op 7 juni 2010 # | Reageer

Warm hart

cupcakesDeze week werden we op het bedrijf aangespoord om een EHBO-cursus te volgen. Gedurende 1 uur tijdens onze werktijd zouden we training krijgen over wat we moeten doen als iemand in ons bedrijf een hartaanval krijgt. Via het intranet werd ons hart warm gemaakt om deze training te volgen. Ik vond het een fantastisch initiatief.

Toen het uur van de training aangebroken was, zag ik tot mijn grote consternatie dat het leslokaal alleen gevuld was met vrouwelijke collega’s. Eerst dacht ik dat dit de vrouwelijke sessie van de training was. Mis. Toen ik rondvraag deed waar Tom, Alain, Shankar, Yoshi en de andere mannelijke collega’s bleven, bleken ze het allen enorm druk te hebben. Ze hadden geen tijd om te leren hoe je kan proberen om iemand met een hartaanval langer in leven te houden. Verfoeilijk! En een mooi voorbeeld dat ook in ons bedrijf het model van competitief leiderschap de bovenhand haalt over het coöperatief leiderschap waar vrouwen zo veel beter in zijn.

Raar maar waar; toen de les achter de rug was passeerde ik ons rooklokaal op het hoogste verdiep. Drie mannelijke managers zaten er rustig een sigaret te roken met de grootste glimlach op hun snoet!

Ik kreeg bijna een hartaanval!

Gepost op 6 mei 2010 # | Reageer

Gekunsteld

Ik ben net terug van mijn zoveelste zakenreis naar Dubai. Iedere keer als ik vertrek, krijg ik jaloerse blikken van collega’s die denken dat ik weer naar ‘het paradijs’ ga. Zelf heb ik het moeilijk met dat droombeeld dat Dubai van zichzelf ophangt. Want het is eenzijdig en gekunsteld.

Oké. In deze periode van het jaar geniet je er van heerlijke zonneschijn. Maar in de zomer is het er wel méér dan 50 graden. En ja, Dubai is een shoppingparadijs. Maar alleen als je stinkend rijk bent, want het is er stukken duurder dan bij ons. Een ander cliché is dat buitenlanders er welkom zijn. Dat klopt. Je bent in een Arabisch land maar je ziet in 10 dagen amper een paar Arabieren. Maar, ook al woon en werk je 50 jaar in Dubai, je blijft een immigrant. Je kan er nooit staatsburger worden. Verder zou je er poen met hopen scheppen en na drie jaar werken op pensioen kunnen. Dat gebeurt soms, maar enkel bij de ‘happy few’.

Toen ik onlangs met een Aziatische stewardess praatte die er voor een lokale vliegtuigmaatschappij werkt, brak mijn klomp. Ze vertelde me dat ze nooit een arbeidscontract zal krijgen. Iedere werkdag kan haar laatste zijn. Dat is extra erg als je weet dat ze zonder job direct terug naar haar land van herkomst ‘vliegt’. En wanneer werknemers tegen zulke praktijken durven te protesteren -zoals onlangs het geval was- worden ze meteen ontslagen en het land uitgezet.

België mag dan geen rozig droombeeld ophangen van zichzelf, zelf weet ik wel waar ík liefst woon en werk…

Gepost op 8 maart 2010 # | Reacties: 6 | Reageer

Glitter en glamour

celluloid Vorig weekend woonde ik als figurant een opname bij voor de toekomstige tv-serie ‘Het goddelijke monster’ van Tom Lanoye. De opnames vonden plaats in Brussel. Zaterdag figureerde ik als straatveger en zondag speelde ik een ‘demonstrant’ in een reconstructie van de Witte Mars.

Hoe ik ertoe kom om zoiets te doen? Wel, het figurantenbureau lokte me met de belofte dat ik zo eens echt kon meemaken hoe het er op een filmset aan toe gaat.

Ik moet zeggen dat de glitter en glamour die ik verwachtte ver te zoeken waren. Het was vooral kou lijden en je ‘geduldsdrempel’ overschrijden. Eigenlijk was het echte slavenarbeid. Twaalf uur lang moesten we ‘de wil en de gril’ van de filmregisseur ondergaan. Een leger medewerkers -jonge, trouwe kolonels en goedgeluimde soldaten- hielp hem om het voetvolk van figuranten steeds weer dezelfde bewegingen te laten uitvoeren. Sommige scènes moesten we tot tien keer opnieuw doen! De ene keer was er te veel zon voor de gebruikte lens, een andere keer kreeg een ‘oudstrijder’ die meeliep in de Witte Mars te veel medailles opgespeld, en ga zo maar door…

Vreemd genoeg slikten de meesten dit zonder al te veel morren, ook al zag je op het einde van de draaidag meer frustratie op de gezichten dan wat anders. Zelf stelde ik me de vraag of ik deze manier van werken ooit zou kunnen accepteren in mijn eigen werkomgeving als manager? Of erger: in mijn privéleven? En dan denk ik: ‘Jamais de la vie!’

Hoe dan ook, de straten rond de Beurs zijn weer schoon geveegd, nadat ik ze eerst zelf vuil maakte met papiersnippers en kapotte ballonnen. Tja, op een filmset kan het allemaal. :-)

Gepost op 23 februari 2010 # | Reacties: 2 | Reageer

Japanse klantvriendelijkheid

japanse geishaVorige week was mijn Turkse collega Iskender op zakenreis in het Japanse Osaka. Toen hij bij zijn hotel arriveerde, was de portier er als de kippen bij om de taxideur voor hem te openen en zijn koffer uit zijn handen te sleuren. Typische Japanse gedienstigheid. Maar toen die brave jongen de deur ook nog eens toesloeg, liep de coördinatie in het honderd: Iskenders voet zat er nog tussen!

De portier -totaal in verwarring- begon haastig ‘sumimasen sumimasen’ te roepen, wat zoveel betekent als ‘sorry sorry!’. En enkele van zijn collega’s voerden meteen een bakje ijs en een brancard aan. Mijn vriend was hiervan zo onder de indruk -en voelde zich ook wel gegeneerd- dat hij op slag geen pijn meer voelde. Hij wilde liefst zo snel mogelijk verdwijnen naar de meeting in het hotel maar… zo gemakkelijk kwam hij er niet vanaf.

Tijdens de meeting werd er zachtjes op de deur geklopt. Drie afgeborstelde heren, de vicepresident van het hotel incluis, overhandigden hem met beteuterde gezichten een lading chocolaatjes en sake. Om de pijn te verzachten. Er zat ook een enveloppe bij met geld om naar de dokter te gaan. Mijn vriend verzekerde dat dit niet hoefde, maar de spijs en drank moesten hoe dan ook van eigenaar veranderen. Het geld verdween -zij het met tegenzin- terug in de zak van de hotelmanager.

Wie dacht dat daarmee de kous af was, kent de Japanse doortastendheid nog niet.

Bij het uitchecken vroeg de hoteldirecteur -die Iskender persoonlijk kwam uitwuiven- waar hij die nacht zou verblijven. Iskender gaf de naam van een hotel in Tokio. Toen hij er zich ’s avonds aanmeldde, werd hij door een bevallige jongedame begeleid naar de duurste kamer. Protesterend dat hij die helemaal niet geboekt had, werd hij rondgeleid in een suite met sauna, jacuzzi, champagne en een subliem uitzicht. Wie de rekening zou betalen? Die werd doorgestuurd naar het hotel in Osaka. Zij hadden gevraagd om zijn geboekte kamer de hoogst mogelijke upgrade te geven en wilden alle kosten betalen.

Gepost op 18 februari 2010 # | Reageer

Migrantengesnater

vriezeganzenIk heb vier paarden die in Damme verblijven op de boerderij van mijn ouders. Tijdens het weekend trek ik met hen de wijde natuur in. Dit is telkens een heel intense ervaring. Zo was het ook vorige zondagochtend. Met Wiske -een trotse witte merrie- huppelde ik langs de Damse Vaart toen ik plots -midden in een stuk ongerepte natuur- werd geconfronteerd met een bende migranten.

Het was een ochtend zoals in de film: een dichte mist dreef over het water, een dampend paard probeerde de nevel te vertrappelen en er heerste een doodse stilte waar een stadsmus gegarandeerd depri van zou worden. Ik voelde een speciale band met Wiske, op dat moment mijn enige toeverlaat. En ook zij voelde die band. Dat zag ik aan haar alerte oren.

Het waren diezelfde witte paardenoren die me duidelijk maakten dat er een decorverandering op komst was. Het begon met een vaag krijsend geluid dat aangroeide tot een monotoon gegalm en dan overging in een onsamenhangend gebulder. In muzikale termen zou je kunnen zeggen; van een wiegeliedje tot stevige hardrock van AC/DC. Dit gesnater kon gemakkelijk een man van zijn paard slaan!

De orkestleden? Een paar honderden vriezeganzen. Deze vogels, afkomstig uit Siberië en Spitsbergen, komen hier jaarlijks tijdens de wintermaanden het groene gras van de Damse polders oppeuzelen. En dat zonder enige verblijfsvergunning. Het puurste profitariaat dus. En toch hebben ze een enorme locale fanclub (een paar vloekende boeren niet te na gesproken): telkens komen horden vogelaars hen bestuderen met de meest vernuftige apparatuur. Vreemd dat mensen soms verdraagzamer zijn voor dieren dan voor hun medemensen…

Gepost op 10 februari 2010 # | Reacties: 1 | Reageer

Mediteren in een Boeddhistisch klooster

japanse maaltijdToen ik onlangs op Een de uitzending "Zenboeddhisme in Japan" van Annemie Struyf zag, dacht ik terug aan mijn eigen ervaring in een boeddhistisch klooster.

Ik woonde toen in Japan en werkte op het hoofdkwartier van mijn Japans bedrijf. In totaal waren we met vier buitenlanders tussen 12.000 Japanse collega’s. Op een dag besloot het topmanagement dat de vier buitenlanders een culturele brainwashing moesten ondergaan. Daarom werden we, samen met enkele Japanse collega’s, voor tien dagen naar een prachtig Zenboeddhistisch klooster gestuurd, midden in de bergen rond Kyoto…

We waren nog maar net aangekomen in het klooster toen de kloosterlingen ons vertelden: “In Zazen, you have no goals!” Wij, doorwinterde ‘business men’ wisten niet wat we hoorden. We keken hen zo verrast aan alsof we Boeddha zagen verschijnen. :-) Voor wie niet thuis is in het Zenboeddhisme: Zenboeddhistische kloosterlingen doen aan ‘Zazen’ of ‘zittende meditatie’. Door al zittend te mediteren zonder een woord te zeggen, zou je rustig worden en bevrijd raken van al je lijden.

De eerste oefening die we ondergingen, was: opnieuw leren ademen. Als leidmotief kregen we een onbegrijpelijk mantra te horen. Daarna mochten we deelnemen aan de Zazen. Concreet moesten we elke dag urenlang met de ogen dicht in kleermakerszit zitten en onze handen openen, duim tegen duim. De bedoeling was om ons hoofd compleet leeg te maken en aan niks te denken. Die kleermakerszit was voor mij de grootste beproeving. Na tien minuten had ik al oncontroleerbare kramp in mijn benen. Onze leermeester dacht dat ik met zijn voeten aan het spelen was. Hij kwam voor me staan en klopte met zijn stok op mijn rug. Zo zou de ernst terugkomen in de tempelzaal. Ik had echt mijn best gedaan, en toch werd ik afgestraft! Ik voelde me vernederd, maar de kloosterlingen maakten me duidelijk dat ik dit niet persoonlijk mocht opvatten. Je moet je persoonlijke gevoelens zo rap mogelijk doorslikken, want dat is allemaal ballast.

De meditatie vond niet alleen overdag plaats, maar ook midden in de nacht. En het toeval wou dat het een koude decemberweek was tussen kerst en nieuw. Ik kon mijn hoofd dan ook totaal niet leeg maken. De bijtende kou (er was geen verwarming in de tempel) zorgde voor een constante godslastering in mijn gedachten.

Alles ging min of meer goed tot Nieuwjaarsnacht aanbrak. Toen deden mijn buitenlandse collega’s en ik ‘de muur’ (zoals ze in het leger zeggen). We ontsnapten en gingen uitbundig dansen en drinken. Helaas betrapte de Japanse kok van dienst ons toen we om vijf uur thuiskwamen. Deze keer volgden er geen stokslagen als straf, maar een directe tempelverbanning. Eigenlijk kon het ons geen barst schelen want we hadden andere delen van de Japanse cultuur ontdekt die geen enkele leermeester ons ooit uit de doeken kon doen.

Geef mij maar een goede trappist. Die schenkt me alle Zazen die ik nodig heb in dit leven!

Gepost op 5 februari 2010 # | Reageer

Vertel je verhaal

pluimpjeEen paar jaar geleden zat ik mijzelf af te vragen wat mijn 'toegevoegde waarde' was in deze wereld. Ik kwam tot de conclusie dat ik constant met geld bezig was, en te weinig met mensen. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een sociaal project in mijn leven. Dat heb ik gevonden in vrijwilligerswerk voor de zelfmoordlijn bij het Centrum ter preventie van zelfmoord. Voor mij was het een ware openbaring. Hallucinant, shockerend, maar soms ook zo hartverwarmend.

Het leerde me een totaal ander, verborgen gezicht van Vlaanderen kennen. Ik wist niet hoeveel ongekend verdriet er verdoken zit achter die 'lachende gezichten'-maatschappij. In Japan is zelfmoord dikwijls een erezaak, hier in Vlaanderen is het ieder jaar voor meer dan duizend mensen een ultieme verlossing van opgehoopte pijn, onmacht, onzekerheid. Door een luisterend oor te zijn aan de zelfmoordlijn werden er voor mij heel wat zaken duidelijker in dit bestaan. Bijvoorbeeld:

  • De schoonheid van je toekomst hangt af van je beleving van het verleden. Je kan pas verder op stap wanneer je de pijn uit het verleden een plaatsje hebt kunnen geven in je eigen leefwereld. Dingen die je niet kan vergeten of vergeven moet je kunnen opbergen. Voor jonge mensen is dat dikwijls een zware opgave.
  • De gelukkigste mensen hebben niet het beste van het beste, maar zij maken het beste van wat ze hebben. Dat is niet alleen in armere landen zo, ook hier waar we uiteindelijk 'stinkend rijk' zijn. Tevreden zijn met wat je hebt is een enorme luxe.
  • Wanneer een deur naar geluk zich sluit, gaat er heel dikwijls een andere open. Vaak staren we ons blind op die ene die gesloten is. Voor ieder probleem bestaat er een oplossing, anders is het geen probleem.

Deze inzichten probeer ik mezelf ook eigen te maken. Hoewel het natuurlijk voor een stuk ook in de aard van het beestje ligt of je positief of negatief bent, zeker of onzeker, enzovoort.

Maar hoe je ook in elkaar zit, volgens mij is er altijd één iets belangrijk: deel je ervaringen en verhalen met andere mensen! Daarom denk ik dat deze weblog een fantastisch idee is, ook al is het maar een kleine druppel in een onmetelijke oceaan.

Ik wens iedereen een fantastische verdere levensreis, met alle wind in de zeilen ...

Gepost op 1 juni 2007 # | Reacties: 2 | Reageer

Bodybuilder of softie?

bodybuilderIk ben al een paar weken mijn tweejarig veulen Fabian aan het africhten. Deze periode duurt ongeveer een jaar en gedurende die tijd leer je het ware karakter van je paard kennen. Banden worden gesmeed of verbroken. Voor mij zijn dat fantastische paardenmomenten.

Fabian weegt nu 550 kg en meet meer dan twee meter. Ik ga nooit letterlijk een gevecht aan om de overmacht te halen. Om tegen die oerkracht op te kunnen zou je een bodybuilder moeten zijn. Waar het wel op neer komt is, dat je je paard in de waan laat dat jij machtiger bent. Dat is erg belangrijk want eens het de smaak van onoverwinnelijkheid heeft geproefd, kan het een dodelijk monster worden. Maar met de juiste opleiding kan je zelfs van de meest bronstige hengst je trouwe vriend maken.

Mijn instinct zegt dat je doodeerlijk moet zijn als je een paard wil africhten, maar ook heel rechtlijnig en streng. Met zachtheid alleen kom je er niet. Verder is de manier waarop je communiceert erg belangrijk. In het begin is het vooral je lichaamstaal die de deur naar de paardenhersenen op een kier zet. Een paard is niet zo intelligent. Daarom vraagt africhten enorm veel tijd en geduld. Een doorsnee paard zou ongeveer het IQ hebben van een tweejarig kind. Maar mijn Fabian is natuurlijk veel slimmer. :-)

Als paardenafrichter probeer je te denken als een paard. Zo moet je signalen leren herkennen die op bepaalde gevoelens wijzen. Een voorbeeld bij Fabian is de mimiek. Die verraadt zijn gemoedstoestand. Z'n ogen stralen dezelfde schrik, lust of bewondering uit als de mijne wanneer ik een elegante vrouw op straat zie. Of zijn oren: als die plat liggen wees dan op je hoede, want op dat moment is er veel agressie aanwezig. Maakt zijn staart veel draaibewegingen, dan weet ik dat hij heel nerveus is. Ik moet dan direct reageren om hem weer rustig te stemmen.

Mijn uitgangspunt is dat ik bepaald gedrag wil 'aan'-leren, niet 'af'-leren. Dat doe ik door Fabian vooral positieve ervaringen te laten smaken. Als je een paard veel beloont, zal het spontaan en creatief op zoek gaan om opnieuw tot die beloning te komen. Zo leert het blijvend iets bij. In dwingende straffen geloof ik niet echt. Ze kunnen soms nuttig zijn om bepaalde zaken af te leren, maar een paard leert er niets door bij.

Voilà: de kracht van zachtheid, en dat met mijn 69 kg!

Gepost op 31 mei 2007 # | Reageer

Dubai, hemel of hel?

kameel voor flatgebouwenIk moet voor de derde keer dit jaar, naar Dubai. Een lidstaatjes van de Verenigde Emiraten.

Als je de reisbrochures mag geloven is het de nieuwe tropische oase van deze wereld. Maar ik noem het eerder een oververhitte zakenhe(me)l.

Op de heenvlucht zit ik naast een boeiende Vlaming die zijn Dubai-verhalen met gemak naast de mijne kan leggen. Het ene verhaal is al straffer dan het andere. Hoe dan ook, hij werkt voor een buizenfabrikant en gaat logeren in het meest prestigieuze zevensterrenhotel, de Burj Al Arab. Kostprijs per nacht: 950 euro. Dat van mij heeft maar vijf sterren en kost een vierde van de prijs. 240 euro per nacht betalen, en toch een 'loser' zijn, dat is typisch voor Dubai.

Na een nacht slecht slapen, begin ik pas om 10 uur aan mijn eerste meeting. Ik neem altijd tijd voor een ontbijt. Voor mij is dat de perfecte start van iedere dag, ook in België. Ik ontbijt buiten met een wonderlijk zicht op de zee-inham waar de stad Dubai rond gebouwd is. Een bord vol tropisch fruit en Arabische specialiteiten schenkt me extra energie en zin om ervoor te gaan.

Samen met m'n Duitse en Poolse collega word ik door mensen van ons kantoor in Dubai afgehaald. Onze kantoren in het Midden-Oosten zijn meestal bemand door een mix van Japanners, Indiërs en soms Egyptenaren. De Arabieren hebben heel weinig zin om voor een Japanner te werken. Ik vang soms op dat ze zich daar te goed voor voelen.

Ik heb Dubai de voorbije 15 jaar zien ontwikkelen van een vissersdorp tot een internationaal zakencentrum. De gezellige charme is verdwenen. Het is nu een opeenhoping van wolkenkrabbers. Er wordt hier trouwens een van de hoogste gebouwen ter wereld gebouwd: een 800 meter hoog kantoor van beton en glas dat Dubai op de wereldkaart moet zetten. Imago is zó belangrijk. Dubai is een marketingproduct, een artificiële wereld die bewijst dat je met genoeg geld ook de natuur kan controleren. Van een verlaten woestijn is het omgetoverd tot een drukke wereld waarin een paar miljoen mensen leven.

De bevolking is geëxplodeerd door een constant toestromen van Aziatische immigranten. De lokale Arabische bevolking telt minder dan 20% van de 1,6 miljoen mensen die nu in Dubai wonen. Toch blijven de Arabieren alles controleren, zonder enige inspraak van de nieuwkomers. Maar ze hebben de Chinezen, Indiërs en Pakistani wel nodig als goedkope en tijdelijke werkkrachten. Die laaggeschoolde mensen komen hier hun geluk zoeken. Voor een periode van vijf jaar moeten ze keihard werken om zo hun droomhuisje in hun thuisland te kopen. De hogergeschoolden blijven iets langer en starten meestal hun eigen zaak.

Tijdens de drie dagen hier in Dubai hol ik van de ene zakelijke bespreking naar de andere. Nieuwe projecten opstarten, bestaande klanten bedanken voor contracten, marktonderzoek doen, een reorganisatie binnen ons bedrijf bespreken … In de Arabische wereld neemt het altijd enorm veel tijd in beslag om tot een beslissing te komen. Onderhandelen lijkt hier wel een hobby. Dit is enorm zenuwslopend voor een ongeduldig persoon als ik. Ik verkies actie en snelheid. Gelukkig kan ik ontstressen dankzij een dagelijkse portie sport. Fitnessen of zwemmen in het hotel of soms wat tennissen met een klant.

Na een week op reis, voel ik de drang om terug te keren naar mijn heimat. M'n terugvlucht is geboekt om 2 uur 's nachts. Uiteindelijk duurt het 15 in plaats van 11 uur voor ik terug op Belgische bodem sta. Soms is het leven een calvarietocht ...

Gepost op 29 mei 2007 # | Reageer

Zijn zakenreizen veredelde plezierreisjes?

zijn zakenreizen veredelde plezierreisjesIk ben ongeveer 120 dagen per jaar een Vlaming op en in de vlucht. Voor veel mensen lijken zakenreizen veredelde plezierreisjes. Onze boekhouders noemen het zelfs betaalde vakantie. Ik kan je verzekeren dat de realiteit soms een heel ander verhaal is.

Een zakenreis begint voor mij al een paar weken voor de vertrekdatum. De voorbereiding is een ritueel. Ze bepaalt meestal het succes van een de trip. Een collega waar ik al 13 jaar mee samenwerk, regelt de praktische zaken: de juiste vluchten, visums, hotels, lokaal vervoer, … Wat ik zelf het vervelendst vind aan de voorbereiding is: mijn valies maken. Ben ik geen documenten vergeten, welke en hoeveel kleren moet ik meenemen, heb ik voldoende cash bij me, enzovoort. Dit is eigenlijk het enige dat me zenuwachtig kan maken als ik op reis ga.

De volgende etappe is de luchthaven, mijn 'tweede thuis'. Op tijd aankomen, inchecken, wat geschenken kopen voor klanten, wachten op de vlucht. In deze fase zet ik mijn verstand op automatische piloot. Eenmaal in het vliegtuig, draai ik de knop in mijn hoofd om, en vergeet ik België. Ik probeer de tijd in de lucht zo nuttig mogelijk te gebruiken. Voor mezelf en voor het bedrijf. Met een mix van boeken lezen, meetings voorbereiden, wat Spaans studeren en een filmpje bekijken, gaat de tijd snel voorbij.

Al dat reizen kost het bedrijf veel geld. Je bent nooit zeker wat het opbrengt op korte termijn. Van de Japanners heb ik geleerd om zakenreizen te beschouwen als een investering op lange termijn. Maar, reizen kosten ook veel menselijke energie, zeker weten. Het put je uit zonder dat je het beseft.

Gelukkig gunt het bedrijf ons wel wat luxe. Vliegen we langer dan 4 uur, dan mogen we bijvoorbeeld in businessclass. Ik denk trouwens niet dat ik deze functie zou kunnen doen zonder dit soort 'cadeaus'. De job is soms enorm zenuwslopend, en daarom vind ik het de plicht van het bedrijf om de werknemers in de beste condities ter plaatse te brengen en te laten leven. Zoiets betaalt zich zeker terug.

Het is net als tijdens een oorlog: je moet je soldaten verwennen als je wil dat ze voor jou blijven vechten. Weinig soldaten zullen gemotiveerd blijven als ze met een lege maag naar het slagveld gestuurd worden.

Wat ik erg leuk vind aan zakenreizen is dat je dikwijls nieuwe mensen leert kennen. Dat begint vaak al met de persoon die naast je zit in het vliegtuig. Hoewel dit in businessclass wel eens tegenvalt. De meeste zakenmensen willen in eenzaamheid vliegen. Een beleefde groet, 'smakelijk eten' en 'tot ziens' is het volledige repertoire tijdens een vlucht van zes uur.

Gepost op 25 mei 2007 # | Reageer

Diploma is een bijkomstigheid

Bord met krijtjeIk vraag me dikwijls af wat de beste manier is om tot een beslissing te komen. Als manager of gewoon in het dagelijkse leven. Moet je beslissen op basis van je verstand of intuïtie?

Mijn ervaring is dat de rede mij veel mogelijkheden voorschotelt, maar me soms in de steek laat om de juiste er uit te vissen. Mijn intuïtie of 'buikgevoel' kiest uit al die opties vaak feilloos de beste. Ik denk dus dat je meer beroep moet durven doen op je intuïtieve kennis.

Daarom zorgt een mix van jonge en oudere mensen in een team voor een goede kruisbestuiving. Jongeren, en zeker kinderen, voelen bijvoorbeeld instinctief aan hoe mensen in elkaar zitten. Zoals bij de dieren, is dit een middel om te overleven. Vaak gaat intuïtie verloren bij de ontwikkeling van het verstand. Alleen in extreme situaties wordt ons verstand even uitgeschakeld. Dan durven we wel blindelings op onze intuïtie te vertrouwen.

Op dit vlak volg ik de Japanners bij het aanwerven van nieuwe mensen. Wat je gestudeerd hebt is een bijkomstigheid. Je diploma zegt iets, maar eigenlijk ook niets over jezelf. Kennis verwerven is maar een eerste stap. Uiteindelijk kan iedereen dat. Het is een kwestie van een normale begaafdheid en een bepaald doorzettingsvermogen.

Maar daarna volgt de ware test: een test die alleen de goede mensen doorstaan. Je moet de moed vinden om je rugzak met al je kennis erin, op te pakken en daarmee de wereld rond te trekken. Steeds verder trekken, weg van het startpunt, weg van wat de school je influisterde.

Voor mij komt het soms zielig over als mensen van pakweg 35 jaar nog steeds hun diploma als basis gebruiken om een job of promotie te behalen. Wat is die kennis nog waard? Geef mij maar moedige en fantasierijke collega’s.

Gepost op 23 mei 2007 # | Reacties: 10 | Reageer

De snor van Mustafa

Lachende Turk met snorVandaag bezoek ik een producent van bouwmaterialen in het oosten van Turkije, Gaziantep. Samen met m'n Turkse collega neem ik in de vroege ochtend een binnenlandse vlucht vanuit Istanbul. Na meer dan twee uur vliegen landen we in een totaal andere wereld: een mengeling van Arabische, Koerdische en Turkse elementen. Het is moeilijk te geloven dat dit het land is dat ernaar snakt om de EU binnen te treden.

In de luchthaven worden we opgewacht door een van de grote bazen van het bedrijf. Zijn hele gevolg vaart in zijn zog. Vooral z'n gigantische snor maakt een overweldigende indruk op me. Mustafa vertelt me dat hij een selfmade man is die vanuit z'n garage een machtig plaatselijk imperium heeft opgebouwd.

Indruk maken is belangrijk in Turkije. Het haantjesgedrag bij de mannen is met de moederborst meegegeven. En dus rijden we met Mustafa's dikke Mercedes naar het bedrijf. Tijdens de rit wordt me duidelijk dat onze onderhandeling vooral op vertaling en lichaamstaal gebaseerd zal zijn.

Over zakelijke aspecten wordt er tijdens het eerste uur weinig gesproken. Voetbal, politiek, familie en plaatselijke roddels zijn de hoofdthema's. Opvallend is dat vijftien minuten Turks gebabbel overeenkomt met tien seconden Engelse vertaling.

's Middags eten we een lokale kebab. In het restaurant heeft Mustafa heel wat aanzien. Iedereen kruipt voor hem en voorbijgangers komen handjes schudden. De intimi mogen hem kussen. Aan onze tafel is er heel wat ambiance en het is geen ogenblik stil. De ene heftige discussie volgt de andere op. Ik heb het gevoel dat in Turkije niet zozeer de woorden belangrijk zijn, maar wel het vuur waarmee je ze uitspreekt.

Voor we terug naar het bedrijf gaan, wandelen we door de bazaar. Op een bepaald moment toon ik iets teveel interesse voor enkele kruiden. Mustafa geeft direct het bevel aan de verkoper om een zak te vullen met die specerijen. Ik besluit om niets meer aan te raken.

Als we in het bedrijf zijn, word ik zenuwachtig: Mustafa maakt nog altijd geen aanstalten om over een jaarcontract te spreken. Eerst moeten we zijn troetelkind omarmen en bewonderen: het productiebedrijf. Ook hier wordt hij op handen gedragen.

Pas op het laatste moment gaan we aan tafel zitten om over onze verdere samenwerking te praten. Het is hartverscheurend om te horen hoe slecht het gaat met zijn bedrijf. Ik krijg er bijna tranen van in de ogen. Maar dan komen de bikkelharde onderhandelingstechnieken boven. Meedogenloos maar met een brede glimlach probeert hij het onderste uit de kan te halen.

Uiteindelijk lukt het ons om een compromis uit te werken. De overeenkomst wordt bezegeld met een oosterse omhelzing en twee kussen op mijn wang. Mustafa's snor lijkt wel het spijkerbed van een fakir …

Gepost op 21 mei 2007 # | Reageer

Turks opium

voetbalDeze week ben ik op zakenreis in Turkije. Rondtrekken in Turkije is een kleurrijke en intense ervaring. Het is een land vol hartstochtelijke emoties: er is constant een dualiteit tussen goed en kwaad. En bovenal: het is een paradijs van de gastvrijheid. Verder houd ik ook van hun dynamisme en flexibiliteit: je beseft hier elk moment van de dag dat er bloed door je aders vloeit.

Het wordt een overdrukke week: ik moest zaterdag al vertrekken om een aantal 'sociale' verplichtingen te vervullen. En nu heb ik nog 15 meetings in 4 dagen, verspreid over dat immense land.

Maar, mijn reis begint pas echt met … voetbal. Een belangrijke zakenrelatie, Mehmet-bey, heeft me namelijk uitgenodigd om de cruciale voetbaltopper bij te wonen tussen de nummers 1 en 2 van de competitie: Fenerbahce en Besiktas.

Voetbal is hier geen sport. Het is water en brood voor deze maatschappij. Iedereen heeft z'n favoriete club. De keuze voor een club zegt iets over je leven, je politieke gevoelens, je status en je familie. Iedere dag staan de kranten vol voetbaldetails, en er zijn speciale voetbal-tv-stations. Voetbal is in Turkije een goedaardig opium voor het volk, lijkt me. De godsdienst kan er in elk geval niet aan tippen.

De wedstrijd begint om 21 uur, maar we zijn al in het stadion om half acht, want de ambiance vóór de match is even belangrijk als de match zelf. De twee supporterclans vechten vooraf hun eigen wedstrijd uit. Een fanatieke en vooral erg vocale oorlog. Iedere club heeft eigen liederen. Op de grasmat staan de orkestleiders de supporters op te hitsen. Bedoeling is de andere te overtreffen, en daarvoor zijn alle middelen goed: duizenden vlaggen, vuurwerk, vooroorlogse muziekinstrumenten, maar vooral de Turkse hese kelen.

Ik sta perplex. Hiermee vergeleken is een U2-concert een kleuterschool. Mehmet-bey vraagt me of ik me neutraal wil opstellen. Ze kennen me niet in dit voetbalvak, en infiltranten lusten ze rauw. Als bewijs van mijn liefde voor de club moet ik met hem hand in hand de tribune instappen. Ik voel me er ongemakkelijk bij om zo door de meute te moeten laveren. Bovendien voelt het lichamelijk aanraken zoals Turken dat doen wat vreemd aan. Maar eens ik zit, geniet ik van het spektakel. Een Turkse voetbalwedstrijd is een opera. Een drama over leven en dood.

De uitslag heeft voor mij weinig belang, maar Fenerbahce wint de wedstrijd, en hiermee de hele competitie. Het is een catastrofe voor Mehmet-bey. Hoogstwaarschijnlijk troost hij zich met de gedachte dat een overwinning zinloos is zonder erkenning. Zijn ploeg blijft toch de beste …

Gepost op 18 mei 2007 # | Reacties: 3 | Reageer

Joblog

Joblog Steven

Manager Steven "Na 23 jaar werken in een Japans bedrijf krijg ik wel eens te horen dat ik een halve Japanner geworden ben. Dat is misschien overdreven, maar de confrontatie met die andere cultuur is heel boeiend. Het is vaak door de zure appel heen bijten, maar de nasmaak is fantastisch!"

Alle berichten
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • juni 2007
  • mei 2007

De andere blogs

Consulent arbeidsbemiddeling WimJoblog Wim

opleidingscoördinator TineJoblog Tine

copywriter MaartenJoblog Maarten

Vertaler AnJoblog An

RedactieRedactieblog
Fons LeroyFonsblog

WeblerenWebleerblog

Zelf bloggen?

Wil jij ook bloggen over je job? Contacteer ons op moderator@vdab.be.

RSS (Wat is dit?)

© 2010 VDAB - Disclaimer - info 0800 30 700 (ma-vr 8 tot 20 uur) of info@vdab.be