Taboe, tabu, taboo

Mijn uitgangspunt is: spreken over datgene wat taboe is, zal er op termijn voor zorgen dat het geen taboe meer is. Onder andere daarom was ik vier jaar vrijwilliger bij de zelfmoordlijn. Ik probeerde er taboes zoals zelfmoord, huishoudelijk geweld, incest en alcoholverslaving bespreekbaar en dragelijker te maken.
Taboes bestaan niet alleen in Vlaanderen. Dat is me al dikwijls opgevallen op mijn buitenlandse zakenreizen. Zelfs het woord ‘taboe’ is internationaal. Zo is het Japans voor taboe ‘tabuu’. In het Duits, Spaans, Zweeds, Pools en Turks spreekt men van ‘tabu’. In het Engels wordt dat ‘taboo’, in het Frans ’tabou’ en in het Esperanto ‘Tabuo’.
Ieder land heeft zo zijn eigen taboes. In Japan is het heel ongepast om over de Keizerlijke familie te spreken. Of over de rechten van de minderheden in hun land. Ook de rol van Japan tijdens WO II bespreken is ‘not done’. En helemaal uit den boze is het om het over de Yakuza -een Japanse criminele organisatie à la de Westerse maffia- te hebben. Het is zelfs een zwaar taboe om op kantoor je kleinste tatoeage te laten zien, omdat dit onmiddellijk geassocieerd wordt met de maffia.
Ook bij mijn Duitse collega’s is de oorlog een heikel punt. Zeker bij de jongere generatie. Die rolt zich direct op als een egel en smoort het onderwerp in de kiem met de oneliner: ‘Onze generatie heeft daar niets mee te maken!’ Klopt. Maar waarom kan er niet gewoon over gesproken worden? Is het schaamte? Of onverwerkte afschuw?
Bij mijn Indische vrienden probeer ik soms een duidelijker beeld te krijgen over hun kastensysteem. Maar de enige reactie die ik dan krijg, is een paar hoofdschuddende bewegingen en een verweesde glimlach die snel uitsterft.
En als ik bij mijn Turkse of Arabische collega’s ‘niet bestaande realiteiten’ zoals homoseksualiteit, verdoken alcoholconsumptie of de ongelijkheid tussen man en vrouw wil aankaarten, krijg ik banvloeken over me heen.
Taboes zijn voor mij als verboden vruchten die ik telkens weer probeer te plukken, wat niet zelden tot oververhitte discussies leidt. Over sommige zaken spreek je nu eenmaal niet.
Na dit pleidooi zul je waarschijnlijk denken dat ik zelf volledig immuun ben voor taboes. Maar helaas. Driemaal helaas. Ook ik heb een taboe, meerbepaald een paardenvleestaboe. Ik hou van paarden -ik heb er zelf-, dus als ik in het warenhuis paardenvlees zie liggen, moet ik mijn ogen sluiten. Anders voel ik me medeplichtig aan moord. Ik mag er niet aan denken dat mensen ooit van mijn lievelingspaard Fabian (zie foto) zouden peuzelen. Alleen al door erover te schrijven, voel ik mij al een bloeddorstige kannibaal met een paardenbeen door mijn neus!



Vorige week was ik op zakenreis in het land van melk en honing, Israël. Altijd een boeiende, maar ook stresserende ervaring. Zeker nu het land zich aangevallen voelt door de hele wereld na het debacle met de Turkse ‘vredesboten’: volgens de lsraëlieten een listige val waar hun nietsvermoedende soldaten ingelopen zijn.
Tijdens deze verkiezingen heb ik opnieuw de eer om voorzitter te zijn in een Brussels stembureau. Mijn missie begon met een onverwachte brief tijdens de tweede week van mei.
Vorige week was ik op bedrijfsbezoek bij een Nederlands bedrijf in Groningen. De autorit Brussel-Groningen duurde vier uur, dus had ik tijd genoeg om naar de Nederlandse radio te luisteren. Het viel me op dat er constant over voetbal werd gepraat, zowel tijdens de radioprogramma’s, de reclame als het nieuws. Grondige en ongegronde analyses, oeverloze debatten, domme voetbalspelletjes en positieve winstprognoses voor Oranje volgden elkaar op. Het stak me snel tegen. Dan maar een klassieke muziekzender gekozen om me tot de studentenstad te vergezellen.
Deze week werden we op het bedrijf aangespoord om een EHBO-cursus te volgen. Gedurende 1 uur tijdens onze werktijd zouden we training krijgen over wat we moeten doen als iemand in ons bedrijf een hartaanval krijgt. Via het intranet werd ons hart warm gemaakt om deze training te volgen. Ik vond het een fantastisch initiatief.
Vorig weekend woonde ik als figurant een opname bij voor de toekomstige tv-serie ‘Het goddelijke monster’ van Tom Lanoye. De opnames vonden plaats in Brussel. Zaterdag figureerde ik als straatveger en zondag speelde ik een ‘demonstrant’ in een reconstructie van de Witte Mars.
Vorige week was mijn Turkse collega Iskender op zakenreis in het Japanse Osaka. Toen hij bij zijn hotel arriveerde, was de portier er als de kippen bij om de taxideur voor hem te openen en zijn koffer uit zijn handen te sleuren. Typische Japanse gedienstigheid. Maar toen die brave jongen de deur ook nog eens toesloeg, liep de coördinatie in het honderd: Iskenders voet zat er nog tussen!
Ik heb vier paarden die in Damme verblijven op de boerderij van mijn ouders. Tijdens het weekend trek ik met hen de wijde natuur in. Dit is telkens een heel intense ervaring. Zo was het ook vorige zondagochtend. Met Wiske -een trotse witte merrie- huppelde ik langs de Damse Vaart toen ik plots -midden in een stuk ongerepte natuur- werd geconfronteerd met een bende migranten.
Toen ik onlangs op Een de uitzending "Zenboeddhisme in Japan" van Annemie Struyf zag, dacht ik terug aan mijn eigen ervaring in een boeddhistisch klooster.
Een paar jaar geleden zat ik mijzelf af te vragen wat mijn 'toegevoegde waarde' was in deze wereld. Ik kwam tot de conclusie dat ik constant met geld bezig was, en te weinig met mensen. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een sociaal project in mijn leven. Dat heb ik gevonden in vrijwilligerswerk voor de zelfmoordlijn bij het Centrum ter preventie van zelfmoord. Voor mij was het een ware openbaring. Hallucinant, shockerend, maar soms ook zo hartverwarmend.
Ik ben al een paar weken mijn tweejarig veulen Fabian aan het africhten. Deze periode duurt ongeveer een jaar en gedurende die tijd leer je het ware karakter van je paard kennen. Banden worden gesmeed of verbroken. Voor mij zijn dat fantastische paardenmomenten.
Ik moet voor de derde keer dit jaar, naar Dubai. Een lidstaatjes van de Verenigde Emiraten.
Ik ben ongeveer 120 dagen per jaar een Vlaming op en in de vlucht. Voor veel mensen lijken zakenreizen veredelde plezierreisjes. Onze boekhouders noemen het zelfs betaalde vakantie. Ik kan je verzekeren dat de realiteit soms een heel ander verhaal is.
Ik vraag me dikwijls af wat de beste manier is om tot een beslissing te komen. Als manager of gewoon in het dagelijkse leven. Moet je beslissen op basis van je verstand of intuïtie?
Vandaag bezoek ik een producent van bouwmaterialen in het oosten van Turkije, Gaziantep. Samen met m'n Turkse collega neem ik in de vroege ochtend een binnenlandse vlucht vanuit Istanbul. Na meer dan twee uur vliegen landen we in een totaal andere wereld: een mengeling van Arabische, Koerdische en Turkse elementen. Het is moeilijk te geloven dat dit het land is dat ernaar snakt om de EU binnen te treden.
Deze week ben ik op zakenreis in Turkije. Rondtrekken in Turkije is een kleurrijke en intense ervaring. Het is een land vol hartstochtelijke emoties: er is constant een dualiteit tussen goed en kwaad. En bovenal: het is een paradijs van de gastvrijheid. Verder houd ik ook van hun dynamisme en flexibiliteit: je beseft hier elk moment van de dag dat er bloed door je aders vloeit.
"Na 23 jaar werken in een Japans bedrijf krijg ik wel eens te horen dat ik een halve Japanner geworden ben. Dat is misschien overdreven, maar de confrontatie met die andere cultuur is heel boeiend. Het is vaak door de zure appel heen bijten, maar de nasmaak is fantastisch!"





