Let op: gevaar voor risico’s
De nieuwe sensibiliseringscampagne van de overheid is weer heel gezellig: ‘Rijden + GSM = dodelijk’. En op de pakjes sigaretten zie je maar één woord staan: dood! Binnenkort mag je in cafés niet meer roken, binnen een paar jaar mag je nergens nog roken. Want het is dodelijk! En nu is er het EHEC-virus, vorig jaar de varkensgriep, daarvoor de vogelgriep, daarvoor SARS en ga zo maar door. Vroeger was er zure regen en het gat in de ozonlaag, vandaag is het CO2 en de opwarming van de aarde.
We moeten gezond eten: melk is goed voor elk, of nee, melk is toch niet zo gezond. Maar borstvoeding is altijd goed! Nee, borstvoeding wordt afgeraden, flesjesmelk is beter. Of toch niet? Is sojamelk dan de oplossing? Ja, het is het perfecte alternatief voor mensen die allergisch zijn aan koemelk. Maar je moet er wel bijnemen dat je vrouwelijker wordt door al het oestrogeen dat erin zit. En wat te zeggen van zout? Dat verhoogt de bloeddruk toch? Nee, zegt een Leuvense professor nu, mensen die veel zout eten zijn gezonder dan anderen. Maar alleszins: let op wat je eet, let op mensen, je kan dood gaan van te veel water, van te veel vet, van te veel dit en dat, je gaat dood, echt waar, je moet opletten, het leven is dodelijk!
Ik ben het allemaal beu, al die bangmakerij. Laat ons toch eens gewoon rustig leven. Doe toch even normaal, gebruik je gezond verstand: té is nooit goed, trop is te veel, beweging is belangrijk maar verplicht mij in godsnaam niet om met Evy Gruyaert te start to runnen of met Jo Vandeurzen 10.000 stappen per dag te zetten. En okee, gsm’en achter het stuur is niet zo slim en roken is ongezond, maar moet er werkelijk zo betuttelend en vingerwijzend opgetreden worden? Moet het overal zo breed uitgesmeerd worden dat het leven gevaarlijk kan zijn? We zullen nooit eeuwig leven, nooit zullen we God kunnen spelen, we zullen nooit alles onder controle hebben. Aanvaard dat gewoon. Leer gewoon leven met het feit dat er risico’s zijn, zowel in ons rijke landje als in Ivoorkust of Colombia.
Sterven we niet aan de EHEC-bacterie, dan toch wel aan een hartstilstand na het zien van Mieke Vogels in haar nakie? Is het de Mexicaanse griep niet die ons doodt, dan toch wel de ordinaire wintergriep die je voor kerstmis van je schoonmoeder hebt gekregen? En sterf je niet al gsm’end achter het stuur (of onder de wielen van een BMW-rijdende dikke nek die belde achter het stuur), dan toch gewoon in de gracht waar je strontzat in slaap bent gevallen na een nachtje zuipen, blowen en pitta’s vreten?

Herinner je je Sauron, de belichaming van het Kwaad uit het boek en de film ‘The Lord of the Rings’? Zijn brandende oog speurt continu Midden-Aarde af op zoek naar de ring die hem almachtig maakt. Vanaf hij de ring bemerkt, richt hij er zijn volledige concentratie op en laat hij al de rest links liggen. Welnu, de media hebben ook zo’n oog, alleen zijn ze telkens op zoek naar andere ringen.
Dagelijks hoor je op de radio de gebruikelijke files rond Antwerpen, Brussel, Leuven en Gent. Veel kans dat je op dat moment in één van die files in je neus zit te peuteren. Sommige chauffeurs berusten in het feit dat ze opnieuw een uur later op het werk zullen zijn, anderen worden nog nerveuzer en agressiever dan normaal en slalommen hun BMW of Audi van links naar rechts op zoek naar het snelst vorderende rijvak. Maar waar ik op die momenten altijd aan denk, zijn de steden die geen mobiliteitsproblemen hebben. Zij worden namelijk nooit vernoemd op de radio.
Toen ik onlangs de vaatwas aan het vullen was en vervolgens vloerisolatie in onze uitbouw plaatste, besefte ik dat veel mensen zomaar in hun job rollen en er vervolgens heel goed in worden, zonder enige carrièreplanning of het navolgen van dromen.
Al heel mijn leven zoek ik de waarheid in kleine hoekjes van de Aldi of, als ik in een goede bui ben, de Colruyt. Niemand heeft nood aan mijn bevindingen –de mensen hebben wel wat beters te doen tegenwoordig– maar toch hou ik alles bij in een groen Atomaschriftje. De dag dat mijn vis overlijdt, stuur ik dat schriftje op naar Walter Zinzen, die ermee mag doen wat hij wil. Ja, zo ben ik wel.
Vorig jaar gaf ik hem nog het voordeel van de twijfel. Het was een toffe peer, sympathiek, en vooral: zijn verschijningen op tv waren vooralsnog erg beperkt. Maar toch, in ‘Voor eens en voor altijd’, dat hij samen met Tom Lenaerts presenteerde, viel al op dat hij niet over hetzelfde improvisatietalent beschikte als zijn beruchte Woestijnvis-collega’s.
Droef nieuws: Dwarskijker is ermee gestopt. De fantastische wekelijkse rubriek van Rudy Vandendaele (rv) in Humo is niet meer. Geen ellenlange lyrische mijmeringen meer om uiteindelijk een derderangs tv-programma subtiel met de grond gelijk te maken.
Mensen die deze blog volgen, weten dat ik eigenlijk niet louter copywriter ben, maar communicatieverantwoordelijke. En als communicatieman van een culturele organisatie -met al bij al een beperkt budget- is het behalen van media-aandacht een belangrijke opdracht.
Terwijl het niveau en de spanning van het WK gestaag stijgen en de vuvuzela’s iets minder dominant schallen, kunnen we het alleen nog maar over Zuid-Afrika zelf hebben. Het land geniet van een ongeziene aandacht, hetgeen het toerisme de komende maanden en jaren normaliter een enorme boost moet geven. Elk land dat het WK organiseert pompt er miljoenen euro’s, dollars of ponden in, maar houdt zichzelf -en vooral haar bevolking- voor dat dit bedrag binnen de kortste keren dubbel en dik terugverdiend wordt. In hoofdzaak dankzij het toegenomen toerisme.
Na een aantal dagen Wereldbeker voetbal staat nu al vast dat dit het saaiste tornooi sinds de uitvinding van de boekdrukkunst is. Telkens opnieuw hoop je op een spectaculaire match, maar tot hiertoe toonde enkel Duitsland aangenaam voetbal. Duitsland begot.
Wereldnieuws in de gespecialiseerde pers afgelopen week: Tia Hellebaut start haar tweede carrière zonder druk. Fijn voor haar, maar mij kan het geen bal schelen. Ik heb iets tegen Kim, Justine en Tia, die onverwachts en met veel bombarie afscheid nemen van de topsport om na vijf minuten al luidkeels aan te kondigen dat ze aan hun comeback beginnen. Eerst het volk in collectieve rouw duwen en vervolgens -als de rouwperiode nog maar net verwerkt is- doodleuk uit het sportersgraf opstaan met de melding dat ze er weer zin in hebben, dat de supporters weer idolaat naar hen mogen juichen, dat ze niets liever willen dan een roodgloeiende telefoon van opdringerige journalisten.
Wij zijn zo een koppel dat alles tegelijk doet: kinderen krijgen, oud huis kopen en verbouwen, werken, familie en vrienden onderhouden, tijd voor elkaar maken en zo veel mogelijk koken (als mijn vriendin kookt is het biologisch, vegetarisch of wortelstoemp met worst, als ik kook is het pizza van Dr. Oetker).
In wezen ben ik een onzeker ventje, steeds op zoek naar bevestiging. Geef mij kritiek en ik loop er twee dagen niet goed van. Na die twee dagen heb ik mijn zelfbeeld aangepast en voel ik mij bijgevolg minder geniaal dan ervoor. Krijg ik echter positieve commentaren, dan stijgt mijn zelfvertrouwen weer tot een niveau dat ik me beter voel dan de massa, het plebs, de onwetende bevolking. Zo leef ik van piek naar dal, van overmoedige held naar onbenullig kneusje.
Ondanks alle interessante zaken die ik meemaak op m’n werk (promotekstjes schrijven, vormgevers en drukkers aan het werk zetten, nieuwe website van de grond proberen te krijgen en ondertussen de huidige blijven updaten, opstart van het volgende tijdschrift, dringend de maandelijkse nieuwsbrief versturen…), heb ik toch even de behoefte om over het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde te schrijven.
Hierboven staat ‘copywriter’, maar eigenlijk is m’n job communicatieverantwoordelijke van een vzw in de culturele sector. Al is het niet zo dat ik voor alles de (eind)verantwoordelijkheid draag. Bovendien is ons team zodanig klein (een zevental personeelsleden) dat ik zowel copywriter, communicatieverantwoordelijke als communicatiehulpje ben. Van mezelf wel te verstaan. En van de baas, natuurlijk. Fijne baas, trouwens. Lieve man, heel respectvol.
Werken is niet alles, dat weet iedereen. Natuurlijk moet er geld in het laatje komen en natuurlijk is het allemaal gemakkelijk spreken als je wél werk hebt. En ja, een job zorgt ook voor een zekere voldoening, zowel mentaal als fysiek; je voelt je nuttig, zelfvoorzienend en volwassen. Je kan ’s avonds zonder schuldgevoel in de zetel neerploffen en niets meer doen behalve zappen. En okay, de rottige maandag is rottig omdat je moet werken, maar het zorgt er tenminste wel voor dat je de andere weekdagen veel meer apprecieert. En inderdaad, je baas is een zelfingenomen blaas die op de kap van anderen rijk geworden is, maar daardoor besef je wel hoe waardevol de fijne mensen in je omgeving zijn.
Maarten (29): "Voor onbepaalde tijd schrijf ik hier wekelijks iets over mijn werk en hoe ik ermee omga. Sla me niet dood als ik eens iets irrelevants schrijf; ik heb daar soms nood aan. En vergeef mij als ik eens tegen bepaalde schenen schop; ook daar kan ik niet altijd aan weerstaan."






