Gehaaide commerçant
Mensen die deze blog volgen, weten dat ik eigenlijk niet louter copywriter ben, maar communicatieverantwoordelijke. En als communicatieman van een culturele organisatie -met al bij al een beperkt budget- is het behalen van media-aandacht een belangrijke opdracht.Even tussendoor: ‘communicatieman’ vind ik nogal vreemd klinken. Vooral met het woordje ‘man’ heb ik moeite. Ik ben dan wel 28 en heb twee kinderen, maar ik voel me meestal nog gewoon een braaf jongetje of een simpele student die nog geen enkele verantwoordelijkheid moet torsen.
Maar soit, de pers halen, daar gaat het in mijn functie dus vaak om. Zeker als we ‘zichtbare’ projecten hebben, zoals bijvoorbeeld tijdens de Gentse Feesten. Ruim een maand op voorhand contacteer ik talloze redacties: De Standaard, De Morgen, Het Laatste Nieuws, De Gentenaar, AVS, Eén, VTM, De Zondag, Radio 1, Radio 2, Klara, Urgent.fm, Zone09, De Bond, Knack, De Mensen, Ketnet, Libelle en ga zo maar door. Eerst stuur ik een mailtje met het persbericht. Een paar dagen later pleeg ik een telefoontje met de vraag of ze mijn mail goed ontvangen hebben. En een paar weken later bel ik nog eens. Ik voel me soms een gehaaide commerçant -genre opdringerige Proximus-vertegenwoordiger-, maar uiteindelijk doet het wel deugd om resultaat te zien.
Het probleem is dat je als communicatiemens een project op den duur alleen nog maar afrekent op basis van de bereikte media-aandacht. Een mooi artikel in een belangrijke krant of een item in het één-journaal wordt belangrijker dan de kwaliteit van hetgeen je organiseert. En ergens klopt dat trouwens ook: met de juiste media-aandacht kan je sponsors en beleidsmakers over de streep halen om jouw organisatie te (blijven) ondersteunen. Niet onbelangrijk in een zwaar gesubsidieerde sector, zeker in tijden van crisis.
Hoe je het best de pers bespeelt? Naar mijn gevoel benader je journalisten best zo naturel en vriendschappelijk mogelijk; het zijn ook maar mensen die hun job doen. Op een luchtige manier eerlijk zijn over je beweegredenen helpt ook: ‘ik bel nog eens om te pushen’, ‘’t was om te vragen of jullie iets over ons gingen schrijven of niet’, ‘natuurlijk beslissen jullie, maar ons initiatief is echt wel superuniek en ongelooflijk fantastisch’ -gevolgd door een lachje, uiteraard.
Tot slot: probeer de juiste mensen te pakken te krijgen. Sommige journalisten beloven veel, maar worden op de redactievergadering steevast overruled, waarna ze geen stukje over jou, maar wel over het acute gebrek aan condooms in Zwevezele moeten maken. Andere journalisten slagen er dan weer keer op keer in om jouw boodschap binnen te smokkelen. Hen moet je koesteren!

Terwijl het niveau en de spanning van het WK gestaag stijgen en de vuvuzela’s iets minder dominant schallen, kunnen we het alleen nog maar over Zuid-Afrika zelf hebben. Het land geniet van een ongeziene aandacht, hetgeen het toerisme de komende maanden en jaren normaliter een enorme boost moet geven. Elk land dat het WK organiseert pompt er miljoenen euro’s, dollars of ponden in, maar houdt zichzelf -en vooral haar bevolking- voor dat dit bedrag binnen de kortste keren dubbel en dik terugverdiend wordt. In hoofdzaak dankzij het toegenomen toerisme.
Na een aantal dagen Wereldbeker voetbal staat nu al vast dat dit het saaiste tornooi sinds de uitvinding van de boekdrukkunst is. Telkens opnieuw hoop je op een spectaculaire match, maar tot hiertoe toonde enkel Duitsland aangenaam voetbal. Duitsland begot.
Wereldnieuws in de gespecialiseerde pers afgelopen week: Tia Hellebaut start haar tweede carrière zonder druk. Fijn voor haar, maar mij kan het geen bal schelen. Ik heb iets tegen Kim, Justine en Tia, die onverwachts en met veel bombarie afscheid nemen van de topsport om na vijf minuten al luidkeels aan te kondigen dat ze aan hun comeback beginnen. Eerst het volk in collectieve rouw duwen en vervolgens -als de rouwperiode nog maar net verwerkt is- doodleuk uit het sportersgraf opstaan met de melding dat ze er weer zin in hebben, dat de supporters weer idolaat naar hen mogen juichen, dat ze niets liever willen dan een roodgloeiende telefoon van opdringerige journalisten.
Wij zijn zo een koppel dat alles tegelijk doet: kinderen krijgen, oud huis kopen en verbouwen, werken, familie en vrienden onderhouden, tijd voor elkaar maken en zo veel mogelijk koken (als mijn vriendin kookt is het biologisch, vegetarisch of wortelstoemp met worst, als ik kook is het pizza van Dr. Oetker).
In wezen ben ik een onzeker ventje, steeds op zoek naar bevestiging. Geef mij kritiek en ik loop er twee dagen niet goed van. Na die twee dagen heb ik mijn zelfbeeld aangepast en voel ik mij bijgevolg minder geniaal dan ervoor. Krijg ik echter positieve commentaren, dan stijgt mijn zelfvertrouwen weer tot een niveau dat ik me beter voel dan de massa, het plebs, de onwetende bevolking. Zo leef ik van piek naar dal, van overmoedige held naar onbenullig kneusje.
Ondanks alle interessante zaken die ik meemaak op m’n werk (promotekstjes schrijven, vormgevers en drukkers aan het werk zetten, nieuwe website van de grond proberen te krijgen en ondertussen de huidige blijven updaten, opstart van het volgende tijdschrift, dringend de maandelijkse nieuwsbrief versturen…), heb ik toch even de behoefte om over het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde te schrijven.
Hierboven staat ‘copywriter’, maar eigenlijk is m’n job communicatieverantwoordelijke van een vzw in de culturele sector. Al is het niet zo dat ik voor alles de (eind)verantwoordelijkheid draag. Bovendien is ons team zodanig klein (een zevental personeelsleden) dat ik zowel copywriter, communicatieverantwoordelijke als communicatiehulpje ben. Van mezelf wel te verstaan. En van de baas, natuurlijk. Fijne baas, trouwens. Lieve man, heel respectvol.
Werken is niet alles, dat weet iedereen. Natuurlijk moet er geld in het laatje komen en natuurlijk is het allemaal gemakkelijk spreken als je wél werk hebt. En ja, een job zorgt ook voor een zekere voldoening, zowel mentaal als fysiek; je voelt je nuttig, zelfvoorzienend en volwassen. Je kan ’s avonds zonder schuldgevoel in de zetel neerploffen en niets meer doen behalve zappen. En okay, de rottige maandag is rottig omdat je moet werken, maar het zorgt er tenminste wel voor dat je de andere weekdagen veel meer apprecieert. En inderdaad, je baas is een zelfingenomen blaas die op de kap van anderen rijk geworden is, maar daardoor besef je wel hoe waardevol de fijne mensen in je omgeving zijn.
Oké, met die deadlines valt het al bij al nog mee. Eentje is uitgesteld en een andere steekt nu ook weer niet zó nauw. Blijft dus nog één over, en ’t is een leuke: ons driemaandelijks tijdschrift. De redactievergadering en verdeling van de taken zijn al even achter de rug en elke auteur is aan de slag gegaan. Ik verzamel alle teksten, doe de eind- en fotoredactie, vul de gaten en volg prepress en druk op. Altijd een heerlijk gevoel als alles op zijn plaats begint te vallen.
Mijn laatste bericht op de joblog, eind 2008, was er eentje met goed nieuws. Ik had de job van mijn leven gevonden: communicatieverantwoordelijke van een bescheiden vzw in de culturele sector. Niet zo denderend qua loon, maar inhoudelijk erg bevredigend. De lucht zag af, want ik sprong er gaten in dat het geen naam had.
Vandaag kreeg ik een telefoontje: ‘Maarten, ik denk dat we goed nieuws hebben voor jou. Je bent als sterkste kandidaat uit de gesprekken gekomen.’
’t Was bijna vier jaar geleden -van toen ik examens had- dat ik nog eens echt zenuwachtig was. Maar gisteren was het weer zover. Ik mocht op gesprek bij een vzw waar ik supergraag wil werken. Uit de 40 kandidaturen die ze ontvingen, hadden ze 6 kandidaten geselecteerd. Dat ik daarbij was, was al een overwinning op zich.
Gisteren (en dit is geen grap) vernam ik het nieuws dat een collega overleden is. Hij is dood aangetroffen in zijn bed. Eenzaam gestorven. Hij was een eind in de 40, een goede man, heel vriendelijk en behulpzaam. Hij deed zijn werk graag. Hij was graatmager en had vaak last van zijn buik. Maar dat het zo erg was, kon niemand raden. Ik hoop dat hij niet te veel afgezien heeft in zijn laatste uren.
Soms voel ik de onweerstaanbare drang opkomen om het zwijn in mij los te laten en een frangipane te eten met een lekker bakkie koffie erbij. Ik wil mij dan volledig laten gaan en fantaseer over handbal, gebreide sokken en zwarte Tefalpannen. Ik ontzie niets of niemand in mijn stormachtige bui en draai rondjes met mijn bureaustoel. Je leest het goed; ik ben ongelooflijk.
Ik heb twee kinderen te voeden en een huis af te betalen. Dáárom werk ik. Ik werk deeltijds, mijn vriendin ook: we verdienen dus niet echt veel. Toch zijn we gelukkig. We hebben tijd voor elkaar en voor onze kinderen. We leven niet naast, maar met elkaar.
Gisteren kreeg ik een mailtje van het bedrijf waar ik eerder deze week ging solliciteren: ‘Tot onze spijt moeten wij u melden dat we uw kandidatuur niet verder weerhouden.’ Blijkbaar hebben mijn mooie ogen niet gewerkt.
Maarten (27): "Voor onbepaalde tijd schrijf ik hier wekelijks iets over mijn werk en hoe ik ermee omga. Sla me niet dood als ik eens iets irrelevants schrijf; ik heb daar soms nood aan. En vergeef mij als ik eens tegen bepaalde schenen schop; ook daar kan ik niet altijd aan weerstaan."





