Een wereld gaat open
Ik denk dat mijn weblogbijdrage er bijna op zit. Ik moet mijn voorgangster, verpleegster Kato, helemaal gelijk geven als ze schrijft dat zo’n weblog echt leuk is om te doen. Aanvankelijk denk je nooit over genoeg stof te beschikken en vind je niet dat je over je eigen job verrassende en interessante dingen kunt vertellen. Maar al schrijvende blijkt dat je daar zelf helemaal niet mee bezig bent. Je vraagt je gewoon af: wat doe ik allemaal op zo’n werkdag, en voor je het weet komen allerlei bedenkingen en wrevels en leuke dingen bovendrijven. Nu heb ik juist het gevoel dat ik nog zoveel méér kan vertellen.
Ik heb het nog helemaal niet gehad over mijn collega’s bijvoorbeeld, of over mijn baas. Of over de discussies die we hebben over beleidsnota’s en planning en de nevenactiviteiten van de bibliotheek (voorleesmiddagen, introductiesessies met de scholen, internetopleidingen voor senioren, speciale boekenstands, …). En ik wil jullie ook nog even meedelen dat het gebouw waarin ik werk belangrijk is, dat ik het heerlijk vind om in een grote, warme, moderne ruimte te werken, waar veel licht binnenstroomt en niets nog doet denken aan de oubollige, stoffige bibliotheken van weleer. En dat het leuk is om te werken in de culturele sector, niet alleen omdat de materialen waarmee je werkt interessant zijn, maar vooral omdat de mensen die je ontmoet bezig zijn met hun vrijetijdsbesteding, met iets wat ze gráág doen. Je ontmoet voortdurend mensen die op één of andere manier met boeken en met lezen bezig zijn (of met muziek), en met wie je je dan ook een beetje verbonden voelt. Mijn job is daardoor zeker een stuk trivialer dan bijvoorbeeld die van de verpleegster, ze geeft weinig tot geen stress. Een boek dat al dan niet tijdig terugbezorgd wordt aan de bib, een boek dat al dan niet tijdig in de rekken geraakt, een boek dat al dan niet aangekocht wordt… het is allemaal niet zo vreselijk belangrijk. Maar wél blijf ik anderzijds overtuigd van het belang van de bibliotheek, van het nut dat ze heeft en van de ontspanning die ze biedt. Het is toch fantastisch dat al die verhalen en al die informatie zomaar gratis ter beschikking worden gesteld?
De job van bibliotheekassistente is niet de job waarmee je op café kan uitpakken en indruk kan maken: je wordt er niet rijk van, je hoeft er niet bijzonder slim voor te zijn of speciale dingen voor te kunnen en je wordt er al zeker niet beroemd van. Maar ik doe ze wel graag. Het is geen 'enge' job, je moet juist heel ruim denken en openstaan voor heel veel verschillende dingen, je bent nooit met één specifiek onderwerp bezig.
En weet je wat ik tof zou vinden? Als een paar mensen door deze schrijverij bewogen worden om eens naar de bibliotheek te gaan. Je zal zien: er gaat een wereld voor je open!


Weet je wat echt prettig is aan werken in een kleine bibliotheek? Dat je betrokken bent bij alle taken die er moeten uitgevoerd worden. Ik hoor van collega’s die in grotere stadsbibliotheken werken dat hun takenpakket erg afgebakend is: zij staan bijvoorbeeld uitsluitend in voor de aankoop van strips, of ze zijn verantwoordelijk voor de leeszaal en het opvolgen van de tijdschriften die daar ter inzage liggen. Wij, met ons beperkte personeelsbestand moeten heel veel verschillende taken uitvoeren. Dat geeft afwisseling. 
Het gedrag van mensen in een bibliotheek is vaak fascinerend, eigenaardig of ergerlijk. En veelal gedragen ze zich helemaal anders dan je zou verwachten.
Een tijd geleden stond volgend stripje van Casper en Hobbes in de krant:
Vanmorgen massa’s boeken weggezet. De uitleen van vorige zaterdag leek wel een stormloop: meer dan 400 exemplaren uitgeleend en zeker zoveel exemplaren binnengeleverd; voor een kleine bibliotheek is dat véél. 
Een werkje dat niemand in de bib echt leuk vindt, maar dat wel elke dag moet gebeuren en bovendien nogal wat tijd in beslag neemt, is het terugplaatsen van de binnengebrachte boeken en cd’s in de rekken. Sinds ik in de bib werk en ik die klus tweemaal per week help opknappen, heb ik véél begrip voor de verkoopsters in kledingzaken, die constant kleren opvouwen en terugleggen in de rekken waar de kooplustigen ongebreideld in graaien. In de bibliotheek gaan de meeste bezoekers gedisciplineerder te werk, maar sommigen slagen er toch in om hele rekken overhoop te halen, of vinden het om duistere redenen nuttig om bijvoorbeeld boeken van een bepaald rek allemaal naar achter te schuiven. En verder worden boeken en cd's erg vaak in verkeerde rekken teruggeplaatst.
Dat ik op zaterdagvoormiddag en op maandagavond -als de bib open is- moet werken, vinden de meeste mensen logisch, maar als ik vertel dat ik ook werk tijdens de uren dat de bib gesloten is, wordt daar vaak verbaasd op gereageerd: "Hoezo? Wat doe je daar dan?" Ik leid daaruit af dat de meeste mensen denken dat het werk in de bibliotheek enkel uit baliewerk bestaat, het ontlenen en opnieuw ontvangen van de boeken en de cd’s. Nochtans is dat slechts een beperkt deel van de job.

Toen ik in het laatste jaar van het middelbaar onderwijs de (toen zo genoemde) PMS-test invulde, antwoordde ik op de vraag 'wat wil je later worden': sociaal assistente, bibliothecaresse of journaliste. Die laatste twee beroepen hadden naar mijn gevoel te maken met lezen, boeken, schrijven en de wereld van de literatuur waar ik mij al mijn hele jeugd met veel plezier in verloren had. 'Sociaal assistente' zette ik erbij omdat mijn broer sociale hogeschool deed en dat mij een leuke opleiding leek. Ik herinner mij dat de medewerker van het PMS zei dat ik 'mijn pijlen niet moest richten op sociaal assistent, daar was namelijk geen werk voor te vinden en interessant was het ook al niet'. Hij bleek zelf sociaal assistent te zijn, aha.