Muziek in mijn hoofd
Gisteren heb ik, dankzij deze blog, een wonderlijke ontmoeting gehad met een mooie maar ietwat verdwaalde jongeman.
Er stond een volle maan.
Vandaag heb ik, samen met Double Voice, gewerkt aan het componeren van een ToeKan-lied dat in het najaar uitkomt.
Straks komt mijn lieve zoon thuis, die me gisteren belde om te vragen of het allemaal wel goed ging. Ik was echt vertederd.
Ik kreeg een mail van de vrt dat mijn vorige blog, op sam.be, één van de meest gelezen blogs was.
Een vriendelijke vrijwilliger, Jeroen, is de harde schijf van mijn pc komen redden.
Zondag zie ik mijn ex-collega een laatste keer omdat ik haar wasmachine ga halen voor bij mij thuis.
Straks ben ik jarig en komen de bloesems in overvloed. Niet elke bloesem moet een vrucht worden, maar net voldoende oogst, daar gaan we voor.
Het leven klinkt opnieuw als muziek in de oren, terwijl ik luister naar de dames van Double Voice. Het is goed zo. Het is goed geweest deze blog te schrijven. Ik hoop, beste lezer, dat jij het ook goed vond. En dat jouw leven je ook als muziek in de oren mag klinken. Ik nodig je uit de ander te willen ontmoeten, met een focus op de krachten en de mogelijkheden van die ander. Begroet elkaar met de verwachting van het goede.
Tot een volgende keer …

Ik lees veel en ik schrijf veel. Als ik niet op stap ben om te netwerken of een workshop te geven, tokkel ik de hele dag op een klavier. En tussendoor - op de trein, de tram of in bad - lees ik boeken. Geen romans maar vakliteratuur. Ik neus vaak rond in De Slegte, waar ik 'dure kennis' voor een prikje kan kopen.
Het is belangrijk om ook eens de positieve inspanningen en aanpak van kansarmen te belichten. Een sociaal doel kan ook gekoppeld zijn aan een fijn evenement en een artistieke omgeving.
Vanmorgen begon de drukte al vroeg. Nog voor ik mijn jas uithad, hing ik aan de telefoon met een Nederlander. Een manager van een multinational, die maatschappelijk verantwoord wil ondernemen. In het vakjargon heet dit 'Corporate Social Responsibility'.
Mijn prachtcollega vertrekt naar het andere eind van de wereld en ik moet dus op zoek naar vervanging. Dat betekent: een vacature lanceren, brieven afwachten, alles lezen en een eerste selectie maken. Dan mailen en bellen naar mensen voor een gesprek. Gesprekken voeren en een beperkte selectie voorleggen aan de raad van bestuur. Een hoop werk, naast alle andere taken, én met de verantwoordelijkheid die ene witte raaf te vinden. Want een kleine organisatie kan zich niet veroorloven de 'verkeerde' aan te werven.
Een vriendin zat naast me aan de keukentafel en zei bij een kop koffie: "Lucie, je bent een non: je hebt principes, je leeft ernaar en je predikt ze". Ze sprak op strenge toon en mijn eerste reactie was er een van verontwaardiging. "Ik ben geen non en al helemaal niet celibatair".
Organisaties, ook zij die geen winst moeten maken, focussen steeds vaker op de klant. En dat doet me even stilstaan bij wie mijn klanten zijn. Nu lijkt dat op het eerste gezicht vanzelfsprekend: de jongeren die wij vooruit helpen. En dat is ook zo.
Een nieuw jaar, een schone lei. Daar heb ik mij op toegelegd de voorbije weken. Welke centen moeten nog betaald worden aan de jongeren en hun begeleiders? Welke communicatie moet er gebeuren met de instellingen die een aanvraag indienen om een jongere een EI-begeleiding te geven? (EI staat voor Eigen Initiatief. Het is de naam van ons project waarbij we jongeren die uit een instelling komen, ondersteuning geven. Zowel op materieel als niet-materieel vlak.) Hoeveel jongeren kunnen we begeleiden in 2007 en hoeveel jongeren wíllen we begeleiden? Hoe bedanken we de sponsors voor hun bijdrage in 2006? En waar zijn de sponsors in 2007? Wie zal surfen naar