’t Is tijd
Dit is ‘m dan. M’n laatste. Een hele maand heb ik mijn gedachten de vrije loop gelaten. Het heeft me goed gedaan. Het was een welgekomen afleiding tijdens het solliciteren en andere activiteiten.
En dan nu terug naar de anonimiteit. Eén van velen. De grote stilte, de leegte. Op zoek naar iets dat ongrijpbaar lijkt. Een droom. Maar wanneer ik ontwaak, ga ik er weer tegenaan. Met overgave en volle moed. Samen met elkaar, maar ieder voor zich blijven we dagelijks de arbeidsmarkt bekampen. Tegen de vooroordelen, de idee-fixen en de respectloze behandeling in. Om aan te tonen dat we niet oud, duur en versleten zijn. Om aan te tonen dat we niet jong, onwetend en naïef zijn. Om aan te tonen dat onze daden beter zijn dan onze woorden. Om aan te tonen dat ze niet zonder ons kunnen.
Hoewel we hen niet mogen storen, want hey ‘ssst hier wordt gewerkt’, en het slachtoffer zijn van ‘statistiek, spoken en perceptie’ worden we aanzien en beloond als ‘apen en noten’. Hoog tijd dat er iets wordt gedaan met HR en personeels- en bedrijfsbeleid, want ‘zo leren zij het alfabet’. Wel opletten dat het niet teveel ‘blablabla’ wordt. Daar heeft niemand iets aan. Het zou helpen mochten we aanhangers zijn van het juiste ‘geloof’. Maar bovenal moeten we positief blijven. ‘De nieuwe leider est arrivé’ mag tot op heden een loze kreet zijn. Niet getreurd, houdt de moed erin. Er zijn er die geloven in algoritmes als zuiverste vorm van personeelsbeleid. Laat hen de waan van de dag. We weten beter. We zijn al genummerd, gebrandmerkt. En laat het wel wezen, wat dat betreft: de tijd heelt niet. Geenszins. Maar ondertussen moet ons puur en echt verhaal het opnemen tegen ‘gebakken lucht’. Kan het nog onmogelijker? De boodschap voor iedereen is duidelijk: ’t is tijd.
En dan een zoveelste duel in de arena. We denken nog even aan het doel, de bijhorende strategie. We peppen ons op en betreden vastberaden het strijdtoneel. In gedachten roepen we luidkeels: “Ave Imperator, morituri te salutant”. En de strijd barst los. Meedogenloos. Na de strijd en het gewoel, als de avond valt, de zon haar laatste gloed laat schijnen over de einder, ver weg, verzinken we allen, diep in gedachten, thuis. We verliezen ons in weemoed en melancholie. En denken in de stilte van de nacht aan goede tijden, en aan wie ons dierbaar is. De woorden van Alice Nahon vloeien als dromen verder.
“’t is goed in ‘t eigen hert te kijken
Nog even voor het slapen gaan.
Of ik van dageraad tot avond
geen enkel hert heb zeer gedaan.
Of ik geen ogen heb doen schreien
geen weemoed op een wezen lei.
Of ik aan liefdeloze mensen
een woordeke van liefde zei.
En vind ik in het huis mijns herten
dat ik één droefenis genas.
Dat ik mijn armen heb gewonden
rondom één hoofd, dat eenzaam was...
Dan voel ik, op mijn jonge lippen
die goedheid lijk een avond-zoen.
‘t Is goed in ‘t eigen hert te kijken
en zo z’n ogen toe te doen.”
Ik ga nu. ’t Is tijd.

Onlangs ging ik nog maar eens de boer op voor een zoveelste sollicitatiegesprek. Ik had alles vooraf goed doorgenomen: de verwachtingen van het bedrijf, mijn ervaringen, hun website en nog wat artikels. Ook de praktische zaken waren uitgeklaard: de reistijd, parking in omgeving, wegenwerken of niet... Nog even een blik in de spiegel: zit m’n jasje goed, zit m’n dasje goed? Papa gaat solliciteren. Imago, weet je wel. Et voilà, weg was ik.
Op de een of andere manier probeert iedereen -bewust of onbewust, gewild of ongewild- een groep te vormen. Alle mogelijke middelen worden daarvoor gebruikt: kledij, naam, kleur, nummers, tatoes... Het meest bekende middel, maar ook het meest afgekeurde, is de Jodenster. En de gebrandmerkte nummers van de concentratiekampen. Met niets valt deze inhumane groepsvorming te vergelijken. Een onuitwisbare misdaad in het menselijke bestaan. Een wonde die niet heelt. Altijd daar, om nooit te vergeten.
Het vertrouwen is weg. Voor alles, en bij iedereen in Vlaanderen. Dat blijkt uit een recente wetenschappelijke studie. Zelfs het vertrouwen in scheidsrechters is afgenomen sinds de fenomenale blunder op het EK tijdens de match Engeland-Oekraïne.
Visie, dynamiek, no nonsense, can do, hands on, out of the box, peoplemanager, teamplayer, autonoom werken, durven beslissen, communicatief vaardig, sterke persoonlijkheid, kritisch… Allemaal zaken die je tegenkomt als vereiste persoonlijkheidskenmerken in vacatures. Je moet al van goeden huize zijn om dit allemaal in je bagage te hebben.
Positief. Dat is een plusteken, een lach, blij gezind dromen van dingen die je echt kan realiseren, uitkijken naar wat komen gaat.
Ik heb het geluk dat ik door mijn vroegere bezigheden mensen ken die een eigen bedrijf hebben, of voldoende voelsprieten hebben op de arbeidsmarkt. Het gaat om meer dan louter professionele relaties. We kennen elkaar al jaren. En nee, ik het verwacht niet dat ze mij een job bezorgen. Maar als ze me helpen, sla ik dat natuurlijk niet af. Zo gebeurt het dat ik via hen soms info krijg over bepaalde opportuniteiten. Dan stuur ik mijn cv door, of voer één of meerdere gesprekken. Want dat moet je uiteindelijk altijd zelf doen. Maar dat vind ik prima. Want wat je zelf doet, doe je beter!
Een recente studie van Federgon toont aan dat de HR in de bedrijven stilstaat. Ondanks alle inspanningen komt er al jaren dezelfde wijn op tafel, telkens gebotteld in andere flessen. Bij de ene wordt ze aangedragen met een al meer majestueus etiket dan bij de andere, maar smaken doet ze overal hetzelfde. Toch is HR al te vaak iets waarmee bedrijven uitpakken. Of het wezenlijk impact heeft? Vergeet het maar. Er zijn veel modellen en theorieën, processen en systemen. Maar wanneer puntje bij paaltje komt, wordt er gekeken naar de cijfers.
Steeds vaker stel ik me allerlei vragen. Je kunt tenslotte niet continu opportuniteiten zoeken, of liggen netwerken voor een job. Zo kwam ik onlangs bij de vraag: wat is het profiel van een goede kandidaat, eentje waarvan iedereen zegt: daar is ‘m! -om De Saedeleer te parafraseren.
Hoe gaat dat: werk zoeken in tijden van crisis? Heel moeilijk of onmogelijk? ’t Is maar hoe je het bekijkt. In elk geval spelen er een aantal zaken in mijn nadeel. Vooreerst ben ik de psychologische grens van 45 jaar voorbij. Voor de meeste rekruteerders een zichtbaar brandmerk beladen met teveel loon, te weinig motivatie, geen zin in verandering en dus weinig flexibel. Of andere zaken, allen des duivels, waardoor ik nooit zal voldoen aan de ‘übermenschvereisten’ die in vacatures worden gesteld.





