13,3 miljoen
Elke middag ga ik met een paar collega's lunchen in de refter. Het is geen restaurant met drie sterren, maar de meeste collega’s vinden het eten daar beter dan wat ze 's avonds thuis krijgen. Door ’s middags op het werk warm te eten, moeten ze ’s avonds geen warme maaltijd meer binnenspelen. Zo vermijden ze ook de opmerkingen van hun vrouwen, die tien keer wil horen dat ze het eten lekker vinden. Vrouwen zijn erg onzeker op dat vlak. Zeg thuis dus nooit dat je het eten niet lekker vindt!
Stipt om kwart voor twaalf vertrekken we naar de refter. Pas om twee uur komen we terug op kantoor en schrijven een half uur pauze in. Want ‘tijdens de lunch wordt er toch ook vergaderd.’
In de refter heeft iedereen een vaste plek. Mijn plekje geeft uit op een beige muur met drie schilderijen. Op het uiterst linkse schilderij staat een mevrouw met ingevallen wangen en een aftands kapsel. Daarnaast hangt een andere mevrouw met kort haar en veel make-up. Het schilderij rechts toont een meneer met een druilerige blik, grote oorlellen, een bril uit de jaren stilletjes en grijze plukken haar. Samen zijn zij en hun familie jaarlijks goed voor 13,3 miljoen euro.
Die schilderijen hangen niet alleen in de refter, maar ook in vergaderzalen en andere plaatsen. Het hadden net zo goed drie kruisbeelden kunnen zijn. Want wat is het verschil of je nu de koninklijke familie of de kerk onderhoudt? Welke meerwaarde heeft het om zoveel geld te steken in een symbool? En als het geen symbolen zijn, is België dan wel een democratie?

‘Community policing’ betekent dat de bevolking uitmaakt hoe je je als politie moet gedragen. Vandaag hebben we er de hele ochtend over vergaderd. Ik kreeg er zelfs hoofdpijn van!
Gisteren dineerde ik met een collega die erg veel weet over bepaalde vormen van criminaliteit. Zijn dienst krijgt veel vragen van andere diensten en rechercheurs, maar toch stelt hij zijn meerwaarde in vraag. Omdat hij geen spoor van zijn adviezen terugvindt in de dossiers die uiteindelijk voor de rechtbank verschijnen, begint hij gestaag af te haken. Hij heeft een job, maar voelt zich werkloos.
Sommige lezers vragen wat ik nu eigenlijk 'doe' in mijn job. Dit is een terechte vraag die ik niet wil negeren. Maar wie verwacht dat ik nu mijn taken ga opsommen, zal bedrogen uitkomen.
Er blijft me iets achtervolgen de laatste twee dagen. Toen ik woensdag na een goede werkdag vrolijk naar huis liep, merkte ik aan de overkant van de straat een man op die een vrouw voorttrok aan haar linkerpols. Ik knipperde met mijn ogen om zeker te zijn van wat ik zag. Daarna kruisten het koppel en ik elkaar op het zebrapad.
Bolle buiken overspoelen mijn werkomgeving. Veel jonge collega's stralen van geluk! Of zo lijkt het toch, want het is een truc van de natuur om je te laten denken dat een (ongeboren) baby iets fijns is. Al dat gedoe rond zwangerschap snap ik echt niet. Hoe kale, krijsende en onzindelijke zuigelingen bijdragen tot 'geluk', kan ik alleen maar begrijpen als een illusie van ons brein.
Een vlinder die even met zijn vleugels klapt, kan een tornado in Zuid-Amerika veroorzaken. Dat klinkt absurd maar het is wel het hoofdprincipe van de chaostheorie. Natuurlijk komt zo'n tornado niet tot stand als de vlinder maar één keer de spieren oefent. Er moeten enkele randvoorwaarden vervuld zijn.
Honden zijn betrouwbaarder dan mensen. Elke hondenliefhebber zal dat bevestigen. En wie een beetje mensenkennis heeft, ook. Honden houden onvoorwaardelijk van je. Ze bedriegen je niet en ze zijn altijd blij als je thuiskomt.
Vanmiddag gaan we een zieke collega bezoeken. Ik heb lekkere bonbons voor hem gekocht want hij is opgenomen voor een depressie. Hij vecht al jaren tegen zichzelf, maar onlangs is het weer heel erg geworden. De dokters geven hem medicijnen en gesprekstherapie. Maar dat zijn doekjes voor het bloeden, vrees ik. Bij elk bezoek neem ik andere bonbons mee, maar ik heb het gevoel dat ik ze net zo goed uit het raam kan gooien. Zijn glimlach is nooit oprecht wanneer hij ze in ontvangst neemt.
Er komt een tijd in je leven dat je nieuwe dingen moet proberen. Dat leerde ik van een beroepsfilosoof. Hij was zijn moeder verloren. Ik vroeg hem hoe hij het verlies verwerkte. ‘Door nieuwe dingen te proberen’, zei hij. 'Wat doe je dan?' wilde ik weten. 'Hang je een tweede jachttrofee in je huis? Of ga je jagen in het Red Light District een kilometer verderop?' Hij moest erover denken.
Vanmorgen kan ik me amper uit bed hijsen. Mijn lichaam ligt hier goed tussen de warme lakens en het is bepaald niet zinnens om een poot te verzetten. Mijn lakens van gekamd katoen zijn zo zacht dat ik van blijheid lig te stralen zoals het reclamebeertje van een wasproduct, waarvan de naam me nu niet te binnen schiet. Dat merk gebruik ik overigens niet, want mijn huid heeft een afkeer van niet-biologische wasmiddelen.
Mijn naam is Astrid. Ik ben ongeveer zesendertig. Ongeveer zeg ik, want soms vergeet ik hoeveel jaar ik al rondloop op deze aardbol. Geregeld verlies ik de tijd helemaal uit het oog. Dan zie ik opeens dat het buiten donker is, terwijl ik net dacht te gaan lunchen. Maar wat ik altijd weet, is dat ik minstens achtendertig uren per week in een bewaakt gebouw verblijf.