Ga direct naar de inhoud (Access Key S)
VDAB
Algemene links
  • Home
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • FAQ
  • Contact
  • Sitemap
Rubrieken van de VDAB website
  • Jobs
  • Opleidingen
  • Begeleiding en oriëntatie
  • Nieuws
  • Mijn loopbaan
  • Partners
  • Werkgevers
  • Agenda
  • Cijfers
  • Magezine
  • Blogs
  • Persinfo
Pagina spoor
  • Home
  • Nieuws
  • Blogs

Bediende JoblesSara vertelt ...

Mestgeur

koeEen mestgeur penetreert mijn neus. Handig, zeker nu alle ramen van de trein wagenwijd open staan. Op een bank voor mij zit een man die tegen zichzelf babbelt over ‘tetten en aardappelen’. Aangezien hij in deze serieuze discussie verwikkeld is stoor ik hem niet en mijn gedachten gaan uit naar het pas afgelegde sollicitatiegesprek.

Enkele dingen had ik zeker beter kunnen aanpakken, zegt mijn perfectionistische zelf, maar het gesprek zelf was goed. Mijn gevoel blijft echter neutraal. Heeft deze treinrit zijn doel niet gemist en mag ik binnenkort aan de slag? Of blijft het enkel bij een mestgeur?

De trein voert me naar het bekende station, met bekende gebouwen en de alom gekende frituur. De uitbater begroet me vriendelijk zoals steeds. Lekkere frietjes ook, al zou ik wel een andere naam kiezen voor een frituur. “De Statie” is weinig origineel voor een frituur… aan het station. Het zal me curryworst wezen want ik zie mezelf niet als uitbater van een dergelijk establishment.

Ik ben echter op zoek naar mijn trouwe vriend, mijn bondgenoot in sollicitatietijden: mijn fiets. Op zoek naar zijn vale groene kleur, zijn stuur dat een beetje uit de hoek staat en zijn bijna platte banden. Mijn Harley Trapson rijdt nog goed en ondanks zijn mankementjes zie ik hem graag en vlei ik mijn billetjes neer op zijn zadel.

Bij mijn thuiskomst check ik mijn mails. Geen antwoord deze keer. Zucht. De combinatie van ontgoocheling en frustratie begint zwaar te wegen. Wederom lacht de blauwe werkloosheidskaart me toe. Ik grijns terug want op een dag zal ik ze niet meer nodig hebben. Het enige blauw dat ik dan nog ga aanschouwen zal het blauwvan de lucht zijn dat door de ramen van het kantoor schittert terwijl ik AutoCad tem.

Gelukkig kan ik mijn gedachten verzetten met Death Metal of fitness. Lopen en zweten, fietsen, krachttraining. Alhoewel kracht een groot woord is. Ik heb namelijk nog geen spieren enkel puddinkjes. Het geeft me een gevoel van voldoening. Dat is zeer welkom want een lege mailbox heeft het omgekeerde effect namelijk dat van: “En we gaan nog ni aan ’t werk. Bijlange ni, bijlange ni!!!" Je kent het liedje wel. De tekst heb ik lichtjes aangepast aan mijn situatie.

Hopelijk kan ik binnen een paar jaar terugkijken naar deze teksten met een glimlach, mezelf sussend: "Ach, zo erg was het toch niet, het is allemaal goed gekomen!" Dan zal ik denken: "Wat een gerust kind was ik toen zonder job. Nu moet ik er alle dagen heen en moet ik daarnaast een huishouden runnen."

Maar de toekomst is wijzer dan ik en heeft altijd het laatste woord. Behalve vandaag. Vandaag heb ik het laatste woord. Weken zijn gepasseerd en ik heb gepraat over sollicitatiegrillen, negatieve ervaringen, interimkantoren met bewoners, Darth Vader poppen en in het rondvliegende slagroom op babyborrels. Dit is mijn laatste tekst. Op deze blog althans.

Misschien creëer ik wel een eigen blog. Of misschien schrijf ik wel een boek met de schitterende titel: Wie was er het eerst? De kip of de aambei? Kom je handtekening halen op de Boekenbeurs van 2014 en aanschouw dit rare wijf met eigen ogen. Vandaag wil ik diegene bedanken die mijn blog hebben gevolgd, een reactie hebben nagelaten of mijn schrijfsels gewoon hebben gelezen! Ik hoop dat jullie er plezier aan hebben beleefd. Ik alvast aan het schrijven! Ik wil afsluiten met een citaat dat ik onlangs heb gelezen. Voor mezelf en voor anderen kan het hoopvol zijn op de kolkende rivier genoemd arbeidsmarkt: “Winnaars zijn verliezers die nooit opgeven!”

Gepost op 1 juni 2012 # | Reageer

Respect!

zebraMijn vriend en ik zijn al een hele tijd samen, maar wonen nog steeds in het ouderlijke nest. Dat nest gaan we volgend jaar verlaten om eindelijk samen te gaan wonen. De afgelopen jaren was samenwonen iets voor de verre toekomst, maar de plannen worden nu concreet. Huisjes kijken, op het internet speuren naar meubels, bestek, lakens, parket, noem maar op.

“Oh leuk, jullie gaan samenwonen. En dan binnenkort trouwen en kindjes?”

Sara verslikt zich in haar theetje. Kindjes? Joelende kinderen in de supermarkt wekken niet bepaald enig moedergevoel bij me op. Ik ben ook niet het type dat spontaan in wiegen gluurt of bij het bekijken van een baby de kreet “Ooh, hoe schattig!” slaakt. Nooit gehad. Meisjes uit mijn klas speelden met poppen. Ik ook. Maar dan met eentje van Darth Vader uit Star Wars. Op babyborrels ben ik steevast diegene die helemaal achterin de menigte staat, de baby van heel ver bekijkt, de ouders feliciteert en me dan onherroepelijk stort op een stuk taart.

“Wanneer beginnen jullie aan kinderen?”
“Goh, nog niet meteen” zeg ik, terwijl de slagroom in het rond vliegt. “Eerst samenwonen en dan zien we wel”. De vertaling: ik weet eigenlijk niet of ik wel kinderen wil.

De meeste mensen vinden dat raar. Je bent gezond en hebt een goede relatie, waarom zou je geen kinderen willen? Alsof het een plicht is om kinderen te hebben. De sleutel tot geluk. Is dat zo? De moeder in de GB met de weerspannige kleuter die geen snoep krijgt, lijkt me inderdaad zeer gelukkig. Merk in voorlaatste zin enig sarcasme op.

Kinderen krijgen tot daar aan toe. Maar de bevalling, dat is andere moederkoek. Enkele jaren geleden waren bevallingsprogramma’s ‘hot’ op tv. Een rustige tv-avond ten huize JoblesSara. Eventjes al zappend kijken wat er op de buis is. “Jaa, goed persen mevrouw!”. Oh nee, snel naar een ander kanaal zappen. Oef, een quiz. Beetje saai. Toch maar verder zappen. “En nu goed duwen mevrouw!”. Aaargh!

Ik ben zeer blij dat de programmadirecteuren van desbetreffende zenders hebben beslist om geen extra seizoenen meer te maken van die bevallingsprogramma’s. Herhalingen zijn ook niet nodig. Lees of begrijp dit niet verkeerd. Ik heb niets tegen zwangere vrouwen. Ook niet tegen diegenen die het laten filmen. Maar, om het in een mooie verwoording te zeggen: het interesseert het me niet hoe andere vrouwen bevallen, en ik wil het ook niet zien. Want toegegeven: mooi is anders.

Misschien bekijk ik het wel heel zwart-wit, en is bevallen helemaal niet zo erg. Maar ik zie mezelf al liggen in de verloskamer terwijl de dokter plechtig binnenkomt:

“Gaat het een beetje mevrouw?”
“Geef me nu die drugs man!”

Het individu dat mannen het sterke geslacht vindt, moet rond de oren worden geslagen met een bevallingsvideo. Want als er één ding gezegd kan worden van zwangere en bevallende dames: respect!

Gepost op 30 mei 2012 # | Reacties: 3 | Reageer

Yes please!

glazen bolMijn pc kan inmiddels vliegen op commando. De vogels zijn veilig teruggekeerd naar hun nestjes. Geen schreeuwende, kleine gek meer in hun bos. Al kan ik in de toekomst niets beloven. Je ziet, niet alles is kommer en kwel.

Soms bewandel ik het voetpad met het gevoel ‘alles komt goed’. Dat heeft veel te maken met mijn toekomstplannen. Momenteel heb ik veel tijd om na te denken. Wat wil ik? In wat voor job voel ik me goed? De interimjob die ik onlangs deed kwam al aardig in de buurt, maar was qua takenpakket nog te beperkt. Er mag nog meer pit inzitten. Ik ben niet het type dat haar nageltjes vijlt tot de middaglunch, om daarna weer de nageltjes te vijlen en misschien wat lukraak op het wereldwijde web te surfen naar de laatste beautytrends. Ik moet iets om handen hebben. Een combinatie van handenwerk en denkwerk, met een vleugje creativiteit. Dingen organiseren en plannen. Yes please!

Ik sta in schraal contrast met mijn vriend. Hij is een gewilde prooi op de arbeidsmarkt. Momenteel werkzaam als mechanisch ontwerper, en volgend jaar studeert hij af als ingenieur. Die kleine schat combineert voltijds werken met studies en slaagt daar wonderwel in. Hoe doe je dat? Gewoon, antwoordt hij. Nuchter en realistisch. Mijn vriend bekijkt werk als ‘iets wat je doet om geld te verdienen’. In je vrije tijd kan je dan dingen doen die je leuk vindt. Ik bekijk werk als ‘iets waarin je jezelf kan vinden, goed in kan worden en dan geld mee kan verdienen.’ Twee totaal verschillende denkwijzen. We hebben er vaak discussies over. Doe gewoon een job om geld te verdienen, zegt hij dan. Ik heb geprobeerd om die knop om te draaien toen ik als verkoopster werkte. Om werk enkel en alleen maar te bekijken als ‘geld’. Maar na een jaar was ik op.

Toen ik afstudeerde leek het simpel, solliciteren. Ik zou vast wel iets vinden in het onderwijs. Het lot heeft echter anders beslist. Wat ik dacht dat een uitgelijnd parcours zou worden, is nu een hobbelige rit. Ik heb altijd een ideaalbeeld voor ogen gekregen. Mijn ouders werken nog steeds bij dezelfde werkgever als 30 jaar geleden, en zullen waarschijnlijk tot hun pensioen bij deze werkgever blijven. Als kind heb ik nooit anders geweten: bij één baas werken voor de rest van je leven. Dat is tegenwoordig een illusie. Een loopbaan is geen horizontaal bewandelbaar pad meer. Het is een rollercoaster met een zeer akelig begin. Soms voel ik me dom omdat ik een kunstenrichting heb gevolgd. Moest ik een andere richting hebben gekozen, dan stond ik al veel verder. Denk ik. Creativiteit heeft voor -en nadelen. Leuk als je het hebt, maar in realiteit zeer moeilijk om er je beroep van te maken, laat staan geld mee te
verdienen.

Toch is er hoop. De voorbije maanden heb ik een cursus AutoCAD gevolgd, tekenen en ontwerpen met pc, in 2-D of 3-D. Dat opent perspectieven. Ik heb immers een privéleraar thuis: mon cherie. Het is uitdagend, moeilijk, creatief. Bovendien zijn technisch tekenaars gewilde prooitjes op de arbeidsmarkt. Binnenkort ben ik het kleine AutoCAD tijgertje dat iedereen wilt. Raaarrrrrrwwww!

Maar nu eerst een bol leren tekenen…

Gepost op 25 mei 2012 # | Reageer

Raar, die mensen

vogelEen trip naar de vakbond is altijd een avontuur. Je weet wanneer je binnengaat, maar nooit wanneer je terug buitengaat.

De wachtkamer is een smeltkroes van mensen en hun geuren. De kleine raampjes helpen niet om het benauwde gevoel te counteren. Ik neem plaats op een krakende stoel. De wachtkamer is ‘opgefrist’ met affiches waarop vakbondsmensen luidkeels roepen: “De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen”. Nog niet veel van gemerkt. Topmanagers krijgen nog steeds riante bonussen. En de heren van de banken doen alsof er nooit een crisis is geweest en keren zichzelf nog steeds onnoemelijk grote lonen uit. Mijn gedachten worden verstoord. Een dame achter me laat subtiel een boer. Alhoewel, subtiel. Ik heb je wel gehoord! De man naast me schuift telkens dichter naar me toe. Ik word naar het loket geroepen. Redding! De reden van mijn komst is geen succesverhaal: mijn werkloosheidsdossier moet in orde gemaakt worden. Weldra zal de man achter het loket me een vage blauwe kaart overhandigen. De kleur is ontrokken van alle leven. Blauw met ‘tristesse’. Ik hoop dat ik deze kaart weldra mag vergeten en dat ik ze niet lang zal nodig hebben. Ik aanvaard de kaart met tegenzin en schaamte. Bij thuiskomst check ik mijn mailbox. Eureka! Ik kreeg een aantal ‘replies’ op verstuurde cv’s. De eureka is echter van korte duur. “U bent niet weerhouden voor deze functie”. En uiteraard de klassieker: “Wij hebben geopteerd voor een kandidaat met meer ervaring”.

De blauwe kaart grijnst naar me vanaf mijn bureau alsof ze wil zeggen: “Je bent nog niet van me verlost”. Een duivelse lach zou er niet bij misstaan.

Een cocktail van frustratie, woede en teleurstelling. Het liefst van al zou ik een pittige mail terugsturen: “Ik wens u veel succes met de kandidaat, maar ik had een betere keuze geweest. Doei!” Lekker arrogant. Alhoewel het een bedrijf siert om een mail terug te sturen. Dikwijls hoor je helemaal niets. Dat noem ik pas arrogant.

Ik maak er een erezaak van om mijn sollicitatiebrief telkens zo origineel mogelijk te maken, aangepast aan de vacature waarvoor solliciteer. Mijn cv is zakelijk, maar in mijn sollicitatiebrief gebruik ik steevast humor en een losse schrijfstijl. Niet geheel volgens het boekje, want dat levert toch niets op. Dat heb ik geleerd uit mijn vroegste sollicitatieperiode. Veel werkervaring heb ik niet, maar een brief laten opvallen, dat kan ik wel. Bedrijven krijgen al genoeg standaardmails en brieven. Als er één ding gezegd kan worden van mijn brief: hij is blits en totaal niet standaard. De opmaak is steeds dezelfde, maar er wordt telkens iets unieks ingestoken aangaande de vacature. Dat kan een verwijzing zijn naar een specifieke zin uit de vacature, of een verwijzing naar de geschiedenis van het bedrijf zodat ze weten dat ik al info heb opgezocht. Waarom in godsnaam? Gebruik toch telkens dezelfde brief! Nee, ik vind het mijn morele plicht om een andere brief te schrijven voor elke vacature. Ik ben werkloos, heb tijd en als ik reageer op een vacature dan is het omdat ik er interesse in heb.

Geen antwoord terug krijgen is daarom het toppunt van arrogantie. Het punt waarop mijn zenuw springt en ik mijn pc wil leren vliegen.

Het lijkt me aangenaam om midden in een bos te gaan staan en luidkeels te schreeuwen zodat de vogels schrikken en opvliegen. Wat een raar wijf zouden ze denken. Komt ze hier eventjes in ons bos staan gillen. Jaa, lieve vogeltjes in jullie veilige nestjes. In de mensenwereld komt er soms een punt waarop kleine meisjes groot worden, gaan studeren en dan hopeloos een job proberen te vinden waar ze, naast centjes, toch enige voldoening van krijgen.

Lieve vogeltjes, mensen-meisjes willen uiteindelijk ook een nestje bouwen. Maar vooraleer ze een nestje kunnen bouwen, moeten ze in een bos gaan staan en schreeuwen als een bezetene.

Raar. Die mensen.

Gepost op 24 mei 2012 # | Reacties: 1 | Reageer

Frustratie

golfIk wil zwemmen. Mijn armen uitslaan in het wilde water. Duiken, spartelen, genieten. Me aan alle vissen tonen en bewijzen. Maar iets trekt me naar beneden. Een onzichtbare, verstikkende kracht. Hoezeer ik ook naar de oppervlakte wil om te ademen, ik word naar beneden gezogen. In de modder. In de aarde. Daar blijf ik liggen met mijn hoop en wensen. Ze zijn verzopen. Net als mijn goede moed. Verdronken enthousiasme. Steeds weer.

Solliciteren is frustrerend. Zéér frustrerend. Rekruteerders die in één opslag oordelen of ik wel of niet geschikt ben voor een job. Zonder me te kennen. Op basis van een gesprek dat dikwijls nog geen 30 minuten duurt. Op basis van een papier waarop staat waar ik woon, wat ik heb gestudeerd en welke ervaring ik heb. Meestal hebben ze dezelfde conclusie: niet genoeg ervaring. Lijkt me logisch, gezien ik 25 ben en net afgestudeerd.

Excuseer me dat ik niet de ervaring heb van een bijna-gepensioneerde. Dat is niet mogelijk. Het spijt me ook dat ik iets heb gestudeerd wat waardeloos lijkt. Ik kon er tenminste mijn creativiteit in kwijt. En ook al heb ik 'maar' een kunstendiploma, dat betekent niet dat ik enkel ‘tekeningetjes’ kan maken. Ik kan veel meer. Creatieve oplossingen bieden, concepten bedenken, omgaan met stress en deadlines. Om maar een paar dingen te noemen. Kan ik allemaal op mijn cv schrijven. Maar geloof je me dan, beste rekruteerder? Geloof je dat er voor jou een jonge vrouw zit die zich maar wat graag wil bewijzen? Omdat het lege gevoel -van niets doen, thuis zitten en wachten op een job- soms teveel wordt?

Misschien kan ik nogmaals een tripje richting interimkantoren wagen, waar ik rechtuit gediscrimineerd word. Zoals die ene keer waarbij het 'grote licht' achter het bureau me vlakaf meedeelde: de werkgever zal iemand zoals jij toch niet aannemen. Iemand zoals ik? Bedoel je iemand die het beu is om telkens in dezelfde hoek te worden geduwd? Een verkoopsfunctie zeg je? Goh, als ik mag kiezen tussen dergelijke functie en een meer vol piranha’s, dan lijkt het laatste me het meest aangenaam. Ze verteren je toch allebei. Ik heb nu eenmaal geen goede ervaringen met verkoopsfuncties. Ik heb mijn les geleerd. Het mag dan het enige zijn waar ik ervaring in heb, mijn toekomst ligt ergens anders.

De toekomst? Een zwarte poel met verloren hoop en dromen. Altijd roze? Vuilroze als het zo blijft verder gaan. Ik was een optimistisch kind. Toen kwam de realiteit. ‘Niet opgeven’, hoor ik langs alle kanten. ‘Er komt wel iets uit de bus’. Wel, die bus mag weldra komen, want zoals de aandachtige lezer weet: geduld is een deugd, maar niet de mijne. Ik heb al mijn brevetten. Ik doe mijn best om zo ver mogelijk te zwemmen. Maar de oceaan is oneindig en mijn armen worden moe. Ik snak naar land.

Gepost op 21 mei 2012 # | Reacties: 4 | Reageer

Mijn eigen trein

speelgoedtreintjeIk reis veel met de trein. Indien dit een Facebookprofiel zou zijn, moest er spontaan een duim
omhoog. Ik lees echter nooit in de trein, en luister zelden naar muziek. Treinen betekent voor mij ‘denktijd’. Kostbare tijd waarin mijn gedachten kunnen razen, net als het voorbij zoevende landschap. Dat landschap zet me aan het denken. Wie een land wil leren kennen, reist het best met de trein. Geen toeristische brochures met alleen mooie plekken, maar de ‘achterkant’ van het land, de koterij. Afgebladderde muren, lelijke veranda’s en dito interieur. En niet te vergeten: de was die sierlijk over de balkons hangt, met daarnaast de welriekende vuilnisbakken. Die zeggen veel over de mensen. Wat ze graag eten en drinken. Waar ze winkelen. Kopen ze merkproducten, of gaan ze voor het huismerk?

Mijn gedachten dwalen op de trein. Over landschappen, vuilnisbakken en mensen. Waar zijn mensen mee bezig? Niets zo leuk als een gesprek afluisteren in de ochtendspits. Jawel, het onschuldig ogende, kleine meisje -jullie beter bekend als JoblesSara- zet grote oren op en luistert. Naar de geluiden van het stalen gevaarte dat ons van station naar station vervoert en dendert over sporen. Naar deuren die openen en sluiten. Naar wellustige reizigers die gelokt worden door een zitplaats. Naar leder dat kraakt. Wie geluk heeft, mag zich nestelen op een stoffen zitplaats in ‘eerste klas’. In sommige treinen mogen die ‘first class passengers’ oranje geschilderde muren met absurde tekeningen aanschouwen. Lang leve de NMBS en hun verfraaiing.

Soms droom ik van een eigen trein. In goud, zoals het een edelsmid betaamt. Met bordeaux banken. James de butler voorziet me van een Martini met een olijfje. Net zoals in de film. Een galante heer in maatpak kijkt me aan met charmante donkerbruine ogen. Geen vuilnisbakken op deze reis…

Gepost op 16 mei 2012 # | Reageer

Trilogie

scheepstouwHet leven bestaat niet uit werken alleen. Iedereen zou een passie moeten koesteren. Mijn passie levert me op sollicitatiegesprekken steevast grote ogen op: de scheepvaartgeschiedenis rond 1900, met als specialisatie ‘The Olympic Class’. Menig lezer verslikt zich nu waarschijnlijk in zijn drankje of eigen vloeistoffen. Het is ook niet meteen iets wat je zou verwachtten van een 25-jarige dame, ik geef het toe.

Toch ben ik er zeker van dat in ‘The Olympic Class’ geen onbekende namen voorkomen. Het was namelijk de trilogie van trans-Atlantische schepen, waarvan eentje zich onderscheidde door haar legendarische ondergang: de Titanic. Ik wil het niet hebben over die ondergang, wel over haar reden van bestaan en haar minder bekende -maar even interessante- zusterschepen. Hier gaan we:

Om te ontsnappen aan de barre economische omstandigheden in Europa, waagden vele Europese gezinnen rond 1900 hun kans in de U.S.A: het nieuwe beloofde land met werkzekerheid en toekomst. Twee scheepvaartmaatschappijen, Cunard en White Star Line, hadden een lucratieve business in het trans-Atlantisch personenvervoer in het Verenigd Koninkrijk. Ze waren elkaars grootste en meest geduchte concurrent.

In 1907 lanceerde Cunard twee oceaanstomers: Lusitania en Mauretania. Deze schepen werden in de pers alom bewonderd en bejubeld. White Star Line had een verouderde vloot en moest actie ondernemen om niet te degraderen naar een tweederangsmaatschappij. Om de hete adem van Cunard af te houden, werd een ambitieus plan opgesteld. White Star Line zou niet twee, maar liefst drie schepen bouwen die nog groter, luxueuzer en comfortabeler waren dan die van Cunard: de plannen voor de zusterschepen Olympic, Titanic en Gigantic waren geboren. De namen werden ontleend uit de Griekse mythologie. De Titanen en de Giganten waren twee reuzenvolken in strijd met de goden. Ze misbruikten de berg Olympus om de goden aan te vallen. Oppergod Zeus bliksemde hen neer en de berg Olympus bleef ongedeerd. Pittig detail: enkel het schip Olympic heeft dienst gedaan tot 1935.

De Olympic werd als eerste gebouwd. In 1908 begon men op de scheepswerf van Harland & Wollf met het leggen van haar kiel. De werf in het Ierse Belfast was uitgerust met twee gigantische stellingen die respectievelijk de Olympic en zusterschip Titanic zouden huisvesten. White Star Line kon al snel rekenen op massale belangstelling voor hun nieuwe schepen. Hun lengte van 269 meter, breedte van 28 meter en sublieme ontwerp stonden gerant voor wekelijkse persberichten. De Olympic werd te water gelaten in 1911. Bijna een jaar later volgde de Titanic. Helaas was er voor deze Titaan geen lang leven beschoren.

Het zinken van de Titanic had voor haar twee zusters zware gevolgen. De Olympic werd volledig verbouwd. Extra, volwaardige reddingssloepen werden toegevoegd en waterdichte schotten uitgebreid. White Star Line spaarde kosten noch moeite om het vertrouwen terug te winnen. Het schip dat toen nog in de steigers stond, werd uiteindelijk Britannic gedoopt, in plaats van Gigantic. Die naam was immers te onderhevig aan allerlei speculaties.

Maar uiteindelijk was ook de Britannic was geen lang leven gegund als passagiersschip. In 1914 brak de eerste wereldoorlog uit en werd ze ingelegd als hospitaalschip om gewonde soldaten van en naar het front te vervoeren. In 1916 liep ze op een mijn in de Egeïsche Zee, hoewel sommigen beweren dat het een torpedoaanslag was. Wat de oorzaak ook moge zijn, het schip zonk.

Van ‘The Olympic Class’ bleef dus enkel de Olympic over. Het schip overleefde tijdens de eerste wereldoorlog vier torpedoaanslagen en had talloze aanvaringen. Titanen en Giganten vergaan, maar de onverwoestbare Olympic was een trouwe White Star Line-dienaar gedurende 25 jaar. Mythologieën komen soms uit.

Gepost op 14 mei 2012 # | Reageer

De juiste keuze

kipMidden december 2011 was ik verlost van mijn job als verkoopster. Een hele last die van me afviel! Tijdens de feestdagen die volgden, verzette ik vooral mijn gedachten. Ik was niet bezig met werk zoeken of solliciteren. Gewoon even fun hebben. Samenzijn met familie, lief en vrienden. Dat was broodnodig.

Een slechte werkervaring blijft lang nazinderen. Op elk sollicitatiegesprek daarna kreeg ik de vraag: waarom heb je je vorige job beëindigd? En omdat het niet staat voor een dame om eerdere werkgevers met de grond gelijk te maken, moest ik steeds mijn woorden verbloemen. De werkelijkheid rooskleuriger voorstellen dan ze was.

Mijn vorige baas gaf me wel steevast goede referenties. Ik kan ook in alle eerlijkheid zeggen dat ik steeds m’n best heb gedaan. Perfectionist tot in de kist. Maar een job als verkoopster is niet geschikt als je uitermate perfectionistisch bent zoals ‘little old JoblesSara’. Want ik kan je verzekeren dat sommige klanten het bloed van onder je nagels halen.

Misschien heb je al meegemaakt dat een verkoopster onbeschoft reageerde? Dat is zeker niet goed te praten. Maar bedenk dan dat ze misschien al werd uitgejoeld door talloze klanten voor jou. Dat de kleedkamers die ze netjes heeft opgeruimd, telkens weer worden omgetoverd tot een vuilnisbelt. Dat sommige klanten kledingstukken laten vallen, en niet eens omkijken. Dat ze probeert te helpen met allerhande tips en stijladvies, maar een bedanking? Dat is te veel gevraagd!

Tijdens mijn opzegtermijn was mijn vriendelijkheid wel al ligt gedaald. Vooral tegen één bepaalde klant: een dame van in de veertig op zoek naar een zwarte, geklede broek. Ik liet haar werkelijk álle zwarte, geklede broeken zien die we te koop hadden. De laatste broek die ik toonde, was van polyester en had een lichte glans. De dame bekeek me met een vieze blik en zei scherp: “Dat is niet de broek die ik heb gevraagd”. De ader op mijn voorhoofd ontplofte haast. Ik heb de broek tot een bol geknepen, in het dichtstbijzijnde rek geslingerd en even scherp meegedeeld: “Dan hebben we geen broeken meer.” Daarna ben ik straal de andere kant op gelopen. Dát deed deugd!

Veel mensen bekijken verkoopsters als domme kippen. Als winkelinterieur. Sommigen bekijken je zelfs helemaal niet! Nu moet ik toegeven dat mijn uniform weinig sexy was. Het was te groot en de kleuren flatteerden niet. De winter vond ik een prachtig seizoen vanwege de lange jassen die dat aartslelijke uniform konden verstoppen. Maar toen kwam de lente. Waarom me niet omkleden op het werk? De enige omkleedruimte was de keuken. En het was niet echt m’n ding om mijn blote billen te tonen aan naaste collega’s. Hoewel, onze vis zou een striptease vast niet erg gevonden hebben in zijn zielige blubleventje. Mijn sextalk-zieke collega ook niet. Neen, als de werkdag gedaan was, holde ik als een halve gek naar het station met het schaamrood op mijn wangen. Hopend dat ik geen bekende zou tegenkomen die me zou uitlachen met zulke waanzin aan lijf en leden.

Ontslag was duidelijk de juiste keuze…

Gepost op 11 mei 2012 # | Reageer

Schaakmat

schaakpionEen vulkaan kan eeuwen rusten. Onopgemerkt. Tot het magma in de aarde zich roert. Wachtend op een uitbarsting. Mijn vulkaan barste uit in oktober 2011.

Na die helse huilwoensdag kon ik niet gaan werken. Ik kon het niet. Ik was op. Ik kon niet tegen het idee om terug in die winkel te gaan staan. Weer hetzelfde hersenloze werk te doen. Weer het gezicht van mijn schijnheilige baas te zien. Ik had tijd nodig om te bezinnen. Mijn laatste voordeel, het enigste waarvoor ik die job nog deed -het loon- was brutaal aangetast.

Het idee speelde al langer in mijn hoofd: ontslag. Ik had al gesolliciteerd voor andere functies, maar tot dan toe was er niets uit de bus gekomen. Wat zou ik doen? Verder blijven werken in een winkel waar ik aan het doodbloeden was, wachtend op een nieuwe job? Of het heft in eigen handen nemen?

De verbinding tussen verstand en hart loopt niet altijd vlekkeloos. En al zeker niet makkelijk. Descartes schreef: ik denk dus ik ben. JoblesSara schrijft: ik voel, en dat maakt me tot wat ik ben. Het gevoel ‘ik ben meer waard dan dit’, en de wijze raad van de onbekende vrouw in de paskamers, bleven door mijn gedachten razen.

Een week later keerde ik terug naar de werkvloer. Ik vroeg mijn baas of ze even naar de keuken wilde komen om nog wat dingen te bespreken. Op het einde van het gesprek vertelde ik haar dat de loonsproblemen één consequentie hadden, en ik overhandigde haar een brief. Mijn ontslagbrief. Het was een onwezenlijk gevoel om die brief te overhandigen. Een zet die m’n baas niet verwachtte, maar wel de juiste voor mijn (mentale) gezondheid. Schaakmat. De pion verpletterde de koningin met een C4.

Ik begrijp dat niet iedereen zomaar ontslag kan geven. Zeker niet als je kinderen hebt,
maandelijks rekeningen moet betalen of leningen lopen hebt. Gelukkig ben ik een klein, verwend Westers Belgenkind dat bij mammie en pappie woont. Enig kind, en in staat om nog een tijd in het moedernest te blijven. Ontslag was voor mij mogelijk.

Volgens mijn baas mocht ik, na mijn uittrede, zeker nog eens langskomen. Laten weten hoe
het met me ging. Maar na mijn laatste werkdag ben ik nooit meer in die winkel geweest. Mijn naambadge heb ik nog steeds. De gitzwarte badge met witte letters lijkt nu slechts een archeologische vondst uit een ver verleden. Nog niet vergeten. Enkel vervaagd in het heden.

Gepost op 10 mei 2012 # | Reacties: 1 | Reageer

Ik heb ook al veel aan u gedacht

We schrijven september 2011. Dit zou mijn maand worden. Twee weken vakantie, waarvan 10 dagen in Italië met mijn liefje. Een welverdiende, deugddoende vakantie. At last!

Terug opgeladen om de waanzin van het dagelijkse winkelgebeuren te doorstaan, keerde ik eind september terug naar de werkvloer. Die mocht ik meteen dweilen. Ik heb je ook gemist baasje! Wat er die week nog zou komen, had ik echter nooit kunnen denken…

Zaterdag. Een drukke werkdag voor de boeg, met talloze klanten die wachten op advies. Paskamers die best omschreven kunnen worden als een slagveld uit WO I, en rondslingerende kledij overal. Toch werd ik naar de keuken geroepen door mijn baas. Een enge, nauwe keuken met ‘gezellige’ tl-verlichting en een goudvis die blubt: kill me! Een gevoel dat we gemeen hadden. Onderonsjes met de baas staan nu eenmaal niet op mijn Facebookpagina bij ‘favoriete activiteiten’. Vooral niet als er in het onderonsje droog als toast wordt meegedeeld dat er een probleem is met je loon. Met de nog drogere nadruk op ‘zeven maanden teveel betaald’.

Ik, deeltijdse werkkracht voor 24 uur -hoewel ‘slaaf’ toepasselijker zou zijn-, was sinds maart betaald als een fulltimer. Dit kwam aan het licht door de berekening van mijn loon voor september. 'Klein probleempje’ volgens mijn baas. ‘Foutje’ van het sociaal bureau. De wettelijke term hiervoor blijkt: onverschuldigde betaling. Je werkgever betaalt je teveel loon, en aangezien je daar geen recht op hebt, moet je het terugstorten. Maar hoe? Wat? Wat zijn mijn rechten en plichten? Bijkomend probleem: ik werkte met een Activa-contract. Dit wil zeggen: een deel van mijn loon werd gestort door de werkgever, de rest werd aangevuld door RVA.

Ik dacht: die goeie ouwe vakbond weet wel raad! Vanuit ‘kamp baas’ kwamen er namelijk bijzonder weinig oplossingen, dus stelde ik samen met een vakbondsconsulent een haalbaar terugbetalingplan op. Daarin het aantal maanden waarover de terugbetaling zou lopen, alsook het bedrag dat ik maandelijks zou terugstorten. Trots was ik met dat plan. Eindelijk een oplossing!

Twee weken later. Een woensdag in oktober. Soldaat Sara marcheert de keuken binnen, knipoogt naar de vis en gooit het terugbetalingplan snel op tafel. Even snel werd het van tafel geveegd, met de simpele mededeling: “Dat kan niet. Ik moet het geld eind december terug hebben, want mijn boekjaar voor 2011 moet in orde zijn”. Kin op de grond. Tranen in de ogen. Weg moed.

Een ander probleem volgde snel. Bij het nakijken van mijn bankrekening, merkte ik dat mijn baas haar deel van de Activa niet meer uitbetaalde. “Ik heb gemerkt dat er geen loon meer is uitbetaald”, zei ik met bibberende stem. “Klopt. Mijn sociaal bureau en ik hebben beslist om je loon alvast in te houden, aangezien je toch nog zoveel moet terug betalen”.

Terugbetalingplan: afgekeurd. Loon: deel van de werkgever werd niet meer uitbetaald. Dat kwam ik allemaal te weten op slechts vijf minuten tijd, terwijl mijn dagelijkse shift nog moest beginnen. Ik hield me sterk, maar zodra ik alleen was in de paskamers, kwamen de tranen. Verscheidene klanten hebben me zien huilen. Mijn baas gelukkig niet. Zij was te druk bezig met de kassa. Er was één vrouw in het bijzonder die me aansprak. Nooit eerder gezien, geen vaste klant:

‘Gaat het niet meisje?’
‘Neen mevrouw, het gaat niet.’
‘Wat gaat er niet?’
‘Hier werken. Ik word er zo ongelukkig van.’

Tegen een vreemde, niet tegen geliefden of naasten, heb ik toegegeven wat die job écht met me deed. En in plaats van me te veroordelen, of commentaar te geven in de trant van ‘doorbijten, zal wel lukken’, zei die vrouw: ‘Ik weet het. Ik ken het gevoel. Mijn dochter heeft ook gewerkt als verkoopster, en werd er ook doodongelukkig van. Je bent te jong om ongelukkig te zijn. Geen enkele winkel is het waard om tranen voor te laten. Ga met goede moed de toekomst in. Ik zal aan je denken.’

Wel, mevrouw. Ik heb ook al véél aan u gedacht. Dank u!

Gepost op 7 mei 2012 # | Reacties: 5 | Reageer

Mijn eerste job

hoofd etalagepopOmdat mijn sollicitaties voor een job in het onderwijs weinig opbrachten, solliciteerde ik na enkele weken ook als verkoopster in een kledingwinkel. Reden 1: om werk te hebben. Reden 2: om toch al wat geld te verdienen. Oke, ik geef toe: om mooie schoenen te kunnen kopen. Reden 3: om niet thuis te zitten werkloos wezen.

Begin november 2010 was het zover: ik kon als verkoopster aan de slag in een bekende winkelketen. Mijn eerste job. Trots en enthousiast was ik. Tijdens het sollicitatiegesprek lag de nadruk vooral op teamwerk en creativiteit. In werkelijkheid was daar helaas bitter weinig van te merken. Ik heb veel geleerd tijdens mijn eerste werkjaar. Vooral over welke koers mijn schip niet moest varen.

Toen ik studeerde in Antwerpen zat ik vaak op de trein tijdens de ochtendspits. Daar zag ik uitgebluste gezichten. Mensen die zichzelf op de trein hesen. Zuchtend. Moe nog voor de dag begon. Wachtend op het weekend. Ik had me voorgenomen om nooit zo te worden. Maar een jaar later zat ik op diezelfde trein. En de weerspiegeling die ik in het venster zag, was niet die van een jonge vrouw vol levenslust. Elke dag ging ik ongelukkig naar het werk, reikhalzend uitkijkend naar vrije dagen. Lusteloos. Geen voldoening. Nog erger: geen creativiteit. Tegenover mijn baas of collega’s heb ik daar nooit iets van laten merken. Te trots, of misschien beschaamd. Ik dacht: het zal wel beteren.

Gelukkig had ik twee fijne collega’s met dezelfde frustraties en boosheid tegenover het ‘management’. Dit woord hoort wel degelijk tussen haakjes. Helaas was dit ‘management’ niet onder de indruk van mijn fijne collega’s. Lees: hun persoonlijkheid, en vooral het feit dat ze soms een eigen mening hadden, ging voor sommigen niet door de beugel. Stel je voor. Een werknemer met een eigen mening. Een gruwel die moet worden uitgeroeid! Ze mochten hun boeltje bij elkaar pakken. Zelf waren ze daar niet rouwig om. Ik daarentegen was mijn maatjes kwijt. De enige twee op de werkvloer die me begrepen. De enigen met wie ik kon praten op een behoorlijk niveau.

Ik bleef over met een collega die me constant bestookte met haar seksuele escapades. Niet het soort gesprekken dat je des ochtends wil voeren met een koffiekoek nog vers in je maag. Woorden als anaal moeten dan zoveel mogelijk gemeden worden, want voor je het weet krijg je bij de chocoladeschilfers heel andere gedachten. I rest my case. Eigenlijk moeten zulke gesprekken altijd worden vermeden op de werkvloer, tenzij je een dierenartsenpraktijk hebt en je uitsluitend, ik herhaal uitsluitend, praat over paarden. Het seksleven van collega’s boeit me hoegenaamd niet en het is een beetje frustrerend als je ongewenst een heel verhaal krijgt voorgeschoteld, terwijl je als opgejaagd wild in de paskamer wordt geduwd door een sextalk-zieke collega.

Denken we allen tezamen: heeft die arme JoblesSara dan nog niet genoeg geleden? Neen hoor. Het lot heeft een vreemd gevoel voor humor...

Gepost op 4 mei 2012 # | Reacties: 1 | Reageer

Het begin

StoelWelkom VDAB-vrienden! Een nieuwe maand, een nieuwe joblog. Laten we beginnen bij… het begin.

Anderhalf jaar geleden. Master edelsmeden en juweelontwerp op zak. Bijkomend lerarendiploma behaald. Helemaal klaar om de arbeidsmarkt te bestormen in de stijl van Alexander de Grote. Geen zwaard. Wel twee kersverse, nog-naar-de-printer-ruikende diploma’s en een dosis enthousiasme om U tegen te zeggen.

Ik ben altijd een creatief kind geweest. Mijn grootvader was schilder, alsook mijn vader. Altijd kunstboeken in huis. Allerlei tekenmateriaal voor handen. Ik had al vroeg aanleg voor tekenen. Tekenen was als kind mijn grootste bezigheid. Dingen natekenen, kopiëren of ontwerpen. Elke woensdag en zaterdag tekenacademie. Vanaf het derde middelbaar volgde ik een kunstopleiding. De ideale keuze. Ik was en ben geen held in wiskunde -understatement!- en puur theoretische vakken zeggen me, nog steeds, weinig. Behalve geschiedenis en kunstgeschiedenis. Leren over de oudheid, het dagelijkse leven van de mensen, hun wereldbeeld en hun kunst vond ik veel interessanter dan tabellen, diagrammen en ‘last but not least’ vraagstukken. Een koude rilling loopt over mijn rug als ik terugdenk aan vraagstukken.

“Trein A verlaat het station om kwart voor vier, terwijl trein B om tien na vier vertrekt in een station op 25 km afstand. Wanneer kruisen ze elkaar?”

“Euhm, misschien aan de conducteur vragen?”

Dat was uiteraard niet het juiste antwoord op de examenvraag. Ik heb menig wiskundeleraar laten zuchten door mijn onlogische antwoorden die mij héél logisch leken.

Kleine meisjes worden groot en kunnen wiskunde na een tijdje verwaarlozen. Diploma’s achter de kiezen. Sollicitatieklaar. Vingers uitstrekkend. De pc opgeblonken om mijn blitse brieven te versturen. Algauw kwam ik via de website van RVA terecht op de pagina met ‘topflopdiploma’s’. Hoera! Het diploma waar ik vijf jaar voor had gewerkt -met bloed,zweet, tranen en een beetje zilver- stond te schitteren op ‘numero uno’. Gelukkig had ik de lerarenopleiding met succes beëindigd. Misschien niet direct een job in de juweelsector, maar vast wel als leerkracht. Brieven werden verstuurd. Soms antwoord. Soms radiostilte. Soms de droge melding: “Wij zoeken momenteel niemand voor onze instelling.” Fijntjes.

Geduld is een deugd. Helaas niet de mijne. Onder het motto ‘werk is werk’ begon ik in een verkoopsfunctie. Mijn eerste werkervaring zowaar. Wat ik toen nog niet wist, was dat deze ervaring me veel zou bijbrengen. In negatieve zin.

Geprikkeld? Houd je vast! De komende weken neem ik je mee op een reis doorheen gespuwde gal, sollicitaties, arbeidsmarkten en meer van dat. Het wordt een mooie maand.

Gepost op 30 april 2012 # | Reageer

Blogs

Joblog Bediende JoblesSara

Bediende JoblesSaraSara (25): "Toen ik pas begon te solliciteren, kwam ik op de site van RVA terecht op de pagina met 'topflopdiploma's'. Hoera! Het diploma waar ik vijf jaar voor had gewerkt stond te schitteren op 'numero uno'."

Alle berichten
  • Mestgeur
  • Respect!
  • Yes please!
  • Raar, die mensen
  • Frustratie
  • Mijn eigen trein
  • Trilogie
  • De juiste keuze
  • Schaakmat
  • Ik heb ook al veel aan u gedacht
  • Mijn eerste job
  • Het begin

De andere blogs

Manager StevenJoblog Steven

sociaal hulpverlener sariJoblog Sari

Werkzoekende XPatJoblog XPat

Vertaler AnJoblog An

VDAB-medewerkster LiesbethJoblog Liesbeth

RedactieRedactieblog

Fons LeroyFonsblog

WeblerenWebleerblog

Zelf bloggen?

Wil jij ook bloggen over je job? Contacteer ons op moderator@vdab.be.

RSS (Wat is dit?)

© 2012 VDAB - Disclaimer - Hulp nodig? Lees de veelgestelde vragen of mail naar info@vdab.be